Concertgebouworkest Essentials: Beethovens ‘Eroica’

Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Thomas Vanderveken presentatie

Dit concert maakt deel uit van Essentials.

Lees ook:
- Wie was Ludwig van Beethoven? (biografie)
Speurtocht in Beethovens ‘Eroica’: waar is thema twee?

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Symfonie nr. 3 in Es gr.t., op. 55 ‘Eroica’ (1802-04)     
Allegro con brio
Marcia funebre: Adagio assai
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro molto – Poco andante – Presto

er is geen pauze

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Derde symfonie, ‘Eroica’

Door Michiel Cleij

Toen Ludwig van Beethoven zijn Derde symfonie in Es groot componeerde, tekende zich een politieke omwenteling af waarop de maatschappelijk geëngageerde componist enthousiast reageerde. De Franse Revolutie, enkele jaren eerder, was een inspirerend voorbeeld geworden voor andere landen: als Frankrijk zijn autoritaire regime voor een republiek kon verruilen moest dat elders ook mogelijk zijn, meenden velen. Beethoven behoorde daartoe. Al tijdens zijn studiejaren koesterde hij republikeinse idealen. Die sympathieën werden nog sterker toen hij in Wenen in opdracht werkte van diverse prinsen en bisschoppen. Daar voelde de eigenzinnige Beethoven zich in zijn creativiteit beperkt door de eisen van zijn broodheren en kon hij uitbuiting en onderdrukking van dichtbij observeren. De frustraties werden nog verergerd door zijn toenemende doofheid.

De Derde symfonie veroorzaakte in 1805 een sensatie. Niemand was voorbereid op dit ongewoon grootschalige werk waarin militante uitbarstingen worden afgewisseld door lieflijke passages die bijna als religieuze hymnes klinken. Vanaf dit moment was een symfonie méér dan amusementsmuziek voor de adel; dit was muziek die ‘het gewone volk’ moest aanspreken en meeslepen, een spiegel van de maatschappij, een hartenkreet van een idealist.

De eerste helft van de symfonie bevat de grootste verrassingen. Het begindeel dendert dwars door de heersende klassieke conventies heen. De afgewogen verhoudingen van de traditionele symfonie worden opgeblazen: steeds weer lanceert Beethoven nieuwe muzikale ideeën die zich op hun beurt verder vertakken. Die ‘wildgroei’ slaagt omdat Beethoven uitgaat van korte, ‘onaffe’ motieven waarmee hij alle kanten uit kon. Al die jes hebben een eigen ritmische identiteit, wat een gevarieerd en levendig klankbeeld oplevert.

Deel twee is een treurmars – een genre dat in Frankrijk tijdens de Revolutie populair was geworden en voor de progressieve Beethoven een speciale lading had. Na zo’n gedragen episode kan het effect van het daaropvolgende niet groter zijn: ook weer zo’n deel waarin korte, krachtige ­fragmenten over elkaar heen buitelen – en halverwege zelfs een -achtige metselwerk vormen.

In de Finale – met een bijna treiterige introductie die steeds een andere richting uit lijkt te gaan – gebruikte Beethoven een dat hij eerder in een pianowerk gebruikte en, nog prominenter, in zijn ballet Die Geschöpfe des Prometheus, over het mythische personage dat het vuur vanuit het godenrijk naar de mensenwereld had gesmokkeld en dus een belangrijke rol in de menselijke beschaving speelde. En daarmee legde hij een link naar Napoleon Bonaparte, de Franse consul die volgens velen internationaal zou afrekenen met ongelijkheid en onrechtvaardigheid; hij belichaamde een rechtvaardiger staatsbestel en zou dus een eigentijdse Prometheus kunnen zijn. Aan hem had Beethoven dit werk willen opdragen. Bekend is de anekdote die Beethovens vriend Ferdinand Ries achteraf vertelde: Beethoven had het werk aanvankelijk ‘Bonaparte’ gedoopt, maar kraste die opdracht door toen hij vernam dat Napoleon zich tot keizer had laten kronen (‘Dus ook híj is een ordinair mens! Ook híj zal de mensenrechten met voeten treden, zijn eigen ambities najagen en een tiran worden!’). Kort daarop werd de symfonie uitgegeven met de ondertitel ‘Sinf­onia Eroica (‘heroïsche symfonie’) gecomponeerd ter herinnering aan een groot man’. En dat had evengoed Beethoven zelf kunnen zijn: de grillige ‘Eroica’ klinkt ook als een zelfportret van een trotse en idealistische componist.

Biografie

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Thomas Vanderveken, presentator

Sinds het Concertgebouworkest in 2014 de concertserie Essentials startte, zijn de eigenwijze TOM Talks (naar de beroemde TED Talks) van de Vlaamse presentator Thomas Van­derveken een vast programmaonderdeel. Thomas Vanderveken studeerde enkele jaren muziektheorie en piano aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel.

Hij begon zijn tv-carrière als acteur in de tv-serie Spoed en als presentator bij VTM-jeugdzender JIMtv in 2001. Sinds 2003 is hij presentator bij de VRT, waar hij bekendheid verwierf met ­reportages voor Vlaanderen Vakantieland en als spelleider in Vriend of Vijand en ­Mercator. Zijn eerste liveshow, Ster­acteur Sterartiest, werd een kijkcijferhit. ­

Thomas Vanderveken is daarnaast bekend van de spelprogramma’s Beste vrienden en 1 jaar gratis, de talkshow Alleen Elvis blijft bestaan, de consumentenprogramma’s Voor hetzelfde geld en FactCheckers en het interviewprogramma Onder ons. Ook voorzag hij regelmatig het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker van televisiecommentaar en versloeg hij de Koningin Elisabethwedstrijd.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest