Close-up: Portretconcert Henk Rubingh
Musici uit het Koninklijk Concertgebouworkest:
Henk Rubingh viool
Marijn Mijnders viool
Gregor Horsch cello
m.m.v. Jeroen Bal piano
pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.20 uur
Erich Wolfgang Korngold, de Amerikaanse componist van Oostenrijkse komaf, is honderdtwintig jaar geleden geboren en zestig jaar geleden gestorven. ‘Vandaar dat ik de vraag kreeg iets met Korngold te doen’, zegt Henk Rubingh, aanvoerder van de tweede violen van het Koninklijk Concertgebouworkest, over de samenstelling van het aan hem gewijde portretconcert. ‘Ik houd heel erg van zijn werk en de componist zweeft nog steeds wat in de vergetelheid. Sommige werken zijn wel wat bekender, zoals de opera Die tote Stadt en zijn Vioolconcert, maar veel wordt zelden of nooit gespeeld, zoals zijn kamermuziek.’ Vandaar dat Rubingh koos voor een programma rond twee suites van Korngold, die hij in perspectief plaatste door er twee suites van de Russische tijdgenoten Igor Stravinsky en Sergej Prokofjev bij te kiezen.
Igor Stravinsky 1882-1971
Suite italienne (1932-33)
voor viool en piano
Introduzione
Serenata
Tarantella
Gavotta con due variazioni
Scherzino
Minuetto e Finale
Sergej Prokofjev 1891-1953
Vijf dansen uit ‘Assepoester’ (1940-44)
bewerking voor viool en piano door Mikhail Fichtenholz (1920-1985)
Grande valse
Gavotte
Passepied
Winterfee
Mazurka
Erich Wolfgang Korngold 1897-1957
Suite uit ‘Viel Lärm um nichts’, op. 11 (1918-19)
voor viool en piano
Mädchen im Brautgemach
Holzapfel und Schlehwein (Marsch der Wache)
Gartenscene
Mummenschanz (Hornpipe)
pauze
Erich Wolfgang Korngold
Suite, op. 23 (1930)
voor twee violen, cello en piano linkshandig
Präludium und Fuge
Walzer
Groteske
Lied
Rondo
Toelichting
Igor Stravinsky 1882-1971
suite italienne
tekst: Paul Janssen
De italienne van Stravinsky vindt zijn oorsprong in het verzoek van impresario Serge Diaghilev om een ballet te schrijven voor Les Ballets Russes, op basis van muziek die werd toegeschreven aan componist Giovanni Battista Pergolesi.
Stravinsky schreef Pulcinella en was zo tevreden over zijn moderne bewerking van het barokmateriaal dat hij er meteen een suite voor viool en piano uit destilleerde, die hij bewerkte voor kamerorkest. Dat werd in 1932 de basis voor de Suite italienne voor en piano. In 1933 bewerkte Stravinsky deze suite weer met de hulp van violist Samuel Dushkin voor viool en piano.
Pas later werd duidelijk dat de muziek die Stravinsky als basis gebruikte niet allemaal van Pergolesi was, maar van minder bekende tijdgenoten als Domenico Gallo en Carlo Monza. De Tarantella is afkomstig uit Concerto armonico nr. 2 van de Nederlander Unico Wilhelm rijksgraaf van Wassenaer.
Sergej Prokofjev 1891-1953
Vijf dansen uit 'Assepoester'
Deze van Prokofjev is de grote verrassing van dit programma. ‘De Vijf dansen voor viool en piano uit het ballet Assepoester van Prokofjev zijn naar mijn idee nog nooit in Nederland uitgevoerd’, zegt Rubingh.
‘Het is ook een vrij onbekend stuk. Ik hoorde het toen ik een jaar of vijftien was op een plaat van David Oistrach. Ik vond het schitterende muziek en wilde de hebben. Ik vroeg het aan Viktor Liberman, maar hij kende het niet.’
Zo’n tien jaar geleden vroeg Rubingh zijn oud-collega Josef Malkin om te zoeken op internet. ‘Hij vond een Russische site waarop betekend materiaal van een moeilijk leesbare Russische uitgave te downloaden was. Het leek erop dat het werk niet eens uitgegeven was.
'Nu ben ik de trotse bezitter van geheel vers gedrukt materiaal van Prokofjev’
Zo’n anderhalf jaar geleden ontdekte ik het werk in de catalogus van Boosey & Hawkes. Daar wist men niet eens meer dat het erin stond. Het werk moest speciaal voor mij geheel opnieuw gedrukt worden. Dus nu ben ik de trotse bezitter van geheel vers gedrukt materiaal van Prokofjev.’
Erich Wolfgang Korngold 1897-1957
suite uit ‘viel lärm um nichts’
De eerste van Korngold op het programma is een ‘jeugdwerk’: de Suite, 11, gebaseerd op Korngolds toneelmuziek bij Much Ado about Nothing. ‘Een werk voor viool en piano en totaal “Wienerisch”. Heel origineel’, aldus Rubingh.
Het wonderlijke is vooral dat de componist net twintig was toen hij in 1918 de toneelmuziek schreef bij William Shakespeares komedie, en dat hij in die kringen in Oostenrijk al een ‘household name’ was.
De krachtige karakterisering, de verhalende lijnen, de prachtig gekleurde k: alles vertelt eigenlijk al het verhaal van de filmmuziek die Korngold later zou schrijven.
De veertien nummers voor het toneelstuk werden gespeeld door een klein orkest. Daar maakte hij al snel een suite van voor klein ensemble.
Toen de productie van Shakespeares stuk in 1920 hernomen werd, konden er zelfs extra voorstellingen geboekt worden. Omdat de orkestmusici niet meer beschikbaar waren voor de verlenging, bewerkte Korngold de stukken voor viool en piano. Hij speelde zelf de piano tijdens de voorstellingen. Uiteindelijk arrangeerde hij dit materiaal tot een concertsuite van vier delen.
Erich Wolfgang Korngold 1897-1957
suite
Vandaar dat Rubingh graag voldeed aan de vraag of hij de voor twee violen, en piano linkshandig wilde uitvoeren. ‘Geniale muziek’, aldus Rubingh. En daar is ook niets te veel mee gezegd.
Korngold schreef zijn opmerkelijke Suite in 1930 voor Paul Wittgenstein, nadat hij eerder al een pianoconcert voor hem geschreven had. De fameuze pianist had in het geweld van de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm verloren, maar weigerde zijn carrière op te geven.
Hij kreeg grote componisten zoals Maurice Ravel, Benjamin Britten en Sergej Prokofjev zover om werken voor hem te schrijven, en vervolgens maakte hij furore met zijn briljante linkerhandtechniek.
Ook Korngold maakt in deze , waarin de van de negentiende eeuw de jaren dertig van de twintigste eeuw ontmoet, dankbaar gebruik van de kracht van Wittgenstein. Meteen al aan het begin zet hij een sfeerbepalende voor de pianist neer.
Met een deels op Bach geïnspireerde prelude en , een gevoelige , een , een fragiel en een virtuoze finale in de vorm van een met variaties krijgt deze suite verder invulling.
Het is voor die tijd zeker niet vooruitstrevend modern, maar wie de musiceervreugde van een Mozart, Beethoven of Brahms zoekt in twintigste-eeuwse vorm is bij Korngold aan het beste adres.
Biografie
Henk Rubingh, viool
Henk Rubingh kreeg zijn eerste vioollessen van Age Koning. Hij studeerde bij Jeanne Lemkes-Vos aan het Stedelijk Conservatorium te Groningen, waar hij in 1978 cum laude afstudeerde. Hij vervolgde zijn studie aan de Staatliche Musikhochschule te Freiburg bij Rainer Kussmaul.
In 1981 ontving Rubingh de Prix d’Excellence. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot tweede concertmeester van het Noordelijk Philharmonisch Orkest (thans Noord Nederlands Orkest).
Henk Rubingh treedt regelmatig op als solist, speelt veel kamermuziek en werkte mee aan vele cd-opnamen. Als concertmeester van de Amsterdamse Bachsolisten trad hij op in vele belangrijke festivals over de gehele wereld.
Sinds september 1984 was Henk Rubingh verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest, sinds 1989 als eerste aanvoerder van de tweede violen. In december 2021 ging hij met pensioen, in maart 2022 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Marijn Mijnders, viool
Marijn Mijnders studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Davina van Wely. Bij haar afstuderen als uitvoerend musicus kreeg zij de Nicolaï Prijs. In 1985 won ze de prijs van stad Amsterdam bij het Nationaal Vioolconcours Oskar Back.
Van 1985 tot 1988 was ze eerste concertmeester van het Noordelijk Philharmonisch Orkest in Groningen (tegenwoordig het Noord Nederlands Orkest).
Sinds 1989 is Marijn Mijnders tweede concertmeester van het Concertgebouworkest. Tevens maakt ze deel uit van het Uriël Ensemble.
Marijn Mijnders bespeelt sinds 2015 een Stradivarius uit 1727, eigendom van een particuliere mecenas, die haar via Foundation Concertgebouworkest in bruikleen werd gegeven.
Gregor Horsch, cello
Gregor Horsch werd geboren in Duitsland en opgeleid aan de Musikhochschule van Freiburg bij Christoph Henkel en later aan het Royal Northern College of Music in Manchester bij Ralph Kirshbaum. Sinds hij in 1989 cum laude afstudeerde in Manchester woont Gregor Horsch in Nederland. Na een aantal jaren de groep van het Residentie Orkest in Den Haag aangevoerd te hebben werd hij in 1997 benoemd tot eerste solocellist van het Concertgebouworkest.
Als winnaar van de Pierre Fournier Award in London (1988) gaf hij talrijke s in Engeland en maakte hij verschillende radio-opnamen voor de BBC. Zo speelde hij in de Londense Wigmore Hall en trad hij op tijdens het eerste Internationale Festival in Manchester en tijdens het Schubert-Britten Festival in de Queen Elizabeth Hall. Gregor Horsch won prijzen bij de Scheveningen International Music Competition (1989) en het Concours Gaspar Cassado in Florence (1990).
Gregor bespeelt sinds 2010 een cello gebouwd door Giovanni Battista Rogeri, voorheen bespeeld door en eigendom van solocellist Jean Decroos. Deze cello werd door de Foundation Concertgebouworkest aangekocht en aan Gregor in bruikleen gegeven.
Jeroen Bal, piano
Op 25 januari 2026 overleed Jeroen Bal op 52-jarige leeftijd.
Jeroen Bal was sinds januari 2019 in dienst van het Concertgebouworkest, als eerste pianist ooit in de geschiedenis van het orkest. Daarvoor remplaceerde hij al jarenlang op zeer regelmatige basis bij het Concertgebouworkest en diverse andere Nederlandse orkesten, en bij orkesten als het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij Stravinsky’s Petroesjka uitvoerde onder leiding van Pierre Boulez. Ook met het Concertgebouworkest speelde hij dit werk diverse malen.
Jeroen Bal vergezelde het orkest onder meer op tournees door Japan en de Verenigde Staten. Met orkestleden treedt hij veel op in kamermuziekverband. Zo nam hij in 2016 een cd op met Camerata RCO en vormt hij met violist Tjeerd Top en cellist Johan van Iersel het Vermeer . In december 2017 maakte Jeroen samen met solotrompettist Omar Tomasoni een tournee van een maand door Japan.
Jeroen Bal studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij was finalist op het Prinses Christina Concours, won de ‘Vriendenkrans’ van Het Concertgebouw en bereikte in 1996 de halve finale van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht.



