Close-up: portretconcert Calogero Palermo
Musici van het Concertgebouworkest:
Calogero Palermo klarinet
Sylvia Huang viool
Mirelys Morgan Verdecia viool
Saeko Oguma altviool
Honorine Schaeffer cello
Léo Genet contrabas
m.m.v. Akanè Makita piano
De biografieën van de orkestleden zijn te vinden op concertgebouworkest.nl.
Nunzio Ortolano (1967)
De jaargetijden (Le stagioni, 2022)
voor klarinet, strijkers en piano
Concert nr. 1: Lente
Promenade
Voorjaarswarmte
Dans van de natuur
Concert nr. 2: Zomer
Zonnestralen, nachtleven en uitspattingen
Kalme golven
Kustwandelingen en muziek aan het strand
Concert nr. 3: Herfst
Promenade
De dansende blaadjes vallen en de windstoten blazen ze weg
Vogeltrek
Concert nr. 4: Winter
Regen, wind en af en toe zon
Winterse droefheid
Pas de deux op het ijs
er is geen pauze
einde ± 21.15 uur
Toelichting
Nunzio Ortolano 1967
De jaargetijden
Door Calogero Palermo
De jaargetijden van Ortolano zijn een evocatieve herneming van Vivaldi’s gelijknamige werk met een overeenkomstige vorm, een vergelijkbaar gebruik van programmatische aanwijzingen, waarvan enkele opzettelijk gelijk zijn aan die van de Venetiaanse componist, en met enkele gelijksoortige muzikale stijlelementen, zoals het kloppende van de strijkers als begeleiding van de solopartij. Zo wordt een verbinding gelegd tussen composities die 300 jaar van elkaar gescheiden zijn, als om te laten zien dat – zoals Ortolano zegt – ‘in de muziek van vandaag veel is veranderd ten opzichte van die van Vivaldi en zijn tijd, maar dat veel stilistisch materiaal nog steeds actueel, eigentijds, en zelfs modieus blijkt te zijn’.
Uit de tische rijkdom waarmee hij de vele verschillende expressieve situaties muzikaal vormgeeft, blijkt de originaliteit van Ortolano’s muzikale ideeën. Geraffineerde ën waaieren uit over zeer uiteenlopende tonale gebieden en veroorzaken – vaak losgezongen van ieder keurslijf – ‘muzikale oxymorons’, zoals de momenten waarop dodecafone technieken en traditionele tonaliteit gebroederlijk naast elkaar bestaan. Voortdurende ritmewisselingen, bijvoorbeeld in het eerste deel van Estate of het derde deel van Primavera, onderstrepen het feit dat de componist het ritmische aspect in geen enkel opzicht ondergeschikt acht aan of harmonie.
Van de uitvoerenden wordt een grote precisie verlangd in het voortbrengen van de afzonderlijke klanken, die vaak deel uitmaken van een isch weefsel. In de zeer gedetailleerde duiken instrumentpartijen op zoals de personages van een toneelstuk het toneel opkomen.
Primavera (Lente)
Het eerste deel van de Lente opent met een korte reminiscentie aan de winter die net voorbij is. Na enkele maten doet de klarinet zijn intrede met het van de lentewandeling. De strijkers ondersteunen de solist harmonisch en ritmisch en geven thematische ideeën aan elkaar door. Ten slotte klinkt als hommage aan Vivaldi een duidelijk herkenbaar citaat uit diens Primavera.
Lentezoelte begint met een kalme, wijd uitwaaierende solo, waarin voortdurende tempowisselingen de atmosferische instabiliteit onderstrepen die het voorjaar typeert. Het thema klinkt vervolgens in de klarinet, en daarna in de viool, waarbij de solist toevoegt.
Het derde deel verklankt een dans van figuren uit de natuur. De dansers stellen zich met een buiging aan het publiek voor (’s van de strijkers) en voegen zich bij de solist, waarna ze reageren op diens technisch veeleisende dans. Een kort en onverwacht onweer onderbreekt de voorstelling. Als de rust is teruggekeerd, hervatten de dansers hun optreden. Opnieuw wordt Vivaldi’s Lente geciteerd.
Estate (Zomer)
Het eerste deel verklankt gedetailleerd de programmatische aanwijzingen in de (Zonnestralen, nachtleven en nachtelijke uitspattingen). Geaccentueerde en geven verblindende zonnestralen aan, in gewaagde virtuoze buitelingen van de solist en complexe s horen we het nachtleven, en ver uiteenlopende en moeilijk thuis te brengen ën stellen de uitspattingen voor.
Het tweede deel zorgt voor een groot contrast door de zomerse zee met zijn kalme golven uit te beelden in een lome, expressieve klarinetmelodie, waarbij de piano met zijn ’s inzoomt op de golven.
Het derde deel is een muzikaal . Een korte en energieke inleiding maakt al snel plaats voor een reeks originele ën, gebaseerd op volksdansen van onze tijd en uit het verleden. De melodieën wisselen elkaar af en schuiven over elkaar heen (op een bepaald punt klinken ze allemaal tegelijk) om zo de drukte van afgeladen stranden op te roepen.
Autunno (Herfst)
Een ritmisch en een onbezorgde melodie roepen de karakteristieke sfeer op van een Herfstpromenade door het historische centrum van een oude stad, met zijn monumenten en palazzo’s.
In het bijzonder evocatieve tweede deel bootst een dalend arpeggio van de klarinet vallende bladeren na, terwijl onverwachte virtuoze passages windvlagen uitbeelden.
Het derde deel beschrijft een van de meest kenmerkende gebeurtenissen van de herfsttijd, een bijzonder schouwspel van de natuur dat al duizenden jaren bestaat: de vogeltrek. De klarinet gaat voorop in een denkbeeldige vogelvlucht en geeft de koers aan voor de andere leden van de zwerm.
Inverno (Winter)
Het laatste concert begint met een deel waarin de typische natuurverschijnselen van de wintertijd worden beschreven: regen, wind en af en toe even zon. Het tweede deel (Winterverdriet) is een bespiegeling over de gevoelstoestand van mensen op een typische winterdag.
In het derde deel voeren de klarinet en de eerste viool samen een dans op het ijs uit in een afwisseling van snelle loopjes, achtervolgingen, rondcirkelende bewegingen… Dit alles mondt uit in een episode waarin de twee instrumenten zich verenigen in een sensuele en elegante tango, om vervolgens de laatste acrobatische toeren te laten horen.
Le stagioni (De jaargetijden) is ontstaan uit een idee van Calogero Palermo, soloklarinettist van het Concertgebouworkest, die een compositieopdracht gaf aan zijn vriend en mede-Siciliaan Nunzio Ortolano. Door te kiezen voor de traditionele concertvorm in drie delen grijpen de twee musici terug op Vivaldi’s Vier jaargetijden. Toevallig is dat werk verbonden met Amsterdam, omdat daar in 1725 de eerste uitgave van de bij de drukkerij van uitgever Michel-Charles Le Cène van de pers rolde.
Biografie
Calogero Palermo, klarinet
Calogero Palermo is soloklarinettist van het Concertgebouworkest sinds augustus 2015.
Na zijn opleiding aan het conservatorium van Palermo en bij Thomas Friedli in Genève werd Calogero Palermo al op 22-jarige leeftijd aangenomen als soloklarinettist van het Orchestra del Teatro V. Bellini in Catania, Sicilië.
Van 1997 tot 2008, en later opnieuw van 2012 tot 2015, was hij soloklarinettist van het Orchestra Teatro di Roma. Tijdens de tussenliggende jaren was hij werkzaam in het Orchestre National de France. Hij remplaceerde onder meer bij het Orchestra Filarmonica della Scala di Milano en het Concertgebouworkest.
Ondertussen maakte Calogero Palermo naam als solist en kamermusicus; hij trad op in de belangrijkste Italiaanse steden en in Spanje, Duitsland, Frankrijk, Tunesië, Rusland, China, Taiwan, Japan en de Verenigde Staten. Hij was als solist te horen via radio- en tv-zenders in Italië, Frankrijk en Roemenië, bijvoorbeeld in Webers Eerste klarinetconcert op RaiTrade.
Bij het Concertgebouworkest treedt hij voor het eerst op als solist. De Siciliaanse klarinettist geeft regelmatig masterclasses. Hij schreef de didactische methode Soli d’orchestra met revisies en arrangementen voor klarinet en piano van bekende werken.
Akanè Makita, piano
Akanè Makita studeerde in Rome aan het conservatorium en aan de Accademia Santa Cecilia; ook studeerde ze aan de Imola Piano Academy. Haar docenten waren Fausto Di Cesare, Franco Scala, Boris Petruschansky en Giovanni Valentini; ook kreeg ze les van onder anderen Charles Rosen, Glenn Wilson, Jacques Rouvier, Louis Lortie en Fou Ts’ong.
De pianiste trad op door heel Italië en in Frankrijk, Nederland, Canada, Japan, Iran en Polen. Naast haar solocarrière heeft Akanè Makita veel succes in diverse kamermuziekbezettingen. Ze trad op met én begeleidde masterclasses van bijvoorbeeld violisten Domenico Nordio en Sonig Tchakerian, klarinettist Alessandro Carbonare, tist Francesco Bossone en tisten Andrea Lucchi en Omar Tomasoni.
Met Anna Armatys bracht ze de complete werken voor en piano van Giuseppe Martucci op cd uit. Met de solisten van Accademia Nazionale di Santa Cecilia bracht ze in 2014 een lovend besproken cd uit met werken van Henri Dutilleux, een jaar later nam ze met dezelfde musici de werken voor blaasinstrumenten en piano van Camille Saint-Saëns op.


