Concertgebouworkest speelt Dvořáks Achtste symfonie (19.00 uur)
Concertprogramma
17 september 2020 – 19.00 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Kirill Gerstein piano
Miroslav Petkov trompet
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Concert voor piano, trompet en orkest in c kl.t. (1933)
‘Pianoconcert nr. 1’
Allegro moderato – Lento – Moderato - Allegro con brio
Antonín Dvorák (1841-1904)
Symfonie nr. 8 in G gr.t., op. 88 (1889)
Allegro con brio
Adagio
Allegretto grazioso – Molto vivace
Allegro ma non troppo
er is geen pauze
Toelichting
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Sjostakovitsj: Concert voor piano, trompet en orkest
Door door Michiel Cleij
Elk componisten-oeuvre is historisch beladen, maar geen oeuvre klinkt zó beladen als dat van Dmitri Sjostakovitsj. De spanning tussen (Sovjet-)dictatuur en artistieke vrijheid is pijnlijk hoorbaar. Vaak bleef de componist binnen de door de communistische Partij gedicteerde kaders, maar minstens even vaak zocht hij daarvan de marges op. Wanneer hij te ver was gegaan, merkte hij dat meestal pas achteraf, want de regels waren niet eenduidig: wat gisteren geoorloofd was kon vandaag ineens als subversief worden aangemerkt.
Sjostakovitsj betaalde wijselijk met gelijke munt terug: hij maakte van ironie zijn handelsmerk. Pompeuze Sovjet-heroïek gaat naadloos over in spot, dansjes klinken mechanisch en vreugde balanceert op het randje van hysterie. En altijd, zelfs in zijn duisterste symfonieën, duiken flarden amusementsmuziek op; die verwijzen rechtstreeks naar de zorgeloze periode waarin hij zijn Concert voor piano, en orkest schreef.
Toen, in 1933, gold Sjostakovitsj als een belofte van de Sovjet-muziek. Weliswaar was hij al eens berispt om zijn ‘decadente’, westers georiënteerde stijl, maar andere stukken strookten weer helemaal met de Partij-ideologie. Sjostakovitsj was een twintiger, en het werd hem vergeven dat hij bijbaantjes had als pianist in theaters en bioscopen. Uit die nachtelijke speelroutine werd dit Concert geboren.
Het eerste wat in dit potpourri-achtige stuk opvalt is de speelse (soms zelfs pesterige) omgang met klassieke meesters. De solopartij zet meerstemmig in en echoot terloops het beginmotief van Beethovens Pianosonate nr. 23 in f klein, ‘Appassionata’; later in het werk volgen meer citaten, van onder meer Rossini en Haydn. Daarnaast klinkt het werk vaak als circusmuziek, vooral door de capriolen van een solotrompet. Aanvankelijk wilde Sjostakovitsj een concert schrijven; dat idee evolueerde tot een dubbelconcert waarin de piano uiteindelijk de hoofdrol kreeg. Het hybride karakter van dit werk is al met al het resultaat van een natuurlijk groeiproces - en volledig representatief voor Sjostakovitsj’ complexe muzikale karakter.
Antonín Dvořák (1841-1904)
Achtste symfonie
Door Michiel Cleij
Toen Antonín Dvořák zijn Achtste symfonie schreef had hij een ware metamorfose doorgemaakt. De nederige musicus uit de Tsjechische regio Bohemen had de aandacht getrokken van Johannes Brahms, een geïnteresseerde uitgever had zich aangediend en Dvořáks composities vonden hun weg naar de Duitse, Engelse en Oostenrijkse concertpodia.
Met zijn prestige groeide ook Dvořáks zelfvertrouwen – voor een kunstenaar noodzakelijk wisselgeld in het contact met grillige uitgevers en opportunistische concertorganisatoren. Eerder had zijn karakteristieke bescheidenheid hem in de weg gestaan. Muzikale ideeën en vaardigheden had hij genoeg, maar – zoals hij later zei – de kunst om daarmee een reputatie op te bouwen schuilde in ‘het beteugelen van de scheppingsdrift, iets wat voor creatieve geesten ontzettend moeilijk is’. Inderdaad werd Dvořák door menig collega benijd om zijn (duidelijk Slavisch gekleurde) melodische en ritmische inventiviteit, en die bleef hij tot in zijn laatste werken demonstreren.
De expressieve beginmelodie van de cello’s zou een perfecte curtain-raiser van een opera kunnen zijn
Na zijn internationale doorbraak maakte zijn carrière een paar verrassende wendingen. Zo werd hij benoemd tot directeur van het conservatorium in New York, waar hij als inspirator voor jonge Amerikaanse componisten moest dienen. Verbazing wekte ook dat hij na negen symfonieën zijn aandacht plots verlegde naar symfonische gedichten. Sommige bewonderaars vonden dat een zwaktebod - muziek die op een verhaal leunde zou Dvořáks rijke fantasie onwaardig zijn - maar zijn uitgever was er blij mee: symfonische gedichten waren commercieel interessanter dan symfonieën.
Aan de publicatie van de Achtste symfonie ging dan ook heel wat gesteggel vooraf. Dvořák moest scherp onderhandelen over zijn honorarium, wetende dat hij met dit werk iets bijzonders had afgeleverd. Hij had ‘iets nieuws’ willen proberen en dat resulteerde in overrompelende, spontane muziek die nauwelijks in het strakke symfonische raamwerk lijkt te passen - een duidelijke voorbode van de programmamuziek die hij een paar jaar later zou schrijven. De suggestie van natuurbeleving, ontluikende liefde en, in het slotdeel, volksfeesten is zó sterk dat Dvořák er titels op had kunnen plakken. Dat had ook de verkoopbaarheid bevorderd en die uitgever gekalmeerd.
De expressieve beginmelodie van de ’s zou een perfecte curtain raiser van een kunnen zijn; het tekent Dvořáks impulsieve werkwijze dat hij deze introductie pas toevoegde toen het deel al voltooid was. Het leverde een fraai contrast op met het vogelmotiefje dat de fluiten spoedig laten horen. Ook de twee middendelen worden vooral gekenmerkt door hun rijke, volksliedachtige k.
Overigens is Dvořák in dit werk terughoudend met folkloristische kleuringen: Tsjechische dansritmes bespeur je alleen in het kekke ‘staartje’ van deel drie en, misschien, in de finale. Het slotdeel versterkt het effect van een afgerond verhaal: het hoofdthema van de strijkers is verwant aan de introductie van het eerste deel. Het wordt ingeleid door een fanfare waarover Rafael Kubelík, landgenoot van Dvořák, tijdens een repetitie zei: ‘Bij ons in Bohemen kondigt een trompet geen gevecht aan, maar dans!’
Biografie
Kirill Gerstein, piano
Kirill Gerstein is afkomstig uit Voronezh (Zuidwest-Rusland), en na een ontmoeting met jazzlegende Gary Burton in Sint-Petersburg werd hij op zijn veertiende toegelaten op Berklee College in Boston. Hij focuste alsnog op klassiek en studeerde af aan de Manhattan School in New York. Vervolgens nam hij les bij Dmitri Bashkirov in Madrid en Ferenc Rados in Boedapest.
In 2001 won hij de Arthur Rubinstein Piano Competition in Tel Aviv; in 2010 kreeg hij de Gilmore Artist Award en de Avery Fisher Career Grant, in 2019 een Echo Klassik voor zijn opname van Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert in de oorspronkelijke versie en in 2020 een Gramophone Award voor de wereldpremière van Adès’ Concerto for Piano and Orchestra met de Boston Symphony onder leiding van de componist.
Kirill Gerstein had de afgelopen jaren residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Festival d’Aix-en-Provence en het Klavier-Festival Ruhr (inclusief een samenwerking met Brad Mehldau). Ook was hij spotlight-artiest van het London Symphony Orchestra en curator van de serie Busoni and his World in Wigmore Hall in Londen. Met een album met de Berliner Philharmoniker en Kirill Petrenko vierde de pianist Rachmaninoffs 150ste verjaardag.
Kirill Gerstein maakte zijn debuut in de in april 2023, en in de in de Rising Stars-serie van 2005/2006. In januari 2016 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert onder leiding van Semyon Bychkov en hij keerde meermaals bij het orkest terug; voor het laatst afgelopen maart met het Derde pianoconcert van Rachmaninoff onder leiding van Santtu-Matias Rouvali.
Sinds 2003 is de pianist Amerikaans staatsburger, en hij woont in Berlijn, waar hij is verbonden aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’. Hij geeft ook les aan de Kronberg Academy, en is als coach verbonden aan de Verbier Festival Academy en IMS Prussia Cove.
Miro Petkov, trompet
Miro (Miroslav) Petkov is solotrompettist bij het Concertgebouworkest sinds 2016. Tijdens zijn jeugd in de Bulgaarse stad Varna kreeg hij belangstelling voor volksmuziek. De combinatie daarvan met verschillende genres, zoals jazz en hedendaagse muziek, geeft hem de vrijheid te spelen met uiteenlopende musici op podia over de hele wereld.
Miro Petkov begon op elfjarige leeftijd met spelen en werd nauwelijks een maand later aangenomen bij de Nationale Kunstacademie Dobri Hristov. Aan de Hochschule für Musik in Detmold zette hij zijn studie voort bij Max Sommerhalder. Hij won prijzen op internationale concoursen als de ARD-Musikwettbewerb en de Yamaha International Trumpet Contest in Duitsland, de Jeju International Brass competition in Zuid-Korea en het concours Citta di Porcia in Italië.
Voordat Miro Petkov toetrad tot het Concertgebouworkest was hij solotrompettist bij het Nationaltheater Mannheim en speelde hij bij verschillende ensembles en orkesten, zoals het Ensemble Modern, het Gewandhausorchester Leipzig, de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. Bij het Concertgebouworkest soleerde hij in september 2020 zesmaal naast pianist Kirill Gerstein in het Concert voor piano, trompet en strijkorkest (‘Eerste pianoconcert’) van Sjostakovitsj onder leiding van Semyon Bychkov.
Semyon Bychkov, dirigent
Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.
Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).
Als gastdirigent staat Semyon Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met Sjostakovitsj’ Zevende symfonie, ‘Leningrad’.
De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.
Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest








