Concertgebouworkest Essentials: Sibelius’ Tweede symfonie

Koninklijk Concertgebouworkest
Stéphane Denève dirigent
Thomas Vanderveken presentatie

Inleiding 
Voorafgaand aan het concert wordt in de Pleinfoyer een musicus uit het Concertgebouworkest geïnterviewd over het gespeelde werk. Deze inleiding is alleen toegankelijk voor Entrée-­leden. Aanvang: 20.15 uur. 

Entrée café
Na afloop kan er worden nagepraat onder het genot van live muziek in de entreehal van Het Concertgebouw. Bij de bar van Het Concert­gebouw Café worden Moscow Mule en Gin Tonic geschonken. Het Entrée Café is voor iedereen toegankelijk.

er is geen pauze
einde ca. 22.00 uur 

Dit concert maakt deel uit van Essentials.

TOM Talk

Thomas Vanderveken tackelt de essentials 

Jean Sibelius 1865-1957

Tweede symfonie in D gr.t., op. 43 (1902) 
Allegretto
Tempo andante, ma rubato
Vivacissimo – Lento e suave 
Finale: Allegro moderato

Toelichting

Jean Sibelius 1865-1957

Tweede symfonie

In de negentiende eeuw ontwikkelden zich twee stromingen in de klassieke muziek: aanhangers van (zoals Johannes Brahms) vonden betekenis en samenhang in muzikale vorm en structuur, terwijl aanhangers van (onder aanvoering van Franz Liszt en Richard Wagner) nieuwe vormen zochten met behulp van buitenmuzikale ’s en verhaallijnen.

Jean Sibelius had in Helsinki voldoende afstand van de strijdende partijen om zich elementen uit beide stromingen toe te eigenen. In een brief aan zijn vrouw schreef hij na het bestuderen van Liszts Faust: ‘Een geweldig stuk, ik leer er veel van. Eigenlijk ben ik een toonschilder en een dichter. Ik voel mij het meest verwant met Liszts opvattingen over muziek.’

En toch lijkt zijn Tweede symfonie op het eerste gezicht bijna een neoklassieke exercitie met zijn eerste deel in , een langzaam tweede deel gevolgd door een en een finale. Sibelius gebruikt echter ook technieken die in symfonische gedichten populair waren, zoals e lijnen, veel aandacht voor sfeertekening en een steeds terugkerend (bijvoorbeeld de repeterende noten uit het openingsmotief).

Dan komen de fagotten erbij, boven hun partij staat geschreven ‘luguber’

Als een echte toondichter gebruikt Sibelius contrasterende muzikale texturen om verschillende gemoedstoestanden uit te drukken. Zo begint hij het tweede deel met een zachte roffel, gevolgd door ’s in de contrabas en de ’s. Dan komen de ten erbij, boven hun partij staat geschreven ‘luguber’. Hoe meer instrumenten erbij komen, hoe gejaagder de muziek klinkt.

In het manuscript noteerde Sibelius een verhaaltje bij dit deel: Don Juan zit in de schemer in zijn kasteel en een gast komt binnen, die geen antwoord geeft op vragen. Als de gast begint te zingen blijkt het de dood te zijn. Boven een ander thema noteerde hij ‘Christus’.

Hier klinkt de muziek vredig en majestueus als een , om even later met zoemende figuurtjes in de violen weer even terug te vallen in de gejaagde sfeer. In plaats van de traditionele ontwikkeling van ’s noemde Sibelius dit ‘gespiritualiseerde ontwikkeling’, een opeenvolging van gemoedstoestanden suggererend.

De Finnen, die door het russificatiebeleid van tsaar Nicolaas II hun eigen cultuur onderdrukt zagen, hoorden bij de première in Helsinki vooral patriottische muziek. Met name in het tweede deel herkende het publiek een die ook voorkomt in Valalaulu, een dat traditioneel gezongen wordt als Finse soldaten hun eed zweren. Robert Kajanus, de oprichter van het Helsinki Philharmonisch Orkest, dat, geleid door Sibelius zelf, de première verzorgde, schreef bloemrijk: ‘Het komt op mij over als het meest emotionele protest tegen alle onrecht dat op dit moment de zon van zijn licht en de bloemen van hun geur dreigt te beroven.’ 

Of Sibelius deze melodie bewust geciteerd heeft, is maar zeer de vraag. Hij componeerde het grootste deel van deze symfonie tijdens zijn verblijf in Italië. En zoals het bij veel populaire meesterwerken gaat, doen over de ontstaansgeschiedenis vele anekdotes de ronde. Een schilder herinnert zich hoe, tijdens de doopplechtigheid van zijn zoon, Sibelius op een van de thema’s uit de Finale improviseerde op het . Een uitgever is ervan overtuigd dat verschillende motieven bedacht zijn aan de vleugel in zijn studeerkamer.

De première in Helsinki was het begin van een ware mftocht. Op 9 februari 1911 speelde het Concertgebouworkest de symfonie voor het eerst, onder leiding van Evert Cornelis. De recensent van het Algemeen Dagblad schreef:

‘En dan was er een symphonie van Sibelius, den toonkunstheld van Finland. […] Misschien is ’t voor een niet-Fin onmogelijk het eigenaardig-geheimzinnige, het wezenlijke dezer muziek geheel te doorvoelen; bij een eerste aanhooren, dit is zeker, heeft men veel moeite om met Sibelius’ gedachten, in de stemmingen dezer symphonie, mee te gaan.’

Matthijs Vermeulen, recensent van De Tijd, voorspelde dat de symfonie geen lang leven beschoren zou zijn. Hij zat er volslagen naast. Na die eerste keer klonk de symfonie nog vele malen in Amsterdam.

Biografie

Stéphane Denève, dirigent

Stéphane Denève is music director van het St. Louis Symphony Orchestra, artistiek leider van de New World Symphony in Miami, en sinds 2023 vaste gastdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. In recente jaren was hij eerste gastdirigent van The Philadelphia Orchestra en chef-­ van de Brussels Philharmonic, en voorheen stond hij aan het roer van het Radio-Sinfonieorchester Stuttgart en het Royal Scottish National Orchestra.

Als gastdirigent stond Stéphane Denève voor de Wiener Symphoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Sym­phony Orchestra, de en van Boston en Chicago en The Cleve­land Orchestra. producties leidde hij in Amsterdam, Londen, Parijs, Milaan, Berlijn, Madrid en Brussel en tijdens de festivals van Matsumoto en Glyndebourne.

Stéphane Denève heeft bijzondere affiniteit met de muziek van zijn geboorteland Frankrijk en is mede via zijn directeurschap van het Centre for Future Orchestral Repertoire (CffOR) een pleitbezorger van hedendaags repertoire. Na zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest met Frank Martins Golgotha in 2013 keerde hij meerdere malen terug. Zo leidde hij in september 2018 Honeggers opera-­ Jeanne d’Arc au bûcher, waarvan de cd-opname op RCO Live internationaal hoog geprezen werd. In 2019 leidde hij het orkest in Debussy’s Pelléas et Mélisande bij De Nederlandse Opera.

Stéphane Denève werd geboren in het Noord-Franse Tourcoing. Hij studeerde af aan het conservatorium van Parijs en werkte al vroeg in zijn carrière met en als Georg Solti, Georges Prêtre en Seiji Ozawa.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Thomas Vanderveken, presentator

Sinds het Concertgebouworkest in 2014 de concertserie Essentials startte, zijn de eigenwijze TOM Talks (naar de beroemde TED Talks) van de Vlaamse presentator Thomas Van­derveken een vast programmaonderdeel. Thomas Vanderveken studeerde enkele jaren muziektheorie en piano aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel.

Hij begon zijn tv-carrière als acteur in de tv-serie Spoed en als presentator bij VTM-jeugdzender JIMtv in 2001. Sinds 2003 is hij presentator bij de VRT, waar hij bekendheid verwierf met ­reportages voor Vlaanderen Vakantieland en als spelleider in Vriend of Vijand en ­Mercator. Zijn eerste liveshow, Ster­acteur Sterartiest, werd een kijkcijferhit. ­

Thomas Vanderveken is daarnaast bekend van de spelprogramma’s Beste vrienden en 1 jaar gratis, de talkshow Alleen Elvis blijft bestaan, de consumentenprogramma’s Voor hetzelfde geld en FactCheckers en het interviewprogramma Onder ons. Ook voorzag hij regelmatig het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker van televisiecommentaar en versloeg hij de Koningin Elisabethwedstrijd.