Close-up: Leonard Bernstein
Close-Up: Orkestleden op Vriendenpodium 14.15 uur
Tjeerd Top viool
Michael Waterman viool
Yoko Kanamaru-Bungeroth altviool
Chris van Balen cello
Mariya Semotyuk fluit
Davide Lattuada klarinet
m.m.v. Jeroen Bal piano
Dit programma is onderdeel van RCO/Bernstein 2017
Aaron Copland 1900-1990
Pianokwartet (1950)
Adagio serio
Allegro giusto
Non troppo lento
Leonard Bernstein 1918-1990
Sonate (1940)
voor viool en piano
Moderato assai
Variations on Movement I
pauze
David Diamond 1915-2005
Kwintet in b kl.t. (1937)
voor fluit, strijktrio en piano
Allegro deciso e molto ritmico
Romanza: Lento, molto cantabile
Finale: Allegro veloce
Charles Ives 1874-1954
Largo (1934)
voor viool, klarinet en piano
Leonard Bernstein
Pianotrio (1937)
Adagio non troppo – Allegro vivace
Tempo di marcia
Largo – Allegro vivo e molto ritmico
begin van de pauze ca. 14.55 uur
einde van het concert ca. 16.05 uur
Toelichting
Aaron Copland 1900-1990
pianokwartet
Tekst: Carine Alders
De muzikale wortels van Aaron Copland lagen in New York. Hij bezocht er veel concerten en zoog als een spons alle indrukken – van ragtime tot – in zich op. Hij zag de beroemde Ballets Russes van Diaghilev en stroopte bibliotheken af op zoek naar de nieuwste bladmuziek.
In de zomer van 1921 vertrok hij naar Parijs, waar hij studeerde bij Nadia Boulanger. Zij zou een belangrijke rol spelen in zijn doorbraak in Amerika, door de beroemde Sergej Koussevitzki over te halen om Coplands Symphony for Organ and Orchestra (1924) uit te voeren.
Het was het begin van een lange vriendschap met de , die hem in 1940 een baan als docent bezorgde aan zijn Tanglewood Music Center. Op 27 mei 1950 schrijft Copland aan zijn jonge vriend Leonard Bernstein dat hij naar het ‘MacDowell-klooster’ gaat, een kunstenaarskolonie waar hij ongestoord aan nieuwe composities kan werken.
Hij heeft dan ‘verschillende potjes op het vuur’, een daarvan is ongetwijfeld het Pianokwartet, dat enkele maanden later af is. In dit werk maakte hij voor het eerst gebruik van Arnold Schönbergs twaalftoonstechniek. Een jaar eerder had Schönberg Copland beschuldigd van het onderdrukken van zijn muziek in Amerika; hij noemde Copland zelfs in één adem met Stalin.
Copland verdedigde zich door te stellen dat hij vond dat Schönbergs muziek gehoord moest worden, alleen al omdat hij zo’n grote invloed had op tijdgenoten. Dat hij zelf geen apostel was leek hem geen misdaad. Wellicht heeft dit voorval Copland geïnspireerd zelf de twaalftoonstechniek uit te proberen. Bernstein was enthousiast over het resultaat: ‘Het is een mooi stuk, zeker voor een grammofoonplaat, omdat je het steeds opnieuw wilt horen.’
Leonard Bernstein 1918-1990
Vioolsonate
Leonard Bernstein had Copland voor het eerst ontmoet op diens verjaardag in 1937. Ze zaten naast elkaar bij een dansvoorstelling en na afloop ging Bernstein mee naar het verjaardagsfeestje van de achttien jaar oudere componist. Het was het begin van een levenslange vriendschap.
Bernstein – net als Copland zoon van joodse immigranten – had bij toeval zijn eigen muzikale talent ontdekt toen een tante een piano in zijn ouderlijk huis bracht. Op zijn veertiende kreeg hij voor het eerst serieus pianoles en in de zomer voerde hij met vrienden uit de buurt ’s uit.
Dat hij zelf daarbij de hoofdrol in Bizets Carmen voor zijn rekening nam vond niemand een probleem. Om zijn lessen te betalen speelde hij piano, van jazz tot een reclamespotje voor zijn vaders zaak in kappersbenodigdheden. In 1940, een jaar nadat hij zijn Harvard-studie in muziek cum laude had afgerond, volgde hij bij Koussevitzki in die eerste Tanglewood-zomer directielessen, waarschijnlijk op voorspraak van Copland.
In deze enerverende periode componeerde hij zijn voor viool en piano voor zijn studiegenoot Raphael Hillyer, een van de oprichters van het Juilliard Kwartet. ’s uit dit vroege werk vonden later een plek in werken voor orkest, zoals zijn Tweede symfonie, The Age of Anxiety.
David Diamond 1915-2005
Pianokwintet
In 1940 maakte Bernstein ook als pianist zijn eerste solo-opname. Hij koos daarvoor een werk van zijn vier jaar jongere collega David Diamond.
In het joodse immigrantengezin Diamond was geen geld voor muzieklessen en David leerde zichzelf als zevenjarige vioolspelen. Om zijn muzikale bedenksels vast te leggen bedacht hij een eigen systeem, gebaseerd op de vier snaren van zijn viool.
Met behulp van beurzen bekostigde hij later zijn studie. In het voorjaar van 1935 ontmoette hij Aaron Copland, die hem introduceerde bij Koussevitzki. Voor Diamond was het een moeilijke tijd, hij was meer bezig met een dak boven zijn hoofd dan met componeren.
Om rond te komen maakte hij ’s avonds schoon en met de beheerder van het joods cultureel centrum had hij een afspraak dat hij na middernacht mocht componeren in het gebouw aan de 92nd Street in New York. Al het harde werken loonde: hij won een tweejarige beurs, werd uitgenodigd om in de MacDowell Colony te komen werken en kreeg een opdracht voor een ballet.
Op kosten van de opdrachtgever mocht hij naar Parijs om te overleggen met de beroemde choreograaf Leonide Massine. De Franse school was een bron van inspiratie. Nadia Boulanger nodigde hem uit om compositielessen te komen volgen.
Toen hij in 1937 aan het Conservatoire Americain in Fontainebleau bij haar studeerde, kreeg hij een opdracht van de Amerikaanse League of Composers om een et te schrijven voor fluit, strijktrio en piano. Net als Bernstein is Diamond zijn hele leven trouw gebleven aan de zeggingskracht van de . Twaalftoonsmuziek vond hij ‘twaalf noten heen en weer schuiven’; een goede melodie zou volgens hem nooit uit de mode raken.
Charles Ives 1874-1954
largo
Charles Ives is de nestor van dit netwerk van Amerikaanse componisten. In 1898, op de dag van zijn afstuderen aan Yale, betrok hij samen met een aantal ex-studiegenoten een appartement in New York dat al snel de bijnaam ‘Poverty Flat’ kreeg.
Ives verdiende zijn brood bij een verzekeringsmaatschappij, alle vrije uren besteedde hij aan componeren. Daarnaast was hij organist van de Central Presbyterian Church, totdat hij besloot dat hij als musicus nooit een bestaan zou kunnen opbouwen.
Voor zijn economische onafhankelijkheid koos hij voor een carrière in het verzekeringswezen. Dit besluit gaf hem de vrijheid om in zijn componeren te innoveren en te experimenteren. Zijn reputatie als componist kwam maar moeizaam van de grond.
Het duurde tot in de jaren dertig voordat veel jongere componisten als Henry Cowell en Copland zijn muziek meer bekendheid gaven, wat uiteindelijk in 1947 tot een Pulitzerprijs leidde.
Zijn Largo voor viool, klarinet en piano is gebaseerd op het tweede deel van een vioolsonate die hij in zijn ‘Poverty Flat’-periode schreef. Het atonale en polyritmische karakter van het stuk laten zien hoe ver hij zijn tijd vooruit was.
Leonard Bernstein 1918-1990
pianotrio
Bernstein noemde Ives ooit ‘onze eerste echt grote componist – de Washington, Lincoln en Jefferson van de muziek’. Zelf schreef hij zijn toen hij slechts negentien jaar oud was, in een stijl die ver af stond van de muziek die Ives een kwart eeuw eerder componeerde.
Vanaf de eerste maten is duidelijk dat Bernstein toen al een man van de was. Bij zijn overlijden schreef zijn broer Burton: ‘Hij experimenteerde altijd, hoewel hij een hopeloze traditionalist was. Hij verwelkomde de avant-garde, maar hij koesterde de zuivere, mooie melodie – het eenvoudige .’
Terwijl Bernsteins ster als pianist, componist, en ambassadeur van klassieke muziek pijlsnel rees, bleef zijn ruim veertig jaar in de kast liggen voordat het in 1979 gepubliceerd werd.
Biografie
Tjeerd Top, viool
Tjeerd Top studeerde bij Qui van Woerdekom en Jaring Walta aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en vervolgde zijn studie aan het Conservatorium van Amsterdam bij Alexander Kerr. Beide studiefasen voltooide hij met onderscheiding.
In 2001 was Tjeerd Top winnaar van het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Tijdens dit concours ontving hij met pianiste Mariken Zandvliet tevens de Kersjes van de Groenekan Fonds.
Tjeerd heeft soleerde met onder meer Amsterdam Sinfonietta, Holland Symfonia, Nederlands Kamerorkest, het Concertgebouw Kamerorkest en Camerata Concertgebouworkest. Hij werkte als solist samen met de en Hans Vonk, Vassily Sinaisky, Peter Oundjian en Michael Lankaster.
Met het Vermeer is hij regelmatig te beluisteren. Met pianiste Mariana Izman werd hij geselecteerd voor Het Debuut, een serie van tien concerten in de voornaamste concertzalen van Nederland. Tjeerd Top vormde jarenlang een duo met harpiste Lavinia Meijer. Samen wonnen zij de Fortis Mees/Pierson Award. Tjeerd maakte ook kamermuziek met Leonidos Kavakos, Emanuel Ax, Pierre-Laurent Aimard, Thomas Adès en vele anderen.
Sinds 2005 is Tjeerd eerste plaatsvervangend concertmeester van het Concertgebouworkest.
Ook trad hij regelmatig op als gastconcertmeester bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het WDR Sinfonieorchester, de Bamberger Symphoniker en het Philharmonia Orchestra.
Tjeerd Top bespeelt een Stradivarius uit 1713, aangekocht door een particuliere mecenas en hem ter beschikking gesteld via de Foundation Concertgebouworkest.
Michael Waterman, viool
Violist Michael Waterman is de vijfde in een onafgebroken reeks Waterman-violisten in het Concertgebouworkest. Sinds 1950 gingen zijn grootvader Frits Waterman, zijn oom Frits Joël Waterman, zijn moeder Cleora Waterman en zijn vader Robert Waterman hem voor.
Michael begon zijn studie bij zijn vader, was vervolgens leerling van Peter de Leeuw aan de Amstelveense Muziekschool en vervolgde zijn studie aan het Conservatorium van Amsterdam, eerst bij Lex Korff de Gidts en vervolgens bij Alexander Kerr (concertmeester van het Concertgebouworkest tussen 1996 en 2006). Van 2006 tot 2008 studeerde hij bij Kerr aan de Indiana University Jacobs School of Music in de Verenigde Staten.
Hij volgde masterclasses bij onder anderen Christian Tetzlaff en William Preucil en lessen kamermuziek bij Janos Starker en Sylvia Rosenberg.
Sinds 2010 is Michael Waterman eerste violist bij het Concertgebouworkest.
In 2012 werd hij benoemd tot zakelijk en artistiek leider van het Concertgebouw Kamerorkest.
Yoko Kanamaru, altviool
Yoko Kanamaru maakt sinds 2003 deel uit van het Koninklijk Concertgebouworkest. Ze studeerde aan de Toho Gakuen School of Music in Japan, aan de ‘Hanns Eisler’ Musikhochschule te Berlijn en aan de conservatoria van Freiburg en Amsterdam. Onder haar docenten waren Kim Kashkashian, Wolfram Christ en Nobuko Imai.
De altvioliste won het Brahms Concours en de Premio Valentino Bucchi en viel in de prijzen bij het concours in Moskou. Aan het Conservatorium van Freiburg won ze de Carl Seemann-prijs.
Yoko Kanamaru soleerde in Bachs Zesde Brandenburgse Concert met de Moscow Soloists onder leiding van Yuri Bashmet en trad op met het Freiburger Kammerorchester, de Baden-Badener Philharmonie en het Kanagawa Philharmonic Orchestra. Ze maakte verschillende cd-opnamen, waaronder Landscape of Chaconnne met werken van Bach en Ligeti en The Last Bard.
Chris van Balen, cello
Chris van Balen begon met les op vijftienjarige leeftijd en studeerde aan de conservatoria in Utrecht en Amsterdam bij Lenian Benjamins, Jean Decroos en Melissa Phelps. Masterclasses volgde hij bij onder anderen Mstislav Rostropovitsj, Daniël Shafran, Bernard Greenhouse, Wolfgang Böttcher, Tsuyoshi Tsutsumi, Colin Carr, Ivan Monighetti, Anner Bijlsma, William Pleeth, Steven Isserlis, Marti Roussi en Dmitri Ferschtman.
Zijn aanstelling bij het Concertgebouworkest in 1998 op 25-jarige leeftijd betrof zijn eerste auditie. In datzelfde jaar won hij de eerste prijs van het Postbank Sweelinck Concours, de voorganger van het tegenwoordige Biënnale Concours. Chris van Balen was als solist te horen in de celloconcerten van o.a. Schumann, Dvořák, Haydn, Boccherini, Tsjaikovski, Elgar, Saint-Saëns en Sjostakovitsj. Ook speelt hij kamermuziek in verschillende formaties, zoals het Concertgebouw Kamerorkest en Camerata Concertgebouworkest.
Tijdens en na tournees met het Concertgebouworkest speelde hij solorecitals en kamermuziek in Japan, de Verenigde Staten en diverse landen in Zuid-Amerika en Europa. Op dit moment bespeelt Chris van Balen de Miremont cello uit de collectie van Concertgebouworkest Foundation die voorheen werd bespeeld door - inmiddels gepensioneerd - solocellist Godfried Hoogeveen.
Mariya Semotyuk, fluit
Als vierjarig meisje kreeg Mariya Semotyuk haar eerste muzieklessen. Ze studeerde aan de conservatoria van L’viv en Leipzig, bij onder anderen Irmela Bossler. Ook studeerde ze , muziekpedagogiek en moderne muziek.
Ze vervolgde haar opleiding in de solistenklas van Renate Greiss-Armin aan de Hochschule für Musik in Karlsruhe. Na haar opleiding speelde ze eerst solo- bij de Staatskapelle in Halle voordat ze in 2007 bij het Koninklijk Concertgebouworkest in dienst kwam.
In 2009 bereikte ze de finale van de prestigieuze Kobe International Flute Competition en won de speciale prijs voor de beste interpretatie van een romantisch werk. Naast haar orkestbaan speelt ze ook graag kamermuziek.
Davide Lattuada, klarinet
Davide Lattuada speelt klarinet vanaf zijn vijftiende en studeerde aan het conservatorium van Milaan bij Primo Borali. Van 1993 tot 2005 was hij verbonden aan het Orchestra Sinfonica Giuseppe Verdi (thans laVerdi) in Milaan en vanaf 1998 speelde hij regelmatig bij het Orchestra del Teatro alla Scala.
In het seizoen 2005-2006 maakte hij deel uit van het Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia, en in augustus 2006 trad hij als basklarinettist toe tot het Koninklijk Concertgebouworkest.
Davide Lattuada bespeelt een klarinetset van de Franse bouwer Buffet Crampon, geschonken door de Freundeskreis Schweiz van het Koninklijk Concertgebouworkest.
In zijn vrije tijd is Davide Lattuada een fervent schaker.
Jeroen Bal, piano
Op 25 januari 2026 overleed Jeroen Bal op 52-jarige leeftijd.
Jeroen Bal was sinds januari 2019 in dienst van het Concertgebouworkest, als eerste pianist ooit in de geschiedenis van het orkest. Daarvoor remplaceerde hij al jarenlang op zeer regelmatige basis bij het Concertgebouworkest en diverse andere Nederlandse orkesten, en bij orkesten als het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij Stravinsky’s Petroesjka uitvoerde onder leiding van Pierre Boulez. Ook met het Concertgebouworkest speelde hij dit werk diverse malen.
Jeroen Bal vergezelde het orkest onder meer op tournees door Japan en de Verenigde Staten. Met orkestleden treedt hij veel op in kamermuziekverband. Zo nam hij in 2016 een cd op met Camerata RCO en vormt hij met violist Tjeerd Top en cellist Johan van Iersel het Vermeer . In december 2017 maakte Jeroen samen met solotrompettist Omar Tomasoni een tournee van een maand door Japan.
Jeroen Bal studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij was finalist op het Prinses Christina Concours, won de ‘Vriendenkrans’ van Het Concertgebouw en bereikte in 1996 de halve finale van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht.






