Close-up: Portretconcert Bart Claessens

Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium 20.15 uur

Bart Claessens trombone
Omar Tomasoni trompet
Bert Langenkamp trompet
Laurens Woudenberg hoorn
Perry Hoogendijk tuba

m.m.v. Jeroen Bal piano

PORTRETCONCERT BART CLAESSENS

 

Jacques Castérède 1926-2014

Sonatine (1957)
voor trombone en piano
Allegro vivo
Andante sostenuto
Allegro

Stjepan Šulek 1914-1986

Sonata (1973) ‘Vox Gabrieli’
voor trombone en piano 

Daniel Schnyder 1961

Rhythm in Blue (2009)
voor trombone en piano

pauze

Malcolm Arnold 1921-2006

Eerste kwintet, op. 73 (1961)
voor koperblazers
Allegro vivace
Chaconne
Con brio

Leonard Bernstein 1918-1990

Dance Suite (1989)
voor koperkwintet
Dancisca for Anthony
Waltz for Agnes
Bi-Tango for Mischa
Two-Step for Mr. B
MTV for Jerry

Enrique Crespo 1941

Ragtime
Bossa nova
Vals Peruano
Son de México
uit ‘Suite Americana’ (1977)
voor koperkwintet

begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur

Toelichting

De kleur van de trombone

tekst: liesbeth immink

In de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium staan de spotlights deze maand gericht op Bart Claessens, solotrombonist van het Koninklijk Concertgebouworkest. ‘Ik heb een programma samengesteld met stukken waar ik een geschiedenis mee heb, stukken die ik persoonlijk heel mooi vind’, vertelt de trombonist. Dat resulteerde in een gebalanceerd programma met voor de pauze drie werken voor trombone en piano en na de pauze drie werken voor koperkwintet.

Als rode draad in zijn programma noemt Claessens de kleur en de rol van de trombone. ‘De tromboneliteratuur is niet te vergelijken met bijvoorbeeld het repertoire waar strijkers uit kunnen putten. Er zijn nou eenmaal niet zoveel “grote” componisten die zich op de trombone hebben gericht. En áls ze zich er al mee bezighielden, gaat het vaak om vrij korte stukken. Ik heb bij de samenstelling van dit concert daarom vooral gekeken naar de kleur en de stijl binnen ons repertoire. Ik wil in één avond zoveel mogelijk laten horen zonder dat het saai wordt.’ 

Jacques Castérède 1926-2014

Sonatine

Tijdens zijn verblijf in Rome als Prix de Rome-laureaat – hij won de prestigieuze prijs in 1953 – schreef de Franse componist en pianist Jacques Castérède zijn Sonatine voor trombone en piano. ‘Het is een van de stukken die ik veel tijdens mijn studententijd heb gespeeld. Het tweede deel bevat de allermooiste uit het trombone-repertoire.’ Hoewel Castérède nooit zo bekend is geworden als bijvoorbeeld zijn tijdgenoot Henri Dutilleux (die ook een belangrijk stuk componeerde voor trombone en piano), is hij onder trombonisten zeker net zo geliefd. Op een avond waarop de trombone centraal staat, lijkt de Sonatine een gedroomd openingsstuk: ‘Mensen buiten de blazerswereld moeten dit toch ook minstens één keer hebben gehoord?’

Stjepan ˇSulek 1914-1986

sonata ‘vox gabrieli’

‘Ook de Sonata “Vox Gabrieli” van Stjepan Šulek is een van mijn favorieten. Door de uitdagende pianopartij is het eigenlijk meer een duo dan een trombonesonate. Zonder een goede pianist ben je nergens.’

De Kroatische violist, en componist gaf de de bijnaam ‘Vox Gabrieli’ (de stem van Gabriël), een verwijzing naar de aarts­engel Gabriël, die in de christelijke traditie als boodschapper van God wordt beschouwd en in de joodse traditie als engel des doods en aankondiger van het einde der tijden. Šulek gaf de Sonate hiermee een dramatische intentie en wie wil zou in de grote dynamische contrasten de angst voor en de chaos van de Apocalyps kunnen herkennen.

Daniel Schnyder 1961

rhythm in blue

‘De Zwitsers-Amerikaanse saxofonist en componist Daniel Schnyder ben ik pas de laatste jaren aan het ontdekken. Zijn muziek is ontzettend complex en lastig om te spelen. Rhythm in Blue bijvoorbeeld is jazzy muziek, maar klassiek geschreven.

De solopartij krijgt daardoor een soort groove die je niet zomaar te pakken hebt. Schnyder schreef het een paar jaar geleden voor een concours in Duitsland en omdat het stuk nog vrij onbekend is, wil ik het graag een podium geven. Het leek me daarnaast ook een perfecte uitsmijter voor vóór de pauze.’

Malcolm Arnold 1921-2006

eerste kwintet

Het Eerste et van de Britse tist en componist Malcolm Arnold is een echte classic in de koperkwintetliteratuur. ‘Ik wil het vooral laten horen vanwege de contrasten in tempo en en de rol van de trombone daarbij. Normaal gesproken ligt de nadruk in een koperkwintet op de solo’s in de trompetpartij, maar in dit kwintet is er meer balans. Bovendien zit er in het -tweede deel een prachtige trombonesolo.’ Arnold schreef het Eerste kwintet voor het New York Brass Quintet, een beroemd koperkwintet uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw dat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan het succes van het stuk.

Leonard Bernstein 1918-1990

dance suite

Dit seizoen brengt het Koninklijk Concertgebouworkest in verschillende programma’s een eerbetoon aan Leonard Bernstein, die in 2018 zijn honderdste geboortedag gevierd zou hebben. In dat kader past Dance vanavond goed in het rijtje etten. Hetwas het laatste werk dat Bernstein schreef voor hij in 1990 overleed. Hij droeg het op aan Empire Brass, een Amerikaans koper-kwintet dat hij een warm hart toedroeg.

De Dance  was oorspronkelijk als een ballet bedoeld en in de titels van de delen verwerkte de componist de namen van bevriende choreografen. Maar de vijf delen bleken veel te kort en te vluchtig om op te dansen waardoor het stuk nooit als ballet is uitgevoerd. ‘De Dance Suite is vooral qua kleur een bijzonder stuk’, aldus Claessens. ‘Elk deel is totaal anders van karakter en gevoel. Je moet het heel extreem spelen om die karakters goed over te brengen.’

Enrique Crespo 1941

Suite Americana

Het slotstuk van de avond, de Americana van de Uruguayaanse trombonist en componist Enrique Crespo, barst van de Zuid-Amerikaanse invloeden.

‘Het is een geweldig stuk om te spelen, zeker met de collega’s met wie ik de speel. De kleur en de energie spatten ervan af. Bovendien opent het tweede deel, Bossa nova, met een prachtige trombonesolo. Een betere afsluiting van de avond was voor mij niet denkbaar. Ik hoop dus maar dat het publiek het net zo ervaart.’

Biografie

Bart Claessens, trombone

Bart Claessens studeerde trombone aan het Rotterdams Conservatorium, waar hij les kreeg van George Wiegel, Jörgen van Rijen, Pierre Volders en Ben van Dijk. Daarnaast volgde hij lessen en masterclasses bij onder anderen Joseph Alessi, Michel Becquet, Bart van Lier, Christian Lindberg en Jonas Bylund.

In maart 2002, nog tijdens zijn studie, trad Claessens als tenor- en bastrombonist toe tot het Koninklijk Concertgebouworkest, waar hij in 2007 werd benoemd tot solotrombonist. Daarnaast is hij actief bij verschillende kamermuziekensembles zoals de Ebony Band en het Koper van het Koninklijk Concertgebouworkest en treedt hij regelmatig op als solist.

Bart Claessens is als docent trombone verbonden aan Conservatorium Maastricht en verzorgde masterclasses tijdens tournees van het Concertgebouworkest. Hij bespeelt een aantal trombones uit de collectie van de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest, waarvan de meest recente kon worden aangekocht met opbrengsten van het SalonBal 2011.

Omar Tomasoni, trompet

Omar Tomasoni is solo­tist van het Concertgebouworkest sinds augustus 2013. De Italiaanse musicus studeerde cum laude af aan het conservatorium van Brescia, waarna hij snel carrière maakte door de positie van solotrompettist te vervullen bij onder meer het Orchestra Filarmonica della Scala, het Janáček Festivalorkest, het Orchestra del Maggio Musicale Fiorentino onder leiding van Zubin Mehta en van 2008 tot 2013 bij het orkest van Santa Cecilia in Rome onder Antonio Pappano.

Wegens zijn verdiensten als actief lid van het European Union Youth Orchestra werd in 2003 aan Omar Tomasoni de bronzen medaille van de Italiaanse Republiek toegekend.

Bij het Concertgebouworkest soleerde hij in 2014 met Yuja Wang in SjostakovitsjConcert voor piano, trom­pet en strijkers (het Eerste pianoconcert).

Omar Tomasoni is ook een fervent kamermusicus. Zo is hij lid en medeoprichter van het eclectische blaaskwintet Italian Wonderbrass en treedt hij veelvuldig op met zijn collega’s van het Concertgebouw­orkest.

Omar Tomasoni speelt onder meer op een ­C-trom­pet die gebouwd werd door Gerd Dowids. Het ­instrument, in bruikleen van de ­Foundation Concertgebouw­orkest, was een schenking van de Swiss Friends of the Concertgebouworkest.

Bert Langenkamp, trompet

Bert Langenkamp studeerde aan het Twents Conservatorium bij Herman Hopman en vervolgde zijn studie bij Peter Masseurs aan het Conservatorium van Amsterdam.

Hij volgde masterclasses bij onder meer Timofei Dokshizer en studeerde trompet bij Susan Williams aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Sinds januari 2001 is hij tist bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Van 1998 tot 2001 was hij solo­tist van het Noordhollands Philharmonisch Orkest. Daarvoor remplaceerde hij veelvuldig bij diverse orkesten en ensembles, waaronder de Ebony Band, Asko|Schönberg en het Orkest de Volharding.

Gedurende het seizoen 1994-1995 was hij verbonden aan Het Gelders Orkest. Bert Langenkamp geeft regelmatig concerten met en maakt deel uit van het Koper van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Laurens Woudenberg, hoorn

Als zoon van professionele musici was het voor Laurens Woudenberg toch niet altijd vanzelfsprekend dat hij ook die richting op zou gaan: aanvankelijk werkte hij in de gehandicapten­zorg en bij circus Kristal.

Toen Laurens negen jaar was kreeg hij zijn eerste lessen van Louise Schepel. De inspirerende lessen ten spijt verruilde hij vijf jaar later zijn hoorn voor een basgitaar, maar op zijn zeventiende pakte hij de hoornlessen weer op. Hij studeerde in zijn geboortestad Den Haag aan het Koninklijk Conservatorium bij Hans Dullaert en Herman Jeurissen.

In 2006 trad hij toe tot de sectie van Het Gelders Orkest, waar hij uiteindelijk solohoornist werd. Sinds 2012 is Laurens Woudenberg ­solohoornist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij heeft ook een grote liefde voor het spelen van kamermuziek en is bijvoorbeeld regelmatig te horen met Camerata RCO.

In april 2016 trad hij, met het Tweede hoornconcert in Es, KV 417 van Mozart, voor de eerste keer als solist op met het Koninklijk Concertgebouworkest. In juni 2016 wijdde de concertserie Close-up een portretconcert aan Laurens Woudenberg. 

Perry Hoogendijk, tuba

Perry Hoogendijk begon op negenjarige leeftijd met het bespelen van de tenortuba. Hij kreeg de eerste lessen van zijn vader, waarna hij overstapte op de bastuba.

Hij studeerde aan het Hilversums Conservatorium en zette zijn studie voort aan de Conservatoria van Essen en Detmold, waar hij les kreeg van Hans Nickel. Ook maakte Perry Hoogendijk studiereizen naar Chicago, waar hij les kreeg van Rex Martin, Gene Pokorny en Charles Vernon en deelnam aan een van de laatste masterclasses die de vermaarde tubaïst en pedagoog Arnold Jacobs ooit gaf. In 1999 was Perry Hoogendijk finalist tijdens de solo-tubacompetitie van het TubaMania festival in Sydney.

Tussen 1996 en 2004 speelde Perry Hoogendijk bij het Noordhollands Philharmonisch Orkest (later Holland Symfonia). Sinds september 2004 is hij solotubaïst van het Concertgebouworkest en docent aan het Conservatorium van Amsterdam.

Perry Hoogendijk zet zich in voor het ontwikkelen van nieuw tubarepertoire. Zijn cd Quicksilver (2013) bevat nieuwe werken voor tuba solo begeleid door diverse HaFaBra-ensembles.

In 2019 nam Perry Hoogendijk twee nieuwe tuba’s via de Foundation Concertgebouworkest in gebruik, een F-tuba, gebouwd door Adams in Thorn, en een Bes-tuba (contrabastuba). Ook bespeelt hij een York C-tuba die de Amerikaanse Vrienden van het orkest hem schonken en een kleine F-tuba van Melton waar de Concertvrienden voor spaarden in 2009.

Jeroen Bal, piano

Op 25 januari 2026 overleed Jeroen Bal op 52-jarige leeftijd.

Jeroen Bal was sinds januari 2019 in dienst van het Concertgebouworkest, als eerste pianist ooit in de geschiedenis van het orkest. Daarvoor remplaceerde hij al jarenlang op zeer regelmatige basis bij het Concertgebouworkest en diverse andere Nederlandse orkesten, en bij orkesten als het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij Stravinsky’s Petroesjka uitvoerde onder leiding van Pierre Boulez. Ook met het Concertgebouworkest speelde hij dit werk diverse malen.

Jeroen Bal vergezelde het orkest onder meer op tournees door Japan en de Verenigde Staten. Met orkestleden treedt hij veel op in kamermuziekverband. Zo nam hij in 2016 een cd op met Camerata RCO en vormt hij met violist Tjeerd Top en cellist Johan van Iersel het Vermeer . In december 2017 maakte Jeroen samen met solotrompettist Omar Tomasoni een tournee van een maand door Japan.

Jeroen Bal studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij was finalist op het Prinses Christina Concours, won de ‘Vriendenkrans’ van Het Concertgebouw en bereikte in 1996 de halve finale van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht.