Concertgebouworkest speelt Brahms’ Symfonieën nr. 1 en 3

Johannes Brahms (1833-1897)

Symfonie nr. 3 in F gr.t., op. 90 (1883) 
Allegro con brio
Andante
Poco allegretto
Allegro

pauze ± 21.00 uur

Symfonie nr. 1 in c kl.t., op. 68 (1855-76)   
Un poco sostenuto – Allegro
Andante sostenuto 
Un poco allegretto e grazioso
Adagio – Più andante – Allegro non troppo ma con brio

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

Derde symfonie

Door Piet de Loof

Brahms gaf zelden toelichting bij zijn composities. Autobiografische hints? Confidenties? Dubbele bodems? Hij liet publiek en critici lustig raden, en dat deden ze dan ook. Zeker over zijn Derde symfonie viel er wel wat te zeggen. Van de code in de openingsmaten tot het onthechte pianissimo van het slotakkoord: is dit Brahms’ muzikale sleutelroman? Robert Schumann heeft er alleszins een opvallende cameo in.

Oktober 1853 was de maand waarin Johannes Brahms een vriendschap smeedde met Robert Schumann – die toen geen drie jaar meer te leven had – en diens vrouw Clara. Met haar zou Brahms jarenlang een platonische   relatie onderhouden. Clara’s kinderen en Brahms’ solitaire aard stonden in de weg van iets hechters. De drie waren samengebracht door Joseph Joachim, invloedrijke vioolvirtuoos en muzikale matchmaker. Robert Schumann wilde Joachim daarvoor bedanken met een origineel cadeau: met drie componisten samen een vioolsonate schrijven ter ere van de violist. Schumann en Brahms namen samen drie van de vier delen voor hun rekening, voor het eerste deel werd de jonge belofte Albert Dietrich aangezocht. De inspiratie vonden ze in Joachims toenmalige levensmotto: ‘frei aber einsam’, afgekort f-a-e, een atje dat als een rode draad door de loopt.

Fast forward naar dertig jaar later, 1883. Brahms presenteert aan het begin van zijn Derde symfonie zijn eigen motto: ‘frei aber froh’, f-a-f. Vrij maar vrolijk, zoals het een verstokte vrijgezel betaamt. Hoewel: de a is een as, waardoor en meteen onprettig tegen elkaar aanschuren, zoals ze dat de hele symfonie zullen doen. Zo verstokt was die vrijgezel dus misschien niet, vandaar dat Brahms de zomer niet toevallig doorbracht in Wiesbaden. Daar verbleef toen ook de jonge alt Hermine Spies, voor wie hij later onder andere de Fünf Li­eder, 105 zou componeren. En daar in Wiesbaden stroomde ook de Rijn, voor altijd verbonden met zijn betreurde vriend Robert Schumann – Brahms citeert in dit werk vrijwel letterlijk uit Schumanns Derde symfonie (de ‘Rheinische’).

Antonín Dvořák, de acht jaar jongere collega voor wie Brahms zich sterk zou inzetten, was een van de eersten die nog voor de première met de symfonie kennismaakte. In oktober 1883 schreef hij aan hun gezamenlijke uitgever: ‘Ik was onlangs in Wenen, waar ik enkele aangename dagen doorbracht met Brahms. Hij was net terug van Wiesbaden, een schilderachtig stadje aan de Rijn. Je weet hoe terughoudend hij is om over zijn muziek te praten, zelfs tegenover zijn beste vrienden, maar niet tegen mij. Op mijn verzoek speelde hij het eerste en laatste deel van zijn nieuwe symfonie aan me voor. Zonder overdrijving kan ik zeggen dat dit werk zijn twee voorgaande symfonieën overtreft.’

Het publiek dat op 2 december 1883 de première door de Wiener Philharmoniker bijwoonde, was dezelfde mening toegedaan. Dat was niet zo vanzelfsprekend, gezien de ambivalentie die rond deze symfonie hangt, de herfstige berusting zonder grote gebaren, het gebrek aan viriele finales: elk van de vier delen eindigt met een vredig piano of pianissimo.

  • Brahms omstreeks 1865
  • Johannes Brahms en Joseph Joachim
  • Robert en Clara Schumann

Orkestfeiten

Brahms: de symfonieën

De eerste uitvoeringen van Brahms’ symfonieën door het Concertgebouworkest werden alle gedirigeerd door Willem Kes:
Vierde symfonie: 14 december 1888
Tweede symfonie: 29 maart 1889
Derde symfonie: 6 maart 1890
Eerste symfonie: 30 oktober 1890

De meest recente uitvoeringen maakten deel uit van de Brahms-­cyclus onder leiding van John Eliot Gardiner:
Eerste symfonie: 19 september 2021, gecombineerd met koorwerken (Monteverdi Choir)
Tweede symfonie: 15 mei 2022, gecombineerd met het Eerste pianoconcert (Stephen Hough)
Derde symfonie: 8 oktober 2022 (Essentials), op 7 oktober gecombineerd met koorwerken (Monteverdi Choir)
Vierde symfonie: 29 januari 2023, gecombineerd met het Tweede piano­concert (Stephen Hough)

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste symfonie

Door Piet de Loof

Op 30 september 1853 stond de twintigjarige Johannes Brahms in Düsseldorf aan de deur bij Robert en Clara Schumann, een ontmoeting die de drie levens op alle vlakken overhoop zou gooien. Nog geen maand later publiceerde Robert Schumann een geestdriftig tijdschrift­artikel waarin hij Brahms aankondigde als dé componist van de toekomst – en gelijk had hij natuurlijk. Het pamflet gaf Brahms een flinke zet, maar legde ook druk op zijn schouders. Niet dat Brahms de verwachtingen niet zou inlossen, het bleef wel wachten op zijn eerste symfonie, uiteindelijk toch de toetssteen voor de gedoodverfde opvolger van Ludwig van Beethoven die hij was. En had Schumann in zijn artikel niet voorspeld dat pas met inzet van de grote middelen – orkest en koor – Brahms’ talent echt tot vuurwerk zou leiden? Het is niet dat Brahms het niet probeerde, het duurde gewoon – spoiler alert – meer dan twintig jaar.

  • Johannes Brahms

Johannes Brahms in 1874

Zijn eerste symfonische probeersels leidde Brahms nog af naar zijn Eerste pianoconcert en twee Sere­nades. Pas in 1862 leek het eerste deel van zijn Eerste symfonie klaar, weliswaar nog zonder de majestueuze opening met de pulserende slagen. 1868 – inmiddels vijftien jaar na Schumanns profetie – werd het jaar van de doorbraak, om drie redenen. Met Ein deutsches Requiem bewees Brahms effectief dat hij koor en orkest als de beste kon versmelten. Op de première was Max Bruch, Brahms’ jongere collega die opzien had gebaard met zijn Vioolconcert en aan een symfonie werkte die hij zou opdragen aan Brahms. Kon meespelen, als voorzet. Een derde reden waarom 1868 cruciaal lijkt, is een verjaardagskaart die Brahms aan Clara Schumann stuurde. Daarop een flard met het thema dat later zou opduiken in de finale van Brahms’ Eerste symfonie. Het begeleidende tekstje luidde: ‘Hoch auf’m Berg, tief im Tal grüss’ ich dich viel tausend mal!’ Het verleidde sommigen later tot de suggestie dat Brahms met het idee speelde om zijn Eerste symfonie te besluiten met een finale voor koor, zoals de Negende symfonie (1822-24) van Beethoven – een werk dat op Brahms een dermate sterke indruk had gemaakt dat hij wel zou uitkijken alvorens zelf een symfonie op de wereld los te laten. Verwijzingen naar Beethoven waren sowieso niet van de lucht toen Brahms’ Eerste symfonie in c klein – de van Beethovens Vijfde – in oktober 1876 in Karlsruhe in première ging. Brahms had het dan ook over zichzelf afgeroepen, door het van het vierde deel te modelleren naar het ‘Alle Menschen werden Brüder’-­thema uit de Negende van Beethoven. Maar dit was ze, ja: de eerste grote symfonie sinds Beethoven.

Biografie

John Eliot Gardiner, dirigent

John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.

De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.

Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra Natio­nal de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic ­Orchestra, het London Symphony ­Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het ­Mahler Chamber ­Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger ­Gewandhausorchester.

Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.

Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.

Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest