Concertgebouworkest & Renée Fleming: Strauss' Vier letzte Lieder
Koninklijk Concertgebouworkest
Manfred Honeck dirigent
Renée Fleming sopraan
Dit programma maakt deel uit van de series D, E, F en Z.
Renée Fleming draagt juwelen van Ann Ziff voor Tamsen Z.
Bekijk hier de zangteksten.
Ook interessant:
- 7 zwanenzangen
- Interview met Renée Fleming
FRANZ VON SUPPÉ (1819-1895)
Ouverture ‘Dichter und Bauer’ (1846)
RICHARD STRAUSS (1864-1949)
Vier letzte Lieder (1948)
voor sopraan en orkest
Frühling
September
Beim Schlafengehen
Im Abendrot
pauze ± 20.50
JAMES MACMILLAN (1959)
Larghetto for Orchestra (2009, oorspronkelijk voor koor a cappella, orkestratie 2019)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest
GIACOMO PUCCINI (1858-1924)
Symfonische suite uit ‘Turandot’ (Milaan 1926, samenstelling Manfred Honeck, orkestratie Tomáš Ille)
einde ± 22.15
Toelichting
Franz von Suppé (1819-1895)
Ouverture ‘Dichter und Bauer’
Door Frits Vliegenthart
Naar verluidt had de Oostenrijkse componist Franz von Suppé zo’n obsessie met de dood, dat hij regelmatig in een lijkkist ging slapen om vast te wennen. Hij voelde zich aangetrokken tot en kerkmuziek – hij schreef bijvoorbeeld een requiem – maar oogstte vooral succes met een dertigtal Weense s. Van dat genre was Suppé namelijk een belangrijke grondlegger. Enkele van zijn ouvertures prijken regelmatig op concertprogramma’s, zoals die uit de toneelmuziek voor Karl Elmars klucht Dichter und Bauer. Bij de première (24 augustus 1846) daarvan sloeg de ouverture zo aan dat ze moest worden herhaald. De muziek is fris en charmant; met een beetje fantasie horen we er het contrast in tussen de elegante dichter en de meer aardse boer.
De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 28 juli 1895 onder leiding van Jean Renard. De laatste werd op 10 juni 1983 geleid door Anton Kersjes.
Richard Strauss (1864-1949)
Vier letzte Lieder
Door Frits Vliegenthart
‘Papa, hou op met brieven schrijven en mokken, je schiet er niets mee op. Schrijf liever een paar mooie eren,’ zei Franz Strauss in het voorjaar van 1948 tegen de in Montreux verblijvende Richard. Diens eerherstel na de Tweede Wereldoorlog had veel van zijn geduld gevergd en hij was niet tevreden over zijn engagementen. Maar een paar maanden later legde hij een stapel bladmuziek op tafel en zei tegen zijn schoondochter Alice: ‘Hier zijn de liederen die je man heeft besteld.’ Dit betrof wat wij nu kennen als de Vier letzte Lieder voor sopraan en orkest.
Drie teksten zijn van Hermann Hesse, die de componist eerder in Zwitserland had ontmoet. Van Joseph von Eichendorff is Im Abendrot. De eerste schetsen daarvan dateren uit eind 1946/begin 1947; de was op 6 mei 1948 klaar, gevolgd door Frühling op 18 juli, Beim Schlafengehen op 4 augustus en September op 20 september.
Strauss was inmiddels 84. Hoewel er nog één lied zou komen – Malven, in november van datzelfde jaar – vormen de Vier letzte Lieder, zoals de uitgever Ernst Roth ze noemde, een sublieme bekroning van zijn liedoeuvre. Hier is sprake van een sereen, gefaseerd afscheid van de wereld, vol liefde en wijsheid, zonder een zweem van somberheid, met een subtiele suggestie van opgaan in iets hogers (‘Verklärung’, transfiguratie).
Het vierluik is daarnaast een ode aan de sopraanstem, waar Strauss zoveel van hield, en aan zijn vrouw en artistiek partner, de zangeres Pauline de Ahna. Er spreekt een groot gevoel voor poëzie uit. Een soloviool schildert het opzweven van de ziel in Beim Schlafengehen. In September leidt een e passage de slotmaten in; de warme klank van de hoorn, Strauss’ favoriete instrument, is in elk van de vier liederen een belangrijk sfeerelement. Im Abendrot opent met een lang en plechtig voorspel; de fluiten klinken als twee zingend opstijgende leeuweriken – of als de zielen van een liefhebbend paar in hun laatste levensfase.
De door Strauss zelf uitverkoren Noorse sopraan Kirsten Flagstad zong op 22 mei 1950 in Londen de postume wereldpremière, met Wilhelm Furtwängler als bij het Philharmonia Orchestra.
Gesigneerde foto van Kirsten Flagstad, jaartal onbekend
Het Concertgebouworkest voerde dit werk voor het eerst uit in december 1958 (de 16e in Den Haag, de 17e in Het Concertgebouw) onder George Szell met Sena Jurinac als soliste. In juni 1964 leidde Szell het werk met Elisabeth Schwarzkopf binnen het Holland Festival. Daniel Harding leidde de laatste uitvoering die op 20 oktober 2013 plaatsvond met sopraan Emily Magee.
James Machmillan (1959)
Larghetto for Orchestra
Door Frits Vliegenthart
Wees mij genadig, God, in Uw trouw,
U bent vol erbarmen, wis mijn wandaden uit,
was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.
Aldus de eerste vier verzen van Psalm 51, waarin koning David als boeteling God om vergeving smeekt. Hij was naar bed geweest met Bathseba, de vrouw van de legerbevelhebber Uria, en had Uria op slinkse wijze de dood in gejaagd (II Samuel 11 en 12). In de Renaissance en de werd de Latijnse versie, Miserere mei Deus, vaak op muziek gezet, bijvoorbeeld door Josquin, Palestrina, Lully en Allegri. Een Duitse curiositeit is Bachs Tilge, Höchster, meine Sünden, waarvoor hij de muziek leende van Pergolesi’s Stabat Mater.
De Schotse componist James MacMillan heeft een bijzondere affiniteit met het spirituele; het Concertgebouworkest voerde in 2009 zijn St. John Passion uit. MacMillan schreef zijn Miserere voor gemengd koor , het was een opdrachtwerk van AMUZ (Festival van Vlaanderen in Antwerpen) voor het festival Laus Polyphoniae 2009. Onder de titel Larghetto for Orchestra maakte MacMillan een grootse en kleurrijke instrumentale bewerking van dit koorwerk in opdracht van het Pittsburgh Symphony Orchestra voor het tienjarig jubileum van Manfred Honeck als muzikaal directeur. Onder diens leiding vond op 27 oktober 2017 de wereldpremière plaats in de Heinz Hall te Pittsburgh.
Giacomo Puccini (1858-1924)
Suite uit ‘Turandot’
Door Frits Vliegenthart
De wrede Chinese prinses Turandot legt alle prinsen die naar haar hand dingen drie raadsels op; wie ze niet kan oplossen, wordt onthoofd. Een onbekende prins (Calaf) weet de antwoorden maar legt nu Turandot een vraag voor: hoe heet hij? Als zij dat raadt, zal zijn leven alsnog verbeurd zijn. Niemand mag slapen voordat de naam bekend is geworden... Turandot komt er niet achter en geeft zich gewonnen wanneer Calaf haar kust. Hoewel hij mag vluchten, vertelt hij haar zelf zijn naam. Turandot verkondigt aan het volk dat ze die weet: ‘Liefde’!
Ping, Pang en Pong bespreken de angstwekkende situatie in het land
Puccini had grote problemen met het creëren van een overtuigend slotduet voor zijn laatste ; helaas overleed hij voortijdig aan een hartaanval na een operatie vanwege keelkanker. Meestal wordt Turandot uitgevoerd met Franco Alfani’s aanvullingen, maar in 2002 presenteerde het Concertgebouworkest bij De Nationale Opera een versie die door Luciano Berio was gecompleteerd.
Samen met Tomáš Ille als instrumentator bewerkte Manfred Honeck delen uit Turandot tot een tekstloze symfonische ; daarbij putte hij rijkelijk uit het eerste en tweede bedrijf. Zo eert hij Puccini als geniaal componist voor orkest, zonder in diens voetsporen te treden wat de ontbrekende finale betreft. Puccini’s meeslepende en exotische klankweelde komt uitstekend tot haar recht in een compilatie van cruciale momenten. Als in een symfonisch gedicht lopen de onderdelen in elkaar over. Schallende fanfares verzamelen het volk van Peking bij het paleis: een Perzische prins heeft gefaald en zal worden geëxecuteerd, tot vreugde van de bloeddorstige menigte. De ministers Ping, Pang en Pong bespreken de angstwekkende situatie in het land. De menigte krijgt medelijden met de jongeling op weg naar het schavot, maar Turandot bevestigt het doodvonnis. Calaf is overweldigd door haar ‘goddelijke schoonheid’ en wil haar veroveren, ondanks de smeekbeden van zijn slavin Liù, die verliefd op hem is. Een processie kondigt de oude keizer Altoum aan; de menigte wenst hem ‘10.000 jaren’ toe.
In juni 2002 leidde Riccardo Chailly Turandot bij De Nederlandse Opera (nu De Nationale Opera). Losse ’s stonden bij drie gelegenheden (in 1960, 1988 en 2013) op de lessenaar.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Manfred Honeck, dirigent
Manfred Honeck, de Oostenrijkse chef- van het Pittsburgh Symphony Orchestra, begon als violist en altviolist en maakte ooit deel uit van de Wiener Philharmoniker. Het directievak leerde hij van onder anderen Claudio Abbado, die hij assisteerde bij het Gustav Mahler Jugendorchester.
Begin jaren 1990 leidde Manfred Honeck regelmatig uitvoeringen van het Opernhaus Zürich en zijn eerste vaste post werd die van chef-dirigent van de Nationale van Noorwegen.
In de daaropvolgende decennia bekleedde hij vergelijkbare posities bij het MDR-Sinfonieorchester, het van de Zweedse Radio en de Staatsoper Stuttgart. In mei 2006 stond Manfred Honeck voor het eerst op de bok bij het Pittsburgh Symphony Orchestra, dat hem aanstelde als chef- met ingang van het seizoen 2008/2009.
Als gastdirigent stond Manfred Honeck voor alle grote Amerikaanse orkesten – Boston, Chicago, Cleveland, Los Angeles, New York, Philadelphia, San Francisco – maar ook voor bijvoorbeeld het Orchestre de Paris, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het London Symphony Orchestra en de Accademia Nazionale di Santa Cecilia Roma. ’s leidde hij bij de Komische Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Salzburger Festspiele. In 2018 werd hij bij de International Classical Music Awards 2018 verkozen tot ‘artist of the year’.
Bij het Concertgebouworkest stond Manfred Honeck in januari 2004 voor het eerst op de bok. Hij kwam terug in 2016 en 2018, en leidde in de Bruckner-cyclus van het orkest zowel de Achtste (juni 2024) als de Negende symfonie (februari 2025).
Renée Fleming, sopraan
Renée Fleming vergaarde wereldwijde roem met haar vocale optredens in , theater en op het concertpodium. In 2013 kreeg ze van president Obama de National Medal of Arts. Ze trad op bij evenementen als de Nobelprijsuitreiking, het diamanten jubileum van Queen Elizabeth II en de Super Bowl. Ze werkte mee aan filmsoundtracks als die van The Shape of Water en The Lord of the Rings.
In 2018 kreeg de Amerikaanse sopraan in Nederland de Edison Klassiek Oeuvreprijs, en werd ze genomineerd voor een Tony Award voor haar rol in de musical Carousel. In 2020 lanceerde ze de webserie Music and Mind LIVE waarin ze verbanden legt tussen muziek, gezondheid en het brein.
In 2023 werd Renée Fleming door de World Health Organization benoemd tot Goodwill Ambassador for Arts and Health, en in april 2024 verscheen haar boek Music and Mind: Harnessing the Arts for Health and Wellness. Dat jaar won ze voor haar album Voice of Nature: the Anthropocene haar vijfde Grammy Award.
Recente successen waren haar vertolking van Pat Nixon in Adams’ Nixon in China bij de Opéra de Paris en haar optreden in The Hours bij de Metropolitan Opera in New York. Dit jaar werd ze lid van de Global Arts and Culture Council van het World Economic Forum. De zangeres was tot voor kort artistiek adviseur van het Kennedy Center for the Performing Arts, en is co artistiek leider van het Aspen Opera Theater en speciaal adviseur voor de LA Opera.
In 2021 zong ze Messiaens Poèmes pour Mi bij het Concertgebouworkest onder leiding van Daniel Harding. s in de gaf ze in 2016, 2019 en 2023.



