Concertgebouworkest speelt Bruckners Symfonie nr. 8

Koninklijk Concertgebouworkest
Manfred Honeck dirigent

Christian Thielemann heeft om gezondheidsredenen helaas zijn concerten op 20 en 21 juni moeten afzeggen. Manfred Honeck neemt het programma ongewijzigd over.

Dit programma maakt deel uit van de Bruckner-cyclus en serie E.

Ook interessant:
- Interview met Christian Thielemann over de muziek van Bruckner

Anton Bruckner (1824-1896)  

Symfonie nr. 8 in c kl.t. (1884-87, revisie 1890)  
Allegro moderato  
Scherzo: Allegro moderato  
Adagio: Feierlich langsam, doch nicht schleppend  
Finale: Feierlich, nicht schnell  

er is geen pauze
einde ± 21.45 uur

     

Toelichting

Anton Bruckner (1824-1896)

Symfonie nr. 8

Door Dirk Luijmes

‘Dagenlang heb ik gestudeerd, maar ik kan me het werk niet eigen maken. Het zij verre van mij, een oordeel te willen uitspreken [...] maar ik vind de onmogelijk en waar ik het meest van ben geschrokken, is de grote gelijkenis met de Zevende, het bijna ­sjabloonachtige van de vorm.’ Tot verbijstering van de componist kon Hermann Levi in het najaar van 1887 niets beginnen met Anton Bruckners pas voltooide Achtste symfonie. Levi had als pleitbezorger van Bruckner er in 1885 mede voor gezorgd dat diens Zevende symfonie met veel applaus werd ontvangen. Maar helaas, het begin van de nieuwe symfonie was volgens de dirigent weliswaar grandioos, de finale beschouwde hij als ‘een gesloten boek’. De kritiek kwam aanvankelijk hard aan: Bruckner werd gedeprimeerd, maar begon al vrij snel zijn nieuwe symfonie om te werken. Het bleek een grote klus die – mede omdat hij in deze periode ook zijn Derde en Vierde symfonie aanpaste – tot maart 1890 zou duren.

Bij deel drie had Bruckner ‘te diep in een oog van een meisje gekeken’

Een van de grootste verschillen tussen oorspronkelijke en nieuwe versie vinden we aan het einde van het eerste deel: in de eerste Fassung eindigt Bruckner hier stralend met het hoofdthema, in de tweede versie bewaart hij de apotheose voor de finale. Dit keer eindigt hij het eerste deel zacht met een ‘Totenuhr’; een klok, aldus de componist zelf, die bij een doodsbed gelijkmatig doortikt. Ook de instrumentatie werd door de componist flink onder handen genomen. 

De Achtste – die Bruckner opdroeg aan de Oostenrijkse keizer Franz Joseph I
– werd zijn meest monumentale en langste (en volgens sommigen megalomane) symfonie. Het lange begin­ van het eerste deel bevat ook de kiemen voor de andere twee thema’s. Brucknerliefhebbers herkennen het speciale ‘Brucknerritme’: een combinatie van twee kwarten en een . In dit moderato laat de componist zijn thematische materiaal in allerlei varianten horen: omgekeerd, vergroot of samengebald. In deze symfonie klinkt (overigens net als in Beethovens Negende) het als tweede, en niet als derde deel. Voor de 1890-versie schreef Bruckner als middendeel van dit Scherzo een poëtisch nieuw met daarin de drie harpen die ook in het te horen zijn. In het langzame deel klinken zangerige thema’s en horen we – zoals zo vaak in een Brucknersymfonie – een achtig gegeven in het koper. In de Finale, die meer dan twee keer zo lang is als het slotdeel van de Zevende, bereikt Bruckner uiteindelijk een grootse climax, als hij vier thema’s uit verschillende delen van de symfonie laat samenkomen.

Van Bruckner zelf is nog wat ‘programmatische’ achtergrondinformatie bij de verschillende delen overgeleverd, die hier niet onvermeld mag blijven. In het openingsdeel horen we volgens de componist een ‘doodsaankondiging’ die steeds sterker wordt, en aan het slot ‘de overgave’. Met het hoofdthema van het Scherzo beeldde de componist naar eigen zeggen de ‘deutsche Michel’ uit (een soort karikatuur van een goedmoedige Duitser), die later (in het trio) ‘behaaglijk op een berg ligt en gaat dromen maar uiteindelijk klagend zijn draai niet kan vinden’. Bij deel drie had Bruckner ‘te diep in een oog van een meisje gekeken’. In de Finale geeft de componist zijn werk een actueel tintje. De Oostenrijkse keizer kreeg destijds bezoek van de tsaar. We horen kozakken ronddraven, militaire muziek en fanfares. ‘In de finale is ook een dodenmars en dan (koper) Verklärung’. 

De componist noemde zijn Achtste zelf ‘een mysterie’. ‘De Finale is veel te lang’, stelde hij, ‘en is bedoeld voor latere tijden, en vooral voor een kring van vrienden en kenners.’ De ­première op 18 december 1892 in Wenen, die niet door Levi werd geleid maar door Hans Richter, werd evenwel een triomf. ‘Het was een volledige zege van het licht over de duisternis’, jubelde de jongere componist Hugo Wolf. ‘Deze symfonie is de schepping van een gigant en overtreft met zijn geestelijke dimensie aan vruchtbaarheid een grootsheid alle andere symfonieën van de meester.’ Ook criticus Max Kalbeck vond Bruckners Achtste beter dan de andere symfonieën, onder meer vanwege de ‘overzichtelijkheid van de groeperingen, de pregnantie van de uitdrukking, de fijnzinnige details en de logische gedachtengang.’ 

Op 2 oktober 1920 verzorgde het Concertgebouworkest de ­Nederlandse première van de Achtste; de zieke chef-dirigent Willem Mengelberg werd vervangen door Hermann Abendroth, die een aantal coupures aanbracht. ‘Wat de tijdsduur betreft, is dit zeer wenschelijk’, schreef een recensent tevreden, ‘want nog duurde de symfonie zeventig minuten.’ In een van de dagbladen werd de uitvoering ‘allerschitterendst’ genoemd, terwijl een andere recensent opmerkte dat de ‘innige samenwerking tusschen dirigent en ensemble’ resulteerde in een uitvoering ‘welke het gecompliceerde werk in al zijn diepte en innigheid deed spreken’. Voor tal van bezoekers was het concert met de Nederlandse première van de Achtste overigens een te lange zit, niet in de laatste plaats omdat het werk voorafgegaan werd door Beethovens Egmont-ouverture én BrahmsTweede pianoconcert. ‘Het was buitengewoon hinderlijk dat vele bezoekers vóór het laatste deel der symfonie de zaal verlieten, zoodat Abendroth zijn staf liet zakken en geduldig wachtte, tot de deuren weer gesloten waren.’  

Biografie

Manfred Honeck, dirigent

Manfred Honeck, de Oostenrijkse chef- van het Pittsburgh Symphony Orchestra, begon als violist en altviolist en maakte ooit deel uit van de Wiener Philharmoniker. Het directievak leerde hij van onder anderen Claudio Abbado, die hij assisteerde bij het Gustav Mahler Jugendorchester.

Begin jaren 1990 leidde Manfred Honeck regelmatig uitvoeringen van het Opernhaus Zürich en zijn eerste vaste post werd die van chef-dirigent van de Nationale van Noorwegen.

In de daaropvolgende decennia bekleedde hij vergelijkbare posities bij het MDR-Sinfonieorchester, het van de Zweedse Radio en de Staatsoper Stuttgart. In mei 2006 stond Manfred Honeck voor het eerst op de bok bij het Pittsburgh Symphony Orchestra, dat hem aanstelde als chef- met ingang van het seizoen 2008/2009.

Als gastdirigent stond Manfred Honeck voor alle grote Amerikaanse orkesten – Boston, Chicago, Cleveland, Los Angeles, New York, Philadelphia, San Francisco – maar ook voor bijvoorbeeld het Orches­tre de Paris, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het London Symphony Orchestra en de Accademia Nazionale di Santa Cecilia Roma. ’s leidde hij bij de Komische Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Salzburger Festspiele. In 2018 werd hij bij de International Classical Music Awards 2018 verkozen tot ‘artist of the year’.

Bij het Concertgebouworkest stond Manfred Honeck in januari 2004 voor het eerst op de bok. Hij kwam terug in 2016 en 2018, en leidde in de Bruckner-cyclus van het orkest zowel de Achtste (juni 2024) als de Negende symfonie (februari 2025).

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest