Concertgebouworkest & John Eliot Gardiner: Brahms' Symfonie nr. 4

John Eliot Gardiner dirigent
Stephen Hough piano

Dit programma maakt deel uit van de series D en Z.

Het concert wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio Klassiek.

Ook interessant:
- John Eliot Gardiners blik op Brahms
- De werkdag van Stephen Hough
- Achtergrondverhaal: de symfonieën van Brahms

Johannes Brahms (1833-1897)

Pianoconcert nr. 2 in Bes gr.t., op. 83 (1881)
Allegro non troppo
Allegro appassionato
Andante
Allegretto grazioso

pauze ± 15.00 uur

Symfonie nr. 4 in e kl.t., op. 98 (1884-85) 
Allegro non troppo
Andante moderato
Allegro giocoso
Allegro energico e passionato

einde ± 16.10 uur

Toelichting

Johannes Brahms (1833-1897)

Tweede pianoconcert

Door Onno Schoonderwoerd

Johannes Brahms was achtenveertig toen hij zijn Tweede pianoconcert voor het eerst voor publiek speelde. Op zijn zesentwintigste had hij al een – bijna vijandig ontvangen – Eerste pianoconcert geschreven. ‘Een Tweede zal echt anders klinken’, schreef hij zijn vriend Joseph Joachim in 1857. Maar als veertiger overwon hij eerst zijn vrees voor het symfonische genre, schreef zijn eerste twee symfonieën en voltooide een Vioolconcert, voordat hij opnieuw aan een concert voor zijn eigen instrument begon.

‘Ik [heb] een heel klein pianoconcert met een klein, lieflijk geschreven’, meldde hij gekscherend in een brief van 7 juli 1881. In werkelijkheid heeft het concert in Bes groot nog grotere proporties dan het eerdere in d klein. Het bewuste ‘scherzootje’ duurt al gauw negen minuten en is, afgezien van een enkele contrasterende episode, juist opvallend gepassioneerd.

  • Johannes Brahms, circa 1872

Zoals de jonge Brahms al voorspeld had, was het Tweede pianoconcert geen herhaling van zetten. De jeugdige felheid van het Eerste pianoconcert heeft plaats gemaakt voor een meer doorwrocht-symfonische opbouw, waarbij de pianopartij vrijwel steeds met het orkest vervlochten is. Waarschijnlijk om de continuïteit van het symfonische betoog te waarborgen zag Brahms af van grote solocadensen.

De criticus en Brahms-liefhebber Eduard Hanslick ging zelfs zover het werk als een ‘grote symfonie met een obligate pianopartij’ te karakteriseren. Gemakkelijk heeft de solist het echter allerminst. De voor Brahms kenmerkende tertsen in de volle en voor de linkerhand, de onverwachte en, syncopen en samengestelde en complementaire s (waarbij bijvoorbeeld verschillende achtstenbewegingen in beide handen elkaar tot één doorlopend geheel aanvullen), de veelvuldig gekruiste handen en grote spreiding over het klavier geven de pianopartij een bijna orkestrale complexiteit.

Het tweede deel overwoog Brahms tot kort voor de première nog te schrappen

Door zijn Tweede pianoconcert met vriendelijke klanken in beweging te zetten suggereert Brahms een verbondenheid met het ondermaanse, met de natuur. En ondanks al het pianistisch geweld behoudt Brahms’ concert in het eerste deel iets menselijks, al was het maar door de volkomen vrije muzikale ontwikkeling die de achterliggende bijna onherkenbaar maakt.

Het tweede deel, dat Brahms tot kort voor de première nog overwoog te schrappen, zorgt voor de broodnodige tegenstelling met het e . Ook het slotdeel onderscheidt zich met zijn ‘Hongaarse’ Spielfreudigkeit – Brahms’ tweede bundel Hongaarse dansen was net verschenen – van het zwaardere Eerste pianoconcert.

Na de succesvolle première op 9 november 1881 in Boedapest met Brahms aan de piano, begon het Tweede pianoconcert aan zijn zegetocht door Europa. In januari 1882 ging het werk ook in Utrecht, Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Arnhem. In Amsterdam – in het Paleis voor Volksvlijt, Het Concertgebouw moest nog gebouwd worden – verruilde de componist voor het eerst zijn plaats aan de piano voor de enbok. De solopartij liet hij toen over aan Julius Röntgen.

Eerste en laatste uitvoering door het Concertgebouworkest

De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 1 maart 1889 onder leiding van Willem Kes met als solist Eugen d’Albert. De laatste was op 13 februari 2011 in Luxemburg onder Mariss Jansons met Leif Ove Andsnes aan de piano.

Johannes Brahms (1833-1897)

Brahms: Vierde symfonie

Door Anneloes Brand

Johannes Brahms was zo onder de indruk van de symfonieën van Beethoven, dat hij zich jarenlang niet aan het genre waagde. De eerste symfonische schetsen stammen uit 1854, maar pas in 1876, op 43-jarige leeftijd, voltooide de Weense componist zijn Eerste symfonie.

Toen had hij de smaak te pakken en volgden er nog drie meesterlijke symfonieën. De Vierde wordt wel beschouwd als het hoogtepunt van Brahms’ oeuvre en een staalkaart van zijn symfonische kunnen.

Brahms componeerde zijn Vierde symfonie in e klein tijdens zijn zomerverblijven in Mürzzuschlag (in de bergen halverwege Wenen en Graz) in 1884-85. Na voltooiing uitte hij in een brief aan Hans von Bülow, de van de Meininger Hofkapelle, zijn hoop dat deze de nieuwe symfonie zou uitvoeren.

De componist gaf tevens toe dat hij twijfelde of de Vierde symfonie voor een breed publiek aantrekkelijk was: ‘Ik ben bang dat zij smaakt naar het klimaat hier. De kersen rijpen niet in deze streken; ze zijn niet te eten!’ Von Bülow echter was gecharmeerd van het nieuwe werk: ‘Nummer 4 is gigantisch, een wet op zichzelf, vrij nieuw, ijzersterke persoonlijkheid. Straalt ongeëvenaarde energie uit van de eerste noot tot de laatste.’

Begin oktober nodigde Brahms een select gezelschap uit, onder wie de invloedrijke muziekcriticus Eduard Hanslick en dirigent Hans Richter. Nadat hij samen met collega Ignaz Brüll het eerste deel op piano had voorgespeeld, bleef het akelig stil. De spanning werd enigszins gebroken toen Hanslick opmerkte dat hij ‘het gevoel had een pak slaag te hebben gekregen van twee zeer intelligente mensen’, maar kennelijk liepen de vrienden niet erg warm voor de Vierde symfonie.

Brahms sloeg hun goedbedoelde adviezen in de wind en bracht zijn nieuwe werk op 25 oktober 1885 met de Meininger Hofkapelle in première. Het was een groot succes; het publiek applaudisseerde na elk deel. In de maand erop presenteerde het orkest de compositie op tournee langs diverse Duitse en Nederlandse steden.

Nadat Brahms het eerste deel op piano had voorgespeeld, bleef het akelig stil.

Brahms’ Vierde symfonie begint verrassend: de ‘zuchtende’ violen lijken uit het niets te komen en zetten de toon van het eerste deel. De tragische sfeer maakt hier en daar plaats voor een lichtpuntje – of zoals Brahms’ goede vriendin Clara Schumann het omschreef: ‘Het is alsof men in het voorjaar tussen de bloeiende bloemen ligt, en de ziel om beurten vervuld raakt van vreugde en verdriet.’

Het tweede deel opent met een soort melancholieke fanfare, gevolgd door hartverwarmende, zachtjes begeleide ën in de blazers. In het derde deel, een energiek met aparte s en onverwachte humor, zijn de knipogen naar Beethoven het duidelijkst. Deze vurige dans sloeg zo aan in Brahms’ tijd, dat het publiek dit deel steevast nogmaals wilde horen.

De finale is een ­hommage aan Bach. Opmerkelijk genoeg gebruikte Brahms hier als vorm een chaconne (variaties over een steeds herhaalde baslijn). Hij baseerde het op het slotdeel van Bachs BWV 150, Nach dir, Herr, verlanget mich en liet er wel dertig variaties en een op volgen. Het einde onderstreept de tragiek waar de symfonie mee begon.

Eerste en laatste uitvoering door het Concertgebouworkest

Het Concertgebouworkest speelde de Vierde symfonie voor het eerst onder leiding van Willem Kes op 14 december 1888. Myung-whun Chung dirigeerde de laatste uitvoering op 8 januari 2021. 

Biografie

John Eliot Gardiner, dirigent

John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.

De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.

Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra Natio­nal de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic ­Orchestra, het London Symphony ­Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het ­Mahler Chamber ­Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger ­Gewandhausorchester.

Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.

Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.

Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.

Stephen Hough, piano

Stephen Hough studeerde aan het Royal Northern College in Manchester en de Juilliard School in New York. In 1983 won hij de New Yorkse Naumburg Competition.

Hij soleerde met vele orkesten, gaf s in de meest prestigieuze concertzalen en trad regelmatig op tijdens bijvoorbeeld de Salzburger Festspiele, Mostly Mozart en de festivals van Aldeburgh, Aspen en Verbier. Bij de BBC Proms gaf hij meer dan 25 uitvoeringen van pianoconcerten. 

Stephen Hough bracht ruim zestig albums uit en won onder meer een Deutsche Schallplattenpreis, een Diapason d’Or en acht Gramophone Magazine Awards. Sinds 2005 is Stephen Hough Australisch staatsburger. In 2014 werd hij Commander of the Order of the British Empire.

Naast pianist is Stephen Hough ook een succesvol schrijver en componist. Hij schreef artikelen voor The Guardian, The Times, Gramophone en BBC Music Magazine en publiceerde onder meer de roman The Final Retreat. In 2019 verscheen bij Faber & Faber een bundel met essays. Zijn Missa Mirabilis, geschreven in opdracht van Westminster Cathedral, werd uitgevoerd door de Indianapolis Symphony en het BBC Symphony Orchestra.

Op 12 en 13 mei 2022 debuteerde Stephen Hough bij het Concertgebouworkest in BrahmsEerste pianoconcert onder leiding van John Eliot Gardiner.