Concertgebouworkest Essentials: Rachmaninoff
Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Thomas Vanderveken presentatie (TOM Talk)
Dit programma maakt deel uit van Essentials.
Na afloop organiseert jongerenvereniging Entrée het gratis toegankelijke Entrée Café in de Spiegelzaal, met live muziek of dj op de achtergrond.
Ook interessant:
- Presentator Thomas Vanderveken: ‘Muziek is een ongelofelijke uitvinding van de mens’
Antonín Dvořák (1841-1904)
Carnaval, op. 92, B 169 (1891)
ouverture voor orkest
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Symfonische dansen, op. 45 (1940)
Non allegro
Andante con moto (Tempo di valse)
Lento assai – Allegro vivace
er is geen pauze
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Antonín Dvořák (1841-1904)
Carnaval
Door Bart de Graaf
Antonín Dvořák was een echte laatbloeier: pas op 36-jarige leeftijd durfde hij het aan om enkele stukken naar zijn grote voorbeeld Johannes Brahms te sturen. Daarop bracht Brahms hem in contact met uitgever Fritz Simrock en ontwikkelde zich een hechte vriendschap tussen de twee componisten. Toen Dvořák drie concertouvertures had geschreven, aanvankelijk onder de titel Natuur, leven en liefde, schreef Brahms aan Simrock: ‘Het zijn vrolijke stukken, men zal je dankbaar zijn als je dit uitgeeft.’ Later scheidde Dvořák de drie werken van elkaar en veranderde hij de titel van het tweede stuk in Een Tsjechisch carnaval, om het later, meer algemeen, Carnaval te noemen. Hoewel de drie werken onafhankelijk van elkaar verder leefden, bleven ze tisch met elkaar verbonden. In de rustige middensectie van Carnaval speelt de klarinet een thema, dat door de wordt overgenomen. Dat thema klinkt in alle drie de ouvertures.
Dvořák zelf dirigeerde de première van Carnaval in 1892 in Praag. Zes maanden later leidde hij een uitvoering van het stuk in Carnegie Hall, New York. In de tussentijd was de componist met zijn gezin naar de Verenigde Staten verhuisd op uitnodiging van Jeannette Thurber, die in New York het National Conservatory of Music of America had opgericht. De opdracht die zij aan Dvořák als nieuwe directeur gaf was de Amerikaanse klassieke muziek te ontwikkelen naar Europese maatstaven, met behoud van het Amerikaanse culturele erfgoed.
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Symfonische dansen
Door Michiel Cleij
Een Russische componist die opgroeit in de traditie van Tsjaikovski en vijftig jaar later – na een gedwongen emigratie naar de Verenigde Staten, oorlogen en extreme modernisering van de muziekcultuur – nog steeds in datzelfde romantische idioom componeert: is dat tragisch? Of juist een bewijs van trots en onwrikbaarheid? Als je Rachmaninoffs muziek hoort, is het beide. Al in zijn vroegste werken hoor je dat hopeloos smachtende, verlangende, zwelgende van de Russische . Maar zijn symfonieën en concerten hebben ook altijd een opzwepend, vitaal slot: optimisme wint het uiteindelijk van tegenslag. Aan noodlottigheden heeft het Rachmaninoff nooit ontbroken. Een vader die het familiekapitaal verbraste, een jong gestorven zusje, daarna langdurige miskenning van zijn compositorisch talent, revolutie, oorlog – al die omstandigheden dreven hem van de ene woonplaats naar de andere, steeds verder van zijn Russische oorsprong. En ondanks al die verhuizingen, eindigend in Beverly Hills, bleef zijn muziek altijd zeer Russisch en zeer negentiende-eeuws.
Ook in de Symfonische dansen uit 1940 – zijn laatste werk – ontbreekt het geenszins aan Russische melancholie, ook al woonde Rachmaninoff toen al jaren in Amerika. Typerend is het commentaar dat hij achteraf gaf: ‘Het stuk zou eigenlijk gewoon Dansen heten, maar ik wilde de indruk vermijden dat ik dansmuziek voor jazzorkest had geschreven.’ Het had gekund; in zijn Vierde pianoconcert uit 1926 zitten bigband-effecten die zijn liefde voor jazz verraden. Daarvan is hier geen spoor. Deze dansen zijn te onvoorspelbaar en te grillig voor een dansvloer. Zelfs de tweede, gebaseerd op een ritme, volgt geen bestaand patroon. Ze klinken ook lang niet altijd uitbundig, al wordt de weemoedige onderstroom vaak gemaskeerd door gloedvolle, energieke uitbarstingen.
Hoogtepunt is het slotdeel, dat de voortdurend aan heimwee lijdende componist van autobiografische trekjes voorzag. Overal in zijn oeuvre – al vanaf zijn vroegste composities – citeerde Rachmaninoff het e , een dreigende , traditioneel geassocieerd met de Dag des Oordeels, die hij tot een soort handtekening maakte. Hier is dat Dies irae de stuwende kracht achter het hele deel, zeer hoorbaar in de xylofoonpartij. Daarnaast citeert Rachmaninoff vlak voor het slot ook een indringende passage uit zijn eigen Russisch-orthodoxe koorwerk All-Night Vigil. Het is muziek van een doorgewinterde, oude, oer-nostalgische componist die met een aangrijpende slagkracht nog éénmaal zijn demonen uitbant. ‘Ik denk dat dit mijn beste werk is’, zei hij na voltooiing. En in de noteerde hij onder de slotmaten: ‘Ik dank U, Heer.’
Kirill Kondrashin zette het werk op 19 november 1976 als eerste op de lessenaar bij het Concertgebouworkest. De laatste uitvoering werd op 13 mei 2016 geleid door Semyon Bychkov.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov, dirigent
Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.
Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).
Als gastdirigent staat Semyon Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met Sjostakovitsj’ Zevende symfonie, ‘Leningrad’.
De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.
Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.
Thomas Vanderveken, presentator
Sinds het Concertgebouworkest in 2014 de concertserie Essentials startte, zijn de eigenwijze TOM Talks (naar de beroemde TED Talks) van de Vlaamse presentator Thomas Vanderveken een vast programmaonderdeel. Thomas Vanderveken studeerde enkele jaren muziektheorie en piano aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel.
Hij begon zijn tv-carrière als acteur in de tv-serie Spoed en als presentator bij VTM-jeugdzender JIMtv in 2001. Sinds 2003 is hij presentator bij de VRT, waar hij bekendheid verwierf met reportages voor Vlaanderen Vakantieland en als spelleider in Vriend of Vijand en Mercator. Zijn eerste liveshow, Steracteur Sterartiest, werd een kijkcijferhit.
Thomas Vanderveken is daarnaast bekend van de spelprogramma’s Beste vrienden en 1 jaar gratis, de talkshow Alleen Elvis blijft bestaan, de consumentenprogramma’s Voor hetzelfde geld en FactCheckers en het interviewprogramma Onder ons. Ook voorzag hij regelmatig het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker van televisiecommentaar en versloeg hij de Koningin Elisabethwedstrijd.



