Concertgebouworkest: Bachs Magnificat en Brahms’ Eerste

Serie B 20.15 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent
Anna Lucia Richter sopraan
Rosanne van Sandwijk sopraan
Iestyn Davies countertenor
Benjamin Hulett tenor
Peter Harvey bas
Nederlands Kamerkoor instudering MaNOj Kamps

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Magnificat in D gr.t., BWV 243 (1723)

antifoon ‘Quomodo fiet istud, angele Dei’
Magnificat
Et exsultavit spiritus meus
Quia respexit humilitatem
Omnes generationes
Quia fecit mihi magna
Et misericordia
Fecit potentiam
Deposuit potentes
Esurientes implevit bonis
Suscepit Israel
Sicut locutus est
Gloria Patri
antifoon ‘Gabriel angelus locutus est Mariae dicens’

pauze

Johannes Brahms (1893-1897)

Eerste symfonie in c kl.t., op. 68 (1855-76)

Un poco sostenuto, Allegro
Andante sostenuto 
Un poco allegretto e grazioso
Adagio - Più andante - Allegro non troppo 
ma con brio

begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

magnificat

  • Johann Sebastian Bach componeerde het Magnificat als onderdeel van de Kerst- en Mariavisitatievieringen in de Lutherse Thomaskerk te Leipzig
  • De Latijnse tekst van het Magnificat is ontleend aan het bijbelverhaal waarin de van Jezus zwangere Maria haar nicht Elizabeth bezoekt
  • Iván Fischer opent en sluit het stuk met twee antifonen; klassieke 'omlijstingsgezangen'.

Tekst: Lonneke Tausch

Op 31 mei 1723 was Johann Sebastian Bach aangesteld als Thomascantor in Leipzig. De eerste hoogtijdagen van het liturgische jaar – Pasen en Pinksteren – had hij daarmee gemist, dus Kerstmis was het eerste grote kerkelijke feest waar hij zijn visitekaartje kon afgeven.

Voor de vesperdienst van Eerste Kerstdag in zijn nieuwe thuisstad componeerde Bach een feestelijk Magnificat (in Es groot). Het Magnificat is de lofzang van Maria, door Lucas aangehaald in zijn evangelie (I, 39-56): de van Jezus zwangere Maria brengt een bezoek aan haar nicht (volgens sommige bijbelgeleerden haar tante) Elizabeth, na aansporing van de aartsengel Gabriel.

Die heeft Elizabeth namelijk, voordat hij Maria vertelde dat ze moeder zou worden, een soortgelijke boodschap gebracht: Elizabeth is zwanger van een kind dat als Johannes de Doper de wegbereider voor Jezus zal worden.

Op bezoek bij Elizabeth heft Maria haar lofzang aan nadat ‘het kind van vreugde was opgesprongen’ in Elizabeths buik en Elizabeth Maria vervolgens ‘moeder mijns Heren’ heeft genoemd.

In de lutherse eredienst was Duits de voertaal, maar bij gelegenheid werd ook het Latijn gebezigd. Om Maria’s loflied geschikt te maken voor de kerstperiode, was het bovendien al sinds de late Middeleeuwen traditie om de tekst uit te breiden met zogeheten kerstlauden. Zo deed ook Bach: hij voegde de gebruikelijke vier extra kerstdelen in, twee op een Latijnse en twee op een Duitse tekst.

Voor het eerst schreef Bach in het Magnificat voor een vijfstemmig koor, een luxe vocale bezetting die hij verder alleen in zijn Mis in b klein (‘Hohe Messe’) zou toepassen. Hij maakte van zijn Magnificat een meesterproef in het , met in ieder deel een andere sfeer en expressie.

De tekst van Maria’s loflied splitste hij op in koordelen en substantiële, zelfstandige solo-’s. Als om het bijzondere van de vijfstemmigheid in het koor te ueren, verlangde hij parallel daaraan ook vijf vocale solisten. Ook de uitgebreide is bijzonder: strijkers en in de basis, en daarnaast twee fluiten, twee hobo’s, drie ten en .

Opvallend aan de structuur van het Magnificat is het cyclische karakter, dat Bach bereikte door in het slotdeel te putten uit zijn muziek van het machtige openingskoor. Dit benadrukt niet alleen de symmetrische opbouw van het Magnificat als geheel, maar is meteen ook een treffende tekstuitbeelding: ‘Sicut erat in principio’, zoals het was in den beginne.

Het werk zou zijn definitieve vorm krijgen als het Magnificat in D groot, BWV 243. Het hele stuk ging met een halve toon omlaag van Es groot naar D groot, de als feestelijk te boek staande die het Magnificat veel beter speelbaar maakte voor de trompetten die destijds doorgaans in D waren gestemd. De nieuwe toonsoort was weliswaar nadelig voor de blokfluiten, maar die verving Bach door de modernere traverso’s. De componist deed verder talloze kleine en grotere aanpassingen.

Bach liet zijn nieuwe versie zeer waarschijnlijk voor het eerst aan de Leipziger kerkgemeenschap horen in de middagvespers bij de viering van Maria Visitatie op 2 juli 1733 – vanzelfsprekend zonder de kerstlauden. Later werd het werk ook regelmatig bij andere aan Maria gewijde vieringen uitgevoerd.

Iván Fischer laat Bachs Magnificat vergezeld gaan van twee antifonen behorend bij de feestdag van de Annunciatie, gevierd op 25 maart, waarop de engel Gabriel de geboorte van Jezus aankondigt aan Maria (Lucas I, 28 resp. 34-35).

Johannes Brahms 1833-1897

Eerste Symfonie

  • De zelfkritische componist Johannes Brahms durfde pas op 43-jarige leeftijd zijn Eerste symfonie te voltooien
  • De symfonie is opgebouwd uit een kern van noten die steeds in andere gedaanten terugkomt

Tekst: Michiel Cleij

Tussen andere romantische componisten neemt Johannes Brahms een wat afwijkende plaats in. Hij was geen flamboyante podium­ zoals Franz Liszt of Frédéric Chopin en zeker geen hoeder van theatrale ­visioenen zoals Richard Wagner.

Hij staat nog het dichtst bij Robert Schumann (al miste hij diens impulsieve temperament): beiden vonden dat aan ouderwetse, klassieke vormen als en symfonie nog altijd nieuwe dimensies konden worden toegevoegd. En ze deelden een diepe bewondering voor Bach op wiens doortimmerde muzikale architectuur ze altijd weer teruggrepen.

Die Bach-oriëntatie was moderner dan je zou denken: in de negentiende eeuw was Johann Sebastian Bachs muziek aan een herontdekking toe. Naast Felix Mendelssohn en Schumann was Brahms, als lid van het recent opgerichte Bach Gesellschaft, een van de belangrijkste aanjagers daarvan.

Het duurde lang eer Brahms zich aan een symfonie waagde – ook al had Schumann in de pianostukken van de 19-jarige Brahms ‘versluierde symfonieën’ herkend. Diverse aanzetten sneuvelden, mede vanwege de hoge lat die Ludwig van Beethovens symfonieën hadden gelegd (‘Nooit zal ik een symfonie schrijven… Je hebt geen idee hoe het is om zo’n gigant achter je te horen marcheren!’).

Dat het er uiteindelijk toch van kwam – na de Eerste symfonie in c klein volgden er nog drie – was te voorzien: de pianoconcerten en s die Brahms eerder componeerde bewezen zijn vermogen om grootschalige constructies voor te scheppen – precies zoals Schumann jaren eerder al had voorzien.

Bij de première in 1876 werd hij meteen weer met die Beethoven-erfenis geconfronteerd: ‘Dit is Beethovens Tiende!’, schijnt Hans von Bülow te hebben uitgeroepen. Minder geestdriftig was Clara Schumann, Brahms’ muzikale geweten: zij was enthousiast over het openingsdeel, maar miste in de andere drie de melodische kracht waarin ze Brahms zo’n uitblinker vond.

Die mening werd veel recenter van nuances voorzien door de dirigent Nikolaus Harnoncourt. Pakkende ën, zei hij, zijn niet het belangrijkste onderdeel van een symfonie, want ‘melodische ideeën kon een componist toentertijd overal oppikken, zelfs Beethoven vond ze misschien van secundair belang. Het echte werk begon tijdens het compositieproces, tijdens de doorwerking ervan.’

Oftewel: het zijn niet de afzonderlijke details die de symfonie tot zo’n boeiend bouwwerk maken, maar hun onderlinge samenhang. En Brahms’ Eerste is inderdaad een boeiend bouwwerk: bijna alle muzikale gegevens die je hoort zijn aan elkaar verwant.

Uit het dreigende openingsthema leidde Brahms diverse motieven af die op hun beurt uitwaaieren en nieuwe gedaanten aannemen, soms gedragen en somber, soms helder en lichtvoetig. Het aardige is dat die verwantschappen er zelden dik bovenop liggen: je registreert ze onbewust, zodat de hele symfonie – ondanks alle stemmingswisselingen – het effect heeft van één lange, doorgaande lijn.

Biografie

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Anna Lucia Richter, mezzosopraan

Anna Lucia Richter zong in het kinderkoor van de Dom van Keulen en studeerde bij Kurt Widmer, Klesie Kelly-Moog, Christoph Prégardien en Margreet Honig. In 2016 won ze een Borletti-Buitoni Trust Award en debuteerde ze bij het ­Koninklijk ­Concertgebouworkest in Bachs ­Magnificat.

Begeleid door Tamar Rachum ontwikkelde de zangeres zich in 2020 van sopraan naar mezzosopraan; een stap die nieuwe mogelijkheden bood, zoals de altpartij van Mahlers Tweede en Vierde symfonie bij de Bamberger ­Symphoniker en Jakub Hrůša.

Het ­repertoire van Anna Lucia Richter omvat alle genres en reikt van Monteverdi en Bach tot en met eigentijdse componisten als Reimann, Holliger en Rihm. Op het podium stond ze tijdens de Salzburger Fest­spiele (Mozart), in het Theater an der Wien (Offenbach, Henze) en aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Residencies bekleedde ze op het Rheingau Musik Festival 2018 en in de Kölner Philharmonie. ­

recitals gaf ze in Wigmore Hall in Londen, de opera­huizen van München en Frankfurt, het Konzerthaus Wien, ­Carnegie Hall en Park Avenue Armory in New York en ­Suntory Hall in Tokio. Onder haar partners aan de piano rekent ze András Schiff, Mitsuko Uchida, Igor Levit, ­Michael Gees en Gerold Huber.

Anna ­Lucia Richter debuteerde in 2014 in de en stond daar voor het laatst op het podium in maart 2023 met het Licht! met pianist Ammiel ­Bushakevitz – een dwarsdoorsnede uit acht eeuwen Duitse ­liedgeschiedenis, ­tevens uitgebracht op cd. Tijdens het Mahler Festival 2025 soleerde ze in ­Mahlers Tweede symfonie en Kindertotenlieder bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer. Deze en andere orkestliederen van Mahler bracht ze dit najaar ook uit op de cd Songs of Fate, opgenomen met het Gürzenich-Orchester Köln.

Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan (Zerlina)

Rosanne van Sandwijk studeerde aan rts Rotterdam cum laude af bij Roberta Alexander. Niet lang daarna, in 2007, debuteerde de mezzosopraan met een Lunchconcert in de van Het Concertgebouw, met de erencyclus Frauenliebe und -leben van Schumann.

Rosanne van Sandwijk viel meervoudig in de prijzen tijdens het Internationaal Vocalisten Concours ‘s Hertogenbosch 2010 en kreeg de GrachtenfestivalPrijs 2014. Ze concerteert veelvuldig en gaf s met de pianisten Julius ­Drake, Malcolm Martineau en Kris­tian Bezuidenhout.

Als zangeres debuteerde ze in 2011 bij De Nationale Opera in GluckIphigénie en Tauride. Ze keerde er meerdere keren terug, onder meer in WagnerParsifal en MozartDie Zauberflöte. Van 2013 tot 2015 was ze ensemblelid aan het Theater Kiel, waar ze haar repertoire flink uitbreidde. ­

Rosanne van Sandwijk soleerde bij onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Les Musiciens du Louvre, Camerata Salzburg, Concerto Köln en het Concertgebouworkest en was in de voor het laatst te horen in oktober 2017 in een concertante uitvoering van Mozarts La clemenza di Tito door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam.

Iestyn Davies, countertenor

Iestyn Davies zong in het koor van St. John’s College, Cambridge. Nadat hij daar was afgestudeerd als archeoloog en antropoloog begon hij alsnog een zangstudie aan de Royal Academy of Music in Londen, waar hij inmiddels fellow is.

In 2010 won hij de Young Artist Prize van de Royal Philharmonic Society, zijn opnames kregen twee Gramo­phone Awards en een Grammy, en zijn vertolking van Farinelli in Farinelli & the King op West End – waarmee de zanger ook naar Broadway zal gaan – is genomineerd voor een Olivier Award.

De werd voor ’s van de tot nu uitgenodigd door het Glyndebourne Festival en de opera­huizen van Londen, Milaan, Parijs, Bordeaux, Zürich, Houston, Chicago en New York. In George Benjamins Written on Skin stond Iestyn Davies in de Opéra Comique in Parijs en op de festivals van München en Wenen. ­s gaf hij recentelijk in Carnegie Hall in New York, op het Edinburgh Festival en in Wigmore Hall in Londen.

Bij het Concertgebouworkest zong hij in 2016 in Bachs Magnificat met Iván Fischer en in 2019 in de Johannes-­Passion met William Christie, en in de was hij eerder ook te horen met Britten Sin­fonia (2011, 2014, 2018) en The English Concert (2016).

Benjamin Hulett, tenor

Benjamin Hulett zong in het ­jongenskoor van ­Winchester Cathedral en studeerde vervolgens aan het New College in Oxford en de Guildhall School of Music and Drama in Londen. Van 2005 tot 2009 was hij verbonden aan de Hamburgische Staatsoper, waar hij succes oogstte met e rollen als Tamino in Die Zauberflöte van Mozart, Steuermann in Der fliegende Holländer van Wagner en Novice in Billy Budd van Britten.

De Brit was ook te beluisteren bij de Bayerische Staatsoper in München, de Berliner Staatsoper, het Theater an der Wien, het Royal House Covent Garden, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele, de BBC Proms en de festivals van Edinburgh en Glyndebourne.

Zijn concertengagementen omvatten de Los Angeles Philharmonic en het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Charles Dutoit, het Montreal ­Symphony Orchestra onder leiding van Kent Nagano, de Salzburger Mozartwoche onder leiding van Ivor Bolton en de Berliner Philharmoniker met Simon Rattle, Roger Norrington, ­Emmanuelle Haïm, ­Trevor Pinnock, Christopher Hogwood en ­Vladimir Jurowski. s waren er in Wigmore Hall in Londen en op de ­festivals van Aldeburgh, ­Buxton, Leeds en Oxford.

In 2011 maakte Benjamin Hulett zijn debuut bij het Concertgebouworkest in Maderna’s Venetian Journal, en voor Bach keerde hij er meermaals terug: de Matthäus-­Passion met Philippe Herreweghe (2014), de Johannes-­Passion met Richard Egarr (2015) en het ­Magnificat met Iván Fischer (2016).

Peter Harvey, bariton

Peter Harvey studeerde aan Magdalen College in Oxford en aan de Guildhall School of Music in Londen, won de Walther Grüner International er Competition en kreeg een Peter Pears Award.

De bariton werkte met oude­muziekspecialisten als Paul McCreesh, La Chapelle Royale en Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe, ­Christophe Rousset en Les Talens Lyriques, Hervé Niquet met Le Concert Spirituel, de Akademie für Alte Musik, het Orchestra of the Age of Enlightenment en het Dunedin Consort.

Daarnaast werd hij uitgenodigd door het Boston Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Budapest Festival Orchestra, het Konzerthausorchester Berlin, het Moz­arteumorchester Salzburg en het Mahler Chamber Orchestra.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Peter Harvey in 2012 in Bachs Matthäus-­Passion onder leiding van Iván Fischer

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest