Concertgebouworkest: Prokofjev-festijn met Iván Fischer

Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent
Nelson Goerner piano

Dit programma maakt deel uit van de serie B en E.

Het concert wordt opgenomen door AVROTROS voor radio-uitzending op zondag 16 februari om 14.00 uur via NPO Klassiek.

Ook interessant:
- Componeerde Prokofjev zijn Tweede pianoconcert twee keer?

SERGEJ PROKOFJEV (1891-1953) 

Ouverture op Hebreeuwse thema’s, op. 34a (1919, versie 1934)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest

Pianoconcert nr. 2 in g kl.t., op. 16 (1912-13, 1923) 
Andantino, Allegretto 
Scherzo: Vivace 
Intermezzo: Allegro moderato 
Finale: Allegro tempestoso 

pauze ± 21.00 uur

Cinderella (Zolushka)
delen uit suites op. 107 en 109 (1940-44, suites 1946; selectie Iván Fischer)
Pavane
Pas de chat 
Quarrel 
Fairy Grandmother and Fairy Winter 
Mazurka 
Orientalia
Cinderella Goes to the Ball 
Cinderella’s Waltz 
Midnight 
Amoroso

einde ± 22.20 uur

    

Toelichting

Toelichting

Door Michiel Cleij

Sergej Prokofjev was een van de drie opvallendste Russische componisten van de vorige eeuw. Igor Stravinsky, die Rusland al vóór de Revolutie verliet en er nooit terugkeerde, was de grote vernieuwer; Dmitri Sjostakovitsj documenteerde de Sovjetperiode van binnenuit, met een dubbelzinnige maar consistente componeerstijl; en Prokofjev vormt tussen die twee een wonderlijke overlap. Ook hij verliet het nieuwe Rusland, maar keerde in 1936 terug. In de tussenliggende achttien jaar leerden Amerika en Europa hem kennen als een componist en pianist die enerzijds de traditie koesterde en anderzijds fel modernistisch kon uithalen. Neoklassieke parmantigheid combineerde hij met de Russische ‘wildheid’ die men al kende van Stravinsky’s Le sacre du printemps.

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Ouverture op Hebreeuwse thema’s

De Ouverture op ­Hebreeuwse ­the­ma’s is een van de vele verrassingen die Prokofjev afleverde wanneer men zijn stijl dacht te kennen. Hij componeerde het stuk op verzoek van klarinettist Simeon Bellison, een ex-studiegenoot die in Amerika een sextet had geformeerd om Joods muzikaal erfgoed te behouden. Naast traditionele muziek bestond het repertoire uit nieuwe composities. Prokofjev, die van Bellison ter inspiratie een bundel oude Hebreeuwse volksdeuntjes kreeg, had geen zin in de opdracht; hij was gewend zijn eigen ’s te bedenken. Maar het was wél een manier om zijn naamsbekendheid in Amerika te vergroten, waar hij tot dan toe weinig succes had.

  • Sergej Prokofjev

Sergej Prokofjev in 1918

Binnen twee dagen voltooide hij dit wonderlijke kamermuziekje – de ­orkestversie volgde later – dat alleen al door het folkloristische gehalte met bijna niets te vergelijken is in Prokofjevs oeuvre. De oorsprong van de ’s is raadselachtig. Authentieke volksmelodieën zijn het niet, zoals Bellison beweerde; mogelijk componeerde hij ze zelf. Prokofjevs verwerking ervan is er niet minder effectief om. De joodse speeltraditie is een eeuwenoude versmelting van religieuze en gelegenheidsmuziek waarop vele ­Midden-Oosterse culturen hun stempel drukten. Prokofjev geeft die diversiteit trefzeker weer met melodische versieringen, verende s en abrupte stemmingswisselingen – en met een expressieve harmonisering van het tweede thema, begeleid door een imitatie van een zacht gehamerde dulcimer (een soort hakkebord).

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Tweede pianoconcert

Door Michiel Cleij

Het Tweede pianoconcert is een typisch staaltje van Prokofjevs muzikale extremisme. De sfeer, de solopartij, de ­ontstaansgeschiedenis: vrijwel alles aan dit stuk is bizar. ­Prokofjev, een twintiger nog, droeg het werk op aan een studiegenoot die kort voor voltooiing zelfmoord pleegde. Het manuscript ging per ongeluk in vlammen op. En de gereconstrueerde versie die de componist jaren later maakte bleek zo gruwelijk moeilijk te spelen dat bijna geen pianist zich eraan waagde.

Het stuk klinkt nog altijd even indrukwekkend als een eeuw geleden, en niet alleen vanwege het vulkanische karakter. Deel één is – aanvankelijk – een poëtische mijmering met een voor Prokofjev zeldzame melancholie, op het fatalistische af. Even atypisch is de romantische, bijna Rachmaninoff-­achtige expressie van de pianopartij. Die wijkt dan ook spoedig voor een grillig je dat rechtstreeks uit een van Prokofjevs balletten afkomstig lijkt.

‘Deze man’, schreef een criticus, ‘moet in een dwangbuis gehesen worden!’

De terugkeer van het omineuze beginthema mondt uit in de alom gevreesde solocadens, waar Prokofjev vervolgens met verpletterend effect de complete orkestmassa overheen kiepert: de vederlichte noten die het deel inluidden zijn hier opgeblazen tot nachtmerrieachtige proporties.

Vertekening kenmerkt ook de volgende drie delen. In het toont ­Prokofjev zijn liefde voor klassiek lijnenspel – piano- en orkestpartij hebben strakke contouren – maar het is gekoppeld aan de razende motoriek van het machinetijdperk. 

Een vilein-speels Intermezzo vervangt het verwachte langzame deel; het is precies het soort muziek die de jonge Prokofjev controversieel maakte, geliefd bij de modernisten en verafschuwd door de oudere garde. En het slotdeel nam voor die laatste groep elke twijfel weg: ‘Deze man’, schreef een criticus, ‘moet in een dwangbuis gehesen worden!’

Sergej Prokofjev soleerde zelf in de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest op 12 december 1929 onder leiding van Pierre Monteux. De laatste uitvoering was op 15 februari 2025 onder leiding van Iván Fischer met Nelson Goerner als solist.

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Cinderella

De componist die zijn naam vestigde als anti-romantische beeldenstormer schreef rond zijn vijftigste een lieflijk sprookjesballet over Assepoester, in het Russisch Zolushka geheten en over de hele wereld bekend als Cinderella. Een stijlbreuk was het niet echt; in zijn jonge jaren componeerde Prokofjev al gavottes en jes naast zijn modernistische stukken. En met ballet had hij zeker in zijn Parijse jaren de nodige ervaring opgedaan. De Rus baseerde zich op de Franse versie van Perrault uit 1697 (Cendrillon) en niet op de minder lieflijke, moralistische versie van de gebroeders Grimm uit 1812.

Cinderella ontstond na Prokofjevs definitieve terugkeer naar Rusland, en het is een onversneden hommage aan de balletcultuur van zijn geboorteland. Maar de tijden van zijn legendarische voorganger Pjotr Tsjaikovski waren voorbij. Kunstenaars dienden zich naar de doctrines van de Sovjet-partij te voegen – een gegeven dat de apolitieke, eigenwijze, ijdele Prokofjev onderschatte. Hij achtte zijn componeerstijl flexibel genoeg om niet al te veel concessies te hoeven doen. Bovendien had hij zijn wilde haren al zo’n tien jaar eerder afgeschud toen hij de geloofsleer Christian Science omarmde en in zijn muziek voortaan een aanzienlijk mildere toon aansloeg. Die paste perfect bij de ‘nieuwe eenvoud’ die het moderne Rusland van hem verwachtte.

Inderdaad is Cinderella toegankelijk en melo­dieus. Het ballet heeft altijd in de schaduw gestaan van het beroemdere Romeo en Julia dat hij een paar jaar eerder componeerde, eveneens voor het Kirov-ballet. Veel passages in Romeo en Julia werden ‘ondansbaar’ geacht, dus wilde Prokofjev een conventioneler ballet schrijven ‘waarin de dansers alle gelegenheid hebben hun techniek te demonstreren’. Cinderella moest de glorieuze traditie van Tsjaikovski’s De notenkraker en Het zwanenmeer voortzetten.

  • Sergej Prokofjev

Sergej Prokofjev in 1918

Ondertussen was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken – een omstandigheid die Prokofjevs aandacht verlegde naar minder speelse composities (de Oorlog en vrede), maar hij voelde zich sterker aangetrokken tot het niets-aan-de-handland van zijn ballet. Het onderwerp was veilige materie, zelfs in een Sovjet-dictatuur. Het sprookje over het huissloofje dat door haar stiefmoeder en -zussen geterroriseerd wordt en uiteindelijk met een prins trouwt bevatte geen dissidente ondertonen.Integendeel zelfs: in de Sovjet-uitleg overwint Assepoester met haar puurheid en belangeloosheid de uitbuiting van haar bourgeois familieleden.

Prokofjev zag, zoals gewoonlijk, puur de muzikale kansen die het verhaal bood: ‘Ik voelde me uitgedaagd door de mysterieuze fee die Assepoester te hulp schiet, de twaalf dwergen die het eind van haar betovering aankondigen door de klok middernacht te laten slaan, de wereldomvattende zoektocht van de prins, de natuurevocaties van de feeën die de vier seizoenen verbeelden...’

De première in 1945 was een enorm succes. Sovjet-critici prezen Prokofjevs vermogen om ‘positieve, opbouwende’ muziek te schrijven in een toegankelijke taal. Eén recensent bombardeerde Prokofjev zelfs tot ‘de nieuwe koning’ – een opmerkelijk compliment voor een componist wiens eerdere balletmuziek het publiek met de vingers in de oren de zaal had uitgejaagd. Prokofjev was zelf vooral tevreden over de grilligere passages, zoals de karikaturale muziek die de boze zusters portretteert. Het hoogtepunt van Cinderella is de episode Middernacht: het dreigende klokgelui dat het eind van Assepoesters betovering aankondigt is voorzien van prachtige orkestrale kleuringen. Prokofjev rekende het tot het beste wat hij geschreven had.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Nelson Goerner, piano

Nelson Goerner studeerde in zijn geboorteland Argentinië bij Jorge Garrubba, Juan Carlos Arabian en Carmen Scalcione en won in 1986 de Franz Liszt Competition in Buenos es. Dit leidde tot een beurs voor lessen bij Maria Tipo aan het conservatorium van Genève, en in 1990 won de pianist het Concours van Genève.

Solorecitals geeft Nelson Goerner wereldwijd (in Het Concertgebouw voor het laatst op 26 november 2023) en op het kamermuziekpodium verscheen hij met collega’s als Martha Argerich, Valeriy Sokolov, Steven Isserlis en Gary Hoffman.

In het seizoen 2021/2022 was Nelson Goerner artist in residence van Flagey in Brussel. Eerder werkte hij met het London Philharmonic Orchestra, Philharmonia, Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, het Orchestre de Paris, de Los Angeles Philharmonic, het Mariinski Orkest en het NHK Symphony Orchestra, Tokyo.

Bij het Concertgebouworkest soleerde hij in maart 2022 in Luxemburg en Parijs in Rachmaninoffs Derde piano­concert onder leiding van Fabio Luisi. Nelson Goerner onderhoudt een hechte relatie met het Moz­arteum Argentino in Buenos A­ires en ook met het Cho­pin Instituut in Warschau: daar is hij lid van de artistieke commissie en bracht hij op het eigen label prijswinnende cd’s uit zoals in 2019 met werken van Godowski en Paderewski.

Diapasons d’Or won hij voor zijn Debussy- en Chopin-albums. De pianist kreeg in Polen de Gloria Artis Award en in Argentinië de Konex Platinum Prize, en is in zijn thuisland Zwitserland actief voor de humanitaire organisatie Ammala.