Concertgebouworkest speelt Beethoven en Strauss
Koninklijk Concertgebouworkest
Han-Na Chang dirigent
Tatjana Vassiljeva cello
Santa Vižine altviool
Dit programma maakt deel uit van de serie D.
Dit concert wordt opgenomen door AVROTROS voor radio-uitzending via NPO Klassiek op zondag 22 juni om 14.00 uur.
Ook interessant:
- Han-Na Chang over Beethoven en meer (interview)
- 7 topcellisten die ook dirigent werden
- Tatjana Vassiljeva-Monnier over haar solo (interview)
BERND RICHARD DEUTSCH (1977)
Phantasma (2020-22)
Einleitung – Thema – Der ‘goldene’ Akkord – Die Sehnsucht nach Glück – Die feindlichen Gewalten – … in das ideale Reich – Epilog
gecomponeerd in opdracht van de Bamberger Symphoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest, het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra en The Cleveland Orchestra
LUDWIG VAN BEETHOVEN (1770-1827)
Symfonie nr. 4 in Bes gr.t., op. 60 (1806)
Adagio, Allegro vivace
Adagio
Allegro molto e vivace, Un poco meno allegro
Allegro ma non troppo
pauze ± 21.00 uur
RICHARD STRAUSS (1864-1949)
Don Quixote, op. 35 (1896-97)
phantastische Variationen über ein Thema ritterlichen Charakters
Introduktion: Mässiges Zeitmass – Thema: Don Quixote der Ritter von der traurigen Gestalt (Mässig) – Thema: Sancho Panza (Maggiore) – Var I: Gemächlig – Var II: Kriegerisch – Var III: mässiges Zeitmass – Var IV: Etwas breiter – Var V: Sehr langsam – Var VI: Schnell – Var VII: Ein wenig ruhiger als vorher – Var VIII: Gemächlich – Var IX: Schnell und stürmisch – Var X: Viel breiter – Finale: Sehr ruhig
concertmeester: Malin Broman
basklarinet solo: Davide Lattuada
tenortuba solo: Nico Schippers
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Toelichting
Han-Na Chang, zelf van huis uit celliste, dirigeert Richard Strauss’ Don Quixote, een symfonisch gedicht waarin de de hoofdrol speelt. Het laatromantische werk is met zijn ongeremde fantasie en weelderige kleurenrijkdom kenmerkend voor het fin-de-siècle, vergelijkbaar met het werk van Gustav Klimt in de schilderkunst. Strauss bewonderde zijn Weense tijdgenoot, en Klimt liet zich op zijn beurt graag inspireren door muziek. In het Weense Secession-gebouw kunnen we nog altijd zijn muurschildering bewonderen die genoemd is naar de idealistische wegbereider van de , Ludwig van Beethoven. Klimt en Beethoven horen we beiden terug in Phantasma, het weelderig georkestreerde werk van de Weense componist Bernd Richard Deutsch dat het Concertgebouworkest op 14 oktober 2022 voor het eerst uitvoerde (de opname is in 2024 als digitale single uitgebracht door RCO Live).
Bernd Richard Deutsch (1977)
Phantasma
Door Martijn Voorvelt
Bernd Richard Deutsch woont en werkt de helft van het jaar in het Italiaanse Triëst. ‘Daar zit ik driehonderd meter van de zee af’, aldus de componist. ‘Het drukke stadsleven past niet bij me. Ik heb rust nodig.’ Toch zijn leven en werk van Deutsch sterk verbonden aan Wenen en zijn rijke geschiedenis. Zijn opdrachtcompositie, begonnen in Triëst en voltooid in Wenen, getuigt daarvan. Phantasma is geïnspireerd door het Beethovenfries, een 34 meter lange muurschildering die Gustav Klimt in het Weense Secession-gebouw maakte ter ere van Ludwig van Beethoven, de laatste van de drie grote Weense Klassieken. Het fries bevat alle motieven die belangrijk zijn voor Klimt, waaronder de kleur goud. De schilder liet zich leiden door Richard Wagners interpretatie van Beethovens Negende symfonie. Het programma weerspiegelt de visie van de Weense Secessionisten, typisch voor het fin-de-siècle: een totale esthetisering van het leven moet uiteindelijk leiden tot een verlossing door kunst.
Het Beethoven-fries, geschilderd door Gustav Klimt in het Weense Secession-gebouw (1901-02)
Als Phantasma begint gaan we met een klopsignaal de wereld van Klimt binnen. ‘Wie zijn atelier wilde betreden, moest in een bepaald op de deur kloppen’, legt Deutsch uit. ‘Een code. Als die niet juist was, deed Klimt niet open.’ Het ritme van dat signaal (we denken ook even aan het motto van Beethovens Vijfde: ‘het noodlot klopt op de deur’) leverde Deutsch de start van Phantasma op. Dan wordt het hoofdthema geïntroduceerd door en een soloviool boven een van tien tonen, het ‘gouden akkoord’. en akkoord keren in steeds nieuwe gedaanten terug in drie delen, de muzikale equivalenten van de drie ‘panelen’ van Klimts Beethovenfries: het overwegend e ‘Die Sehnsucht nach Glück’ leidt naar het tweede deel, ‘Die feindlichen Gewalten’, dat met zijn mythologische figuren – de reus Typhoeus, de Gorgonen en andere duistere figuren – een voor Klimt onkarakteristieke dramatiek heeft. In het derde deel, ‘…in das ideale Reich’, krijgt de muziek een extatisch karakter. In de Epiloog komt het begin terug als wanneer je uit een droom ontwaakt: het klopsignaal wordt een ‘droombeeld’ in de werkelijkheid, een phantasma.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Vierde symfonie
Door Dirk Luijmes
Nadat Ludwig van Beethoven zijn toehoorders de stuipen op het lijf had gejaagd met zijn Derde symfonie, ‘Eroïca’, begon hij aantekeningen te maken voor een nieuwe, energieke symfonie in c klein. De ene schets na de andere kwam op papier, maar in 1806 zette hij de plannen voor dit werk even opzij. In plaats daarvan begon hij aan een andere symfonie, die – om met Robert Schumann te spreken – eerder ‘een Grieks, slank meisje’ werd dan een nieuwe reus. Het is goed voor te stellen dat de lichte en heldere toon van deze Vierde symfonie in Bes groot te maken had met de gelukkige en verliefde momenten die Beethoven in de zomer van dat jaar beleefde bij de familie Brunswick, met zijn ‘unsterbliche Geliebte’ Josephine Brunswick, de zus van zijn leerling Thérèse.
Vergeleken met de Derde en Vijfde symfonie doet dit werk veel klassieker, transparanter en minder dramatisch aan: lyriek, zangerigheid, fijnzinnigheid en humor voeren de boventoon. Het openingsdeel begint net als Beethovens eerste twee symfonieën met een langzame inleiding, die een geheimzinnige opmaat vormt voor het levendige , waarin een springerig hoofdthema en een grappig tweede gegeven (geïntroduceerd door , hobo en fluit) de belangrijkste bouwstenen zijn. Beethoven-fan Hector Berlioz was over de ‘engelachtige’ en ‘onweerstaanbaar tedere’ van het tweede deel. Het derde deel is een karakteristiek en contrastrijk , met een dat nog eens wordt herhaald, en het werk sluit af met een wervelende en levenslustige finale.
De Vierde symfonie ging in 1807 in première aan het hof van Beethovens adellijke begunstiger vorst Karl Alois Lichnowsky. Hiermee passeerde de componist Franz von Oppersdorf, de graaf die hem 500 florijnen had betaald om een nieuwe symfonie te schrijven die een half jaar lang alleen aan zijn hof mocht klinken. Beethoven redde nog enigszins zijn gezicht door de symfonie wel aan de graaf op te dragen, maar een nieuwe opdracht hoefde hij uiteraard niet meer van hem te verwachten.
Richard Strauss (1864-1949)
Don Quixote
Door Floris Don
Aan het eind van de negentiende eeuw, op de drempel van het modernisme, ging Richard Strauss zich in zijn symfonisch gedicht Don Quixote met veel plezier te buiten aan een oud genre dat hij eigenlijk als achterhaald beschouwde: het met variaties. De componist koos een parodistische methode, met een pompeus ‘ridderlijk’ hoofdthema (Don Quichot, vertolkt door de solocello), en een komisch en wat primitief neventhema (het hulpje Sancho Panza, de soloaltviool bijgestaan door basklarinet en tenortuba).
In de zevende variatie denkt Don Quichot zelfs te kunnen vliegen, een droom die achterin het orkest met een windmachine wordt aangezwengeld
Er is ook een ‘vrouwelijk’ thema (bij aanvang gepresenteerd in de hobo). Dat stelt de gedroomde vrouw Dulcinea voor, maar blijkt harmonisch zo instabiel dat vrouwelijke verlossing à la Wagner hier eigenlijk niet te verwachten valt. De orkestrale effecten zijn dik aangezet, en tot overmaat van ironie klinken in Don Quixote nauwelijks variaties op een thema. Er is vooral sprake van een veranderende context waarbinnen dezelfde thema’s steeds weer net even anders tot klinken komen.
Je zou de compositie aldus gepast absurdistisch kunnen noemen, even komisch als de zeventiende-eeuwse roman van Miguel de Cervantes waar Strauss enkele episodes uit heeft gedestilleerd: Don Quichot die in de war raakt na het lezen van te veel avonturenromans (de ontsporende van de altviolen aan het begin), zichzelf tot ridder betitelt en met zijn vermoeide paard Rocinante en de welwillende ‘schildknaap’ Sancho Panza eropuit trekt. Er volgen gevechten tegen schapen en windmolens, benedictijner monniken – twee ten – worden voor boze tovenaars aangezien, en in de zevende variatie denkt Don Quichot zelfs te kunnen vliegen, een droom die achterin het orkest met een windmachine wordt aangezwengeld. Zodra Don Quichot afstand doet van zijn fantasieën sterft hij vredig thuis in bed.
Strauss zag zijn Don Quixote het liefst op één programma met Ein Heldenleben, zijn symfonisch gedicht uit 1898 waarin ‘de held’ (Strauss zelf) ten strijde trekt tegen zijn critici. Wenste Strauss een meer ironische tegenhanger om de ijdele verhevenheid van zijn Heldenleben meer in evenwicht te brengen? Of zag hij in Don Quichot ondanks alle grollen een oprechte zielsverwant, een romantische eenling die ten strijde trekt tegen de conventies van de maatschappij en zich niet bij de status quo wenst neer te leggen?
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Han-Na Chang, dirigent
Han-Na Chang begon haar carrière als cellist. Al op elfjarige leeftijd won ze de eerste prijs en de nieuwemuziekprijs van het Rostropovitsj Internationaal concours 1994. Ze maakte een serie bekroonde opnamen en soleerde bij onder meer de New York Philharmonic, de orkesten van Boston, Philadelphia en Chicago en de Berliner Philharmoniker.
Tegenwoordig richt Han-Na Chang zich volledig op haar loopbaan als . Ze is artistiek leider en chef-dirigent van het en het huis van Trondheim (sinds 2017) en eerste gastdirigent van de Symphoniker Hamburg (sinds 2022). Als gastdirigent stond ze bijvoorbeeld voor de Sächsische Staatskapelle Dresden, het WDR Sinfonieorchester, de Oslo Philharmonic, de Wiener Symphoniker en de symfonieorkesten van Vancouver, Toronto, Sydney en Melbourne.
Van 2009 tot 2014 was Han-Na Chang artistiek leider van het Absolute Music Festival in haar geboorteland Zuid-Korea, en sinds 2024 leidt ze er het DaejeonGrandFestival dat zich richt op een jong en divers publiek. Met de Koreaanse zender MBC TV produceerde ze een televisieserie die de symfonieën van Beethoven voor een breed publiek inzichtelijk maakt.
In 2016 trad Han-Na Chang voor het eerst als dirigent op in Het Concertgebouw. Bij het Concertgebouworkest maakt ze nu haar langverwachte debuut, vijf jaar nadat het geplande debuut wegens de coronapandemie was uitgesteld.
Tatjana Vassiljeva-Monnier, cello
Tatjana Vassiljeva-Monnier is eerste solocelliste bij het Concertgebouworkest sinds augustus 2014. Ze studeerde in haar geboortestad Novosibirsk en in Moskou, waarna ze in 1994 naar München verhuisde om aan de Musikhochschule bij Walter Nothas te studeren. Ze vervolgde haar studie aan de Musikhochschule Berlin bij David Geringas.
Tatjana Vassiljeva-Monnier won onder meer het Rostropovitsj-concours in 2001 en soleerde met orkesten als het London Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, de Münchner Philharmoniker, het Orchestre de Paris, het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Orchestre de la Suisse Romande en het New Japan Philharmonic Orchestra.
De celliste bracht talloze nieuwe werken in première. Met Krzysztof Penderecki werkte ze meerdere malen samen; ze bracht de gereviseerde versie van zijn Largo in première en nam zijn Tweede celloconcert op met het Filharmonisch Orkest van Warschau. Voor haar discografie won Tatjana Vassiljeva-Monnier diverse prijzen, zoals een Diapason d’Or voor een cd met hedendaagse werken en een CHOC voor haar opname van Bachs s.
Met enkele strijkers van de Berliner Philharmoniker richtte ze in 2007 het Philharmonisches Streichquintett Berlin op, waarmee ze tournees door Europa en Azië ondernam. Sinds 2023 geeft ze les aan de Hochschule für Musik Karlsruhe. Tatjana Vassiljeva-Monnier bespeelt een cello van Matteo Goffriller uit 1690, die door de Willem Mengelberg Stiftung aan haar in bruikleen is verstrekt via de Foundation Concertgebouworkest.
Santa Vižine, altviool
Santa Vižine maakt sinds december 2017 deel uit van de groep van het Concertgebouworkest en is sinds 1 januari 2022 eerste aanvoerder. Ze studeerde aan de Jāzeps Vītols Letse Muziekacademie bij Arigo Strals.
In 2005 won ze de Letse Staatsprijs en in 2008 de speciale juryprijs tijdens het Hedendaagse Kamermuziekfestival Krzysztof Penderecki. Van 2009 tot 2017 was ze aanvoerder van de altviolen bij het kamerorkest Kremerata Baltica.
In die hoedanigheid werkte ze met solisten als Martha Argerich, Mikhail Pletnev, Daniil Trifonov, Lisa Batiashvili, Patricia Kopatchinskaja, Didier Lockwood en Mischa Maisky en speelde ze in zalen als Carnegie Hall in New York, de Musikverein in Wenen, de Royal Albert Hall in Londen, Suntory Hall in Tokio, het Sydney House en de Elbphilharmonie in Hamburg.
Santa Vižine soleerde met Concertante en Kremerata Baltica, maar ook bijvoorbeeld met het Lets Nationaal , het Gustav Mahler Jugendorchester, het Göteborg Symfonieorkest en het kamerorkest Sinfonietta Riga. In het seizoen 2012/2013 nam ze deel aan de Academie van het Concertgebouworkest.
Santa Vižine bespeelt een Grancino uit ca. 1680. Het instrument werd in 2011 door de Foundation Concertgebouworkest aangekocht voor voormalig altaanvoerder Ken Hakii, die er tot zijn pensioen op speelde.







