Concertgebouworkest speelt de Vijfde van Beethoven
Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Hengelbrock dirigent
Gregor Horsch cello
Deze concerten maken deel uit van de series B en E.
Dit concert wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 1 maart om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Lees meer over Lutosławski's Celloconcert in de rubriek Notenbeeld
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Ouverture ‘Egmont’, op. 84 (1810)
Witold Lutosławski (1913-1994)
Celloconcert (1969-70)
pauze ± 20.50 uur
Ludwig van Beethoven
Vijfde symfonie in c kl.t., op. 67 (1807-08)
Allegro con brio
Andante con moto
Allegro
Allegro - Presto
einde ± 22.00 uur
Toelichting
toelichting
Individu versus de massa
Door Liesbeth Houtman
Het individu versus de massa. Zo zou je het van dit programma kunnen duiden. Als kind van zijn tijd koesterde Ludwig van Beethoven het ideaal van een rechtvaardige samenleving. Vrijheid, gelijkheid en broederschap had hij hoog in het vaandel staan. Zijn ontwikkeling als componist is daarom niet los te zien van de verschuivende machtsverhoudingen in het Europa van rond 1800, waarin niet alleen landsgrenzen opnieuw werden gedefinieerd, maar ook de burgerij steeds mondiger werd. Zijn vrijheidsliefde demonstreerde Beethoven in onstuimige muziek waarin hij traditionele vormen onderuithaalde en een tot dan toe ongekende expressie en aan de dag legde.
In een heel andere tijd en onder totaal andere omstandigheden ervoer Witold Lutosławski de gevolgen van starre politieke regimes. Hij was amper vijf toen zijn vader in 1918 als contrarevolutionair in Moskou werd geëxecuteerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist hij aan Duits krijgsgevangenschap te ontsnappen en zijn Eerste symfonie werd in 1948 door de communistische leiders als formalistisch afgedaan. Binnen de hem opgelegde kaders van het socialistisch-realisme zocht de Poolse componist naar eigen wegen. Maar pas na de dood van Stalin kon hij vrijelijk experimenteren met moderne compositietechnieken.
Witold Lutosławski 1913-1994
Lutosławski: Celloconcert
Door Liesbeth Houtman
Witold Lutosławski componeerde zijn concert voor Mstislav Rostropovitsj. Die speelde in oktober 1970 de première in Londen, begeleid door het Bournemouth Symphony Orchestra. De fameuze cellist was van meet af aan duidelijk over de betekenis van het werk. Hij noemde het ‘een epische confrontatie tussen een individu en een onderdrukkende massa, waarbij de stem van de cello symbolisch wordt verpletterd door uitbarstingen in het koper en orkestrale explosies’. En: ‘een uitbeelding van de essentiële spanningen van het leven in een communistisch regime’.
Hoewel Lutosławski zelf elke politieke boodschap altijd heeft ontkend, ligt die interpretatie voor de hand. In plaats van de gebruikelijke speelse dialoog tussen solist en orkest maakte hij van zijn soloconcert een venijnige machtsstrijd. Een kolfje naar de hand van Rostropovitsj, die ten tijde van de première hevig in de clinch lag met de Sovjet-autoriteiten. Vanwege zijn dissidentenstatus verkoos hij een paar jaar later vrijwillige ballingschap in de Verenigde Staten.
Het concert opent met een minutenlange solo voor de cello: een meditatie op de toon d. Met bruut geweld storten de zich in het muzikale discours. In het tweede deel nodigt de solist individuele orkestleden uit tot een verzoenende dialoog. Maar ook hier heeft het orkest de rol van spelbreker. Het langzame derde deel lijkt enige ontspanning te brengen. Er ontwikkelt zich een e boven een steeds onheilspellender klinkende orkestbegeleiding.
De opgebouwde spanning mondt uit in chaos. Een sterk staaltje van Lutosławski’s toepassing van de toevalstechniek waarmee dit concert is doordrenkt. Binnen strikte kaders geeft hij de musici grote vrijheid. De ongecontroleerde situatie houdt in het slotdeel nog even aan: orkest en solist vuren over en weer schotten hagel af. Totdat de cellist de leiding neemt en resoluut de weg wijst naar het slot. Het individu dat zegeviert?
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Ouverture ‘Egmont’
Door Liesbeth Houtman
Met zijn streven naar een vrije en rechtvaardige samenleving is het niet verwonderlijk dat Beethoven zich aangetrokken voelde tot Johann Wolfgang von Goethes tragedie Egmont. Het verhaal, gebaseerd op historische feiten, speelt zich af in de Nederlanden ten tijde van de opstand tegen Spanje.
Graaf Egmont is loyaal aan de Spaanse koning, maar streeft tegelijkertijd naar een zekere autonomie van zijn eigen volk. Daarmee haalt hij zich de woede van de tirannieke hertog Alva op de hals, wat hem ten slotte de kop kost. Het drama inspireerde Beethoven tot een theatermuziekstuk, bestaande uit een ouverture en negen nummers, bestemd voor een productie in het Wiener Burgtheater in het voorjaar van 1810. Hoewel de complete toneelmuziek tegenwoordig maar zelden wordt uitgevoerd, heeft de ouverture bewezen prima op eigen benen te kunnen staan.
Als in een notendop ligt hierin het hele drama besloten. Onheilsdreiging klinkt in de openingspassage, waarvan de driedelige is ontleend aan de Spaanse sarabande. Onderbroken door rusteloze motieven wordt met horten en stoten het conflict geschetst. Tegen het slot maakt de overheersende toonsoort plaats voor een stralend : Egmonts executie betekent niet het einde van het volksverzet, maar zet aan tot een uiteindelijke overwinning.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Vijfde symfonie
Door Liesbeth Houtman
In 1808 zette Ludwig van Beethoven de eindstreep achter zijn Vijfde symfonie, 67, waaraan hij vier jaar eerder was begonnen. Het werk ging vlak voor Kerst in première in het Theater an der Wien. In geen andere symfonie heeft Beethoven zijn krachten zó samengebald als in deze Vijfde.
Vier eenvoudige repeterende noten bepalen het klankbeeld. Maar niet alleen van deze symfonie, want het overbekende openingsmotief ging ook buiten de concertzaal een eigen leven leiden. Zo correspondeert het ritmische patroon kort-kort-kort-lang in het morsealfabet met de letter V. In de Tweede Wereldoorlog werd het het symbool van de overwinning op het fascisme (de V stond voor Victorie).
In zijn persoonlijke strijd met wat hij ‘het noodlot dat aan de deur klopt’ zou hebben genoemd, neemt Beethoven ons vanaf het dreigende begin mee in een heroïsch verhaal waarin de overwinning ten slotte zegeviert. Na elke spanningsopbouw volgt een ontlading, die de kiem van de volgende climax in zich draagt. Het e tweede deel vormt een adempauze, maar in het derde deel keert het openingsmotief terug en daarmee de onrust. In de finale in stralend C groot breekt de zon in al zijn felheid door. Versterkt met juichende trombones, en contrafagot speelt het orkest een gespierde die de opmaat vormt tot de uiteindelijke mf.
Mede vanwege die overwinningsroes beschouwden sommige tijdgenoten van Beethoven de Vijfde symfonie als een politiek statement. Het Pruisische leger had in de oorlog met Frankrijk zware verliezen geleden en de Duitse intellectuele elite liet geen kans onbenut om nationalistische en anti-Franse sentimenten aan te wakkeren.
Maar de manier waarop Beethoven de conflicten in zijn muziek bezweert zegt uiteraard ook iets over zijn karakter. Ondanks zijn doofheid en andere tegenslagen bleef hij optimistisch. Beethoven was ervan overtuigd dat kunst een rol speelde in de maakbaarheid van een uze samenleving. ‘Het scheelde niet veel of ik maakte een einde aan mijn leven’, schreef hij in 1802 aan zijn broers, ‘maar die Kunst weerhield mij ervan.’
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Hengelbrock, dirigent
Thomas Hengelbrock is chef associé van het Orchestre de Paris. Van 2011 tot 2018 was hij chef- van het NDR Elbphilharmonie Orchester, waarmee hij in januari 2017 de Elbphilharmonie van Hamburg opende. Thomas Hengelbrocks repertoire reikt van de zeventiende eeuw tot heden. Als assistent van Antal Doráti, Witold Lutosławski en Mauricio Kagel zou hij al vroeg een grote affiniteit met hedendaagse muziek ontwikkelen. Een belangrijke stimulans voor zijn rol binnen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk was Nikolaus Harnoncourts Concentus Musicus Wien, waarin hij violist was.
Later speelde Thomas Hengelbrock zelf een grote rol in de verspreiding van het gebruik van historische instrumenten in het Duitse concertleven, met name sinds de oprichting van het Balthasar-Neumann-Chor in 1991 en het Balthasar-Neumann-Ensemble in 1995. De stond tevens aan het roer van de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen (1995-1998), het Feldkirch Festival (2000-2006) en de Volksoper Wien (2000-2003). Hij is een graag geziene gastdirigent bij orkesten en huizen over de hele wereld.
In 2011 maakte hij zijn debuut op de Bayreuther Festspiele met Wagners Tannhäuser. In 2016 ontving Thomas Hengelbrock de Herbert von Karajan Musikpreis. Zijn debuut bij het Concertgebouworkest was in 2014 met werken van Haydn en Schumann. Zowel in 2017 als in 2018 dirigeerde Thomas Hengelbrock de Opening Night van het orkest. In maart 2019 kwam hij terug met werken van Schubert en Wennäkoski, in oktober 2019 leidde hij het orkest in werken van Purcell, Händel en Haydn.
Gregor Horsch, cello
Gregor Horsch werd geboren in Duitsland en opgeleid aan de Musikhochschule van Freiburg bij Christoph Henkel en later aan het Royal Northern College of Music in Manchester bij Ralph Kirshbaum. Sinds hij in 1989 cum laude afstudeerde in Manchester woont Gregor Horsch in Nederland. Na een aantal jaren de groep van het Residentie Orkest in Den Haag aangevoerd te hebben werd hij in 1997 benoemd tot eerste solocellist van het Concertgebouworkest.
Als winnaar van de Pierre Fournier Award in London (1988) gaf hij talrijke s in Engeland en maakte hij verschillende radio-opnamen voor de BBC. Zo speelde hij in de Londense Wigmore Hall en trad hij op tijdens het eerste Internationale Festival in Manchester en tijdens het Schubert-Britten Festival in de Queen Elizabeth Hall. Gregor Horsch won prijzen bij de Scheveningen International Music Competition (1989) en het Concours Gaspar Cassado in Florence (1990).
Gregor bespeelt sinds 2010 een cello gebouwd door Giovanni Battista Rogeri, voorheen bespeeld door en eigendom van solocellist Jean Decroos. Deze cello werd door de Foundation Concertgebouworkest aangekocht en aan Gregor in bruikleen gegeven.








