Concertgebouworkest & Gardiner: Schumanns Szenen aus Goethes Faust

Koninklijk Concertgebouworkest
Sir John Eliot Gardiner dirigent

Christiane Karg sopraan
Louise Alder sopraan
Christian Gerhaher bariton
Ann Hallenberg alt
Claire Barnett-Jones alt
Tareq Nazmi bas
Kurt Rydl bas
Werner Güra tenor

Nederlands Kamerkoor instudering Wiecher Mandemaker
Nationaal Kinderkoor instudering Wiecher Mandemaker
Laurens Collegium Rotterdam instudering Wilma ten Wolde, vocal coach Irene Verburg

Koorsolisten:
Martha Bosch, Tanja Obalski, Elsbeth Gerritsen, Bethany Shepherd sopraan
Eline Welle, Rosina Fabius alt
Stefan Kennedy, Emilio Aguilar tenor
Gilad Nezer bas

Deze concerten maken deel uit van de series E en Z.

De concerten zijn voorzien van boventiteling in het Nederlands en Engels.
Het concert van zondag 8 december wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4.
De concerten worden mede mogelijk gemaakt door ING en Unilever, Global Partners van het Concertgebouworkest.

Robert Schumann (1810-1856)

Szenen aus Goethes ‘Faust’, WoO3 (1844-53)
voor solostemmen, koor en orkest

Ouverture

Eerste deel:
Szene im Garten, Gretchen und Faust
Gretchen vor dem Bild der Mater dolorosa
Szene im Dom

Tweede deel:
Ariel. Sonnenaufgang. Faust, Chor
Mitternacht
Fausts Tod

Derde deel:
Fausts Verklärung
Chorus mysticus

pauze na het tweede deel ± 21.20 resp. 15.20 uur
einde ± 22.45 resp. 16.45 uur

Lees ook het interview met Christian Gerhaher
Lees ook het achtergrondverhaal 'Duivels en Hemels spel'

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Szenes aus Goethe's Faust

Door Michiel Cleij

Robert Schumanns einde in een krankzinnigengesticht kwam vroegtijdig – hij was pas zesenveertig – maar nauwelijks onverwachts. Al in zijn vroege pianowerken hoor je een manische afwisseling van verstilling en onstuimigheid; het is muziek die in één adem kan prevelen en juichen. Duidelijker voortekenen kwamen toen hij als dertiger herhaaldelijk geplaagd werd door depressies en auditieve hallucinaties. Ondertussen was het alcoholpromillage waarmee hij placht te componeren ook geen garantie voor een stabiel geestesleven.

En toch was de componist een uiterst secuur werker. Dat blijkt onder meer uit zijn methodische verkenning van één genre tegelijkertijd: de piano­werken werden gevolgd door een stortvloed van eren, waarna hij zich op orkestmuziek stortte. Ook in zijn verkenning van muziektheater toonde de impulsieve Schumann zijn bedachtzame kant. Dat hij zich aangetrokken voelde tot was logisch: literatuur en poëzie fascineerden hem al vanaf zijn kindertijd en zijn liedproductie bewees zijn enorme talent voor het toonzetten van teksten.

Maar een opera componeer je niet in een opwelling; Schumanns omzichtigheid was een combinatie van ambitie, perfectionisme en onzekerheid. Na een rafelige reeks van aanzetjes, in de kiem gesmoorde plannen en half-uitgewerkte schetsen constateerde hij dat hij geen bevrediging vond in exotische onderwerpen en buitenlandse teksten. ‘Mijn dagelijkse gebed’, liet hij een vriend weten, ‘is Duitse opera.’

  • Robert Schumann

De enige echt-Deutsche die hij uiteindelijk voltooide was Genoveva – een mager succes – maar tegelijkertijd werkte hij aan Szenen aus Goethes ‘Faust’ – en dát zou zijn dramatische meesterwerk worden, ondanks de moeizame ontstaansgeschiedenis. De voltooiing nam bijna negen jaar in beslag. In die periode veranderde het werk voortdurend van gedaante en zelfs van genre: de geplande opera werd uiteindelijk een soort .

Schumann zag ervan af het hele Faustverhaal op muziek te zetten; in plaats daarvan verklankte hij een aantal afzonderlijke episodes. Het resultaat is een fascinerende hybride. Symfonische passages, flarden archaïsch aandoende kerkmuziek, sololiederen en theatrale uitbarstingen van koor en orkest wisselen elkaar af.

Achteraf gezien is het een wonder dat Schumann überhaupt de eindstreep haalde. Behalve door depressies en ­zenuwinzinkingen werd hij voortdurend geplaagd door de angst dat het toonzetten van Goethes ­beroemdste tekst als hoogmoed zou worden beschouwd. Daarnaast had Goethe, inmiddels al jaren dood, zelf gezegd dat Mozart de enige componist was die muziek bij Faust had kunnen schrijven – een intimiderende uitspraak die kennelijk het beste uit Schumann wrong.

In elk geval kon niemand hem aanwrijven dat hij geen respect voor de tekst had. Mozart zou niet hebben geaarzeld tekstwijzigingen door te drukken (‘Ik vind dat de tekst een nederige dienaar van de muziek moet zijn’), Schumann veranderde vrijwel geen woord.

  • Johann Wolfgang von Goethe

Het bekendste deel van Goethes Faust is het eerste, waarin de ambitieuze geleerde Faust door de duivel (Mephistopheles) in een dubieuze deal wordt gepraat: hij verkoopt zijn ziel in ruil voor ultieme kennis. Hoe verkeerd die keuze is, blijkt uit de ellende die hij daarop veroorzaakt. Bij het dorpsmeisje Gretchen verwekt hij een buitenechtelijk kind, zij sleept haar familie in haar val mee en vermoordt haar baby. Ze weigert met Fausts hulp uit de gevangenis te ontsnappen en sterft.

Aan dit drama, verschenen in 1808, voegde Goethe bijna vijfentwintig jaar later een tweede deel toe. Dit is geen vervolgverhaal maar een serie losse episodes waarin Faust – nog altijd in zaken met de duivel – door de wereld en zelfs naar het oude Griekenland reist, rusteloos zoekend naar ‘de waarheid’. Die vindt hij uiteindelijk wanneer hij als landgraaf dijken aanlegt en de bevolking van bouwland voorziet. Daarmee redt hij zijn ziel: een engelenschare transporteert hem naar de hemel, als beloning voor zijn daadkracht.

Het eerste deel heeft meer theatraal potentieel en was al in 1816 door Louis Spohr voor een gebruikt; later zouden onder meer Hector Berlioz, Charles Gounod en Ferruccio Busoni hetzelfde doen. Schumann concentreerde zich verrassend genoeg op het tweede deel. De afwezigheid van heftig drama en spektakel zag hij als een interessante uitdaging: het dwong hem te focussen op Fausts innerlijke strijd, zijn psychologie en zijn uiteindelijke verlossing. In zekere zin liep hij daarmee vooruit op Claude Debussy, een verklaard Schumann-bewonderaar die een halve eeuw later – bijvoorbeeld in zijn opera Pelléas et Mélisande – een nog scherper vergrootglas over de menselijke natuur zou leggen. Schumann verklankt die zielenroerselen met een continue muziekstroom die – ook Debussy-achtig – steeds nieuwe wendingen neemt en nauwelijks terugkerende ’s bevat. Waar een markant thema vaker klinkt heeft dat geen leidmotief-functie: het verwijst niet naar eerdere personages of plaatsen.

  • Faust en Gretchen, terwijl Mephistopheles om de hoek kijkt

Uit het eerste Faust-boek gebruikte Schumann alleen de fatale afloop van Fausts affaire met Gretchen. Met zijn onvoorspelbare, grillige componeerstijl had hij ongetwijfeld iets wonderlijks kunnen maken van een eerdere scène waarin de duivel zich in de gedaante van een poedel bij Faust introduceert, maar helaas zag hij daarvan af.

Dat hij nog geen doorgewinterd symfonicus was, blijkt uit de tamelijk formele Ouverture, maar in de daaropvolgende tuinscène (Szene im Garten) speelt hij meteen zijn troef als componist uit: Faust en Gretchen vinden elkaar in een uitbundig duet waarin zich later ook de duivel en buurvrouw Marta mengen als hun beider raadgevers (Gretchen und Faust). Vervolgens maakt Schumann een paardensprong door Goethes tekst. Gretchen is inmiddels moeder en moordenares van een buitenechtelijk kind en ziet in de kathedraal haar noodlot onder ogen: ze wil boeten voor haar zonden (Gretchen vor dem Bild der Mater dolorosa). Haar klaagzang, vernuftig verweven met de koorpartij en omspeeld met -imitaties van het orkest, vormt het dramatische hoogtepunt van het werk. Schumann toont zijn originaliteit wanneer de liturgische -tekst Gretchens ondergang aankondigt: hij zag af van de traditionele en verzon een nieuwe.

In het tweede gedeelte ontwaakt Faust volledig opgekalefaterd in een voorjaarsachtig decor. De engel Ariel geeft hem een herkansing. Met zo’n natuurtafereel is Schumann in zijn element: een dergelijke sprookjesachtige sfeer is ook alomtegenwoordig in zijn vroegere pianowerken.

  • 'Faust und Mephisto' (detail)

De Mitternacht-scène bevat meer feeërieke muziek, ter begeleiding van Fausts dialoog met vier geestverschijningen. Wanneer hij vol zelfvertrouwen verklaart dat hij zich geen zorgen maakt over zijn ziel wordt hij prompt met blindheid geslagen. Meteen daarop volgt Fausts dood. De tekst ­verwijst deels naar overgeslagen episodes (zoals Fausts ontmoeting met de klassiek-Griekse Helena), maar de essentie is dat de duivel zich meester waant: hij geeft zijn aapachtige lemuren (vertolkt door kinderkoor) opdracht Faust naar de hel te brengen.

Een inschattingsfout, zo blijkt uit het monumentale derde deel – voor Schumann zelf het uitgangspunt van de hele compositie. Drie monniken geven elk hun visie op de goddelijke genade en besluiten tot Fausts verlossing, bekrachtigd door een engelenkoor (Fausts Verklärung, Chorus mysticus). Door de veelvuldige combinatie van koor en orkest is het klankbeeld hier massiever dan elders, maar toch blijft de sfeer sereen. De suggestie van een langgerekte, kalme extase zonder dramatische ontladingen is wonderlijk effectief – en een krachttoer voor een componist die in andere werken emo­tioneel stuitergedrag niet schuwt.

Biografie

John Eliot Gardiner, dirigent

John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.

De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.

Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra Natio­nal de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic ­Orchestra, het London Symphony ­Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het ­Mahler Chamber ­Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger ­Gewandhausorchester.

Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.

Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.

Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.

Christian Gerhaher, bariton

Christian Gerhaher doorliep de klas van de Hochschule für Musik und Theater in München en volgde – tijdens het voltooien van zijn medische opleiding – masterclasses bij Dietrich Fischer-Dieskau, Elisabeth Schwarzkopf en Inge Borkh.

Samen met zijn vaste duopartner Gerold Huber volgde hij lessen bij Friedemann Berger, en hun liedinterpretaties worden algemeen beschouwd als normbepalend. De eerste cd van hun Schumann-cyclus werd in 2018 bekroond met zowel een Gramophone Award als een O­pus Klassik. Opernwelt benoemde de bariton twee keer tot Sänger des Jahres. Binnen het repertoire van Christian Gerhaher, zich uitstrekkend van Monteverdi tot Henze, is Wolfram in Wagners Tannhäuser een terugkerende favoriet in de operahuizen van Berlijn, Wenen, Londen en thuisbasis München. Voor concert­repertoire wordt hij geëngageerd door onder meer de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het London Symphony Orchestra.

Bij het Concertgebouworkest is hij een regelmatige gast sinds zijn debuut in Dvořaks Biblische Lieder in oktober 2004. Het laatste gezamenlijke optreden was in december 2019, in Schumanns Szenen aus Goethes Faust onder John Eliot Gardiner. Van een eerdere uitvoering, met Nikolaus Harnoncourt in 2008, verscheen een cd op RCO Live. 

Christiane Karg, sopraan

Christiane Karg, geboren in Beieren, studeerde bij Heiner Hopfner en Wolfgang Holzmair aan de Universität ­Mozarteum Salzburg en nam deel aan de Internationale Opernstudio van de Staatsoper Hamburg. Van 2008 tot 2013 was ze lid van het ensemble van de Oper Frankfurt. Nog tijdens haar studie maakte de sopraan haar debuut op de Salzburger ­Festspiele, waar ze sindsdien een graag geziene gast is.

Ze trad meermaals op bij grote ­huizen als het Royal Opera House Covent Garden in Londen, La Scala in Milaan, de Wiener Staatsoper en The Metropolitan Opera in New York. Voor de uitvoering van concert­repertoire werkte ­Christiane Karg samen met en als Christian Thielemann, Zubin Mehta, Yannick Nézet-­Séguin en Nikolaus Harnoncourt.

In ­december 2019 debuteerde ze bij het Concertgebouworkest als Gretchen in Schumanns Szenen aus Goethes Faust onder leiding van John Eliot Gardiner. In februari 2023 kwam ze terug als soliste in Mahlers Vierde symfonie, een werk dat ze ook zong met bijvoorbeeld het Gewandhaus­orchester Leipzig en zijn chef-­dirigent Andris Nelsons.

Mahlers Rückert-­Lie­der vertolkte ze recent onder meer met het Orchestra della Scala in Milaan onder Riccardo Chailly en de Bamberger Symphoniker geleid door Andrés Orozco-­Estrada. In het Mahler Festival 2025 soleerde Christiane Karg in Mahlers Tweede symfonie bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer.

Louise Alder, sopraan

Louise Alder studeerde aan de University of Edinburgh en vanaf 2010 aan het Royal College of Music in Londen, waar ze als eerste Kiri Te Kanawa Scholar afstudeerde in 2013.

De sopraan is gezegend met ‘een stem van schitterende schoonheid’ (Gramophone) en is ‘een geboren actrice’ ( Magazine).

Haar repertoire loopt uiteen van Bachs Johannes Passion tot Bernsteins West Side Story. Ze vertolkte de titelrol van Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea met de Academy of Ancient Music en was op de BBC Proms te bewonderen als Sophie in Richard StraussDer Rosenkavalier, als Marzelline in Beethovens Fidelio en in Händels Theodora.

Na de John Christie Award (2014) en de Young British Soloists’ Competition (2015) won ze in 2017 zowel de de Young Singer Award tijdens de International Awards als de publieksprijs van de Cardiff Singer of the World Competition.

Recente operasuccessen waren Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro bij de Bayerische Staatsoper in München en het Opernhaus Zürich, Zerlina in Don Giovanni in het Teatro Real in Madrid en Musetta in Puccini’s La bohème bij English National Opera.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Louise Alder op 6 december 2019 in Schumanns Szenen aus ­Goethes Faust onder leiding van John Eliot Gardiner.

Ann Hallenberg, mezzosopraan

Sinds ze in 1994 afstudeerde in Stockholm staat Ann Hallenberg met grote regelmaat op podia als de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, het Theater an der Wien en in de operahuizen van Zürich, Paris, Lyon, München en Dresden. Bij De Nationale Opera vertolkte ze in 2007 een indrukwekkende Dejanira in Händels Hercules. Meer recent zong de Zweedse mezzosopraan onder meer de titelrol in Händels Agrippina in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs.

Ann Hallenberg nam cd’s en dvd’s op met werk van onder anderen Bach, Vivaldi, Mozart, Haydn, Gluck en Rossini.

Haar concertrepertoire reikt van Monteverdi en Cavalli tot hedendaagse composities. In 2016 was de innemende zangeres de grote ster van het Prinsengrachtconcert.

Sinds haar debuut bij het Concertgebouworkest in 2005, in Mendelssohns  Elias onder leiding van Philippe Herreweghe, keerde ze op regelmatige basis terug. Haar meest recente samenwerkingen met het orkest had betrekking op Schumanns Szenen aus Goethes ‘Faust’ onder leiding van John Eliot Gardiner in december 2019.

Claire Barnett-Jones, alt

Claire Barnett-Jones studeerde in Birmingham, waarna ze in Londen haar studie voortzette aan de Royal Academy en de Guildhall School of Music and Drama.

In 2017 ontving ze de Wessex Glyndebourne Association Award voor veelbelovende jonge vocalisten. In 2018 was de Britse zangeres tweevoudig laureaat van het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch. Afgelopen juli was ze een van de finalisten van Placido Domingo’s Operalia-­concours.

Claire Barnett-Jones trad onder meer op tijdens de BBC Proms en in de Londense Wigmore Hall. Bij de Glyndebourne Festival vertolkte ze de rollen van de Dryade in Richard Straussdne auf Naxos, Annina in Der Rosenkavalier van dezelfde componist en Suzuki in ­Puccini’s ­Madama Butterfly. Bij English National Opera kroop ze in de huid van Sotopenre in Philip GlassAkhnaten en van Dido in Purcells Dido and Aeneas.

Claire Barnett-Jones debuteert bij het Concert­gebouworkest.

Werner Güra, tenor

Werner Güra, geboren in München, begon zijn muzikale opleiding aan het Mozarteum Salzburg en voltooide zijn zangstudie bij Kurt Widmer in Bazel. Daarnaast werd hij gecoacht door Nicolai Gedda, Margreet Honig en Wessela Zlateva.

In 1995 trad hij toe tot het ensemble van de Semperoper Dresden, waar hij de belangrijke Mozart- en Rossini-tenorrollen zong. Hij verscheen tevens op vele andere Europese podia.

Tegenwoordig legt Werner Güra zich toe op vocaal-­symfonische werken, oratoria en eren. De Duitse zanger werkte met onder andere het BBC Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Hij debuteerde in 2003 bij het Concertgebouworkest als Evangelist in Bachs Johannes-Passion onder leiding van Philippe Herreweghe en keerde daarna diverse malen terug bij het orkest.

Tareq Nazmi, bas

De in Koeweit geboren Tareq Nazmi groeide op in Duitsland en genoot zijn zangopleiding bij Edith Wiens en Christian Gerhaher aan de Hochschule für Musik und Theater in München.

De bas deed zijn eerste ervaring op aan de operastudio van de Bayerische Staatsoper in die stad en trad er vervolgens toe tot het vaste ensemble.

Hij vertolkte recentelijk rollen als Banco in Verdi’s Macbeth, Sarastro in Mozarts Die Zauberflöte, Ferrando in Verdi’s Il trovatore en Gurnemanz in Wagners Parsifal.

In Het Concertgebouw debuteerde hij in 2017 in Beethovens Negende symfonie onder leiding van Markus Stenz. Op het concertpodium was hij voorts onder meer te horen in Beethovens Missa solemnis en in Verdi’s Messa da Requiem.

Bij het Concertgebouworkest werkte hij in 2019 mee aan uitvoeringen van Schumanns Szenen aus Goethes Faust gedirigeerd door John Eliot Gardiner. Tareq Nazmi is tevens een gepassioneerd zanger.

Kurt Rydl, bas

Kurt Rydl hield zich met zoölogie bezig alvorens zang te studeren aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst in Wenen en het conservatorium in Moskou. Na dienstverbanden bij de huizen in Linz en Stuttgart werd de Weense bas in 1977 vast ensemblelid van de Wiener Staatsoper.

Zijn operarepertoire bestaat uit meer dan honderd rollen, die hij vertolkte in operatheaters over de hele wereld en tijdens de festivals van onder andere Bayreuth, Edinburgh en Salzburg. Kurt Rydls concertrepertoire bevat onder meer Verdi’s Messa da requiem, Mahlers Achtste symfonie en Beethovens Negende symfonie.

De bas werd meermalen onderscheiden voor zijn muzikale verdiensten. Zo ontving hij in 2001 het Österreich­isches Ehrenkreuz für Wissenschaft und Kunst en in 2007 het Goldenes Ehrenzeichen für Verdienste um das Land Wien.

Kurt Rydl debuteerde in 2012 bij het Concertgebouworkest in Wagners Parsifal.

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Laurens Collegium, koor

Het Laurens Collegium is het beroepskoor van Rotterdam en maakt deel uit van Laurens Vocaal. Het kamerkoor bestaat uit jonge professionele zangers en staat onder leiding van Wiecher Mandemaker. Het repertoire omvat koorliteratuur uit alle stijlperiodes van de westerse muziekgeschiedenis.

Jaarlijks staat het Laurens Collegium in zijn thuisstad geprogrammeerd in meerdere series in De Doelen. Daarnaast is het regelmatig te gast op de andere Nederlandse podia.

Het Laurens Collegium realiseert eigen producties en werkte samen met onder andere het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Orkest van de Achttiende Eeuw, Het Gelders Orkest en het Residentie Orkest Den Haag.

Met het Concertgebouworkest werkte het koor in december 2019 voor het eerst samen in Schumanns Szenen aus Goethes ‘Faust’ onder leiding van John Eliot Gardiner.

Nationaal Kinderkoor, koor

Het Nationaal Kinderkoor, ­het ­Nationaal Jongenskoor, het ­Nationaal Vrouwen Jeugdkoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor worden georganiseerd door Vocaal Talent Nederland. In het Nationaal ­Kinderkoor zingen talentvolle kinderen van 10 tot en met 15 jaar uit heel Nederland.

Van 2001 tot 2023 was Wilma ten Wolde artistiek leider, sinds 2023 is de artistieke leiding van het Nationaal Kinder­koor en ­het Nationaal Jongenskoor in handen van Irene Verburg en László Norbert Nemes. Het Nationaal Kinderkoor wordt vaak uitgenodigd voor concerten met orkesten, in Nederland en daarbuiten.

Het zong onder leiding van onder anderen Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt, Mariss Jansons, Simon Rattle, Jordi Savall, Markus Stenz en Jaap van Zweden. Bij het Concertgebouw­orkest zijn de koren van Vocaal Talent Nederland met grote regelmaat te gast; de laatste keer was in mei 2025, toen het ­Nationaal ­Kinderkoor en het Natio­naal Jongenskoor samenwerkten met het orkest in Mahlers ­Achtste symfonie, onder leiding van Klaus ­Mäkelä.