Concertgebouworkest speelt Bach en Händel met Leonardo García Alarcón

Koninklijk Concertgebouworkest
Leonardo García Alarcón dirigent/klavecimbel
Andreas Wolf bas-bariton

Dit programma maakt deel uit van de series D, F en Z.

Deze concerten worden voorzien van boventiteling.

Het concert wordt live op de radio uitgezonden door AVROTROS via NPO Klassiek.

Johann Sebastian Bach (1685-1750)   

[Ouverture]
Air 
uit ‘Suite (Ouverture) nr. 3 in D gr.t.’, BWV 1068 (ca. 1731) 

Aria ‘Mit verlangen drück ich deine zarten Wangen’ (Phoebus)
uit cantate ‘Geschwinde, ihr wirbeln­den Winde’ (Der Streit zwischen ­Phoebus und Pan), BWV 201 (1729) 

Gavotte I / II
Bourrée 
Gigue
uit ‘Suite (Ouverture) nr. 3 in D gr.t.’, BWV 1068  

Aria ‘Zu Tanze, zu Sprunge, so wackelt das Herz’ (Pan)
uit cantate ‘Geschwinde, ihr wirbeln­den Winde’ (Der Streit zwischen ­Phoebus und Pan), BWV 201

Sinfonia 
uit cantate ‘Am Abend aber dessel­bigen Sabbats’, BWV 42 (1725) 
eerste uitvoering door het Concert­gebouworkest

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Ouverture
uit ‘Music for the Royal Fireworks’, HWV 351 (1749) 

Johann Sebastian Bach

Recitatief ‘Ja! Ja! Die Stunden sind nunmehr nah’ (Aeolus)
uit cantate ‘Zerreisset, zersprenget, zertrümmert die Gruft’ (Der zufriedengestellte Äolus), BWV 205 (1726 of 1727) 

Georg Friedrich Händel

Bourrée
uit ‘Music for the Royal Fireworks’, HWV 351

Johann Sebastian Bach

Aria ‘Wie will ich lustig lachen’ (Aeolus)
uit cantate  ‘Zerreisset, zersprenget, zertrümmert die Gruft’ (Der zufriedengestellte Äolus), BWV 205

Georg Friedrich Händel

La Paix (Largo alla siciliana)
La Réjouissance (Allegro)
uit ‘Music for the Royal Fireworks’, HWV 351 

Johann Sebastian Bach

Aria ‘Zurücke, zurücke, geflügelten Winde’ (Aeolus)
uit cantate ‘Zerreisset, zersprenget, zertrümmert die Gruft’ (Der zufriedengestellte Äolus), BWV 205

Georg Friedrich Händel

Menuet I / II 
uit ‘Music for the Royal Fireworks’, HWV 351 

er is geen pauze
einde ± 15.45 uur

     

Toelichting

Toelichting

Door Noortje Zanen

In oktober 2022 maakte -­expert Leonardo García Alarcón een indrukwekkend debuut bij het Concertgebouworkest.

‘Bach was ook gewoon een mens die zich vermaakte in het café met bier, koffie en goede muziek’

Nu is hij terug met een programma waarin hij werken van Johann Sebastian Bach en Georg Friedrich Händel met elkaar combineert, op een manier zoals Bach dat zelf gedaan zou kunnen hebben tijdens de ­concertavonden die hij sinds 1729 organiseerde in het Zimmermannschen Kaffeehaus in Leipzig. ‘Ik wil het Amsterdamse publiek graag een minder bekende kant van Bach laten zien. Hij was niet alleen die geniale, serieuze, heilige componist, hij was ook gewoon een mens die zich vermaakte in het café met bier, koffie en goede muziek’, vertelt Alarcón in zijn toelichting bij dit uitzonderlijke programma.

De Argentijnse klavecinist en ziet er enorm naar uit om opnieuw samen te werken met het Concert­gebouworkest. ‘Ik bewonder het orkest al sinds mijn jeugd. Als achtjarig jongetje kreeg ik van mijn oma een cassettebandje met Bachs Matthäus-­Passion, uitgevoerd door het Concertgebouworkest onder leiding van Eugen Jochum. Toen ik deze muziek voor het eerst hoorde was ik verbijsterd. Het was een allesbepalende ervaring die er mede voor heeft gezorgd dat Bach de allerbelangrijkste componist is in mijn leven. Tijdens mijn debuut bij het Concertgebouworkest stond Händels Acis and Galatea in Mozarts bewerking op de lessenaars. Een eervolle uitnodiging die heel belangrijk voor mij was. En tegelijkertijd dacht ik: wat zou het geweldig zijn om ook een keer Bach te spelen met dit orkest!’

Twee jaar later komt deze wens van Alarcón uit. Inmiddels heeft hij de musici leren kennen en heeft hij veel anekdotes gehoord over de bijzondere samenwerking van het orkest met de eminente oudemuziekspecialist Nikolaus Harnoncourt, die tot zijn overlijden in 2016 honorair gastdirigent was. Bovendien heeft Alarcón zelf ervaren hoe goed het orkest reageerde op zijn interpretatie van Acis and Galatea. ‘Neem nu de strijkers: wat een homogene klank en wat een beheersing van het vibrato, en ze kunnen probleemloos de snelste tempi uitvoeren. Toen ik met de musici van het Concertgebouworkest werkte, heb ik geen barokorkest gemist.’

Bach ontmoet Händel 

Dat Alarcón dit keer heeft gekozen voor muziek van Bach zal niemand verbazen, maar de selectie van werken is wel verrassend, net als de ongebruikelijke volgorde en de toevoeging van muziek van Händel. Gek genoeg hebben Händel en Bach elkaar nooit ontmoet, al heeft Bach wel twee mislukte pogingen ondernomen. Ze worden ten onrechte vaak tegen elkaar afgezet: Bach als de serieuze kerkmusicus met veel verplichtingen en Händel als de vrije componist die zich uiteindelijk in Londen vestigde. Maar Händel was niet alleen degene die het populaire Italiaanse genre meenam naar Londen, aldus Alarcón: ‘In zijn muziek weerklinkt ook de invloed van Engelse componisten als Henry Purcell en hij schreef zelf óók sacrale muziek. En Bach was niet alleen die geniale, serieuze, heilige componist, maar ook een levensgenieter.’

Alarcón wil laten horen dat Bach en Händel aan elkaar gewaagd waren. ‘Van beide componisten heb ik twee beroemde orkestwerken geselecteerd voor een vergelijkbare bezetting, met voor die tijd ongebruikelijk veel . We beginnen met Bachs feestelijke Derde orkestsuite, die hij heeft geschreven voor een van zijn concerten in het befaamde Café Zimmermann, en we eindigen met Music for the Royal Fireworks waarin Händel al zijn eruditie toont.’ Daar tussenin klinkt de fenomenale uit Bachs BWV 42, een rijk georkestreerd deel dat in Bachs tijd ook als zelfstandig orkestwerk is uitgevoerd. ‘Eigenlijk is het een soloconcert voor twee hobo’s en , geweldig om dat met de virtuoze blazers van dit orkest te doen!’ Om de dialoog extra levendig te maken heeft Alarcón ’s toegevoegd uit twee relatief onbekende wereldlijke cantates van Bach. ‘Ik ben heel blij dat ­Andreas Wolf beschikbaar was, ik vind hem een van de beste Bachzangers van het moment. Dat ik alleen bas-aria’s heb geselecteerd is overigens niet toevallig: het is goed mogelijk dat Bach deze aria’s zelf ook wel eens heeft gezongen tijdens een van de gezellige avonden in Café Zimmermann.’

De kracht van goede muziek: twee verhalen

De manier waarop Alarcón dit alles met elkaar verweeft is niet evident. De opzet is symmetrisch: de Sinfonia uit Bachs cantate BWV 42 fungeert als scharnierpunt tussen twee verhalende helften. Het eerste verhaal gaat over de strijd tussen de ‘hoge’ kunstmuziek van de Griekse god Phoebus en de ‘lage’ populaire muziek van de herdersgod Pan. Bach laat in zijn wereldlijke cantate BWV 201 beide goden aan het woord, maar hij doet dat zo geniaal dat je eigenlijk niet kan kiezen welke muziek nu het mooist is: de diep doorwrochte, troostrijke aria van Phoebus of het opgewekte en aanstekelijke ’simpele’ van Pan, die in het middendeel gekscherend de ingewikkelde kunstmuziek imiteert. In combinatie met Bachs Derde orkestsuite waarin beide muziekstijlen meesterlijk door elkaar heen lopen blijft deze strijd onbeslist. Of eigenlijk is het een bewijs van het genie Bach: of hij nu vrolijke dans­muziek schrijft of een aangrijpend lied, zijn muziek overtuigt altijd.

  • Phoebus Apollo (1604-1668)

Het tweede verhaal gaat over de dreiging van natuurgeweld tijdens het vieren van de vrede. ‘Het was mijn eigen fantasie om Händels Music for the ­Royal Fireworks te laten verstoren door de dreiging van alles verwoestende stormen’, vertelt Alarcón. Händel schreef deze aantrekkelijke muziek in opdracht van het Britse koningshuis ter viering van de Vrede van Aken in 1748, het einde van de ­Oostenrijkse Successieoorlog. Dat feest werd destijds verwoest door een ander soort natuurgeweld: de gigantische stellage van het koninklijke vuurwerk vloog in brand. Alarcón laat het koninklijke feest ‘verstoren’ door ‘een van Bachs meest complexe en geniale recitatieven’ en twee bas-’s uit de wereldlijke BWV 205. Bach componeerde deze in opdracht van een groep studenten uit Leipzig ter ere van de naamdag van een favoriete, progressieve docent. We ­horen hoe Aeolus, de heerser over de winden, overtuigend lacht bij de gedachte dat de door hem opgewekte stormen de feestvreugde zullen verwoesten, terwijl hij uiteindelijk met trots zijn verlies neemt en de stormen het zwijgen oplegt. ­Tegelijkertijd fungeert dit verhaal als een fictieve dialoog tussen Händel en Bach, die beiden op hun eigen manier de mooiste muziek hebben geschreven.  

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Leonardo García Alarcón, dirigent

Leonardo García Alarcón is chef- van Cappella Mediterranea, dat hij in 2005 oprichtte, en artistiek leider van het Choeur de Chambre de Namur. Hij studeerde aanvankelijk piano in zijn thuisland ­Argentinië.

Vanaf 1997 verdiepte hij zich aan het Conservatorium van Genève als klavecinist in muziek van de Renaissance en de . Directielessen volgde hij bij barokspecialist Gabriel Garrido.

Leonardo García Alarcón is klavecimbeldocent aan de Haute école de musique in Genève. Als en klavecinist treedt hij op tijdens festivals en in alle grote ­muziekzalen van de wereld, bij voorkeur met onbekend repertoire.

Met Cappella Mediterranea voerde hij vrijwel vergeten vroege Italiaanse ’s uit, waaronder Elena, Erismena, Eliogabalo en Il Giasone van Francesco Cavalli. Voor Antonio ­Draghi’s El Prometeo componeerde hij zelf het derde bedrijf ter vervanging van het verloren gegane origineel.

Bij het Concertgebouworkest maakte Leonardo García Alarcón in oktober 2022 een zeer overtuigend debuut met Mozarts orkestbewerking van ­Händels opera Acis and Galatea in een ­mise-en-espace van Pierre Audi. 

Andreas Wolf, bariton

Na zijn studie bij Heiner Eckels en Thomas Quasthoff vestigde ­Andreas Wolf zijn naam in zalen als de Philharmonie de Paris, het Barbican Center in Londen, de Philharmonie in Berlijn, het Lincoln Center in New York en de Herkulessaal in München.

Tot zijn -­engagementen van de ­afgelopen seizoenen behoren Mozarts Così fan ­tutte bij het Teatro Real in Madrid, De Munt in Brussel en de Wiener Fest­wochen, Don Giovanni aan De Munt en het Staatstheater Stuttgart, Le nozze di Figaro in Madrid en aan de Opéra National du Rhin en Die Zauberflöte aan het Grand Théâtre de Genève.

Met de Staatsoper München heeft de Duitse bas-bariton een hechte band: hij stond er onder meer in Bizets Carmen, Richard Strauss’ ­Ar­iadne auf Naxos en ­Schrekers Die Gezeichneten. In Händels Serse tourde hij met il Pomo d’Oro. ­s geeft Andreas Wolf met pianist Kit Armstrong.

In Het Concertgebouw was hij onder meer te horen in Bachs Matthäus-Passion – met de Nederlandse Bachvereniging, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir – en diens Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Concerto Köln. In oktober 2024 zong hij in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag, en in een programma met werken van Bach en Händel door het het Concertgebouworkest. Op 2 april jongstleden was hij in de een van de solisten in Beethovens Negende symfonie door het Symfonieorkest Vlaanderen en het Estonian Philharmonic Chamber Choir.