Close-up: Septet nr. 1

Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium

Leonie Bot viool
Edith van Moergastel altviool
Maartje-Maria den Herder cello
Pierre-Emmanuel de Maistre contrabas
Hein Wiedijk klarinet
Jos de Lange fagot
Jaap van der Vliet hoorn

 

Het concert door leden van het Koninklijk Concertgebouworkest van vandaag is het eerste van twee kamermuziekconcerten (het tweede is op 20 oktober) die besluiten met een septet. Zij zetten weinig gehoorde composities voor een gemengde bezetting – blaas- én strijkinstrumenten – in de schijnwerpers.

Carl Nielsen 1756-1791

Serenata in vano (1914)
voor cello, contrabas, klarinet, fagot en hoorn
Allegro
Andante quasi recit – Andante con moto – Allegro giocoso

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Strijktrio in G gr.t., op. 9 nr.1 (1798)           
voor viool, altviool en cello
Adagio – Allegro con brio
Adagio ma non tanto e cantabile
Scherzo: Allegro
Presto

pauze

Franz Berwald 1796-1868

Septet in Bes gr.t. (1828)
voor viool, altviool, cello, contrabas, klarinet, fagot en hoorn
Adagio: allegro molto
Poco adagio – Prestissimo – Adagio
Finale: Allegro con spirito

Toelichting

Carl Nielsen: 1865-1931

Serenata in vano (1914)

De Deense componist Carl Nielsen is vooral bekend vanwege zijn symfonieën, maar schreef ook vele andere composities. Daarnaast was hij vanaf 1889 als tweede violist verbonden aan Det Kongelige Kapel, het orkest van het Koninklijk Theater in Kopenhagen, en werkte hij er vanaf 1908 als assistentdirigent. Een van zijn vrienden in het orkest was contrabassist Ludvig ­Hegner. In 1914 vroeg Hegner Nielsen een werk voor hemzelf en enkele andere orkestleden te componeren. De musici zouden op tournee gaan en onder meer Beethovens Septet in Es groot, op. 20 uitvoeren. Nielsen gebruikte deels dezelfde bezetting en schreef in slechts enkele dagen in mei 1914 zijn Serenata in vano (‘Vruchteloze ’), een et voor klarinet, , , en contrabas. De serenade ging op 3 juni in de Deense plaats Nykøbing Falster in première. Nielsen noemde zijn Serenata in vano een ‘humoristisch niemendalletje’. Zoals de titel al doet vermoeden, gaat het hier om programmamuziek. Het werk verhaalt van een groep muzikanten die een serenade aan iemands geliefde geven. De componist schreef er zelf over: ‘Eerst spelen de heren op een enigszins ridderlijke en protserige manier om de dame te verleiden op het balkon te komen, maar ze verschijnt niet. De musici heffen vervolgens lieflijker klanken aan (Poco ), maar ook dit werkt niet. Aangezien hun serenade tevergeefs (in vano) was, kan het hen geen snars meer schelen en keren zij huiswaarts, onderwijl zichzelf vermakend met een kleine slotmars.’

Ludwig van Beethoven: 1770-1827

Strijktrio in G gr.t., op. 9 nr.1 (1798)

Nadat Ludwig van Beethoven in 1792 van Bonn naar Wenen was verhuisd, was de jonge pianist-componist in hoge mate afhankelijk van de vriendschap en vrijgevigheid van adellijke beschermheren. Graaf Johann Georg von Browne, een Russische legerofficier van Ierse afkomst, gestationeerd in Wenen, was een van hen. In 1798 publiceerde de ­Weense uitgever Johann Traeg de Strijktrio’s, op. 9, met een uitgebreide dankbetuiging van Beethoven aan de graaf, die hij de ‘mecenas van mijn muze’ noemde. Hoewel het niet Beethovens meest gespeelde werken bevat, waren de drie strijktrio’s een belangrijke mijlpaal voor de jonge componist. Beethoven zelf beschouwde de ’s als zijn beste composities tot dan toe. Sommige historici zien deze werken als de voorbereiding voor zijn strijkkwartetten, omdat hij, toen hij die eenmaal componeerde, nooit terugkeerde naar het strijktrio. Of de componist ze zelf zo bedoelde of niet, de trio’s vertonen in ieder geval zijn inventiviteit en meesterschap in het schrijven voor viool, en . Zoals zijn eerdere ’s, op. 1, bestaat elk van de drie strijktrio’s uit vier delen. Het Strijktrio in G groot, op. 9 nr. 1 is onder meer vernieuwend vanwege zijn langzame introductie op het eerste deel. Daarnaast is opmerkelijk dat het laatste deel niet in de traditionele maar in is geschreven. Dit wervelende is het vernuftige slotdeel van een geanimeerd, kleurrijk werk.

Franz Berwald: 1796-1868

Septet in Bes gr.t. (1828)

De musici van het Koninklijk Concertgebouworkest besluiten hun concert niet met Beethovens Septet, zoals de Deense musici een eeuw geleden deden, maar met Berwalds ‘Grand’ septet in Bes groot. De Zweedse componist Franz Berwald stamde uit een muzikaal geslacht afkomstig uit Duitsland. Net als enkele familieleden was hij jarenlang violist in de Koninklijke Hofkapel in Stockholm. Ondertussen probeerde hij naam te maken als componist. Het duurde nog tot de jaren 1840 totdat dat werkelijk lukte, voornamelijk met zijn symfonieën, maar uit zijn vroege jaren achtte Berwald de in F groot en het Septet in Bes groot de moeite waard.
In de beginjaren van de negentiende eeuw werd Beethovens Septet regelmatig in Stockholm uitgevoerd. Het inspireerde Berwald in 1817 een werk voor dezelfde bezetting – klarinet, , , viool, , en contrabas – te componeren. Naar verluidt was de première niet bepaald succesvol en ook de tweede uitvoering van een jaar later kreeg geen positieve recensies. In 1828 deed Berwald een nieuwe poging en droeg zijn compositie op aan Ernst Leonard Schlegel. De componist beweerde destijds dat hij een nieuw werk had geschreven, maar uit overgeleverde documentatie blijkt dat het om een bewerking van het oorspronkelijke Septet gaat. Hoe dan ook, het is een origineel, levenslustig en gedegen werk. Opvallend zijn bijvoorbeeld het tweede deel, dat eigenlijk twee delen ineen is (een omringd door twee langzame gedeelten), en de Finale, met zijn humor en melodrama. 


Anneloes Brand

Biografie

Leonie Bot, viool

Leonie Bot studeerde bij Coosje Wijzenbeek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij Istvan Párkányi in Amsterdam en bij Axel Strauss aan het San Francisco Conservatory of Music. In San Francisco werd ze vervolgens opgenomen in het New Century Chamber Orchestra.

Ze speelde bij de Vlaamse en remplaceerde bij diverse orkesten, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Sinds april 2013 is ze tweede violiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Leonie Bot is tevens mede-organisator van de Jamsalon, een tweemaandelijkse open klassieke jamsessie naar Amerikaans voorbeeld, in Cafe Eijlders in Amsterdam.

Sinds 2015 speelt ze op een viool van L. Storioni die werd verworven door de Foundation Concertgebouworkest en in bruikleen verstrekt.

Edith van Moergastel, altviool

Edith van Moergastel studeerde bij Jürgen Kussmaul, Marjolein Dispa en Ervin Schiffer. Zij won diverse prijzen waaronder de eerste prijs van het Nationaal Concours van de stichting Jong Muziektalent, het Vriendenkrans Concours (met het Reinaert ensemble) en de Schot & Co Prize tijdens het Tertis Concours. Masterclasses volgde zij bij onder anderen Fiodor Drushinin, Yuri Bahsmet en Emile Cantor. 

Edith van Moergastel werkte mee aan cd-opnames van onder meer het Matangi Kwartet, Thies Roorda, Marianne Boer en Peter Masseurs.

Sinds 2000 is Edith van Moergastel lid van het Concertgebouworkest. Daarnaast is zij regelmatig in verschillende kamermuziekbezettingen te horen.

Maartje-Maria den Herder, cello

Maartje-Maria den Herder is celliste bij het Concertgebouworkest sinds september 2014.

Ze studeerde ze aan het Utrechts Conservatorium bij Elias Arizcuren en haar broer Jeroen den Herder, en aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze in juni 2007 cum laude afstudeerde bij Dmitri Ferschtman. Masterclasses volgde ze bij o.a. Natalia Gutman, Ivan Monighetti, Heinrich Schiff en Janos Starker.

In het seizoen 2005/2006 nam ze deel aan de Academie van het Concertgebouworkest. Maartje-Maria de Herder won prijzen op het Prinses Christina Concours, het concours van de Stichting Jong Muziektalent Nederland en Centraal. In 2006 won ze op het eerste Nationaal Celloconcours de tweede prijs, de publieksprijs én de prijs voor de beste vertolking van het verplichte werk.

Als soliste trad Maartje-Maria den Herder op met het Radio Symfonie Orkest, Amsterdam Sinfonietta en (in 2010) met het Residentie Orkest in de wereldpremière van het Dubbelconcert van Philip Glass.

Pierre-Emmanuel de Maistre, contrabas

Contrabassist Pierre-Emmanuel de Maistre maakt sinds augustus 2013 deel uit van het Concertgebouworkest en werd in 2015 benoemd tot solocontrabassist van het orkest.

Aanvankelijk studeerde hij aan het conservatorium van zijn geboortestad Toulon en aan het conservatorium van Rueil Malmaison. Vervolgens studeerde Pierre-Emmanuel de Maistre contrabas bij Jean Pierre Resecco in Toulon en bij Vincent Pasquier in Parijs, waarna hij doorstudeerde aan de Folkwang Hochschule in Essen bij Niek de Groot, voormalig eerste solobassist van het Concertgebouworkest. Hij deed mee aan masterclasses van Philippe Müller, Gary Hoffman, Franz Helmerson en Matthew McDonald.

Tussen 2003 en 2007 was hij lid van het Gustav Mahler Jugendorchester en tevens was hij lid van het Seiji Ozawa International Chamber Music Academy in Zwitserland. In 2003 werd Pierre-Emmanuel de Maistre tot plaatsvervangend solobassist in het Orchestre National de Lille. Daarnaast remplaceerde hij bij diverse andere orkesten in Frankrijk, en in 2012 ook bij het Concertgebouworkest.

Kamermuziek is belangrijk voor Pierre-Emmanuel - in 2007 nam hij deel aan de Seiji Ozawa International Academy, een zomercursus voor kwartetspel in Genève.

Pierre-Emmanuel nam deel aan diverse kamermuziekfestivals, zoals het festival Barga en het Festival International de Musique de Chambre in Thèze in Zuid-Frankrijk.

Hij is hoofdvakdocent contrabasbas aan de Musikene Superior Arts Center in San Sebastián.

Pierre-Emmanuel bespeelt een contrabas uit de collectie van de Foundation Concertgebouworkest, een Bergonzi gebouwd in Cremona (ca. 1760).

Hein Wiedijk, klarinet

Hein Wiedijk studeerde cum laude af bij George Pieterson aan het Sweelinck conservatorium te Amsterdam. Sinds 1996 maakt hij deel uit van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Hij speelde kamermuziek met onder anderen Han de Vries, Anner Bijlsma, Pieter Wispelwey en Gervase de Peyer. Hein was – samen met pianist Frank van de Laar en celliste Larissa Groeneveld – een van de winnaars van het Vriendenkrans Concours in 1987 en won prijzen op diverse internationale kamermuziekconcoursen.

Als mede-oprichter van Camerata RCO geeft hij concerten over de hele wereld (Japan, Taiwan, USA en in Europa). Hij maakte cd's met werken van Beethoven, Brahms, Ravel, Mozart en Mahler.

Jos de Lange, fagot

Jos de Lange studeerde eerst cum laude af in de wiskunde voordat hij in Amsterdam ging studeren bij John Mostard. Hij was negentien toen hij begon met fagot spelen nadat hij tien jaar klarinet gespeeld had. 'Fagot, want het mooiste geluid denkbaar; het staat bovendien dicht bij de menselijke stem.'

Sinds 1982 speelt Jos de Lange in het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarnaast heeft hij altijd veel kamermuziek gespeeld, onder andere bij de Amsterdamse Bachsolisten, het Viotta Ensemble en het Bommel Quartet. Op tientallen cd's met kamermuziek is hij te beluisteren.

Jos de Lange is hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij is maar één keer met tegenzin naar een orkestrepetitie gegaan, maar hij zegt niet voor welk stuk dat was.

Fons Verspaandonk, hoorn

Fons Verspaandonk studeerde aan het Brabants Conservatorium bij Herman Jeurissen en slaagde met onderscheiding. Hij volgde masterclasses bij Radovan Vlatkovic, Frøydis Ree Wekre en Michael Höltzel.

Sinds januari 2004 is Fons Verspaandonk ist in het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarvoor speelde hij bij Het Brabants Orkest (1995-1998) en het Radio Filharmonisch Orkest (1998-2003). Van 2007 tot 2012 was Fons als hoofdvakdocent hoorn verbonden aan het Fontys Conservatorium in Tilburg.

Fons Verspaandonk maakt deel uit van het Farkas Quintet en werkt vaak samen met kamermuziekensembles zoals het Combattimento Consort Amsterdam.Hij maakt ook deel uit van het koperensemble van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Fons Verspaandonk speelt op een Alexander 103 dubbele die hij in bruikleen heeft van de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest.