Close-up: portretconcert Laurens Woudenberg

Close-up: portretconcert Laurens Woudenberg 14.15 uur

Laurens Woudenberg hoorn

GoYa Quartet:
Sylvia Huang viool
Mirelys Morgan Verdecia viool
Martina Forni altviool
Honorine Schaeffer cello
m.m.v. Jan-Willem Schaafsma tenor
m.m.v. Juan Zurutuza piano

Franz Schubert 1797-1828

Auf dem Strom, D 943 (1828)
voor tenor, hoorn en piano

Quartettsatz in C gr.t., D 703 (1820)
voor strijkkwartet

Benjamin Britten 1913-1976

Canticle III, Still falls the rain:
The raids 1940. Night and dawn, op. 55 (1954)
voor tenor, hoorn en piano

pauze

York Bowen 1884-1961

Kwintet voor hoorn en strijkkwartet
in c kl.t., op. 85 (1927)
Moderato serioso
Andante espressivo
Finale: Allegro molto e ritmico

begin van de pauze ca. 14.50 uur
einde van het concert ca. 15.45 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

Auf dem Strom

Tekst: Michiel Cleij

Voor velen is Franz Schubert bovenal een miniaturist met een voorliefde voor kleine bezettingen. Dat doet geen recht aan zijn ­theatermuziek en hoogst originele late symfonieën. Maar inderdaad was hij in geen enkel genre zo trefzeker als in zijn ruim zeshonderd eren.

Die werden een ijkpunt: zelfs de briljante liedjesschrijver Harry Bannink verklaarde dat hij altijd weer ‘spiekte hoe Schubert met een regel van een rare lengte omging’. Ook de gedurfde ‘hertalingen’ die Jan Rot van onder meer Winterreise maakte bewijzen het: Schuberts liederen zijn tijdloos.

Dat was Schubert zelf niet. Hij overleed op 31-jarge leeftijd, juist toen hij een nieuwe muzikale horizon verkende. Zo schreef hij in zijn laatste levensjaar eren voor nieuwe instrumentcombinaties, waaronder Auf dem Strom voor sopraan of tenor, en piano.

Door de toegevoegde hoorn wint de melancholieke poëzie van Ludwig Rellstab aanzienlijk aan kleur: de vallende duisternis, de vertrekkende boot en de scheidende geliefden hebben een ingehouden tragiek waarbij de pasteltinten van het klankbeeld naadloos aansluiten.

Schubert componeerde Auf dem Strom voor de ‘Schubertiade’ op 26 maart 1828 – het succesvolste concert dat hij ooit gaf. Hij was al ziek en het is niet ondenkbaar dat hij zich met dit melancholieke afscheidslied voorbereidde op zijn eigen naderende einde.

Franz Schubert 1797-1828

Quartettsatz

Dat Schubert zijn melodische begaafdheid ook in strijkkwartetten zou toepassen lag voor de hand; de basis daarvoor werd al in zijn ouderlijk huis gelegd. Met een cellist als vader en twee vioolspelende broers was het logisch dat Franz de ter hand nam, aldus de standaard strijkkwartetbezetting completerend.

Van het strijkkwartet waaraan hij in 1820 begon voltooide hij alleen het dynamische eerste deel, bekend geworden onder de naam Quartettsatz. Hierin begint Schubert zich als grensverlegger te openbaren: hij hoefde inmiddels geen rekening meer te houden met de beperkte speeltechniek van zijn familieleden en had de late, experimentele strijkkwartetten van Beethoven ontdekt.

Het opmerkelijkste van dit opmerkelijke stuk is dat een markant hoofdthema ontbreekt: je lijkt bij aanvang een muzikaal feestje binnen te stappen dat al even bezig is. Pas verderop tekent zich een af dat als een terugkerend motto gaat fungeren. En een feestje blijkt het ook niet echt: de flow wordt steeds weer onderbroken door vinnige uithalen en de ‘jubelzang’ balanceert, zoals zo vaak bij Schubert, op het randje van een jammerklacht.

Benjamin Britten 1913-1976

Canticle III

Muziek werd er in de loop van de twintigste eeuw niet toegankelijker op, maar Benjamin Britten was er altijd op gebrand het contact met het publiek te handhaven. Niet dat hij aaibaarheid zocht: zijn werk zit vol schurende ën en, in de ’s, ‘ongemakkelijke’ onderwerpen als homoseksualiteit en pacifisme.

Maar die maakte hij altijd ondergeschikt aan een zekere : de muziek moet herkenbare emoties uitdrukken. Een componist, vond Britten, is tenslotte dienaar van de maatschappij.

Vaak liet hij zich inspireren door andere musici en bevriende literatoren. Canticle III ontstond uit zijn vriendschap met dichteres Edith Sitwell en ist Dennis Brain. Vanaf de eerste noot heeft de muziek een lugubere sfeer die past bij Sitwells gedicht over de luchtaanvallen op Londen in 1940, maar ook bij een recenter drama: een goede vriend van Britten, de pianist Noel Mewton-Wood, had zelfmoord gepleegd.

Britten wilde het gedicht, over moed in duistere tijden, niet ondergeschikt maken aan de muziek. De zangpartij is dan ook -achtig, met intermezzo’s van hoorn en piano die gebaseerd zijn op het sombere beginmotief. Pas aan het slot komen de drie stemmen samen.

‘Dankzij dit werk heb ik mij enorm kunnen ontwikkelen als componist’, schreef Britten later aan Sitwell. ‘Jouw gedicht heeft iets in mij wakker gekust en mij de weg naar de toekomst gewezen.’

York Bowen 1884-1961

Kwintet voor Hoorn en Strijkers

Een componist hoeft niet slecht te zijn om in vergetelheid te geraken. Soms ontwikkelt de tijdgeest zich domweg sneller dan hijzelf – helemaal rond 1900, toen de Europese cultuur in een stroomversnelling geraakte. Het elastieken aanpassingsvermogen van Igor Stravinsky is nu eenmaal weinig componisten gegeven.

Edwin York Bowen gold een eeuw geleden als een belofte voor de Engelse muziek: overladen met conservatoriumprijzen, door diverse en op het schild gehesen als origineel componist en pianovirtuoos, geprezen door niemand minder dan Saint-Saëns. Zijn kwintet maakt evenwel duidelijk waarom zijn faam na de Eerste Wereldoorlog verbleekte: het werk dateert uit 1927, toen zo’n us, laatromantisch idioom als achterhaald werd ervaren – zelfs in Engeland.

Het modernst is Bowen in een paar Ravel-achtige passages; de vernieuwingen van Debussy, Stravinsky en Schönberg waren aan hem niet besteed. Maar het is wél een innemend stuk, op het lijf geschreven van de instrumentalisten: Bowen speelde zowel piano als en , en die expertise is hoorbaar. Hij schreef het et specifiek voor hoornist Aubrey Brain, vader van Dennis Brain, aan wie Benjamin Britten diverse composities zou opdragen.

Biografie

Laurens Woudenberg, hoorn

Als zoon van professionele musici was het voor Laurens Woudenberg toch niet altijd vanzelfsprekend dat hij ook die richting op zou gaan: aanvankelijk werkte hij in de gehandicapten­zorg en bij circus Kristal.

Toen Laurens negen jaar was kreeg hij zijn eerste lessen van Louise Schepel. De inspirerende lessen ten spijt verruilde hij vijf jaar later zijn hoorn voor een basgitaar, maar op zijn zeventiende pakte hij de hoornlessen weer op. Hij studeerde in zijn geboortestad Den Haag aan het Koninklijk Conservatorium bij Hans Dullaert en Herman Jeurissen.

In 2006 trad hij toe tot de sectie van Het Gelders Orkest, waar hij uiteindelijk solohoornist werd. Sinds 2012 is Laurens Woudenberg ­solohoornist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij heeft ook een grote liefde voor het spelen van kamermuziek en is bijvoorbeeld regelmatig te horen met Camerata RCO.

In april 2016 trad hij, met het Tweede hoornconcert in Es, KV 417 van Mozart, voor de eerste keer als solist op met het Koninklijk Concertgebouworkest. In juni 2016 wijdde de concertserie Close-up een portretconcert aan Laurens Woudenberg. 

GoYa Kwartet

Sylvia Huang, Mirelys Morgan Verdecia, Martina Forni en Honorine Schaeffer vormen sinds 2014 het GoYa Quartet Amsterdam. De vier jonge musici uit respectievelijk België, Cuba, Italië en Frankrijk hebben elkaar letterlijk 'gevonden' als collega's in het Koninklijk Concertgebouworkest.

De samenwerking heeft hun in korte tijd al mooie kansen geboden: het GoYa Quartet gaf al vele concerten in Nederland en België, en in april van dit jaar ondernamen zij hun eerste tournee naar Letland, Estland en Litouwen.

Het repertoire varieert van Haydn en Schubert tot Ravel en Bartók, bovendien speelt het ensemble graag in combinatie met andere instrumenten. Recent verscheen de eerste cd, opgenomen in samenwerking met contrafagottist Simon Van Holen, met muziek van Krommer, Olthuis en Français.

Het winnen van de laatste editie van de prestigieuze Prix de Salon, uitgereikt door de zakelijke partners van het Koninklijk Concertgebouworkest, stelt het GoYa Quartet in staat alle strijkkwartetten van Brahms en Schumann tijdens drie uitvoeringen live op te nemen en op dvd uit te brengen.

Jan-Willem Schaafsma, tenor

Jan-Willem Schaafsma studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en behaalde zijn masterdiploma aan de Dutch National Academy, waar hij in acht producties zong waaronder Le nozze di Figaro en Die Zauberflöte van Mozart. Na zijn studie werd hij gecoacht door Marcel Reijans en Ira Siff.

In de NTR ZaterdagMatinee zong hij Puccini onder leiding van Edo de Waart, en bij de Nederlandse Reisopera vertolkte hij onder meer de titelrol in Bernsteins Candide. Bij De Nationale was hij te zien in Lully’s Platée, Händels Deidamia en Wagners Die Meistersinger von Nürnberg. Ook werd Jan-Willem Schaafsma geëngageerd door Opera Zuid, Opera Amsterdam en Opera2Day. Hij vertolkte de tenoraria’s in de eerste Matthäus-Passion die Reinbert de Leeuw dirigeerde, met het Limburgs Symfonie Orkest, en zong bij de Nederlandse Bachvereniging. Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw soleerde hij eerder in Die Schöpfung van Haydn en Alcina van Händel.

Naast zijn solocarrière maakt JanWillem Schaafsma deel uit van het vocale ensemble Frommermann, dat in oktober 2018 bij het Concertgebouworkest debuteerde in Die sieben Todsünden van Weill.

Juan Zurutuza, piano

De Mexicaanse pianist Juan Zurutuza kwam in 2001 naar Nederland om zijn studie voort te zetten aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij slaagde cum laude voor zowel zijn bachelor- als masteropleiding en specialiseerde zich tijdens een tweede master bij Hans Eijsackers in duo- en ensemblespel.

Inmiddels is Juan Zurutuza een veelgevraagd solist op muziekfestivals als de Haagse Muziekdriedaagse, het Rhijnauwen Kamermuziekfestival en het Internationale Peter de Grote Festival in Groningen. Op dit laatstgenoemde festival bracht hij in 2008 het pianoconcert Tarantula van Jochem Slothouwer in première, in samenwerking met het Haydn Jeugd Strijkorkest.

Als kamermuziekpianist werkte hij met Emmy Verhey, Floris Mijnders, Paul Komen en Godfried Hoogeveen. Juan Zurutuza volgde lessen en masterclasses bij onder anderen Edith Grosz-Lateiner, Jorge Luis Prats en Aldo Ciccolini.