Close-up: Lou Harrison 100 jaar
Kersten McCall fluit
Borika van den Booren viool, voordracht
Christian Hacker cello
Herman Rieken slagwerk
Bence Major slagwerk
Mark Braafhart slagwerk
m.m.v. Marc Aixa Siurana slagwerk
m.m.v. Nicolas van Poucke piano
pauze ca. 15.05 uur
einde ca. 16.25 uur
Lou Harrison 1917-2003
Songs in the Forest (1951, rev. 1992)
voor fluit/piccolo, viool en slagwerk
Slowish
Fastish
Largo
John Cage 1912-1992 / Lou Harrison
Double Music (1941)
voor vier slagwerkers
Charles Ives 1874-1954
Pianotrio (ca. 1909-10, rev. ca. 1914-15)
Moderato
Presto (‘TSIAJ or Medley on the Fence or on the Campus!’)
Moderato con moto
pauze
Lou Harrison
Varied Trio (1986)
voor viool, piano en slagwerk
Gendig
Bowl Bells
Elegy
Rondeau in Honor of Fragonard
Dance
George Crumb 1929
Vox balaenae (1971) voor elektrische fluit, elektrische cello en elektrische piano
Vocalise (...for the beginning of time)
Variations on Sea-Time [Sea Theme]
Archeozoic [Var. I]
Proterozoic [Var. II]
Paleozoic [Var. III]
Mesozoic [Var. IV]
Cenozoic [Var. V]
Sea-Nocturne (...for the end of time)
Toelichting
Close-up:
Lou Harrison 100 jaar
tekst: René van Peer
Muziek die de luisteraar kleurig geurend tegemoet waait. Unisono ën die klinken als een verre echo uit de Middeleeuwen. Zacht kloppende s die uitnodigen tot licht wuivende dansen. De Amerikaanse componist en instrumentbouwer Lou Harrison wilde bovenal mooie, aantrekkelijke werken schrijven.
Daarvoor ging hij te rade bij de Indonesische gamelan, bij Mexicaanse tradities en die van Native Americans, bij vroege Europese muziek, bij Amerikaanse tijdgenoten. En hij zat nogal in zijn maag met de evenredig getempereerde stemming die de standaard is in westerse muziek.
In de recentelijk verschenen biografie Lou Harrison: American Music Maverick van Bill Alves en Brett Campbell wordt Harrison betiteld als een maverick, onorthodox, onafhankelijk van geest, iemand die zijn eigen weg zoekt.
Iemand met een wispelturige persoonlijkheid die in de omgang zowel charmant als lomp kon zijn
Het is een goede omschrijving van een componist die het grootste deel van zijn leven doorbracht aan de Amerikaanse westkust, met een muzikaal uitzicht op culturen aan de andere kant van de Stille Oceaan; een goede omschrijving ook van een bevlogen homoactivist, voorvechter van de wereldtaal Esperanto, dichter, ontwerper van lettertypes; een wispelturige persoonlijkheid die in de omgang zowel charmant als lomp kon zijn.
Harrisons honderdste geboortedag wordt gevierd met kamermuziek waarin hij een plek krijgt te midden van verwante geesten John Cage, Charles Ives en George Crumb.
Vanaf zijn jongste jaren kwam Harrison in contact met muziek en kunstvoorwerpen uit verschillende culturen. Zijn moeder hield van Aziatische kunst, waar ze de woning van het gezin mee opsierde. Zijn vader bracht hem een diepe liefde bij voor literatuur.
Portland, de grootste stad van de staat Oregon, waar het gezin woonde in Harrisons vroege jeugd, had een levendig cultureel klimaat. Een groot aantal theaters lag vlakbij de wijk waar hij woonde, en zijn moeder bezocht die geregeld met haar kinderen. Daarnaast was de stad omringd door bossen.
Zoals hij tegen het einde van zijn leven vertelde, realiseerde hij zich pas veel later dat zijn muziek een poging was om de verloren schatten uit zijn jeugd terug te vinden
Deze periode moet een onuitwisbare indruk gemaakt hebben op de jonge Lou. Zoals hij tegen het einde van zijn leven vertelde, realiseerde hij zich pas veel later dat zijn muziek een poging was om de verloren schatten uit zijn jeugd terug te vinden.
De familie Harrison verhuisde naar Californië toen Lou negen was. In 1935 ontmoette hij daar de componist Henry Cowell, die zich beijverde voor de ontwikkeling van Amerikaanse muziek, zowel door middel van het tijdschrift New Music Quarterly als door colleges waarin hij studenten inwijdde in tradities buiten de westerse academische muziek.
Bovendien was hij de spil in een uitgebreid netwerk van Amerikaanse muziekpioniers als Charles Ives, Ruth Crawford, Colin McPhee en Edgard Varèse. Cowell gaf Harrison de gelegenheid zijn colleges over ‘Music of the Peoples of the World’ bij te wonen. Als assistent, omdat Harrison er niet voor kon betalen.
De grote verscheidenheid aan geluidsvoorbeelden en Cowells opvatting dat deze tradities gelijkwaardig waren aan westerse gecomponeerde muziek openden nieuwe muzikale vergezichten voor de jonge componist.
1912-1992
John Cage
Toen John Cage in 1938 San Francisco bezocht, raadde Cowell hem aan om bij Lou Harrison langs te gaan. Cage klopte bij Harrison aan met de woorden ‘Henry Cowell heeft me gestuurd.’
Het werd het begin van een intensieve samenwerking en een levenslange vriendschap. Beiden hadden een voorliefde voor exotisch , waar ze met grote geestdrift naar zochten in schroothopen en tweedehands-winkeltjes.
‘We bouwden onze eigen Kurt Schwitters’, zei Harrison later in een verwijzing naar de collageachtige constructies van deze Duitse dada-kunstenaar. Ze richtten een groep op die met grote waarschijnlijkheid het eerste westerse slagwerkensemble was.
Drie jaar na hun ontmoeting programmeerden ze een concert met hun eigen composities. Als feestelijk sluitstuk schreven ze gezamenlijk Double Music voor vier slagwerkers. Ze verdeelden de instrumenten van hoog tot laag over vier registers.
Elk nam er twee van voor zijn rekening en schreef daar onafhankelijk van de ander de partijen voor. Daarbij deelde elk de totale lengte van tweehonderd maten op in secties van verschillende lengte. Het leverde een asymmetrie op waar ze bijzonder tevreden over waren.
1874-1954
Charles Ives
Cowell bracht Harrison ook in aanraking met het werk van Charles Ives. Op Cowells instigatie schreef Harrison de baanbrekende componist een brief. Hij had bewondering voor de manier waarop Ives eenvoudige patronen en ën uitbouwde tot complexe structuren.
Het antwoord was even onverwacht als genereus: een kist met gekopieerde partituren van zijn erencycli, symfonieën en omvangrijke pianosonates. In de jaren veertig zorgde Harrison ervoor dat een aantal van die werken een uitvoering kregen.
Zo verzorgde hij zelf als in 1946 de wereldpremière van de Derde symfonie ‘The Camp Meeting’, meer dan veertig jaar nadat Ives er de laatste hand aan gelegd had. Een opvallende parallel tussen beide componisten is dat ze teruggrepen op ervaringen uit hun jeugd.
Ives verwerkte in zijn muziek elementen en ën uit Amerikaanse kerkhymnen en volksmuziek. In zijn duiken meermaals uitbundige citaten op uit My Old Kentucky Home en Sailor’s Hornpipe.
1917-2003
Harrison
Harrison richtte zijn blik op tradities aan de andere kant van de Stille Oceaan. Niet alleen bouwde hij met zijn levensgezel Bill Colvig een eigen gamelan, hij refereerde aan Indonesische ën en ritmische structuren, waarin instrumentgroepen cycli van verschillende lengte spelen.
Hij doet dat letterlijk in Gending, het eerste deel van zijn Varied voor piano, viool en . De titel is een verwijzing naar Indonesische muziek. Ook in de overige delen is de gamelantraditie aanwezig, zij het meer en meer versluierd.
Harrisons hang naar eenvoud en de natuur komt volop tot uiting in Songs in the Forest, dat hij schreef toen hij begin jaren vijftig les gaf aan het Black Mountain College, een uiterst liberaal en artistiek georiënteerd opleidingsinstituut in de bossen van North Carolina.
De drie delen ademen een rust alsof Harrison zichzelf moeiteloos ziet zweven boven bomen en bergen. Zelf sprak hij van ‘kleine schetsen die glanzen met de klanken van Bali’.
Hij reviseerde het werk in 1992 voor een retrospectief concert rond Black Mountain College, en voorzag elk van de drie delen van een kort gedicht bij wijze van inleiding. De gedichten worden voorgedragen tijdens dit concert.
'Songs in the forest'
(heart’s dead place – now we cross)
I
And where is She
Her breath stirs shadows here,
Her undermurmur moves among
the humming wind of dusk –
bats’ velvet flutters, owls’ down,
hoots mild & sly –
She’s in her wisdom
here in the trees.
II
Sunfall, whose hawks fly screeching skyward
casts shadows on the lonely.
Who is it waits here
among the blueberries
amid the golden hoverance of bees?
III
No one knows
how this can be;
seed’s light, compact
eternity.
The heart veers out
& stalkward down
to think of god
close in the ground
Lou Harrison
N.Y.C./Black Mountain 1950 (Aptos 1991)
1929
George Crumb
Dezelfde betrokkenheid met de natuur spreekt uit Vox balaenae van George Crumb. De ën zijn deels gebaseerd op de verbazingwekkend complexe zang van bultrugwalvissen. [Balaena is Latijn voor walvis, red.]
In zijn benadering van de piano is Crumb een erfgenaam van Cowell, die als eerste voorbij de toetsen keek en het binnenwerk rechtstreeks aanspeelde. In de stilte die Crumb inbouwde, schildert hij de weidse leegte van de oceaan. Maar in deze klankwereld, hoe eenvoudig die ook aandoet, ligt hij dichter bij Olivier Messiaen dan bij Lou Harrison.
Biografie
Kersten McCall, fluit
De Duitse fluitist Kersten McCall groeide als zoon van de componist Brent McCall op in Donaueschingen, waar de jaarlijkse MusikTage voor moderne orkestmuziek nog altijd in oktober plaatsvinden. In dit muzikaal vruchtbare milieu begon hij op zijn negende fluit te spelen. Later studeerde hij bij Felix Renggli aan het Schaffhausen Conservatorium in Bazel en bij Renate Greiss en Aurèle Nicolet aan de Karlsruhe Hochschule für Musik.
In 1997 won hij de eerste prijs op het Internationaal Fluitconcours van Kobe en in 2000 de derde prijs tijdens het Internationale ARD Musikwettbewerb.
Als solist speelde hij veelvuldig in Duitsland en was hij te gast bij het Scharoun Ensemble, Camerata Salzburg en de orkesten van Kobe, Seoul en Mexico City. Van 1997 tot en met 2006 was Kersten McCall solofluitist van het Rundfunk-Sinfonieorchester in Saarbrücken. Hij remplaceerde bij de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Chicago Symphony Orchestra en de New York Philharmonic.
Sinds november 2005 is hij solofluitist bij het Concertgebouworkest, waarmee hij soleerde in werken van Mozart, Ligeti, Nono en Wennäkoski.
Ook als kamermusicus geniet hij wereldwijd bekendheid. In 1995 was hij medeoprichter van het ensemble est!est!!est!!! en sinds 2000 maakt hij deel uit van het Linos Ensemble.
Kersten McCall is docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Borika van den Booren, viool
Borika van den Booren-Bayon is sinds 1998 eerste violiste bij het Concertgebouworkest. Haar eerste vioollessen kreeg ze op zesjarige leeftijd van de Hongaarse vioolpedagoog László Révész. Op haar elfde werd ze leerling van Davina van Wely aan het Conservatorium van Amsterdam. Ze vervolgde haar studie bij Ilya Grubert aan het Rotterdams Conservatorium en volgde masterclasses bij o.a. Zinaida Gilels en Pavel Vernikov.
De violiste won verschillende prestigieuze prijzen en ontving uit handen van Pierre Audi de cultuurprijs 'de Belofte'. Al op jonge leeftijd soleerde ze met bijvoorbeeld de Berliner Symphoniker, Het Brabants Orkest, het Noord Nederlands Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het Radio van Boedapest, het Concertgebouw Kamerorkest, het Praags Symfonieorkest en het Kiev Kamerorkest onder leiding van en als Reinbert de Leeuw en Iván Fischer.
Borika van den Booren-Bayon was concertmeester van het Aquarius Ensemble voor hedendaagse muziek en speelde vele solo- en kamermuziekwerken van haar vader Jo van den Booren. Op cd verschenen onder meer haar uitvoering van Brahms' Vioolconcert met de Berliner Symphoniker, en vioolconcerten van Bach, Tsjaikovski en Dvořák. Ze gaf talloze s, kamermuziekconcerten en masterclasses in Europa, Azië en Zuid-Amerika.
Borika heeft een viool van Nicolas Lupot in bruikleen, gebouwd rond 1780, geschonken aan de Foundation Concertgebouworkest door een particuliere donateur.
Christian Hacker, cello
De Duitse cellist Christian Hacker studeerde aan het conservatorium in Essen bij Christoph Richter en aan de Juilliard School of Music in New York bij David Soyer, de legendarische cellist van het Guarneri Kwartet. Orkestervaring deed hij op bij het Gustav Mahler Jugendorchester en de Duisburger Philharmoniker.
Christian Hacker is sinds augustus 2006 cellist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarnaast is hij regelmatig met collega' s te beluisteren in kamermuziek.
In 2015 kon de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest tijdens een veiling de hand leggen op een van Gaetano Sgarabotto (Milaan, 1910) voor Christian Hacker.
Herman Rieken, slagwerk
Herman Rieken (Bussum, 1961) begon op vijfjarige leeftijd met trommelles in de drumband die werd geleid door zijn tante. In Hilversum volgde hij de vooropleiding en het eerste jaar conservatorium bij Wim Koopman. Vanaf het tweede jaar studeerde hij in Amsterdam bij Jan Labordus en Jan Pustjens aan het Sweelinck Conservatorium, waar hij in 1985 afstudeerde.
Al vanaf het seizoen 1981/82 trad Herman Rieken regelmatig op als remplaçant bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Vanaf de oprichting in 1981 tot 2004 was hij lid van de groep Amsterdam.
Hij speelde in het Metropole Orkest van 1994 tot 2002 en speelde mee in de Ebony Band. Ook gaf hij les op de muziekschool in Lelystad. Sinds 2002 maakt hij deel uit van de sectie van het Koninklijk Concertgebouworkest.
Van december 2007 tot en met 2015 was hij voorzitter van Vereniging ‘het Concertgebouworchest’, de belangenvereniging van de orkest- en stafleden.
Bence Major, slagwerk
Bence Major is soloslagwerker bij het Concertgebouworkest sinds augustus 2014.
Hij werd geboren in het Hongaarse Szombathely en studeerde aan de muziekacademie van Debrecen, waar hij de Artisjus-prijs won. Hij continueerde zijn studie aan het Conservatorium van Amsterdam bij Gustavo Gimeno, Peter Prommel, Ramon Lormans, Victor Oskam, Arnold Marinissen en zijn huidige collega's Nick Woud en Mark Braafhart.
Voor zijn aanstelling bij het Concertgebouworkest remplaceerde hij er met grote regelmaat. Ook speelde hij bij onder meer het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Boedapest Festival Orkest.
Tijdens zijn studie was hij lid van jeugdorkesten als het Gustav Mahler Jugendorchester, het European Union Youth Orchester en het Verbier Festival Orkest.
In het seizoen 2013/2014 was Bence Major als tweede soloslagwerker verbonden aan het Fins Radio Symfonie Orkest.
Bence Major is sinds 2014 docent aan het Conservatorium van Amsterdam, nadat hij er al eerder als assistent-docent werkzaam was.
Mark Braafhart, percussie
Mark Braafhart studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Pustjens, Nick Woud, Gustavo Gimeno, Lorenzo Ferrandiz en Victor Oskam. Tijdens zijn studie remplaceerde hij regelmatig bij het Concertgebouworkest en bij alle andere grote orkesten in Nederland.
Na drie jaar in het Rotterdams Philharmonisch Orkest volgde hij in 2008 zijn voormalige docent Jan Pustjens op als soloslagwerker in het Concertgebouworkest. Mark Braafhart speelt naast zijn orkestbaan zo veel mogelijk kamermuziek. Bovendien is hij een gepassioneerd docent: hij is verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam als docent klassiek en gaf masterclasses in Brazilië, Zuid-Korea, Australië, Spanje en Portugal.
Marc Aixa Siurana, slagwerk
Marc Aixa Siurana groeide op in Torreblanca in Spanje. Na zijn muziekstudie in Castelló en Baskenland verhuisde hij naar Amsterdam waar hij zijn bachelor en master in orkestslagwerk en afrondde.
In het seizoen 2014/2015 was hij deelnemer aan de Academie van het Koninklijk Concertgebouworkest, en werkte hij met onder anderen Mariss Jansons, Daniele Gatti, Andris Nelsons, Semyon Bychkov, Herbert Blomstedt en John Eliot Gardiner. Ook was hij te horen in kamermuziekensemble Camerata RCO.
Marc Aixa Siurana maakte deel uit van het European Union Youth Orchestra en het Gustav Mahler Jugendorchester, en remplaceerde bij het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
In het verleden was hij assistent-docent aan het 11 Conservatorium van Amsterdam, en op dit moment geeft hij les aan de Escola Superior de Música de Catalunya en bij het Sistema Europe Youth Orchestra.
Nicolas van Poucke, piano
Nicolas van Poucke maakte op dertienjarige leeftijd zijn debuut in Het Concertgebouw en was sindsdien te gast in de bekende Nederlandse concertzalen en op podia in onder meer Duitsland, Frankrijk, Tsjechië, Groot-Brittannië, Canada en de Verenigde Staten.
Met diverse orkesten vertolkte hij pianoconcerten van bijvoorbeeld Mozart, Beethoven, Gershwin, Poulenc en Rachmaninoff. In 2006 won hij zowel het Prinses Christina Concours als het Steinway Internationaal Piano Concours, in 2009 was hij laureaat van de European Union Piano Competition en in 2010 van de YPF Piano Competition.
Als kamermusicus vormt Nicolas van Poucke een duo met zijn zus Ella van Poucke. Hij is vaste gast bij Camerata RCO en trad op met Igor Roma, Christiaan Bor, Emmy Verhey, Godfried Hoogeveen en Colin Carr. Tijdens het Grachtenfestival 2013 presenteerde Nicolas van Poucke zijn debuut-cd, met composities van Bach, Beethoven en Brahms.
Dit seizoen zal Nicolas’ tweede album uitkomen met werken van Chopin bij Gutman Records en geeft hij een Chopin- in Het Concertgebouw.







