Close-up: Oorlog en vrede

Calogero Palermo klarinet
Tjeerd Top viool
Susanne Niesporek viool
Jeroen Quint altviool
Benedikt Enzler cello
m.m.v. Ellen Corver piano

Oorlog & Vrede

pauze ca. 15.05 uur
einde ca. 16.15 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up - Orkestleden op het Vriendenpodium.

Mieczysław Weinberg 1919-1996

Pianokwintet, op. 18 (1944)
voor piano, twee violen, altviool en cello
Moderato con moto
Allegretto
Presto
Largo
Allegro agitato

pauze 

Olivier Messiaen 1908-1992

Quatuor pour la fin du Temps (1941)
voor klarinet, viool, cello en piano
Liturgie de cristal
Vocalise, pour l’Ange qui annonce la fin du Temps
Abîme des oiseaux
Intermède
Louange à l’Éternité de Jésus
Danse de la fureur, pour les sept trompettes
Fouillis d’arcs-en-ciel, pour l’Ange qui annonce la fin du Temps
Louange à l’Immortalité de Jésus

Toelichting

Messiaen: Quatuor pour le fin du temps

In 1938 beleefde de toen negenentwintigjarige Olivier Messiaen zijn internationale doorbraak tijdens een festival voor moderne muziek in Londen. Het leven lachte de jonge componist toe: hij was getrouwd met violiste en componiste Claire Delbos, had een zoon en als organist van de Église de la Sainte-Trinité in Parijs had hij een vast inkomen.

Een jaar later zou alles anders zijn. Op 2 september 1939 begon in Frankrijk de mobilisatie en Messiaen verliet zijn jonge gezin. Na een periode van fysiek zwaar werk in Sarreguemines werd hij op eigen verzoek overgeplaatst naar Verdun, waar cellist Étienne Pasquier zijn meerdere was en hij kennismaakte met medesoldaat Henri Akoka, klarinettist van het Orchestre National.

Messiaen en Pasquier liepen samen wacht bij het krieken van de dag. Het overweldigende vogelgezang vormde de inspiratie voor Abîme des oiseaux, het latere derde deel voor klarinet solo van zijn Quatuor pour la fin du Temps. Toen de vijand naderde trok het leger zich terug, op een fiets zeulde Messiaen twee koffers met manuscripten en muziek mee.

In veewagons werden de vrienden uiteindelijk vervoerd naar Görlitz

Op 20 juni 1940 werden de vluchtende manschappen omsingeld door Duitse troepen. Een lange volgde en 30.000 Franse soldaten werden tien dagen vastgehouden in een veld in de buurt van Nancy. In dat veld speelde Akoka voor het eerst Abîme des oiseaux door, terwijl Pasquier de bladmuziek voor hem ophield.

In veewagons werden de vrienden uiteindelijk vervoerd naar Görlitz in Silesië en in gevangenenkamp VIII-A voegde violist Jean Le Boulaire zich bij het gezelschap. Honger en kou bezorgden Messiaen levendige, kleurige dromen over de Apocalyps. Op de schreef hij: ‘Een hommage aan de Engel van de Apocalyps, die een hand naar de hemel heft met de woorden ‘Er zal geen tijd meer zijn.’’

De titel van het Quatuor verwijst naar het begin van de eeuwigheid, waarin tijd geen rol speelt. Messiaen ergerde zich aan het dwingende westerse metrum. Hij experimenteerde graag met Indiase s en liet soms de maatindeling helemaal weg. Zijn vrije stijl van componeren maakte het repeteren voor zijn medegevangenen niet makkelijk.

Op woensdag 15 januari 1941 om zes uur ’s avonds vond de première plaats in barak 27, waar regelmatig concerten gegeven werden. Honderden gevangenen waren getuige, de componist had nog nooit zo’n aandachtig publiek gehad. Niet lang daarna werden Messiaen en Pasquier vrijgelaten. De Joodse Akoka wist later zelf uit een rijdende trein te ontsnappen. Nog diezelfde zomer werd het Quatuor in vrijheid uitgevoerd in Parijs. 

Violist Jean Le Boulaire zat op dat moment nog gevangen, zijn plaats werd ingenomen door de broer van Pasquier.

Weinberg: Pianokwintet

Door Carine Alders

De lang vergeten muziek van de Pools-Russische componist Mieczysław Weinberg is bezig aan een indrukwekkende opmars. Vorig jaar verschenen meer dan tien cd’s – historische maar ook veel nieuwe opnames – en in februari 2017 werd zelfs een festival en congres van twee weken in het Bolsjoj Theater in Moskou aan hem gewijd.

De inhaalslag is terecht. Het was de geschiedenis die hem lange tijd van onze radar hield, niet zijn gebrek aan talent. Toen de nazi’s in 1939 Polen binnenvielen ontvluchtte Weinberg zijn geboortestad Warschau met achterlating van zijn familie. Hij zou ze nooit meer terugzien, iedereen werd vermoord.

In Minsk werd hij officieel Sovjetburger, veranderde hij zijn naam in Moisey en zette hij zijn conservatoriumstudie voort. Nog geen twee jaar later moest hij opnieuw vluchten voor Hitler, ditmaal was de bestemming Tasjkent. Ondanks de weinig ideale omstandigheden wist Weinberg naam te maken als componist.

Vanuit het verre Oezbekistan stuurde hij midden in de oorlog zijn eerste symfonie naar Dmitri Sjostakovitsj in Moskou. Deze aarzelde geen moment en nodigde Weinberg uit naar de stad aan de Moskva te komen, het begin van een vriendschap voor het leven maar niet het einde van de vervolging. In 1953 werd Weinberg gearresteerd en dankzij de dood van Stalin datzelfde jaar weer vrijgelaten. 

Het Pianokwintet, 18 dateert uit het najaar van 1944. De vierentwintigjarige Weinberg woonde net iets meer dan een jaar in Moskou en dankzij de chaos van de oorlog was dit paradoxaal genoeg een periode waarin veel aan de censuur ontsnapte. Op 18 maart 1945 bracht het Bolsjoj Theater Strijkkwartet het werk in première met Emil Gilels aan de piano.

Het waren niet de minsten die zich inzetten voor Weinbergs muziek: ook David Oistrach, Mstislav Rostropovitsj en Kirill Kondrashin voerden werken uit. Op een album van het Borodin Kwartet uit 1994 is Weinberg zelf pianist. Het stuk zit vol bravoure van een jonge componist, zelfs in het langzame vierde deel krijg je het gevoel dat de tijd dringt.

De opname van het Pianokwintet, op 18 met Weinberg zelf als pianist (1994)

Wellicht verwerkte hij herinneringen aan het theaterorkest van zijn vader in Warschau in het , met de hilarische trillers en salonachtige dansflarden. Het onheilspellende Largo met de intimiderende unisono passage sterft weg om plaats te maken voor een energiek . Een volksdansje, flarden jazz en boogiewoogie op de piano, een deel vol levenslust. Alsof de componist wil zeggen: ‘Wat er ook gebeurt, mij krijg je niet klein, ik leef!’

Biografie

Calogero Palermo, klarinet

Calogero Palermo is solo­klarinettist van het Concertgebouworkest sinds augustus 2015.

Na zijn opleiding aan het conservatorium van Palermo en bij Thomas Friedli in Genève werd Calogero Palermo al op 22-jarige leeftijd aangenomen als soloklarinettist van het Orchestra del Teatro V. Bellini in Catania, Sicilië.

Van 1997 tot 2008, en later opnieuw van 2012 tot 2015, was hij soloklarinettist van het Orchestra Teatro di Roma. Tijdens de tussenliggende jaren was hij werkzaam in het Orchestre National de France. Hij remplaceerde onder meer bij het Orchestra Filarmonica della Scala di Milano en het Concertgebouworkest.

Ondertussen maakte Calogero Palermo naam als solist en kamermusicus; hij trad op in de belangrijkste Italiaanse steden en in Spanje, Duitsland, Frankrijk, Tunesië, Rusland, China, Taiwan, Japan en de Verenigde Staten. Hij was als solist te horen via radio- en tv-zenders in Italië, Frankrijk en Roemenië, bijvoorbeeld in Webers Eerste klarinetconcert op RaiTrade.

Bij het Concertgebouworkest treedt hij voor het eerst op als solist. De Siciliaanse klarinettist geeft regelmatig masterclasses. Hij schreef de didactische methode Soli d’orchestra met revisies en arrangementen voor klarinet en piano van bekende werken.

Tjeerd Top, viool

Tjeerd Top studeerde bij Qui van Woerdekom en Jaring Walta aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en vervolgde zijn studie aan het Conservatorium van Amsterdam bij Alexander Kerr. Beide studiefasen voltooide hij met onderscheiding.

In 2001 was Tjeerd Top winnaar van het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Tijdens dit concours ontving hij met pianiste Mariken Zandvliet tevens de Kersjes van de Groenekan Fonds.

Tjeerd heeft soleerde met onder meer Amsterdam Sinfonietta, Holland Symfonia, Nederlands Kamerorkest, het Concertgebouw Kamerorkest en Camerata Concertgebouworkest. Hij werkte als solist samen met de en Hans Vonk, Vassily Sinaisky, Peter Oundjian en Michael Lankaster.

Met het Vermeer is hij regelmatig te beluisteren. Met pianiste Mariana Izman werd hij geselecteerd voor Het Debuut, een serie van tien concerten in de voornaamste concertzalen van Nederland. Tjeerd Top vormde jarenlang een duo met harpiste Lavinia Meijer. Samen wonnen zij de Fortis Mees/Pierson Award. Tjeerd maakte ook kamermuziek met Leonidos Kavakos, Emanuel Ax, Pierre-Laurent Aimard, Thomas Adès en vele anderen.

Sinds 2005 is Tjeerd eerste plaatsvervangend concertmeester van het Concertgebouworkest.

Ook trad hij regelmatig op als gastconcertmeester bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het WDR Sinfonieorchester, de Bamberger Symphoniker en het Philharmonia Orchestra.

Tjeerd Top bespeelt een Stradivarius uit 1713, aangekocht door een particuliere mecenas en hem ter beschikking gesteld via de Foundation Concertgebouworkest.

Susanne Niesporek, viool

Susanne Niesporek kreeg haar eerste vioollessen op zesjarige leeftijd en werd op haar tiende toegelaten tot de vooropleiding van het Franz Liszt Conservatorium in Weimar. Tijdens haar studie bij Jost Witter nam zij deel aan internationale concoursen en volgde ze masterclasses bij Oleg Kagan, Tibor Varga en Wolfgang chner.

Vanaf 1987 maakte zij deel uit van het Philharmonisch Orkest van Gera. In augustus 1989 werd ze aanvoerder van de tweede violen bij het Orkest van het Oosten, waar ze later eerste concertmeester werd. Sinds september 1994 is Susanne Niesporek verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest als plaats­vervangend aanvoerder tweede violen.

Susanne Niesporek speelt graag in kamermuziekverband. Sinds 2015 maakt zij samen met altviolist Eric van der Wel deel uit van het Lobkowicz Strijkkwartet en het strijktrio Amsterdam-Berlin. Voorheen maakte ze deel uit van duo MAdrigale, het Philadelphus ensemble, het Margiono Quintet en het Valerius Ensemble.

Een van haar passies is lesgeven. Susanne was actief betrokken bij de oprichting van de Academie van het Koninklijk Concertgebouworkest en werkte mee aan een het opzetten van een leerplan voor strijkers in Nederland. Naast haar werk als musicus is Niesporek verlies- en rouw- en stervensbegeleider. Susanne Niesporek speelt op een Stradivarius uit 1736 die door een particuliere mecenas via de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest aan haar in bruikleen kon worden verstrekt.

Jeroen Quint, altviool

Geïnspireerd door zijn oom die aan het New Yorkse Juilliard School viool studeerde, begon Jeroen Quint op zijn negende met vioolspelen. Vanaf 1988 studeerde hij bij Hans Scheepers en John Harding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

In Australië deed hij veel praktijkervaring op als remplaçant bij het Sydney Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Terug in Nederland ruilde Jeroen de viool in voor de en bespeelde dat instrument bij het Radio Filharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest als remplaçant voor hij in 1999 benoemd werd tot altviolist van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Hij bespeelt sinds 2007 een van Ansaldo Poggi, vervaardigd in Bologna in 1970. Naast zijn baan bij het orkest speelt hij regelmatig kamermuziek met vrienden en collega's en wordt hij af en toe gevraagd mee te spelen in andere, vaak buitenlandse, orkesten.

Jeroen heeft uit principe nooit aan competities meegedaan. ‘Het is verkeerd en misleidend om te veronderstellen dat een winnaar van een competitie ook de meest interessante musicus is. (...) Muziek is er juist (onder andere) voor om ver­schillen tussen mensen te verkleinen, niet om ze te ueren.’

Benedikt Enzler, cello

De Duitse cellist Benedikt Enzler studeerde bij Anja Lechner en vervolgde zijn opleiding met een masterstudie en kamermuziek bij Helmar Stiehler en Christoph Poppen aan de Münchner Hochschule für Musik und Theater. Masterclasses volgde hij bij Martin Ostertag, Wolfgang Boettcher, Philippe Muller en Hatto Beyerle.

Orkestervaring deed hij op bij het Schleswig Holstein Musik Festival Orchester, de Bayerische Kammerphilharmonie en als deelnemer aan de orkestacademie van de Münchner Philharmoniker.

Benedikt Enzler speelde regelmatig met de Münchner Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. In 2007 werd hij aangenomen bij het Concertgebouworkest, waar hij sinds 2008 de functie van plaatsvervangend solocellist vervult.

Naast zijn werk bij het orkest geeft Benedikt Enzler regelmatig solorecitals en treedt hij als actief kamermusicus met diverse ensembles op in heel Europa, Azië en Amerika. Ook werkte hij mee aan een groot aantal kamermuziekopnamen voor cd en radio.

Ellen Corver, piano

Ellen Corver studeerde piano bij Else Krijgsman en Naum Grubert aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en is sinds 1994 zelf als hoofdvakdocent verbonden aan dit conservatorium. Ze is een grote naam op het gebied van uitvoeringen van hedendaagse muziek en werkte intensief samen met componisten als Karlheinz Stockhausen, György Kurtág en Theo Verbey. Ook wordt ze geroemd om haar uitvoeringen van muziek van Debussy, Ravel, Brahms, Beethoven en Haydn.

Als soliste trad Ellen Corver op met onder meer het Radio Filharmonisch Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Met het Koninklijk Concertgebouworkest bracht ze in 1998 de wereldpremière van het Pianoconcert van Klaas de Vries onder leiding van Peter Eötvös. Sinds 1988 maakt Ellen Corver deel uit van het mede door haar opgerichte Osiris Trio, waarvan de uitgebreide discografie ruim twee eeuwen -repertoire omvat.

Daarnaast werkte ze met sopraan Charlotte Riedijk en klarinettist Lars Wouters van den Oudenweijer. Ellen Corver heeft vijftien cd’s opgenomen en is naast hoofdvakdocent ook docent aan de masteropleidingen pianotrio van het Koninklijk Conservatorium Den Haag en het Conservatorium van Amsterdam.