Concertgebouworkest speelt Beethovens Symfonie nr. 7
Koninklijk Concertgebouworkest
Joana Mallwitz dirigent
Igor Levit piano
Dit programma maakt deel uit van de series B en E.
Ook interessant:
- Dirigent Joana Mallwitz: ‘Het Concertgebouworkest herbergt wonderbaarlijke musici’
Zoltán Kodály (1882-1967)
Dansen uit Galánta (1933)
Béla Bartók (1881-1945)
Pianoconcert nr. 3 (1945)
Allegretto
Adagio religioso – Allegro vivace
pauze ± 21.00 uur
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Symfonie nr. 7 in A gr.t., op. 92 (1811-12)
Poco sostenuto - Vivace
Allegretto
Presto — Assai meno presto
Allegro con brio
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Zoltán Kodály (1882-1967)
Dansen uit Galánta
Door Michiel Cleij
De grote vernieuwer van de Centraal-Europese muziek was Béla Bartók, maar op de achtergrond speelde zijn collega en vriend Zoltán Kodály een beslissende rol. Samen legden ze het fundament voor etnomusicologisch onderzoek: als veldwerkers legden ze met een fonograaf een enorme collectie traditionele volksliederen aan. Geen gemakkelijke klus, want het meest authentieke materiaal bevond zich in onherbergzame uithoeken. Vaak stuitte het duo daar op schuw boerenvolk dat na jarenlange uitbuiting door de adel argwanend reageerde op de komst van twee stadse heren.
Hoewel beiden de Balkan-volksmuziek als inspiratiebron voor hun eigen composities gebruikten, trokken ze er verschillende consequenties uit. Je ziet het al wanneer je de oeuvrelijsten naast elkaar legt: vocale muziek, bij Kodály ruim vertegenwoordigd, ontbreekt vrijwel bij Bartók. Inderdaad had Kodály een sterk gevoel voor lang uitgesponnen melodische lijnen – heel wat anders dan Bartóks fundamenteel ritmische aanleg en gebruik van korte, pulserende jes.
De Dansen van Galánta hebben uiteraard de ritmische vitaliteit die je van dansstukken mag verwachten, maar het is vooral de melodicus Kodály die de aandacht trekt – alleen al door de onweerstaanbare klarinetsolo die na de orkestrale introductie opklinkt. De motieven modelleerde Kodály losjes naar authentieke muziek uit Galánta – de toen nog Hongaarse (nu Slowaakse) stad waar hij, naar eigen zeggen, ‘de zeven gelukkigste jaren van een kind’ beleefde. Galánta was een plek met een lange traditie van verbunkos, een speelstijl die groeide uit de muziek waarmee rondreizende Oostenrijkse militairen met behulp van zigeunermuzikanten nieuwe soldaten probeerden te werven (het woord is dan ook afgeleid van het Duitse Werbung). Kodály was musicoloog genoeg om daarvan vroeg-negentiende-eeuwse exemplaren op te duikelen, en kunstenaar genoeg om die met vrijheid en visie te .
Béla Bartók (1881-1945)
Derde pianoconcert
Door Michiel Cleij
Tijdgenoten die gechoqueerd waren door Béla Bartóks eerste twee pianoconcerten – en dat waren er veel – moeten destijds met open mond naar nummer 3 geluisterd hebben: geen schreeuwende en, geen pianopartij die met mokerslagen tegen het orkestgeweld optornt, maar een liefdevol gezongen betoog met een ‘zomers’ karakter. Wat was er met de componist gebeurd?
Niets waarvan je in een opgewekte stemming zou raken. Miskend in eigen land en gedeprimeerd door het oprukkende fascisme was Bartók in 1939 uitgeweken naar Amerika, waar hem armoede en een leukemiediagnose wachtten. Maar onder stress tonen mensen hun ware aard, en die van Bartók was veel zachtaardiger dan je op grond van zijn veelal confronterende muziek zou verwachten. Zijn zoon Peter noemde hem een ‘warmhartig, vriendelijk persoon’ en dat past bij de missie die de componist zichzelf had gesteld: zijn leven lang had hij de publieke aandacht gevestigd op traditionele Balkanmuziek – zijn eigen werk is ermee doordrenkt – waarmee hij wilde bijdragen aan verbroedering tussen volkeren die elkaar voortdurend de hersens insloegen. Tegelijkertijd combineerde hij die oeroude volksmuziek met moderne compositiemethodes, en dat leverde een hoogst eigenzinnige mix op die lang niet door iedereen werd begrepen.
Wat bijdroeg tot de mildere toon van het Derde pianoconcert was het succes van het recente Concert voor orkest, de eerste (en financieel hoognodige) compositieopdracht die Bartók in Amerika had gekregen. En, ook niet onbelangrijk: hij wilde een even trefzeker stuk schrijven voor zijn echtgenote, de pianiste Ditta Pásztory, zodat zij inkomsten zou hebben na zijn onafwendbare dood.
Uiteindelijk voltooide hij het werk kort voor zijn overlijden, op een paar ongeorkestreerde slotmaten na – en werkte hij in die periode zelfs nog voortvarend aan een concert dat hij niet af kreeg.
Het subtiele, maar indringende begin is ontleend aan een Hongaars volksliedje uit dezelfde verbunkos-traditie die voor Kodály zo’n schatkamer was. Hoewel de componeerstijl van dit deel nadrukkelijk helderder is dan in Bartóks eerdere, complexe composities, is het samenspel tussen solist en orkest nog altijd uiterst geraffineerd; slordigheden in timing kunnen het hele betoog om zeep helpen. Dat geldt nog meer voor het energieke slotdeel, een onwaarschijnlijk staaltje vitaliteit, gezien Bartóks omstandigheden.
Maar het hoogtepunt in alle opzichten is het quasi-religieuze middendeel. De strijkersintroductie echoot het langzame deel uit Beethovens Strijkkwartet nr. 15 (door Beethoven als ‘Heiliger Dankgesang eines Genesenden an die Gottheit’ betiteld). Daaruit ontwikkelt zich zo’n typische Bartók- waarin tegen een gedempte, statische achtergrond grillige blazers- en pianofiguurtjes opklinken. Deze sfeer reserveerde Bartók vaak voor de langzame delen van zijn grotere werken, en meestal met een onheilspellend effect. Hier echter hebben die klankjes een vriendelijker, nachtvogelachtig karakter, en lossen ze op in een ondubbelzinnig akkoord.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Zevende symfonie
Door Michiel Cleij
Ook Ludwig van Beethovens Zevende symfonie vertoont geen spoor van de bittere omstandigheden die op de achtergrond speelden. De zieke (en steeds dovere) componist had zich in een kuuroord teruggetrokken en de Napoleontische oorlogen hielden Europa aanhoudend in hun greep. Toch werd de Zevende een uitbundig werk, waarin een echt langzaam deel ontbreekt en waarover Richard Wagner later zei: ‘Iedereen dansen!’ Beethoven zelf vond het een van zijn beste composities.
Al in de eerste minuut hoor je hoezeer Beethoven de bestaande klassieke formules achter zich had gelaten en het experiment zocht. De ongewoon lange introductie biedt niet meteen het houvast van een markant , maar klinkt als een nieuwsgierige verkenning van een onbekend oord. En het is er goed toeven. Spoedig buitelen de muzikale ideeën over elkaar heen, met het effect van een matroesjka of een toverbal: achter elke vondst komt een nieuwe tevoorschijn. Vaak wordt Beethoven geprezen om zijn doortimmerde constructies, maar hier frappeert vooral de bijna -achtige spontaniteit.
Het Allegretto vormt een relatief rustpunt, maar het is nog altijd een stapvoetse puls die de bezwerende voortstuwt. In het () wordt het vuurwerk hervat – met een kalmer tussenspel, dat Beethoven mogelijk aan een oud pelgrimslied ontleende – en de finale is een overtreffende trap daarvan. De slotmaten zijn zelfs voor de impulsieve Beethoven een ongekend staaltje exaltatie, en dat viel niet bij iedereen goed. Volgens musicus Friedrich Wieck – de latere schoonvader van Robert Schumann – was dit het werk van een dronkenlap, en een Weense recensent omschreef het als een ‘delirium waarin geen plaats is voor melodie of en waarin geen enkele klank het oor behaagt’. Maar ondertussen bereikte Beethoven met deze symfonie wel ‘het gewone volk’ dat hij zo’n warm hart toedroeg, ondanks zijn financiële afhankelijkheid van adellijke opdrachtgevers en zijn vaak weerbarstige stijl: tijdgenoten prezen de Zevende als Beethovens begrijpelijkste symfonie.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Joana Mallwitz, dirigent
Joana Mallwiltz is sinds dit seizoen artistiek leider en chef- van het Konzerthausorchester Berlin. Sinds 2018 is ze ook chef-dirigent van het Staatstheater Neurenberg. Daarvoor (2014-2018) was ze als leider van het Theater Erfurt de jongste Generalmusikdirektor(in) van Europa.
De Duitse orkestleider debuteerde in 2006 op twintigjarige leeftijd in Heidelberg als invaller op zeer korte termijn met Puccini’s Madama Butterfly, het begin van een succesvolle carrière die haar sindsdien over de hele wereld voert.
Ze was te gast bij onder meer het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Wiener Symphoniker, het Philharmonia Orchestra London, de Münchner Philharmoniker, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Orchestre National de France, het Orchestre de Paris en bij huizen als de Bayerische Staatsoper, de Oper Frankfurt, het Opernhaus Zürich, de Semperoper Dresden en The Royal Opera in Londen.
In 2019 koos het Duitse maandblad Opernwelt haar tot ‘ van het jaar’. In Neurenberg bracht ze veelgeprezen uitvoeringen van onder meer Prokofjevs Oorlog en vrede en Wagners Lohengrin. In 2020 was Joana Mallwitz de eerste vrouw die met Mozarts Così fan tutte een volledige operaproductie dirigeerde tijdens de Salzburger Festspiele.
Bij het Koninklijk Concertgebouworkest maakte Joana Mallwitz in juni 2023 een overtuigend debuut met Dvořáks Rusalka bij De Nationale Opera.
Igor Levit, piano
Igor Levit, geboren in Nizjni Novgorod en vanaf zijn achtste woonachtig in Duitsland, won in 2005 als jongste deelnemer vier prijzen op het Internationaal Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv. In 2009 studeerde hij af aan de Musikhochschule van Hannover, waar hij sinds voorjaar 2019 zelf les geeft.
In 2018 ontving de pianist de Gilmore Artist Award, en een jaar later kreeg hij voor zijn complete Beethovensonates een Klassik en riep Gramophone hem uit tot ‘artist of the year’.
Bij Musical America werd Igor Levit ‘recording artist of the year 2020’, van BBC Music Magazine kreeg hij in 2022 twee awards voor On DSCH en eind 2023 verscheen het solo-album Fantasia. In 2021 bracht de musicus zijn eerste boek uit, House Concert. De titel refereert aan de 53-delige reeks Twitter-concerten die hem tijdens de covid-lockdown wereldwijd bekend maakten. In 2022 verscheen bovendien de documentaire Igor Levit – No Fear.
Voor zijn politieke commitment werd de musicus gelauwerd met de International Beethoven Prize (2019) en de ‘Statue B’ van het Internationaal Auschwitz Comité (2020), en in 2020 kreeg hij de Orde van Verdienste van de Bundesrepublik Deutschland.
Onder de muzikale hoogtepunten van het vorige concertseizoen waren solorecitals in Wenen, Berlijn, Milaan, Londen, Seoul, Tokio, Montréal, Toronto en New York, kamermuziek op de Schubertiade Schwarzenberg, een Bartókcyclus met het NDR Elbphilharmonieorchester, een Brahmscyclus met de Wiener Philharmoniker en optredens met de Berliner Barock Solisten, de Staatskapelle Berlin, de Sächsische Staatskapelle Dresden, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en de New York Philharmonic.
In mei 2024 cureerde Igor Levit de tweede editie van het Piano Fest in samenwerking met het Lucerne Festival, en met ingang van 2022/2023 is hij co-artistiek leider van de Heidelberger Frühling. In januari 2013 debuteerde Igor Levit als Rising Star in de , in april 2018 en maart 2021 soleerde hij bij het Concertgebouworkest en in november 2021 gaf hij zijn eerste solorecital in de .


