Concertgebouworkest met Jean-Yves Thibaudet

Koninklijk Concertgebouworkest
Paavo Järvi dirigent
Jean-Yves Thibaudet piano

Dit programma maakt deel uit van de series B en E.

Ook interessant:
- Estlands trots: componiste Ester Mägi
- Wie is wie in Stravinsky's Petroesjka?

ESTER MÄGI (1922-2021)

Vesper (1990, bewerking voor strijkorkest 1998)
Nederlandse première 

ARAM CHATSJATOERJAN (1903-1978)

Pianoconcert in Des gr.t., op. 38 (1936) 
Allegro maestoso 
Andante con anima 
Allegro brillante 
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

pauze ± 21.00 uur

IGOR STRAVINSKY (1882-1971)

Petroesjka (1911, revisie 1947)
burleske in vier taferelen op een scenario van Igor Stravinsky en Alexandre Benois  
Eerste tableau
    Jaarmarkt in carnavalstijd –
    Russische dans  
Tweede tableau
    Petroesjka  
Derde tableau
    De Moor – Wals
Vierde tableau
Jaarmarkt in carnavalstijd – Dans van zoogsters – Boer met beer – Zigeuners en ­riekenverkoper – Dans van de koetsiers – De gemaskerden – Handgemeen: de Moor en Petroesjka – De dood van Petroesjka – Politie en de goochelaar – De verschijning van Petroesjka’s ­dubbelganger 
piano solo: Jeroen Bal

einde ± 22.15 uur

 

Toelichting

Ester Mägi (1922-2021)

Vesper

Door Stephen Westra

Estland mag een klein land zijn – het telt net iets meer dan 1,3 miljoen inwoners – het weet zich cultureel op de kaart te zetten. Wat er aan componisten al niet vandaan komt! Zoals Eduard Tubin, Veljo Tormis en natuurlijk Arvo Pärt – krachtige representanten van wat zich daar op muziekgebied allemaal afspeelt. 

En dan was er Ester Mägi, die vier jaar terug, op haar 99ste, overleed. Mägi studeerde compositie in haar geboortestad Tallinn bij Mart Saar en in Moskou bij Vissarion Sjebalin. Ze componeerde in de traditionele vormen als , concert, symfonie. Haar bekendste werk buiten Estland is misschien Bukoolika (1983) voor orkest, dat en als Eri Klas en Peeter Lilje soms bij wijze van Ests visitekaartje meenamen op hun buitenlandse tournees.

De ‘First Lady of Estonian Music’ zette het verzamelen van Estse volksmuziek voort waaraan haar leraar Mart Saar, de grondlegger van een nationale school, was begonnen. Voor haar eindexamen schreef ze het grootse Kalevipoeg, gebaseerd op een Ests nationaal epos. En de invloed van Estse volksliedjes is in haar muziek regelmatig te horen – veel meer in ieder geval dan de avant-garde van de jaren vijftig en zestig en het van de jaren zeventig. Mägi ging altijd haar eigen gang, componeerde wars van alle twintigste-eeuwse muzikale modes, waardoor ze tijdens de sovjetbezetting onder de radar kon blijven van de strenge staatscontrole en censuur.

Haar kleine, betrekkelijk late Vesper is ook wel bekend onder de Engelse naam Poem. Ze schreef het oorspronkelijk voor viool en piano (of ) en bewerkte het in opdracht voor strijkers. Hoewel het woord ‘vesper’ verwijst naar de protestantse avonddienst, is het stuk niet bedoeld als religieuze muziek. Wat niet wil zeggen dat je er geen stilte, contemplatie of zelfs een gebed in kunt horen. Mägi’s inspiratie was de sfeer en bouw van de Sint-Janskerk in Tallinn.

  • Ester Mägi

Aram Chatsjatoerjan (1903-1978)

Pianoconcert

Door Stephen Westra

In 1948 zei Aram Chatsjatoerjan iets eigenaardigs: ‘Ik heb mij in toenemende mate vervreemd van mijn eigen Armeense element; ik wilde een kosmopoliet worden.’ Eigenaardig, omdat er werkelijk geen Armeenser componist te noemen valt dan juist hij. Chatsjatoerjan sprak de woorden dan ook onder druk; hij moest zich verantwoorden tegenover een berucht congres van de Componistenbond, die zeer streng op strikte sovjetmuziek toezag en vond dat Chatsjatoerjan zich te veel met westerse en puur technische zaken had ingelaten.

Chatsjatoerjan werd in Tblisi, Georgië geboren maar zijn familie was Armeens. Tot zijn twintigste hoorde hij weinig anders dan de stadse populaire muziek en laafde hij zich aan de krachtige impulsen van Armeense volksmuziek. Die zou voor altijd stemming en kleur, en van zijn werk bepalen. In Moskou maakte hij zich de basale westerse technieken en vormen eigen. Een nieuwlichter was Chatsjatoerjan niet; liefst schreef hij muziek waar een groot, massaal (sovjet)publiek van kon genieten.

En genoten werd en wordt er van zijn werk. Voorop gaan de balletten Gayaneh en Spartacus en de drie soloconcerten die hij schreef voor de leden van een beroemd Russisch : pianist Lev Oborin, violist David Oistrach en cellist Svjatoslav Knusjevitski. Het Piano­concert, in de opmerkelijke Des groot (vijf mollen!), betekende in de jaren 1930 Chatsjatoerjans doorbraak in het Westen. Het is energiek, vitaal, meeslepend, origineel, exotisch. Signatuur van het eerste deel is een je f-beses-as, gepresenteerd door de piano; tegen het slot van het concert keert het nog ’ns terug. In het tweede deel komt een flexatone voor, een imitatie van een Armeens volks­instrument – zeldzaamheid in de klassieke muziek. Een percussionist slaat op een metalen plaat, wat een soort klank teweegbrengt. De klank doet denken aan de zingende zaag; soms wordt de partij daarop gespeeld. 

De première van het Pianoconcert op 12 juli 1937 was in de openlucht. Dat heeft men geweten. Het waaide die dag hard in het Sakolniki Park in Moskou. Plotseling rukt een windvlaag de bril van de neus van Lev Steinberg. Wat nu? Uit het hoofd dan maar, dit stuk waar het orkest slechts één repetitie aan had besteed. En hoewel ook niet op concertvleugel maar door Lev Oborin op ‘gewone’ piano gespeeld, genoot Chatsjatoerjan met volle teugen van deze uitvoering.

  • Aram Chatsjatoerjan, 1971

Igor Stravinsky (1882-1971)

Petroesjka

Door Stephen Westra

Eens was Igor Stravinsky ongehoorzaam. Na een droom over heidense rituelen met een maagd die zich dood danst, had hij met impresario Sergej Diaghilev afgesproken dat hij een nieuw ballet op dat zou componeren. Een Sacre du printemps. Diaghilev was daar bijzonder mee ingenomen, want met Stravinsky’s eerdere ballet De vuurvogel hadden hij en de Ballets Russes in Parijs tr­iomfen gevierd. Dit kon wat worden.

Maar het liep anders. Om te werken trok de 28-jarige Stravinsky zich voor de herfst en winter van 1910 terug in Clarens aan het Meer van ­Genève. Op een dag zocht Diaghilev hem daar eens op om te zien hoe het ballet vorderde. En waar was de componist mee bezig? Nee, niet met een Sacre maar met een concertstuk voor piano en orkest… Hij had gehoor gegeven aan een hardnekkig nieuw idee van een plotseling tot leven gekomen pop (verbeeld door de piano) die met de duivelse ’s van zijn sprongen het geduld van het orkest op de proef stelt. Waaruit zich een geweldige chaos ontwikkelt, woedende trom­petinzetten, en op het hoogtepunt stort hij in. Titel: Petroesjka. Nou vooruit, dan maar een Petroesjka, besloot Diaghilev toen en samen werkten ze het stuk uit tot een ballet rond deze folkloristische figuur (het Russische equivalent van Pulcinella en Jan Klaasen). Het concertstuk werd het tweede tableau.

We schrijven 1830. Toneel is de rumoerige, kleurige markt op het Admiraliteitsplein in Sint-Petersburg. Een ma­rskramer haalt zijn drie poppen tevoorschijn: de hansworst Petroesjka, de ballerina en de Moor. Petroesjka is verliefd op de ballerina maar zij wil de Moor (eerste tafereel). In het tweede tafereel zit de afgewezen Petroesjka verdrietig in zijn kamer. Hij vervloekt de ma­rskramer die hem tot leven heeft gewekt in een wereld vol leed. De ballerina bezoekt hem, maar vanwege zijn opwinding gaat ze bang weg. Derde tableau: Petroesjka verstoort een duet tussen de ballerina en de Moor (citaat van een Joseph Lanner-wa­ls), waarop de Moor hem zijn cel uitgooit. In het laatste tableau zijn we weer op de jaarmarkt. Petroesjka komt aanstormen, de Moor en de ballerina achter hem aan. Hier eindigt de concertversie. In het ballet steekt dan de Moor Petroesjka neer. Men is woedend op de ma­rskramer, waarop deze zegt dat Petroesjka maar een pop was. Maar de geest van Petroesjka verschijnt boven zijn kraam...

Biografie

Paavo Järvi, dirigent

Paavo Järvi studeerde directie in zijn geboorteland Estland, aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en bij Leonard Bernstein in Los Angeles. Sinds het seizoen 2019/2020 is hij chef- van het Tonhalle-­Orchester Zürich. In het verleden had Paavo Järvi vergelijkbare posities bij het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Orchestre de Paris, het hr-Sinfonie­orchester Frankfurt, het Cincinnati Symphony Orchestra en het Malmö ­.

Sinds 2004 is hij artistiek leider van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, en bij het Nationaal Symfonie­orkest van Estland is hij artistiek adviseur. Ieder seizoen sluit de af met een week van uitvoeringen en masterclasses op het Pärnu Music Festival in Estland, dat hij in 2011 heeft opgericht.

Paavo Järvi ontving tal van prijzen en onderscheidingen, waaronder de Orde van de Witte Ster (2013) en de Orde van Verdienste (2021) van de Republiek Estland. Zowel Diapason als Gramophone riepen hem in 2017 uit tot Artist of the Year en in september 2019 werd hij verkozen tot Opu­s Klassik Conductor of the Year. ­Opnamen onder zijn leiding van werken van ­Sibe­lius, Grieg en Tsjaikovksi waren goed voor Grammy Awards.

Als gastdirigent is Paavo Järvi actief met gezelschappen als de Berliner en Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Gewandhausorchester Leipzig en de New York Philharmonic. Sinds zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2004 keerde hij met grote regelmaat terug, zoals in november 2019 voor concerten in Amsterdam en op tournee in Taiwan en Japan. In juni 2023 leidde hij de Ammodo Masterclass Dirigeren. Bij de meest recente samenwerking, in april en mei 2025, stonden werken van Mägi, Saint-Saëns en Stravinsky op het programma.

Jean-Yves Thibaudet, piano

Het repertoire van de uit Lyon afkomstige pianist Jean-Yves Thibaudet reikt van ­Beethoven tot MacMillan, van jazz tot . Al op zijn twaalfde ging hij studeren aan het conservatorium in Parijs bij Aldo Ciccolini en Lucette Davis. Drie jaar later won hij de Premier Prix du Conservatoire en weer drie jaar later, in 1981, de Young Concert Artists International Auditions in New York.

In korte tijd debuteerde de pianist op de gerenommeerde podia van de Verenigde Staten, Europa en Azië en sindsdien treedt hij wereldwijd op; zowel met de grote orkesten als solo en in kamermuziek. Zijn catalogus van meer dan vijftig cd’s leverde hem onder meer twee Grammy-nominaties, een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or, een Choc du Monde de la Musique, een Edison en meerdere Gramophone Awards op, en zijn pianospel is te horen op de soundtracks van onder meer The French Dispatch, Pride and Prejudice en Atonement.

Jean-Yves Thibaudet is verbonden aan de Colburn School in Los Angeles, en samen met cellist Gautier Capuçon is hij artistiek leider van het Festival Musique & Vin in Clos de Vougeot. In 2001 werd hij benoemd tot Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en in 2012 promoveerde hij tot Officier. Sinds 2010 prijkt zijn naam in de Hollywood Bowl Hall of Fame. De vorige optredens van Jean-Yves Thibaudet in de waren in april (Chatsjatoerjan onder Paavo Järvi) en september (Saint-­Saëns onder Klaus Mäkelä) met het Concertgebouworkest, waar hij in 1988 debuteerde en in 2015/2016 artist in residence was.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest