Close-up: portretconcert Olivier Patey
Alexei Ogrintchouk hobo
Marleen Asberg sopraan en viool
Jea-Won Lee viool
Harold Hirtz altviool
Jérôme Fruchart cello
Olivier Thiery contrabas
m.m.v. Sophie Patey piano
pauze ca. 21:05 uur
einde ca. 22:20 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.
De zangteksten vindt u in het programmaboekje dat gratis aan de zaal wordt verstrekt.
Tussen New York Counterpoint van Reich en het Kwintet van Prokofjev vindt er een kort interview plaats met Olivier Patey.
Dit concert wordt live uitgezonden op NPO Radio 4.
Giacomo Puccini 1858-1924
E lucevan le stelle
uit ‘Tosca’ (1900)
Franz Schubert 1797-1828
Der Hirt auf dem Felsen, D 965 (1828)
voor sopraan, klarinet en piano
Sergej Prokofjev 1891-1953
Kwintet in g kl.t., op. 39 (1924)
voor hobo, klarinet, viool, altviool en contrabas
Tema con variazioni
Andante energico
Allegro sostenuto, ma con brio
Adagio pesante
Allegro precipitato, ma non troppo presto
Andantino
pauze
Steve Reich (1936)
New York Counterpoint (1985)
voor klarinet en tape
Fast
Slow
Fast
Johannes Brahms 1833-1897
Trio in a kl.t., op. 114 (1891)
voor klarinet, cello en piano
Allegro
Adagio
Andante grazioso
Allegro
Rob Dirksen (1966)
We’ll never stop this train (2017)
voor bassetklarinet en strijkkwartet
Nederlandse première
Toelichting
Portretconcert Olivier Patey
vriendschap en samenspel
tekst: Paul Janssen
‘Het zijn allemaal werken die bijzonder en belangrijk zijn voor de klarinet’, zo vat Olivier Patey, soloklarinettist van het Koninklijk Concertgebouworkest, het programma samen van het aan hem gewijde portretconcert.
‘Daarnaast gaat het vooral over vriendschap en over samenspel. Zo is mijn zus Sophie deze avond de pianiste. We zijn ooit tegelijkertijd begonnen met pianospelen. Zij is doorgegaan en ik ben afgehaakt.'
'Ik had geen talent voor piano. En niet genoeg discipline’, lacht Patey. ‘Daarom heb ik de klarinet gekozen.’
Giacomo Puccini 1858-1924
E Lucevan le Stelle
Met het eerste werk op het programma viert Olivier Patey vooral de vriendschap met het Koninklijk Concertgebouworkest, zo lijkt het.
E lucevan le stelle, de beroemde van Mario Cavaradossi uit Giacomo Puccini’s Tosca, begint met een schitterend sombere klarinetsolo. Vervolgens bezingt Mario, terwijl hij wacht op zijn executie, zijn liefde voor Tosca en voor het leven en de wanhoop die hij voelt omdat hij juist nu sterven moet.
‘Het is een van de mooiste klarinetsolo’s die ik ken’, zegt Patey. ‘Ik speelde het tijdens mijn allereerste concert in dienst van het Concertgebouworkest, het Prinsengrachtconcert in 2013 onder leiding van Antonio Pappano, met Joseph Calleja als tenor.'
'Een dierbare herinnering. Daarom wil ik dit concert beginnen met niemand op het podium en de opname van E lucevan le stelle die gemaakt is tijdens dat concert.’
Franz Schubert 1797-1828
Der Hirt auf dem Felsen
‘Het idee voor dit programma begon bij Der Hirt auf dem Felsen, een werk dat violiste Marleen Asberg graag wilde zingen.
We zijn goed bevriend en zij is behalve violiste ook een uitstekende zangeres. Dus ik vond dat dat wel eens door het publiek gehoord mocht worden.’
'Marleen Asberg is behalve violiste ook een uitstekende zangeres'
Franz Schubert schreef Der Hirt auf dem Felsen in 1828, krap een maand voor zijn dood. Hij componeerde het werk op tekst van Wilhelm Müller met toevoegingen van Helmina von Chézy voor de sopraan Anna Mildner-Hauptmann, uit dankbaarheid voor haar (vruchteloze) pogingen om een van Schuberts ’s in Berlijn uitgevoerd te krijgen.
Bijzonder aan het ruim een kwartier durende werk is dat de soloklarinet dan weer de piano vergezelt als begeleidingsinstrument en dan weer een duet aangaat met de zangeres.
Sergej Prokofjev 1891-1953
Kwintet
‘De keuze voor Sergej Prokofjevs et in g klein heeft alles te maken met mijn vriendschap met Alexei Ogrintchouk’, zegt Patey. ‘Het bevat veel samenspel tussen de klarinet en de hobo en dat is een mooie viering van onze vriendschap.'
Prokofjevs et in g klein wordt wel eens vergeleken met Igor Stravinsky’s Histoire du soldat, dat zes jaar eerder ontstond. Prokofjev schreef het werk voor een reizend gezelschap dat een kamerballet van hem wilde dat begeleid kon worden door slechts vijf musici.
Het ballet Trapeze dat Prokofjev schreef bleek uiteindelijk te complex voor het gezelschap en de componist verwerkte het materiaal in het Kwintet en in zijn , 43.
Dat het gezelschap er moeite mee had is niet zo gek. Het Kwintet wordt beschouwd als een van Prokofjevs meest radicale partituren door de onregelmatige s, scherpe en en duizelingwekkende polytonale passages.
'Vanaf mijn eerste dagen bij het orkest heb ik een goede klik met hem. Hij is inmiddels de peetvader van mijn kind en muzikaal voelen we elkaar steeds direct aan. Het is heel intens, net alsof ik met mijzelf in de spiegel speel.’
Steve Reich 1936
New York Counterpoint
Steve Reich schreef New York Counterpoint voor versterkte klarinet en tape of klarinetensemble voor de klarinettist Richard Stolzman.
Het stuk, dat de enorme levendigheid van Manhattan in klank wil vangen, is onderdeel van Reichs Counterpoint-serie met verder Vermont Counterpoint en Electric Counterpoint waarin hij elektronische geluiden imiteert met akoestische middelen.
'Ik heb zelf alle stemmen opgenomen, het is reuze spannend.'
Het idee achter deze werken is dat ze zowel live gespeeld kunnen worden met een ensemble als louter door de solist die de andere partijen tevoren op tape heeft opgenomen. Het resultaat is een enorme waarbij vooral de totaalklank indruk maakt.
Voor Patey is het ook een viering van zijn vriendschap met de klarinet. ‘Ik heb zelf alle stemmen opgenomen, het is reuze spannend.'
'Het vergt wat uithoudingsvermogen om dit twaalf minuten durende werk alleen op het podium te spelen. En omdat de andere partijen op tape staan, mag er echt niets mis gaan.’
Johannes Brahms 1833-1897
Trio
‘Het in a klein van Johannes Brahms is een meesterwerk’, zegt Patey stellig. ‘Net als zijn Klarinetkwintet. Ik speelde deze werken al heel snel nadat ik met de klarinet begonnen was. De muziek is deel van mij.
'Ik wilde het Trio graag spelen met mijn goede vriend Jérôme Fruchart. Hij had het werk nog nooit gespeeld, dus dit wordt zijn vuurdoop.’
Brahms schreef het in a klein in de zomer van 1891 voor de klarinettist Richard Mühlfeld, voor wie hij ook zijn andere werken met de klarinet in de hoofdrol componeerde.
Het spel van Mühlfeld was bijzonder voor Brahms. Hij noemde hem zelfs zijn ‘Fräulein Klarinette’. Hoezeer Brahms gecharmeerd was van het spel van Mühlfeld blijkt ook uit de woorden van een goede vriend van Brahms, die na de première schreef: ‘Het lijkt wel alsof de instrumenten verliefd zijn op elkaar.’
Een kernachtiger beschrijving van het Trio is niet denkbaar.
Rob Dirksen 1966
We'll never stop this train
‘Ik heb Rob Dirksen, contrabassist bij het Concertgebouworkest, gevraagd een nieuw werk te schrijven voor dit programma omdat ik hem een goede componist vind’, verklaart Patey de première op het programma. Dat ging wel gepaard met een specifieke opdracht.
‘Ik heb een bassetklarinet laten bouwen, een bijzonder instrument waarvoor Mozart oorspronkelijk zijn Klarinetconcert schreef. Dat is een droom die uitkomt. Er is alleen buiten Mozart weinig repertoire voor. Vandaar dat ik Rob gevraagd heb voor dit instrument te schrijven.’
‘Ik heb die uitbreiding naar de lage a die de bassetklarinet heeft natuurlijk meteen gebruikt’, zegt Rob Dirksen. ‘Verder is het een heel toegankelijk stuk met hints van Prokofjev, klezmer en nog zo wat.’
'De titel is ontleend aan een van mijn favoriete popsongs: Stop this Train van John Mayer.'
Ook de popmuziek speelt op de achtergrond mee. ‘De titel is ontleend aan een van mijn favoriete popsongs: Stop this Train van John Mayer. Het gaat over een basaal menselijk gevoel.'
'Ik heb het cyclische en het verstrijken van de tijd op mijn eigen manier verwerkt in een soort dat in muzikale zin verder niet aan de song gerelateerd is.’
Biografie
Alexei Ogrintchouk, hobo
Alexei Ogrintchouk is solohoboïst van het Concertgebouworkest sinds augustus 2005. De hoboïst studeerde aan de Gnessin School in Moskou en soleerde al op zijn dertiende in Rusland, Europa en Japan. Aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs studeerde hij af met eerste prijzen voor hobo en kamermuziek.
Zijn docenten waren onder meer Maurice Bourgue, Jacques Tys en Jean-Louis Capezzali. Hij won het CIEM-Concours van Genève, twee Victoires de la Musique, de Triumph Prijs in Rusland en een Borletti-Buitoni Trust Award. Van 1999 tot 2005 was Alexei Ogrintchouk eerste solohoboïst van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Als solist werkte hij onder meer met de orkesten van het Mariinski Theater en het Bolsjoj Theater, het Nationaal Orkest van Rusland, de orkesten van de BBC (waar hij New Generation Artist 2005 was), het Boedapest Festival Orkest en het Concertgebouworkest.
Kamermuziek speelde hij met musici als Gidon Kremer, Leif Ove Andsnes, Radu Lupu en Thomas Quasthoff. Alexei Ogrintchouk doceert onder meer in Londen en aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, en volgde in 2011 zijn voormalige docent Maurice Bourgue op aan de Haute École de Musique de Genève.
Ook geeft hij masterclasses aan bijvoorbeeld de Pablo Casals Chamber Music Academy in Prades en de Mahler Academy in Ferrara. Alexei Ogrintchouk bespeelt een hobo van de Parijse bouwer Marigaux uit de collectie van Foundation Concertgebouworkest.
Olivier Patey, klarinet
Olivier Patey is sinds augustus 2013 soloklarinettist van het Concertgebouworkest; afgelopen februari verzorgde hij bij zijn orkest uitvoeringen van het Klarinetconcert van Mozart op een bijzondere bassetklarinet.
De klarinettist studeerde aan de conservatoria in zijn geboortestad Lille en in Rueil-Malmaison en vervolgde zijn opleiding bij Michel Arrignon aan het Conservatoire Supérieur de Paris.
Hij speelde regelmatig in de Opéra de Paris en het Orchestre Philharmonique de Radio France en was prijswinnaar van het ARD Concours en de Carl Nielsen International Music Competition.
Olivier Patey soleerde onder meer bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Münchener Kammerorchester, het Praags Filharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta. Van 2005 tot 2013 speelde hij bij het Mahler Chamber Orchestra, waar hij in 2009 aanvoerder werd. Ook maakte hij deel uit van het Lucerne Festival Orchestra en was hij in seizoen 2012/2013 soloklarinettist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
Naast zijn orkestbaan is Olivier Patey een actief kamermusicus en is hij verbonden aan het Artie’s Festival in Mumbai.
Marleen Asberg, viool
Marleen Asberg studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam bij Herman Krebbers.
Ze won twee keer de eerste prijs tijdens de Iordens Viooldagen, een Zilveren Vriendenkrans en bereikte de finale van het Nationaal Vioolconcours Oskar Back in 1987. Nog voordat ze cum laude afstudeerde werd ze in 1991 aangenomen bij het Concertgebouworkest.
Marleen Asberg is regelmatig te beluisteren in verschillend samengestelde ensembles. Al sinds 1992 speelt ze de eerste viool in de Ebony Band. Solo-optredens gaf ze met onder andere Het Gelders Orkest en Nieuw Sinfonietta.
Marleen Asberg bespeelt sinds 2015 de in 1754 gebouwde viool J.B. Guadagnini viool uit de collectie van de Foundation Concertgebouworkest die voorheen bespeeld werd door de voormalige concertmeesters Viktor Libermann en Alexander Kerr.
Jae-Won Lee, viool
Violiste Jae-Won Lee, afkomstig uit Seoul, studeerde vanaf 2002 aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs.
In 2010 vervolgde zij haar studie bij Mihaela Martin, eerst in Genève en vervolgens – van 2012 tot 2014 – aan de Hochschule für Musik in Keulen. Ze remplaceerde bij onder meer het Orchestre Philharmonique de Radio France en het orkest van de Opéra de Paris.
In 2014 werd Jae-Won Lee aangenomen als plaatsvervangend aanvoerder van de tweede violen van het Seoul Philharmonic Orchestra. Enkele maanden later won ze het proefspel van het Koninklijk Concertgebouworkest en tijdens de tournee naar Seoul in april 2015 maakte ze als remplaçant kennis met haar toekomstige collega's.
Sinds oktober 2015 is Jae-Won Lee tweede plaatsvervangend aanvoerder van de tweede violen.
Harold Hirtz, altviool
Harold Hirtz studeerde viool aan het Conservatoire de Strasbourg en zette zijn studie voort aan het Conservatoire National Supérieur in Parijs bij Patrice Fontanarosa (viool) en Jean Mouillère (kamermuziek).
Hij deed orkestervaring op bij het Orchestre Philharmonique de Strasbourg en het Orchestre Philharmonique de Radio France. In 2005 maakte hij de overstap naar de , vanwege de nieuwe klankmogelijkheden die dat instrument hem bood.
Het jaar daarop werd Harold Hirtz aangenomen als soloaltist van het Orchestre Philharmonique de Strasbourg én als docent aan hert Conservatoire de Strasbourg. Van 2011 tot 2012 was hij tevens soloaltist in het Sinfonieorchester Basel.
Sinds oktober 2016 is Harold Hirtz in dienst van het Koninklijk Concertgebouworkest.
Met het Orchestre Philharmonique de Strasbourg was hij als solist te horen in onder meer Mozarts concertante, Brittens Lachrymae, Don Quixote van Richard Strauss en Béla Bartóks concert.
Kamermuziek speelde hij met onder anderen Patrice Fontanarosa, Marielle Nordmann, Jean Mouillère, Cédric Tiberghien en Jean-Yves Thibaudet.
Jérôme Fruchart, cello
Cellist Jérôme Fruchart begon zijn studie aan het Conservatoire National de Région de Paris bij Marcel Bardon. Van 1999 tot 2003 studeerde hij bij Jean-Marie Gamard en Jean Mouillère aan het Conservatoire Supérieur de Musique et de Danse in Parijs.
Tijdens zijn studie in Parijs nam hij in 2002 deel aan een uitwisseling in het kader van het Erasmus-programma waardoor hij lessen kon volgen bij Valentin Erben aan de Universität für Musik und Darstellende Kunst in Wenen. In 2004 vervolgde hij zijn opleiding bij Arto Noras aan de Sibeliusacademie in Helsinki.
Jérôme Fruchart maakte deel uit van het kamerorkest Les Dissonances en speelde in het seizoen 2007/2008 bij het Sinfonieorchester Basel. Van 2008 tot 2010 was hij tutti-cellist van het Opéra National de Paris. Sinds 2010 maakt de Fransman deel uit van de groep van het Concertgebouworkest. Hij remplaceerde regelmatig bij het Chamber Orchestra of Europe.
In 2012 werd voor Jérôme Fruchart een cello van Jean-Baptiste Vuillaume uit 1866 aangekocht door de Foundation Concertgebouworkest en aan hem in bruikleen verstrekt.
Olivier Thiery, contrabas
De Franse contrabassist Olivier Thiery begon zijn carrière bij het Orchestre Français des Jeunes en het Gustav Mahler Jugendorchester. Sinds 2008 speelt hij bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Tijdens zijn masterstudie voor het concertdiploma aan de Folkwang Hochschule in Essen wijdde hij zich aan de solo- en kamermuziekliteratuur. Dit resulteerde in het winnen in 2009 van de derde prijs op het internationale ARD-concours in Duitsland en een groot aantal indrukwekkende optredens als solist.
Zo soleerde hij met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en in talrijke kamermuziekconcerten, onder andere in het kader van het Kronberg Festival 2010 en met musici als Alexei Ogrintchouk, Gidon Kremer, Andras Schiff en Yuri Bashmet in Het Concertgebouw.
Naast zijn concertcarrière is lesgeven zijn passie; behalve privéonderricht aan succesvolle leerlingen geeft hij ook masterclasses. Bovendien is hij als pedagoog werkzaam bij jeugdorkesten.
In 2010 kon door de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest voor Olivier een Venetiaanse contrabas uit ca. 1730 worden aangekocht, toegeschreven aan Francesco Gofriller.






