Concertgebouworkest speelt Bruch en Schumann
Concertgebouworkest
Fabio Luisi dirigent
Nikolaj Szeps-Znaider viool
Lees ook: Nikolaj Szeps-Znaider: ‘Als je niet oppast, eindig je nog als dirigent!’
Max Bruch (1838-1920)
Vioolconcert nr. 1 in G kl.t., op. 26 (1866-67)
Vorspiel. Allegro moderato
Adagio
Finale: Allegro energico
Robert Schumann (1910-1856)
Symfonie nr. 4 in d kl.t., op. 120 (1841, revisie 1851)
Andante con moto – Allegro di molto
Romanza: Andante
Scherzo: Presto
Largo – Finale: Allegro vivace
Het concert duurt ongeveer een uur, er is geen pauze.
Toelichting
Max Bruch 1838-1920
Bruch: Vioolconcert
Door Aad van der Ven
Er gebeurde en veranderde veel in de negentiende-eeuwse Duitse muziek. Maar niet in het werk van Max Bruch. Gedurende zijn lange carrière was hij als een rots in de branding, deze rustige schepper van een omvangrijk oeuvre waarvan slechts een fractie de tand des tijds heeft doorstaan. Zijn beeld van de wereld was dat van een nogal starre Bismarck-bewonderaar op wie vernieuwing geen vat kreeg.
Met het klimmen der jaren – hij werd 82 – namen zijn tijdgenoten hem als componist steeds minder serieus en raakten zijn sterk aan Mendelssohn en Schumann verwante oratoria, symfonieën en kamermuziekwerken steeds meer op de achtergrond. Zijn naam bleef wel verbonden aan een enkel werk voor en orkest (Kol Nidrei) en drie vioolconcerten, waarvan het eerste al anderhalve eeuw staat te pronken tussen de concerten van Beethoven, Brahms, Brahms en Tsjaikovski.
Geen violist kan het negeren en weinig muziekliefhebbers blijven er onverschillig bij, zo gul springt de componist om met innemende, behaaglijk klinkende ën. Bruch was 28 toen hij zelf in Koblenz de eerste uitvoering dirigeerde. Al vrij kort daarna besloot hij op advies van de violist Joseph Joachim, die ook een belangrijke rol speelde bij het ontstaan van onder meer het Vioolconcert in D groot van Brahms, het werk te reviseren.
Joachim was vooral geïntrigeerd door het eerste deel, dat door zijn vrije opzet, met een stoere introductie alvorens het moderato begint, nogal de aandacht trok. In het tweede deel kon hij volop zijn kwaliteit als warmbloedig vertolker tonen. De Finale met haar dansritmen en ietwat Hongaarse pikanterieën verschafte hem en zijn medemusici en luisteraars ongetwijfeld veel plezier. Anderhalve eeuw later is dat nog precies zo.
Robert Schumann 1810-1856
Schumann: Vierde symfonie
Door Aad van der Ven
Als een bezetene hamerde haar man dagenlang op de piano en in d , schreef Clara Schumann-Wieck in de lente van 1841 in haar dagboek. Dat gehamer vormde de aanloop naar een symfonie in deze . Orkestmuziek hield de labiele componist in die periode voortdurend uit zijn slaap.
Zijn vrouw, een internationaal befaamd pianiste, werd niet moe hem aan te sporen meer in het volle licht van het muziekleven te treden. Hij zou, meende zij, het intieme, overzichtelijke gebied van en pianocyclus achter zich moeten laten om zich op symfonieën te richten. Met als resultaat inderdaad vier symfonische partituren, waarvan die in d klein bij uitstek de duistere kant toont van de gespleten figuur die Robert Schumann was.
De reacties op het werk, dat in 1841 in Leipzig in première ging, waren uitgesproken lauw, wat de onzekere componist nog depressiever maakte dan hij al was. Hij onderwierp de aan een grondige revisie waarbij hij de vier delen van de symfonie in elkaar liet overgaan. Ook besloot hij de orkestpartijen ter hand te nemen.Zo verdubbelde hij op veel plaatsen partijen om een vollere klank te verkrijgen, terwijl hij anderzijds begeleidende stemmen snoeide.
‘De symfonie is zeker beter en effectiever geworden’, schreef hij aan Johannes Verhulst, de met hem bevriende Nederlandse componist en . Maar collega Johannes Brahms liet weten dat hij de oorspronkelijke versie uit 1841 prefereerde. Die werd op zijn aandringen in 1891 alsnog gepubliceerd bij wijze van alternatief. Daardoor hebben dirigenten en orkesten de beschikking over Schumanns Vierde in twee sterk uiteenlopende gedaanten. Vandaag klinkt de gereviseerde versie.
Biografie
Fabio Luisi, dirigent
Fabio Luisi studeerde piano aan het conservatorium in Genua en directie bij Milan Horvat in Graz. Sinds het seizoen 2022/2023 is hij chef- van het NHK Symphony Orchestra, Tokyo. Daarnaast is hij chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra en van het Danish National Symphony Orchestra.
De Italiaan is ook music director van het Festival della Valle d’Itria in Puglia en eredirigent van zowel het Orchestra Sinfonica Nazionale RAI als het Teatro Carlo Felice in zijn geboortestad Genua.
Als voormalig chef- van de Wiener Symphoniker werd Fabio Luisi geëerd met de Anton-Bruckner-Ring en -Medaille. Hij stond ook aan het hoofd van onder meer de Staatskapelle Dresden, het Orchestre de la Suisse Romande, het Tonkünstler-Orchester in Wenen, de Grazer Philharmoniker, de Sächsische Staatsoper en de Metropolitan in New York. Voor zijn opnamen van Wagners Siegfried en Götterdämmerung won Fabio Luisi een Grammy Award en de live opgenomen dvd werd in 2012 bij de Grammy Awards uitgeroepen tot beste opera-opname.
Zijn uitgebreide discografie bevat verder onder meer Bruckners Negende symfonie met de Staatskapelle Dresden, waarvoor hij een Echo Klassik Preis in de wacht sleepte, en een complete Nielsen-cyclus met het Danish National Symphony Orchestra, die in 2023 goed was voor een Limelight en een Abbiati Award, terwijl Gramophone de cd met de Vierde en Vijfde symfonie uitriep tot ‘Recording of the Year’. Bij het Concertgebouworkest is Fabio Luisi een regelmatige gast sinds zijn debuut in 2005. In juni 2022 leidde hij bij het orkest de Ammodo Masterclass Dirigeren. De musicus is ook een gepassioneerd parfumeur.
Nikolaj Szeps-Znaider, viool
Nikolaj Szeps-Znaider maakt naam als violist en . De Deen studeerde viool aan het conservatorium in Stockholm en de Juilliard School of Music in New York. In 1997 won hij de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel, waarna hij als solist optrad met gezelschappen als de Wiener Philharmoniker, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en het Gewandhausorchester Leipzig.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2001 met Glazoenovs Vioolconcert onder leiding van Mstislav Rostropovitsj. De meest recente samenwerking betrof Bruchs Eerste vioolconcert onder leiding van Fabio Luisi in december 2021.
Nikolaj Szeps-Znaider nam alle vioolconcerten van Mozart op met het London Symphony Orchestra; zijn uitgebreide discografie bevat voorts de vioolconcerten van Brahms en Korngold (met de Wiener Philharmoniker), Nielsen (met de New York Philharmonic), Beethoven en Mendelssohn, en het Tweede vioolconcert van zowel Glazoenov als Prokofjev met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Mariss Jansons.
Als koestert Nikolaj Szeps-Znaider nauwe banden met de New York Philharmonic, The Philadelphia Orchestra, de Royal Stockholm Philharmonic en het London Symphony Orchestra. In 2012 dirigeerde hij het Concertgebouworkest. Sinds september 2021 is hij chef-dirigent van het Orchestre National de Lyon. Nikolaj Szeps-Znaider bespeelt de ‘Kreisler’-Guarnerius ‘del Gesù’ uit 1741.

