Concertgebouworkest speelt Brahms’ Symfonieën nr. 2 en 4

Koninklijk Concertgebouworkest
John Eliot Gardiner dirigent

Gewijzigde begintijd:
Sir John Eliot Gardiner zal op zaterdag 6 mei in Westminster Abbey in Londen de muziek dirigeren die voorafgaat aan de kroning van Zijne Majesteit Koning Charles en Hare Majesteit de Koningin-gemalin. Om dit mogelijk te maken, heeft het Concertgebouworkest de begintijd van het concert op 5 mei vervroegd naar 19.00 uur.

Ook interessant:
- Infographic: De symfonieën van Brahms
- John Eliot Gardiner: ‘Ik zie veel overeenkomsten tussen Bach en Brahms’
- Achtergrond: Hoe overwon Brahms zijn koudwatervrees? 
- De toelichting bij Brahms’ Eerste en Derde symfonie

Johannes Brahms (1833-1897)

Symfonie nr. 2 in D gr.t. op. 73 (1877)
Allegro non troppo
Adagio non troppo
Allegretto grazioso (quasi andantino) – Presto ma non assai
Allegro con spirito

pauze ± 19.45 uur

Symfonie nr. 4 in e kl.t., op. 98 (1884-85)   
Allegro non troppo
Andante moderato
Allegro giocoso
Allegro energico e passionato

einde ± 21.00 uur

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

Tweede symfonie

Door Piet de Loof

Zo moeizaam als de Eerste symfonie tot stand kwam, zo vlot vloeiden de drie andere symfonieën uit Brahms’ pen. Voor de Tweede, Derde en Vierde symfonie samen had hij minder dan de helft van de tijd nodig. De kop was eraf, de hemel klaarde op. Na het ‘per aspera ad astra’-sfeertje (‘door moeilijkheden naar de sterren’) van de Eerste klinkt in de Tweede zon en zomer door. Kan het met de plaats te maken hebben? Brahms componeerde zijn Tweede symfonie in Pörtschach am Wörthersee, een dorpje in het zuiden van Oostenrijk. De componist had er op doorreis overnacht en het was hem er zo goed bevallen dat hij er drie opeenvolgende zomers zou doorbrengen. De zomer van 1877 volstond om zijn Tweede symfonie op papier te zetten. Zorgeloos klinkt ze meestal; het werk van een componist die niet meer moet zoeken, zoals hij hoorbaar deed in zijn Eerste, maar die het einde van een fase lijkt te bezegelen. De toonaard is het stralende D groot, de dankbare toonaard voor een vioolconcert bijvoorbeeld, dat Brahms een jaar later in dezelfde plaats zou componeren.

Toch zitten er rafelrandjes aan dit werk, het eerste al na een minuut. Na een opmaat van drie noten in ­’s en contrabassen bloeit de muziek open als een zomerdag, tot violen en ­cello’s zich bedenken en elkaar volgen in de diepte, om plaats te maken voor – ­verrassing – pianissimo en sombere en door trombones, tuba en cello’s. De bevriende Vinzenz Lachner vroeg Brahms twee jaar later in een brief waarom hij de idyllische sfeer van de opening al zo snel tenietdeed. Brahms antwoordde voor zijn doen openhartig. Dat hij een door en door melancholisch persoon was, schreef hij, dat ‘zwarte vleugels voortdurend boven ons wapperen’. En hij verwees naar een motet dat hij tezelfdertijd met de symfonie had gecomponeerd en dat volgens hem er zijn schaduw op had geworpen: Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen?, naar een grimmige passage uit het Bijbelboek Job.

Een andere wolk trekt voorbij in het non troppo, misschien wel het emotionele hart van deze Tweede symfonie. Geen zorgeloze wandeling door natuurschoon, maar eentje met een steentje in de schoen, met bedenkingen en overpeinzingen en met klaaglijke blazers. Niettemin is dit Brahms’ meest optimistische symfonie. ook. Uitgelaten? Zo uitgelaten als Brahms wordt. In de wereld volgens Johannes Brahms hangen er altijd wel wat wolken. En zwarte vleugels dus.

  • Pörtschach am Wörthersee

Johannes Brahms 1833-1897

Vierde symfonie

Door Piet de Loof

Als halverwege het laatste deel van BrahmsVierde symfonie de beroemde, melancholische fluitsolo weerklinkt, is er geen weg meer terug. De muziek stevent af op een donker slot dat de Oostenrijkse Felix Weingartner in 1926 tot angstaanjagend profetische beeldspraak dreef: ‘Ik kan me niet ontdoen van de indruk van een onverbiddelijk noodlot, dat een onontkoombare ondergang inluidt van een groot man of een groot volk. (…) Het tragische slot van dit deel is een ware orgie van vernietiging, een verschrikkelijke tegenhanger van de uitbarsting van vreugde aan het eind van de laatste symfonie van Beethoven.’ Het straffe is dat Brahms dit niet bereikt met koortsige retoriek, maar met een efficiënte concentratie van muzikaal materiaal.

Net als de Tweede en de Derde was ook de Vierde symfonie een zomerklus. De componist vond zijn zomerverblijf dit keer in het Oostenrijkse Mürzzuschlag, honderd kilometer buiten Wenen. Het huis waar Brahms in de zomers van 1885 en 1886 aan zijn Vierde symfonie en verscheidene vocale composities werkte, is nu een museum. In de omgeving kan je een Brahms-wandeling maken, net zoals de componist er graag deed. Zomerse sfeer en rust hoef je evenwel niet te verwachten in zijn Vierde symfonie: dit is Brahms’ ‘Tragische’.

De start van de symfonie is typisch Brahms: een schijnbaar onooglijk je, een in scherven die het DNA van het hele non troppo vormt. Wat volgt, is nachtmuziek: een moderato waarin de s solo het aankondigen. Het franke Allegro giocoso is het uitbundigste deel van alle vier de Brahms-symfonieën, het enige echte ook. Het contrast met de imposante finale is des te groter. Blazers, inclusief trombones, zetten de toon met een , later geïdentificeerd als een baslijn uit het slotdeel (Meine Tage in dem Leide) van Bachs Can­tate BWV 150 (maar volgens de laatste inzichten waarschijnlijk gebaseerd op ­Beethoven). De rest van het slotdeel is een reeks vernuftige variaties op deze baslijn, een zogeheten passacaglia. Brahms doet dit zo vloeiend dat het nooit academisch aanvoelt, integendeel: het leidt hem naar een enorme doeltreffendheid.

Johannes Brahms dirigeerde zelf de première van zijn Vierde symfonie, op 25 oktober 1885. Niet in Wenen, maar in zijn vertrouwde Meiningen. Brahms was er van 1880 tot 1885 intendant geweest van de Meininger Hofkapelle – daarna nam de toen 21-jarige Richard Strauss het over. Brahms wilde de première zelf dirigeren met een orkest dat hij kende. Je zou denken dat het te maken had met de ongemakkelijke reacties van een groep intimi aan wie hij de symfonie op piano had voorgespeeld. Anderzijds was Brahms er niet (meer) de persoon naar om zich daar veel van aan te trekken, en gelijk had hij: zijn Vierde symfonie was vanaf de eerste uitvoering een doorslaand succes. Critici en kenners zouden het werk prijzen als een van de grootste orkestrale werken sinds Beethoven, misschien wel nog groter dan zijn Eerste symfonie.

En zo bleef de vergelijking met Beethoven Brahms achtervolgen, al was hij intussen al lang uit diens schaduw gestapt. Met zijn vier symfonieën was Brahms zelf een grote ‘B’ geworden.

Orkestfeiten

Brahms: de symfonieën

De eerste uitvoeringen van Brahms’ symfonieën door het Concertgebouworkest werden alle gedirigeerd door Willem Kes:
Vierde symfonie: 14 december 1888
Tweede symfonie: 29 maart 1889
Derde symfonie: 6 maart 1890
Eerste symfonie: 30 oktober 1890

De meest recente uitvoeringen maakten deel uit van de Brahms-­cyclus onder leiding van John Eliot Gardiner:
Eerste symfonie: 19 september 2021, gecombineerd met koorwerken (Monteverdi Choir)
Tweede symfonie: 15 mei 2022, gecombineerd met het Eerste pianoconcert (Stephen Hough)
Derde symfonie: 8 oktober 2022 (Essentials), op 7 oktober gecombineerd met koorwerken (Monteverdi Choir)
Vierde symfonie: 29 januari 2023, gecombineerd met het Tweede piano­concert (Stephen Hough)

Biografie

John Eliot Gardiner, dirigent

John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.

De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.

Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra Natio­nal de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic ­Orchestra, het London Symphony ­Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het ­Mahler Chamber ­Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger ­Gewandhausorchester.

Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.

Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.

Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest