Concertgebouworkest speelt Bruckners Zevende en Mozart

Koninklijk Concertgebouworkest
Myung-whun Chung dirigent
Emanuel Ax piano

Dit programma maakt deel uit van de serie B.

Lees ook:
- Op de koffie bij Anton Bruckner
- Bruckner: van miskenning naar aanzien
Zo werd de piano een succesinstrument (achtergrond)

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Pianoconcert nr. 17 in G gr.t., KV 453 (1784)   
Allegro
Andante
Allegretto – Presto
cadensen: W.A. Mozart

pauze ± 20.50 uur

Anton Bruckner (1824-1896) 

Symfonie nr. 7 in E gr.t. (1881-83, 1885)    
Allegro moderato
Adagio: Sehr feierlich und sehr langsam 
Scherzo: Sehr schnell - Trio: Etwas langsamer
Finale: Bewegt, doch nicht schnell 

einde ± 22.30 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Pianoconcert nr. 17

Door Dirk Luijmes

In 1784 had Wolfgang Amadeus ­Mozart over belangstelling allerminst te klagen. Vanuit Wenen verontschuldigde hij zich in maart van dat jaar bij zijn vader, omdat hij bijna geen tijd had voor hun correspondentie: ‘Ik heb de laatste drie woensdagen van de vastentijd drie abonnementsconcerten gegeven... in het theater zal ik dit jaar vermoedelijk twee ­Academie-concerten geven en u kunt zich gemakkelijk voorstellen dat ik nodig ‘Neue Sachen’ moet spelen – die men moet schrijven. De hele voormiddag wijd ik me aan leerlingen en ik moet bijna alle avonden spelen.’ In het voorjaar schreef Mozart binnen korte tijd een viertal pianoconcerten. Twee ervan (KV 449 en 453) waren bedoeld voor zijn leerlinge ­Barbara von Ployer. Ze was de dochter van Hofrat Gottfried Ignaz, een afgezant van het aartsbisschoppelijke hof van Salzburg in Wenen. Het Piano­concert nr. 17 in G groot, KV 453 werd op 13 juni 1784 door Mozarts talentvolle pupil ten doop gehouden in het zomerverblijf van de Von Ployers te Döbling. De componist zal trots geweest zijn op Barbara en bij deze gelegenheid speelde hij samen met haar ook zijn voor twee klavieren, KV 448.

Het kleurrijke openingsdeel van ­Mozarts concert begint met een vriendelijk in de strijkers. Opvallend zijn de s in de doorwerking. Er zijn twee en bekend voor dit . In het , in C groot, spreekt Mozart de componist een woordje mee. De Finale, die het midden houdt tussen een - en een , wordt grotendeels bepaald door het eenvoudige, dansante beginthema. De componist zou pro­beren om dit wijsje aan te leren aan zijn ‘huis-spreeuw’, ‘Vogel Stahrl’. Hoewel dat maar ten dele lukte – de ene toon was te vals, de andere te lang – schreef Mozart in zijn ‘Ausgabenbuch’ dat hij toch tevreden was over het eindresultaat.

De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 8 december 1927; Ernö Dohnányi leidde het orkest van achter de piano. De laatste uitvoering was op 11 november 2011 onder leiding van Robin Ticciati met als solist Jonathan Biss.

Bruckner en Mozart

Roem is betrekkelijk. Toen Mozart stierf in 1791 werd hij begraven in een armengraf en leken veel Oostenrijkers hun geniale landgenoot snel te vergeten. Toch verdween niet al zijn muziek in een lade. Met name tijdens de katholieke erediensten klonk nog wel eens een van de missen die Mozart had nagelaten. Tijdens die kerkdiensten streelden ze ongetwijfeld de oren van de diep­gelovige Anton Bruckner, die onder meer als kerkorganist werkzaam was in de Dom van Linz. Een van Bruckners lievelings­stukken was naar verluidt Mozarts Requiem. Herhaaldelijk hoorde Bruckner het beroemde werk op Allerzielen, waarna hij het graf van Beethoven en Schubert ging bezoeken.

Soms zagen laat-negentiende-eeuwse muziekliefhebbers Mozart en Bruckner verenigd in één programma. Dat was bijvoorbeeld het geval in het voorjaar van 1887 toen, in Berlijn, een uitvoering van Bruckners Zevende symfonie voorafgegaan werd door onder meer Mozarts ‘Jupiter’-symfonie. De luisteraars destijds zullen zich waarschijnlijk verheugd hebben op Bruckners symfonie, die in december 1884 in het Gewandhaus in Leipzig in première was gegaan. Waren de meeste symfonieën van Bruckner tot die tijd door pers en publiek neergesabeld, de Zevende werd voor de verandering juichend ontvangen. In Leipzig mocht  de inmiddels zestigjarige componist zelfs een applaus van een kwartier in ontvangst nemen. ‘Eerst bevreemding, toen geboeidheid, toen bewondering en ten slotte verrukking’’ jubelde de Kölner Zeitung na deze uitvoering, het begin van een ware zegetocht van de symfonie. Een uitvoering in maart 1885 in München werd een nog groter succes, ook al had Hermann Levi van te voren laten weten dat het ‘orkest er niets van had begrepen’. Zelfs het doorgaans Bruckner-vijandige publiek in Wenen gaf zich gewonnen, met uitzondering van – wie anders dan – de beruchte criticus Eduard Hanslick. Hij noemde de symfonie een ‘reuzenslang’ en deed haar af als ‘onnatuurlijk, opgeblazen, ziek en verderfelijk.’

Anton Bruckner 1824-1896

Bruckner: Zevende symfonie

Door Dirk Luijmes

De Zevende symfonie in E groot begint op een voor Bruckner karakteristieke wijze met een zacht gemurmel waaruit als vanzelf het hoofdthema opborrelt, dat hier maar liefst 21 maten lang is. Volgens Bruckner zelf had iemand hem dit in een droom laten horen en daarbij gezegd: ‘Met dit thema zul je geluk hebben.’ In het vervolg bouwt de componist met behulp van twee andere thema’s een monumentaal openingsdeel. Grote blokken waarin op een kunstige wijze motieven en thema’s – soms isch, soms in de omkering – in een grote machtige stroom worden ingebed. Het slot is gebouwd op een 53 (!) maten durend punt.

Het vormt het hart van de symfonie: het treurige deel werd een eerbetoon aan Richard Wagner, Bruckners idool, die op 13 februari 1883 de laatste adem uitblies. ‘Ik heb gehuild, o zo gehuild – toen schreef ik de eigenlijke treurmuziek.’ Voor het eerst gebruikte Bruckner in deze ‘Totenklage’ (bij wijze van eerbetoon?) de zogenaamde Wagner-tuba’s, de koperen blaasinstrumenten die Wagner speciaal voor zijn cyclus Der Ring des Nibelungen had ontworpen. In het hoofdthema citeert Bruckner al dan niet symbolisch een passage uit zijn eigen Te Deum, waarvan hij in de ook de tekst vermeldde: ‘non confundar in aeternam’ (‘laat me niet beschaamd worden in eeuwigheid’). Het hoogtepunt van het deel wordt in sommige versies gemarkeerd door een bekkenslag: volgens diverse Bruckner-­kenners staat die tegen de wil van de componist in de partituur. Bij de eerste uitvoering in München moet een aanwezige professor na de bekkenslag onder het roepen van ‘Pfui Teufel!’ boos zijn opgestapt. 

Het aangrijpende langzame deel wordt gevolgd door een vurig . Het verhaal gaat dat Bruckner het fanfaremotief in de ontleende aan het gekraai van een haan. Toen hij achteraf het dier wilde bedanken voor diens bijdrage bleek het al in de pan te zijn verdwenen...

Het hoofdgegeven van de Finale – het kortste slotdeel van Bruckners negen symfonieën – verwijst naar het eerste thema uit het eerste deel, dat aan het slot nog groots tot klinken komt. Dit thema krijgt onder meer gezelschap van een gewijd (dat is afgeleid van het Adagio).

Bruckner droeg zijn Zevende symfonie op aan koning Ludwig II van Beieren, de excentrieke beschermheer van Wagner. De symfonie verscheen in 1885 in druk en zou snel de wereld veroveren. De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest vond plaats in januari 1910. Voor het eerst was ook in Amsterdam een recensent zeer te spreken over de compositie; ‘Want juist in de Zevende openbaart Bruckner bij zijn rijke fantasie ook een meesterschap in de vorm, dat men in andere werken wel eens mist, in dien zin, dat alles wat fragmentarisch behandeld wordt.’

De eerste uitvoering vond op 6 januari 1910 plaats onder leiding van Gustav Kogel. Daniel Harding leidde de laatste, op 26 september 2021.

Biografie

Myung-whun Chung, dirigent

Myung-whun Chung begon zijn muzikale carrière als pianist. Zijn eerste optreden gaf hij op zevenjarige leeftijd met het Seoul Philharmonic Orchestra. Zijn directieopleiding volgde hij aan de Mannes School of Music en de Juilliard School in New York.

In 1979 werd hij assistent van Carlo Maria Giulini bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra, daarna werd hij Associate Conductor. In 1995 richtte hij de Asia Philharmonic op, waarin topmusici uit acht Aziatische landen spelen. Sinds 2006 is Myung-whun Chung chef- van het Seoul Philharmonic Orchestra en in 2011 werd hij benoemd tot eerste gastdirigent van de Staatskapelle Dresden.

Voorheen stond hij aan het roer van het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1997-2005) en van het Orchestre Philharmonique de Radio France in Parijs (2000-2015), waar hij nu eredirigent is. Sinds 2020 is hij ook eredirigent van het Korean Broadcasting Symphony Orchestra, en in maart 2023 werd hij de eerste direttore emeritus in de geschiedenis van de Filarmonica della Scala in Milaan. De Zuid-Koreaanse is onder meer UNICEF Goodwill Ambassador en Commandeur dans l’ordre des Arts et des Lettres.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 een graag geziene gast. In februari 2020 dirigeerde hij Mahlers Negende symfonie in Amsterdam en op tournee, in januari 2021 een livestream met werken van Sibelius en Brahms.

Emanuel Ax, piano

Emanuel Ax studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en ­Philadelphia.

Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1994 een graag ­geziene gastsolist, voor het laatst toen hij februari en maart 2019 Stravinsky’s speelde onder leiding van Iván Fischer. Afgelopen december gaf hij een in de serie Grote Pianisten van Het Concertgebouw. Emanuel Ax vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Magnus Lindberg, ­Christopher Rouse, Krzysztof Penderecki, Brett Dean, Missy Mazzoli en Anders Hillborg.

Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten en gedurende zijn lange carrière nam de pianist vele platen en cd’s op die onder meer werden bekroond met meerdere Grammy Awards.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest