Close-up: portretconcert Gustavo Núñez

Close-up

Portretconcert Gustavo Núñez 14.15 uur

Gustavo Núñez fagot
Junko Naito viool
Anna de Vey Mestdagh viool
Roland Krämer altviool
Fred Edelen cello
Georgina Poad contrabas
Simon Van Holen contrafagot

m.m.v. Christina Edelen klavecimbel
m.m.v. Jeroen Bal piano

Georg Philipp Telemann 1681-1767

Sonate in f kl.t., TWV: 41:f1 (1728)
voor fagot en klavecimbel
Triste
Allegro
Andante
Vivace

Roger Boutry 1932

Interférences 1 (1972)
voor fagot en piano
Allegro
Allegro ma non tropo
Meno mosso
Allegro con fuoco

Camille Saint-Saëns 1835-1921

Sonate in G gr.t., op. 168 (1921)
voor fagot en piano
Allegretto moderato
Allegro scherzando
Adagio
Allegro moderato

pauze

Kees Olthuis 1940

Introductie en Allegro (2006)
voor fagot, contrafagot en strijkkwintet

Antonio Vivaldi 1678-1741

Concert in a kl.t., RV 497 (ca. 1720-24)
voor fagot, strijkkwintet en klavecimbel
Allegro molto
Andante molto
Allegro

begin van de pauze ca. 14.55 uur
einde van het concert ca. 15.55 uur

Toelichting

introductie

Portretconcert Gustavo Núñez

Een mooie en interessante samenvatting van het kamermuziekrepertoire voor de , dat moest het worden voor de hoofdpersoon van het portretconcert van vandaag, ­solofagottist van het Koninklijk Concertgebouworkest Gustavo Núñez.

‘Het instrument wordt nog steeds onderschat’, zegt Núñez direct. ‘Er zijn weinig echt goede componisten die werken voor de fagot hebben geschreven. Vooral als we teruggaan naar de en de Klassieken. De enige die echt aandacht ­besteedde aan de fagot was Vivaldi. Mozart schreef weliswaar vijf fagotconcerten, maar daarvan zijn er vier verloren gegaan.’

In de en de was de vooral een orkestinstrument. In de Klassieke Periode besteedde slechts een enkeling, zoals de Fransman François Devien­ne – die in zijn tijd beschouwd werd als de beste fluitist van Europa en daarnaast een zeer goed fagottist was – aandacht aan de fagot.

Tussen zijn werk als fluit­docent aan het Parijse conservatorium en eerste fagottist van het Théâtre de l’Opéra-Comique door schreef hij een rijk oeuvre bijeen met vele werken voor de fagot, waaronder een fagotconcert en diverse fagotkwartetten.

In de vroege Romantiek was het vooral Carl Maria von Weber die met zijn  e Ungarese en zijn Fagotconcert aandacht vroeg voor de fagot.

Georg Philipp Telemann 1681-1767

Sonate

Uit de is er naast de werken van ­Vivaldi een in f klein voor en van Georg Philipp Telemann. ‘Het is het enige werk dat hij voor fagot geschreven heeft’, verklaart Núñez. ‘Het is wel meteen een van de eerste fagotsolo’s.’

Het werk verscheen in het door Telemann opgezette ­periodiek Der getreue Musik-Meister waarin hij allerhande muziek publiceerde voor ‘thuisgebruik’. De vierdelige solo verscheen verspreid over vier edities. Zo ‘dwong’ Telemann muziekliefhebbers een abonnement te nemen.

Roger Boutry 1932

Interférences 1

Met Interférences I van de Franse componist en Roger Boutry doet de twintigste eeuw zijn intrede, de tijd dat de definitief werd geaccepteerd als solo-instrument. ‘Boutry is dirigent van het prestigieuze Franse orkest Garde Républicaine’, zegt Nuñez. ‘Hij schreef logischerwijs veel muziek voor blazers en heeft ook een aantal s voor fagot op zijn naam staan.

Interférences I voor en piano is een heel kort werk vol energie en geweldig geschreven voor het instrument. Veel componisten weten niet goed hoe ze met de fagot om moeten gaan. Hij wel. Boutry schrijft heel hoog voor het instrument, maar de manier waarop hij dat doet is zeer goed uitvoerbaar.’

Camille Saint-Saëns 1935-1921

Sonate

Ook het werk van Camille Saint-Saëns stamt uit de twintigste eeuw. Hij schreef de ­ in G groot voor en piano op 85-­jarige leeftijd in Parijs. ‘Ik gebruik mijn laatste energie om werken aan het repertoire toe te voegen voor tot nu toe wat verwaarloosde instrumenten’, schreef hij aan een vriend.

Saint-Saëns componeerde drie sonates voor hobo, klarinet en fagot. Hij had nog ideeën voor drie andere sonates voor blaasinstrumenten maar daar kwam het niet meer van. Hij stierf op 21 december 1921. De sonates, inderdaad zijn laatste werken, gingen pas na zijn dood in première. 

‘Voor de luisteraar klinkt deze heel eenvoudig’, zegt Núñez. ‘Voor de is het echter razend moeilijk, vooral het tweede deel, scherzando. Ik heb het ook voor mijn auditie bij het Koninklijk Concertgebouworkest moeten spelen. Het is zo’n werk waar je je hele leven mee bezig blijft. Echt een van de beste stukken uit het kamermuziekrepertoire voor fagot.’

Kees Olthuis 1940

Introductie en allegro

‘Ik heb tien jaar met Kees samengewerkt’, zo verklaart Núñez het feit dat er een werk van Kees Olthuis, tot 2005 tist van het Koninklijk Concertgebouworkest, op het programma staat.

‘Ik had natuurlijk het voor fagot en strijkkwintet kunnen program­meren dat hij in 2005 speciaal voor mij geschreven heeft, maar ik wilde absoluut de contrafagot in een solistische rol erbij hebben. Het hele programma vandaag is tenslotte meer een portret van de fagot dan van de fagottist.’

Vandaar dat de keus viel op Introductie en voor , contrafagot en strijkkwintet. ‘Kees schreef het in 2006 voor mij en vooral voor onze toenmalige contrafagottist Guus Dral. Het is net als het  een erg moeilijk stuk voor de fagot. Kees kent het instrument uiteraard erg goed en hij gaat echt tot de grenzen van het mogelijke.

Toen hij het Capriccio voor mij schreef vroeg ik hem het niet te makkelijk te maken. Ik wil een stuk goed leren kennen en dan wil ik iets hebben waar ik veel op moet studeren. Dat heb ik geweten. Zowel in Capriccio als in Introductie en Allegro is heel veel studietijd gaan zitten.’

Antonio Vivaldi 1678-1741

Concert

Alsof Núñez van het hele concertprogramma een mooie boogvorm wilde maken, zo gaat de weg na deze twintigste-eeuwse juweeltjes terug naar de . De componist die in dit portret van de nog niet aan bod kwam behoort meteen tot de belangrijkste componisten voor het instrument, Antonio Vivaldi.

‘Een fagot is voorbestemd om in het orkest te spelen’, zegt Núñez. ‘Maar Vivaldi was een ware visionair, die de fagot heel benaderde. Niemand had nog zo complex en solistisch voor de fagot geschreven als Vivaldi.’ Als voorbeeld dient het Concert in a klein voor fagot, strijkkwintet en RV 497 dat hij rond 1720 schreef.

‘Dit concert is mij dierbaar omdat het het eerste concert is dat ik ooit als solist heb mogen spelen. Ik was zestien jaar en speelde in Caracas met het tegenwoordig beroemde Simón Bolívar jeugdorkest.

Maar ieder concert van Vivaldi is een waar juweel. Hij weet in een hele korte tijd veel meer te zeggen dan iemand als Carl Philipp Emanuel Bach in een half uur. Het Concert RV 497 is voor een werk heel expressief, soms zelf romantisch. Voor mij zit alles wat muziek leuk maakt in dit stuk van Vivaldi. Daarom wilde ik hiermee eindigen.’

Biografie

Gustavo Núñez, fagot

Gustavo Núñez, geboren in Montevideo, Uruguay, is ­solofagottist van het Concertgebouworkest sinds 1995.

Gustavo Núñez kreeg zijn eerste lessen van zijn vader in Cara­cas en werd op zijn dertiende lid van het Simón BolÍvar jeugdorkest. Op zestienjarige leeftijd verwierf hij een beurs voor een studie aan het Royal College of Music in Londen bij Kerrison Camden. Later studeerde hij bij Klaus Thunemann in Hannover. Tijdens zijn studie, in 1987, won hij zowel de Prix Suisse van het Concours International d’Exécution Musicale de Genève als de eerste prijs van het Carl Maria von Weber Concours in München.

In 1988 was Gustavo Núñez solofagottist in het orkest van het Staatstheater Darmstadt; van 1989 tot 1995 bekleedde hij dezelfde functie bij de Bamberger Symphoniker. Hij maakte deel uit van de Deutsche Bläser Solisten, het Viotta Ensemble en de Ebony Band. Gustavo Núñez trad als solist op in heel Europa, de Verenigde Staten, Canada, verschillende landen in Zuid-Amerika, Australië, Korea en Japan. Hij geeft regelmatig masterclasses en is docent aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf en de Escuela Superior de Música Reina Sofía in Madrid.

Junko Naito, viool

Junko Naito is sinds december 2002 als eerste violiste verbonden aan het Concertgebouworkest. Ze studeerde aan de Tokyo National University of Fine Arts. In 1996 kwam ze naar Nederland om aan het Utrechts Conservatorium bij Viktor Liberman te studeren. Daar voltooide ze in 1998 haar studie met de hoogste onderscheiding.

Nog tijdens haar studie won ze in Tokio de O.E.K. solistenprijs en debuteerde ze in de prestigieuze Suntory Hall.

Als solist trad Junko Naito op met klassiek en modern repertoire, onder di-rigenten als Hiroyuki Iwaki in Japan en Duitsland. In september 2014 kreeg Junko Naito de Iwaki Award, een prijs voor uitmuntende musici die ingesteld is ter nagedachtenis aan Hiroyuki Iwaki.

Anna de Vey Mestdagh, viool

Anna de Vey Mestdagh studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam van 1983 tot 1990 bij Bouw Lemkes en Ilja Grubert. Voordat ze in 1992 in dienst kwam bij het Koninklijk Concertgebouworkest werkte ze als remplaçant bij verschillende ensembles en was kort in dienst bij het Radio Philharmonisch Orkest.

Ook speelde ze mee in de Ebony Band. Naast haar orkestbaan speelt zij graag kamermuziek, letterlijk in de huiskamer met haar man (tist Gustavo Núñez) en hun vijf kinderen.

Anna de Vey Mestdagh bespeelt sinds 2014 een A. d'Espine viool (Turijn, 1817) die destijds werd aangekocht door de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest voor voormalig violiste Janke Tamminga, die daar tot haar pensioen op speelde. Anna de Veij Mestdagh schrijft maandelijks voor Preludium een column over haar ervaringen als orkestlid. 

Roland Krämer, altviool

De Duitse altviolist Roland Krämer studeerde bij Eckart Klakow en Eberhard Klemmstein aan de muziekschool in Erlangen. Hij vervolgde zijn studie bij Hatto Beyerle aan de Musikhochschule in Wenen en Hannover, waar hij in 1989 als uitvoerend musicus met onderscheiding afstudeerde.

Voor zijn afstuderen speelde hij in diverse orkesten waaronder de Nürnberger en de Dortmunder Philharmoniker. Sinds november 1989 is hij verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest.

Daarnaast maakte hij sinds 1990 deel uit van de Amsterdamse Bach Solisten, het Viotta Ensemble, de Ebony Band en het Ebony Kwartet.

Roland Krämer bespeelt een vroeg-negentiende-eeuwse van de Salzburger instrumentenbouwer A.F. Mayr, hem in bruikleen gegeven door RCO Foundation.

Fred Edelen, cello

De Amerikaanse cellist Fred Edelen groeide op tussen de platen van zijn vader, stapels muziek en een piano, die hij begon te bespelen toen hij zes was. Toen hij op tienjarige leeftijd een opname van Jacqueline du Pré hoorde koos hij echter resoluut voor de . Hij studeerde in Bloomington en met een Fulbright beurs in Den Haag, bij onder anderen Janos Starker, Gary Hoffman en Richte van der Meer.

Fred Edelen was drie jaar solocellist bij het San Antonio Symphony Orchestra en lid van het Houston Symphony Orchestra. Sinds augustus 2003 maakt Edelen als plaatsvervangend solocellist deel uit van het Concertgebouworkest.

Met zijn vrouw, klaveciniste Christina Edelen, vormt hij het Duo Edelen. Bij het Museum of Fine Arts in Houston initieerden ze een kamermuziekserie, waar ze nog regelmatig optreden. Fred Edelen musiceert ook met het Egmont Kwartet en het Concertgebouw Kamerorkest.

Fred Edelen heeft sinds 2005 een van J.B. Rogeri in bruikleen, in gezamenlijk eigendom van een particuliere musicus en de Foundation Concertgebouworkest.

Georgina Poad, contrabas

De Britse contrabassiste Georgina Poad begon haar studie op haar negende aan de Royal College of Music Junior Department in Londen. Binnen twee jaar werd ze al toegelaten tot de Yehudi Menuhin School; in 1997 was ze prijswinnaar in de International Society of Bassist Competition in Houston (VS).

Aan de Royal Academy of Music studeerde Georgina Poad bij Corin Long en Duncan McTier. Tijdens haar studie in Londen remplaceerde ze regelmatig bij de meest vooraanstaande orkesten van het Verenigd Koninkrijk, waaronder het London Symphony Ochestra en het Philharmonia Orchestra.

Vlak voordat ze in afstudeerde aan de Royal Academy won ze het proefspel bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Op 1 augustus 2007 trad ze in dienst. Naast haar werk in het orkest is ze ook een actief kamermusicus. Ze treedt op en maakt opnamen met ensembles en orkesten in het VK, Nederland, Italië en Duitsland.

Georgina speelt op een contrabas uit de collectie van de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest, gebouwd door J.F. Lott sr in Londen in ca. 1830. Lott wordt ook wel de "King of the English bass makers" genoemd.

Simon van Holen, contrafagot

Simon Van Holen studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en aan de Robert Schumann Musikhochschule in Düsseldorf in de klas van Gustavo Núñez, waar hij in 2010 zijn diploma behaalde én de DAAD Förderpreis voor buitenlandse studenten kreeg uitgereikt. Hij volgde masterclasses bij onder anderen Klaus Thunemann, Brian Pollard, Stefan Schweigert, Sergio Azzolini, Dag Jensen en Ole Kristian Dahl.

Van Holen werd uitgenodigd voor de Zermatt Festival Academy en de Gustav Mahler Akademie en kon in 2010 dankzij een beurs van de stichting Villa Musica Rheinland-Pfalz kamermuziek spelen met Menahem Pressler, Sergio Azzolini en Ingo Goritzki.Simon Van Holen was lid van het European Union Youth Orchestra en het Gustav Mahler Jugendorchester en was verbonden aan de orkestacademie van de Düsseldorfer Symphoniker.

Hij remplaceerde bij onder andere de Berliner Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich en de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. In 2011 werd Simon van Holen als solocontrafagottist aangenomen bij de Düsseldorfer Symphoniker; sinds 2012 bekleedt hij diezelfde functie bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

In 2013 won hij de door de zakelijke kring van het orkest uitgereikte Prix de Salon. Simon Van Holen is tevens docent en contrafagot aan het Conservatorium van Amsterdam. 

Christina Edelen, klavecimbel

Christina Scott Edelen is een veelzijdig klaveciniste, fortepianiste en organiste. In de Verenigde Staten en Europa heeft zij opgetreden als solist en in tal van ensembles en festivals, waaronder het Atelier, het Santa Fe Chamber Music Festival en de oudemuziekfestivals van Berkeley, San Antonio en Bloomington.

Ze studeerde aan het Indiana University Early Music Institute en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en was finalist op Bodky International Competition. Als lerares en docent is ze verbonden aan de Baylor Universiteit en de Universiteit van Houston. Christina Edelen is organiste en koordirigente in de Anglicaanse Kerk in Den Haag.

Ze speelt regelmatig mee met het Koninklijk Concertgebouworkest of met orkestleden tijdens kamermuziekconcerten.

Jeroen Bal, piano

Op 25 januari 2026 overleed Jeroen Bal op 52-jarige leeftijd.

Jeroen Bal was sinds januari 2019 in dienst van het Concertgebouworkest, als eerste pianist ooit in de geschiedenis van het orkest. Daarvoor remplaceerde hij al jarenlang op zeer regelmatige basis bij het Concertgebouworkest en diverse andere Nederlandse orkesten, en bij orkesten als het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij Stravinsky’s Petroesjka uitvoerde onder leiding van Pierre Boulez. Ook met het Concertgebouworkest speelde hij dit werk diverse malen.

Jeroen Bal vergezelde het orkest onder meer op tournees door Japan en de Verenigde Staten. Met orkestleden treedt hij veel op in kamermuziekverband. Zo nam hij in 2016 een cd op met Camerata RCO en vormt hij met violist Tjeerd Top en cellist Johan van Iersel het Vermeer . In december 2017 maakte Jeroen samen met solotrompettist Omar Tomasoni een tournee van een maand door Japan.

Jeroen Bal studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij was finalist op het Prinses Christina Concours, won de ‘Vriendenkrans’ van Het Concertgebouw en bereikte in 1996 de halve finale van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht.