Concertgebouworkest en Andris Nelsons: Rachmaninoff (14.15 uur)

29 augustus 2020 – 14.15 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Andris Nelsons dirigent

Het concert van 29 augustus wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 6 september om 14.00 uur via NPO Radio 4.

uitleg over het afdrukken van programmaboekjes

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Symfonie nr. 2 in e kl.t., op. 27 (1906-07)

Largo – Allegro moderato
Allegro molto
Adagio
Allegro vivace

er is geen pauze

Toelichting

Rachmaninoff: Tweede symfonie

Door Onno Schoonderwoerd

De natuur met haar circulaire proces van groei en verval was voor Serge Rachmaninoff een belangrijke inspiratiebron. ‘Ik maak een grote wandeling door de natuur. Mijn ogen vangen de lichtval op van jong loof na een regenbui, mijn oren de ritselende ondertoon van het bos. Of ik zie de bleke tinten boven de horizon na zonsondergang en ze duiken in één keer tevoorschijn – alle stemmen tegelijk. Niet een paar tonen hier en een paar tonen daar. Alles. Het hele complex groeit.’

  • Serge Rachmaninoff

Rachmaninoff concipieerde de grote vorm van zijn werken als een geheel. En daarin onderscheidt zijn oeuvre zich misschien van dat van de 33 jaar oudere Pjotr Tsjaikovski, waarmee het traditioneel wordt vergeleken. Niet de strijd tussen contrasterende elementen, zoals bij de doorgewinterde man Tsjaikovski, maar de doorgaande ontwikkeling is de onderliggende dramaturgische idee van Rachmaninoffs composities.

Geen symfonieën meer!

Om de drukte van het concertseizoen te ontlopen had Rachmaninoff zich in de herfst van 1906 in Dresden teruggetrokken, waar hij zich – relatief incognito – op het componeren kon storten. Dat hij een nieuwe symfonie wilde schrijven, hield hij angstvallig geheim omdat het fiasco van zijn Eerste symfonie uit 1895 hem nog veel te helder voor de geest stond. Alexander Glazoenov had toen de première gedirigeerd, maar of het nu kwam doordat het jeugdwerk nog te veel rammelde, doordat de man het werk niet begreep, of doordat hij (zo gaat het gerucht) verre van nuchter was, de symfonie sloeg niet aan.

Van streek door zo’n onverwachte tegenslag had Rachmaninoff bijna drie jaar lang geen noot op papier kunnen krijgen. Pas op 1 april 1907 maakte hij in een brief aan zijn vriend Nikita Morozov bekend dat hij weer met een symfonie bezig was: ‘Als ik het werk afkrijg, en dan mijn Eerste symfonie verbeterd heb, dan zweer ik – geen symfonieën meer. Vervloek ze! Ik weet niet hoe ik ze moet schrijven, maar bovenal, ik wil ook niet meer.’

De grote lijn

Een symfonie van ongeveer een uur werd het – op Glières symfonie Ilja Moeromets na de langste Russische symfonie vóór het Sovjettijdperk – en een werk waarin Rachmaninoff zich van zijn allerbeste kant laat zien. De e bogen, de harmonische eenheid en de vloeiende ritmiek lijken sterk beïnvloed door zijn voorbeeld Tsjaikovski, mogelijk ook door de Russisch-orthodoxe kerkmuziek. Opvallend is echter de hechte structuur, veroorzaakt door de uiterst zorgvuldige (net niet té economische) manier waarop Rachmaninoff met zijn materiaal omgaat.

  • Serge Rachmaninoff

De hele symfonie is gelardeerd met een dramatisch motto- dat in donkere klanken het werk in beweging zet. Uit de staart ervan ontwikkelen zich golvende, grotendeels neerwaarts gerichte motieven. Via een wat levendiger figuratie en een tweede thema belanden we in het tweede deel, dat met een inzet begint. Er klinkt een – weer stapsgewijs dalend – dat de liturgische van het suggereert, en dat is, door zijn verbinding met de dodenmis, toch niet de melodie die je zou verwachten in een deel dat als van de symfonie fungeert. Het lichtvoetig voorthuppelende hoofdthema wordt regelmatig geconfronteerd met een hartstochtelijke tegenspeler.

En ook het derde deel () is zo romantisch, en expressief, dat je je afvraagt waarom Rachmaninoffs ’s zo onbekend zijn gebleven. Het laatste deel is de ‘grande apothéose’. Na een welhaast carnavaleske opening, gebaseerd op een thema uit het tweede deel, passeren allerlei thema’s uit de voorafgaande delen opnieuw de revue. Ze worden afgewisseld met een nieuw lyrisch thema. Deze melodie is, anders dan vrijwel iedere voorganger, opgebouwd uit grotere sprongen. Overheersend blijft echter het gevoel dat iedere melodie, en iedere noot, logisch uit de voorgaande noten voortkomt.

Biografie

Andris Nelsons, dirigent

Andris Nelsons was tist in het orkest van zijn geboortestad Riga ­voordat hij in 2001 naar Sint-Petersburg vertrok om directie te studeren bij ­Alexander Titov, gevolgd door privélessen bij Mariss Jansons. Hij werd achtereenvolgens chef-­ van de Letse Nationale Opera (2003-2007), de ­Nordwestdeutsche Philharmonie (2006-2009) en het City of ­Birmingham ­Symphony Orchestra (2008-2015).

Sinds seizoen 2014/2015 is Andris Nelsons ­music director van het Boston ­Symphony Orchestra en sinds februari 2018 ook Kapellmeister van het ­Gewandhausorchester Leipzig. Zijn twee orkesten werken verregaand samen, wat onder meer tot uiting komt in gezamenlijke cd-opnames.

producties leidde Andris Nelsons onder meer bij het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York en de Bayreuther Festspiele. Als gastdirigent leidt hij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de New York Philharmonic.

Sinds augustus 2008 is Andris Nelsons bij het Concertgebouworkest een graag geziene gast: naast concerten in Amsterdam leidde hij het orkest veelvuldig op tournee. Bij de laatste samenwerking, in augustus 2020, stond Rachmaninoffs Tweede symfonie op de lessenaar.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest