Concertgebouworkest speelt Bruckners Symfonie nr. 7

Koninklijk Concertgebouworkest
Myung-whun Chung dirigent

Dit concert maakt deel uit van de Bruckner-cyclus.

Het concert wordt ingeleid met een kort vraaggesprek tussen directievoorzitter Dominik Winterling en een musicus van het Concertgebouworkest

Lees ook:
- Op de koffie bij Anton Bruckner
- Bruckner: van miskenning naar aanzien

Anton Bruckner (1824-1896) 

Symfonie nr. 7 in E gr.t. (1881-83, 1885)
Allegro moderato 
Adagio: Sehr feierlich und sehr langsam 
Scherzo: Sehr schnell – Trio: Etwas langsamer
Finale: Bewegt, doch nicht schnell

er is geen pauze

einde ± 21.30 uur

Toelichting

Anton Bruckner 1824-1896

Bruckner: Zevende symfonie

Door Dirk Luijmes

De Zevende symfonie in E groot begint op een voor Bruckner karakteristieke wijze met een zacht gemurmel waaruit als vanzelf het hoofdthema opborrelt, dat hier maar liefst 21 maten lang is. Volgens Bruckner zelf had iemand hem dit in een droom laten horen en daarbij gezegd: ‘Met dit thema zul je geluk hebben.’ In het vervolg bouwt de componist met behulp van twee andere thema’s een monumentaal openingsdeel. Grote blokken waarin op een kunstige wijze motieven en thema’s – soms isch, soms in de omkering – in een grote machtige stroom worden ingebed. Het slot is gebouwd op een 53 (!) maten durend punt.

Het vormt het hart van de symfonie: het treurige deel werd een eerbetoon aan Richard Wagner, Bruckners idool, die op 13 februari 1883 de laatste adem uitblies. ‘Ik heb gehuild, o zo gehuild – toen schreef ik de eigenlijke treurmuziek.’ Voor het eerst gebruikte Bruckner in deze ‘Totenklage’ (bij wijze van eerbetoon?) de zogenaamde Wagner-tuba’s, de koperen blaasinstrumenten die Wagner speciaal voor zijn cyclus Der Ring des Nibelungen had ontworpen. In het hoofdthema citeert Bruckner al dan niet symbolisch een passage uit zijn eigen Te Deum, waarvan hij in de ook de tekst vermeldde: ‘non confundar in aeternam’ (‘laat me niet beschaamd worden in eeuwigheid’). Het hoogtepunt van het deel wordt in sommige versies gemarkeerd door een bekkenslag: volgens diverse Bruckner-­kenners staat die tegen de wil van de componist in de partituur. Bij de eerste uitvoering in München moet een aanwezige professor na de bekkenslag onder het roepen van ‘Pfui Teufel!’ boos zijn opgestapt. 

Het aangrijpende langzame deel wordt gevolgd door een vurig . Het verhaal gaat dat Bruckner het fanfaremotief in de ontleende aan het gekraai van een haan. Toen hij achteraf het dier wilde bedanken voor diens bijdrage bleek het al in de pan te zijn verdwenen...

Het hoofdgegeven van de Finale – het kortste slotdeel van Bruckners negen symfonieën – verwijst naar het eerste thema uit het eerste deel, dat aan het slot nog groots tot klinken komt. Dit thema krijgt onder meer gezelschap van een gewijd (dat is afgeleid van het Adagio).

Bruckner droeg zijn Zevende symfonie op aan koning Ludwig II van Beieren, de excentrieke beschermheer van Wagner. De symfonie verscheen in 1885 in druk en zou snel de wereld veroveren. De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest vond plaats in januari 1910. Voor het eerst was ook in Amsterdam een recensent zeer te spreken over de compositie; ‘Want juist in de Zevende openbaart Bruckner bij zijn rijke fantasie ook een meesterschap in de vorm, dat men in andere werken wel eens mist, in dien zin, dat alles wat fragmentarisch behandeld wordt.’

De eerste uitvoering vond op 6 januari 1910 plaats onder leiding van Gustav Kogel. Daniel Harding leidde de laatste, op 26 september 2021.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Myung-whun Chung, dirigent

Myung-whun Chung begon zijn muzikale carrière als pianist. Zijn eerste optreden gaf hij op zevenjarige leeftijd met het Seoul Philharmonic Orchestra. Zijn directieopleiding volgde hij aan de Mannes School of Music en de Juilliard School in New York.

In 1979 werd hij assistent van Carlo Maria Giulini bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra, daarna werd hij Associate Conductor. In 1995 richtte hij de Asia Philharmonic op, waarin topmusici uit acht Aziatische landen spelen. Sinds 2006 is Myung-whun Chung chef- van het Seoul Philharmonic Orchestra en in 2011 werd hij benoemd tot eerste gastdirigent van de Staatskapelle Dresden.

Voorheen stond hij aan het roer van het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1997-2005) en van het Orchestre Philharmonique de Radio France in Parijs (2000-2015), waar hij nu eredirigent is. Sinds 2020 is hij ook eredirigent van het Korean Broadcasting Symphony Orchestra, en in maart 2023 werd hij de eerste direttore emeritus in de geschiedenis van de Filarmonica della Scala in Milaan. De Zuid-Koreaanse is onder meer UNICEF Goodwill Ambassador en Commandeur dans l’ordre des Arts et des Lettres.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 een graag geziene gast. In februari 2020 dirigeerde hij Mahlers Negende symfonie in Amsterdam en op tournee, in januari 2021 een livestream met werken van Sibelius en Brahms.