Close-up: Filmmuziek

Close-up: Filmmuziek 20.15 uur 

Annebeth Webb viool
Marc Daniel van Biemen viool
Jeroen Woudstra altviool
Maartje-Maria den Herder cello
Vincent Cortvrint fluit
Hein Wiedijk klarinet
m.m.v. Frank van de Laar piano

Leonard Bernstein 1918-1990

Sonate (1941-42)
voor klarinet en piano
Grazioso – Un poco piu mosso
Andantino – Vivace e leggiero

Erich Wolfgang Korngold 1897-1957

Romance-Impromptu in Es gr.t.,
op. posth. (1946)
voor cello en piano

Nino Rota 1911-1979

Trio (1958)
voor fluit, viool en piano
Allegro ma non troppo
Andante sostenuto
Allegro vivace con spirito

pauze

Bernard Herrmann 1911-1975

Souvenirs de voyage (1967)
voor klarinet en strijkkwartet
Andante pastorale – Allegro
Berceuse
Andante tranquillo quasi barcarolla

Erich Wolfgang Korngold

III: Garden Scène (bew. Thomas Beijer)
voor strijkkwartet, fluit, klarinet en piano
uit ‘Suite from Much Ado about Nothing’,
op. 11 (1918-19)

begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 21.55 uur

Toelichting

Introductie

Filmmuziek

Tekst: Kevin Toma

De componisten op het programma van vandaag hebben elk hun sporen in de filmmuziek verdiend. De werken zijn echter vrijwel allemaal voor de (kleine) concertzaal geschreven en niet voor het witte doek. Dat neemt niet weg dat ieder stuk iets onmiskenbaar filmisch heeft en met zijn klanken de fantasie flink kietelt.

Zonder script, zonder camera of acteurs roepen Leonard Bernstein, Erich Wolfgang Korngold, Nino Rota en Bernard Herrmann nog steeds talloze beelden op. Welke beelden dat zijn, hoeft u hier niet te lezen; de enige films waartoe deze fascinerende composities behoren, ontstaan tijdens het luisteren in uw hoofd. 

Leonard Bernstein 1918-1990

Sonate

Componist, en pianist: Leonard Bernstein had zoveel talent dat hij niet aan alles even goed toekwam. Terwijl hij vooral bekendheid geniet dankzij de Hollywood-­versie van zijn musical (1957), componeerde Bernstein slechts één filmpartituur (On the Waterfront, 1954). Ook rolde er betrekkelijk weinig kamermuziek uit zijn pen, en dan vooral in zijn jonge jaren, toen de zwaartepunten van zijn veelkoppige car­rière nog niet vaststonden.

Zo ook de , Bernsteins eerste gepubliceerde werk. Opvallend is de introverte stemming aan het einde van het eerste deel, die naar het tweede deel wordt ­overgeheveld maar abrupt omslaat in speelse jazzy syncopen.

Die jazzinvloeden konden veel muziekcritici na de première waarderen, maar verder vonden ze de klarinetsonate niet origineel genoeg. Vriend Aaron Copland grapte tegen Bernstein dat hij pas weer met hem zou praten als hij iets componeerde waarin geen Copland, Paul Hindemith, Igor Stravinsky, Ernest Bloch, Darius Milhaud of Béla Bartók doorschemerde.

Een te hard oordeel. Zodra de de jazz in de benen krijgt, schuiven de grote voorbeelden op voor een zorgeloos zwierige opmaat naar Bernsteins eigen West Side Story.

Erich Wolfgang Korngold 1897-1957

romance-impromptu

Erich Wolfgang Korngold genoot in het Europa van de vroege twintigste eeuw veel populariteit vanwege zijn ’s, symfonische werken en kamermuziek, maar wordt tegenwoordig voornamelijk herinnerd om zijn filmwerk. Met de weelderige, in leidmotieven gegoten score voor The Adventures of Robin Hood (1938) schiep hij het prototype voor de moderne Hollywood-soundtrack.

Robin Hood bezorgde Korngold, als eerste componist ooit, de Oscar voor Beste Filmmuziek en haalde hem nét voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog weg uit Oostenrijk. ‘Deze film heeft mijn leven gered,’ zou hij later zeggen, als Amerikaans staatsburger met tientallen Hollywood-scores op zak.

Ondanks alle succes beschouwde Korngold zijn filmcomposities als broodwerk, dat hij wilde opgeven zodra de oorlog was afgelopen. Zijn laatste film was het melodrama Deception (1946), met Bette Davis die verscheurd raakt tussen een cellist (Paul Henreid) en een componist (Claude Rains). De climax vindt plaats tijdens de uitvoering van een concert voor en orkest, dat Korngold speciaal voor de film componeerde en bewerkte tot zijn Celloconcert in C groot, 37.

Ook de intieme Romance- had een plek in Deception moeten krijgen. Helaas werd de bewuste scène uit de film geschrapt, waarschijnlijk omdat het niet lukte overtuigende opnames te maken van de zogenaamd cello spelende Henreid. Zo verdween de Romance-Impromptu van de radar, om pas na Korngolds dood een bescheiden tweede leven op het concertpodium te krijgen.

Nino Rota 1911-1979

Trio

De Italiaan Nino Rota werd onsterfelijk met zijn door clownerieën doorspekte scores voor de films van Federico Fellini (1920-1993). En zelfs wie Francis Ford Coppola’s maffia-epos The Godfather (1972) nooit heeft gezien, kan de hoofdthema’s neuriën uit Rota’s muziek.

Minder bekend is dat Rota tussen het filmwerk door – hij produceerde rond de 150 filmmuziekpartituren – ook nog eens enkele ’s componeerde en talloze werken voor orkest, koor, klein ensemble en piano.

Rota had al vijf keer met Fellini samengewerkt, onder meer voor diens onvergetelijke circusdrama La strada (1954), toen zijn  verscheen. Het is een energiek, maar ook poëtisch en warmbloedig stuk, dat hoogstens in de verte aan de Felliniaanse Rota herinnert.

Het heeft meer op met het impressionisme van Maurice Ravel en Claude Debussy, vooral in de ën die Rota ragfijn spint tussen fluit en viool. Op het met de deur in huis vallende, afwisselend robuuste en introverte eerste deel volgt een kalm, mooi druilerig driegesprek waarin geen van de instrumenten de boventoon voert.

Als dat deel iets regenachtigs heeft, dan wordt het kolkende slotdeel telkens opgetild door een zomers briesje. ‘Ik zou er alles aan willen doen om iedereen een moment van geluk te bezorgen,’ zei Rota ooit. ‘Dat verlangen is het hart van mijn muziek.’

Bernard Herrmann 1911-1975

Souvenirs de Voyage

‘Een componist kan een filmscore voor elke mogelijke schrijven en het onmiddellijk uitgevoerd horen. Bovendien geven films hem het grootste publiek van de wereld,’ aldus Bernard Herrmann aan het begin van zijn legendarische Hollywood-­carrière. De temperamentvolle Amerikaan zou dik vijftig filmpartituren schrijven, waaronder die voor Hitchcocks Vertigo (1958), North by Northwest (1959) en Psycho (1960).

Toch had hij uiteindelijk liever een internationaal gevierd willen zijn dan filmcomponist. Ook stak het hem dat zijn voor de concertzaal bedoelde composities, ontstaand zodra de filmopdrachten stokten, relatief onopgemerkt bleven. 

Souvenirs de voyage, Herrmanns laatste voltooide concertwerk, schreef hij toen hij al enige jaren in Engeland woonde en voor de derde keer was getrouwd. Ieder deel heeft een programmatische suggestie: achtereenvolgens A.E. Housmans pastorale gedicht On Wenlock Edge, J.M. Synge’s toneelstuk Riders to the Sea – beide ook inspiratiebronnen voor Herrmanns grote held Ralph Vaughan Williams – en de Venetiaanse aquarellen van Turner.

Waar die verwijzingen ook op mogen duiden, het et sluit qua sfeer en karakter nauw aan bij Herrmanns filmmuziek: vanaf de eerste maten van het openingsdeel lijk je door de mysterieuze tussenwereld van Vertigo te dwalen.

Steeds weer stijgt de klarinet uit boven nevelige strijkerswolken, uitmondend in een verstilde valse triste. Na het rusteloze wiegelied van het klinkt het afsluitende Andantino weer even dromerig als romantisch, waarbij je je makkelijk twee geliefden in een Venetiaanse gondel kunt voorstellen. Ook wanneer een tarantella hen tot dansen uitnodigt, blijven ze liever liggen in elkaars armen.

Erich Wolfgang Korngold 1897-1957

Garden scène

In 1918 werd de toen 20-jarige Korngold door het Weense Burgtheater gevraagd om muziek te schrijven voor een productie van Shakespeares komische toneelstuk Much Ado About Nothing. Hij kwam tot een ensemble van veertien korte composities, bedoeld voor klein orkest maar later – onder meer door Korngold zelf – gearrangeerd voor verschillende bezettingen.

De tuinscène werd oorspronkelijk geschreven voor twee s, harp, harmonium, piano en strijkers, maar klinkt vanavond in de versie voor strijkkwartet, fluit, klarinet en piano.

Zo kluchtig en energiek als Korngolds muziek voor Much Ado vaak is, valt de zacht zwoele, toverachtige sfeer van de tuinscène extra op. De licht smachtende tonen van deze langzame zouden ook een romantisch Hollywood-moment uitstekend staan.

Biografie

Annebeth Webb, viool

Annebeth Webb volgde haar eerste vioollessen bij Coosje Wijzenbeek en vervolgde haar opleiding aan de Manhattan School of Music en Indiana University School of Music (Bloomington) bij Sylvia Rosenberg.

Ze sloot haar studie af bij Herman Krebbers aan het Conservatorium van Amsterdam, en volgde masterclasses bij onder meer Igor Ozim, Jean-Jacques Kantorow, Rostislav Dubinsky, Franco Gulli en Yfrah Neaman.

Sinds september 2001 is Annebeth Webb tweede violiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarnaast is ze actief als kamermusicus: ze is mede-oprichter van het ensemble Camerata RCO, bestaande uit leden van het Concertgebouworkest. Dit ensemble speelt concerten in binnen- en buitenland; zo hebben zij een eigen serie in VondelCS in Amsterdam, in het Energiehuis in Dordrecht en het MCO in Hilversum.

Recente buitenlandse optredens waren in Italië, Engeland, Verenigde Staten, Korea en Rusland. Camerata RCO heeft meerdere cd's uitgebracht onder het label Gutman Records.

Annebeth Webb bespeelt een Napolitaanse Nicolaus Gagliano uit 1711.

Marc Daniel van Biemen, viool

Marc Daniel van Biemen begon zijn vioolstudie op zesjarige leeftijd bij zijn vader Wybo van Biemen en werd drie jaar later toegelaten aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Koosje van Haeringen. Hij vervolgde zijn studie bij Jaap van Zweden en later ook Herman Krebbers. Vanaf 2005 studeerde hij aan de Duquesne University in Pittsburgh en vanaf 2007 aan de Yale University School of Music bij Syoko Aki.

In 2009 won hij de tweede prijs tijdens het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Ook won hij een speciale prijs tijdens het Fritz Kreisler Vioolconcours.

Marc Daniel is sinds mei 2012 eerste violist bij het Concertgebouworkest. Daarvoor nam hij deel aan de Orchester-Akademie van de Berliner Philharmoniker en was hij gastconcertmeester bij o.a. het Scottish Chamber Orchestra, Verbier Festival Orchestra en de Yale Philharmonia onder Krzysztof Penderecki. Als solist trad hij op met onder meer het Orkest van het Oosten, het Limburgs Symfonie Orkest, Solisten van het Residentie Orkest en het Haags Jeugdorkest.

Als veelgevraagd kamermusicus heeft hij samengewerkt met onder anderen Leonidas Kavakos, Janine Jansen, Jean-Yves Thibaudet, Murray Perahia, Leif Ove Andsnes, Ilya Gringolts, Maxim Rysanov, Colin Carr, Alexander Kerr, Torleif Thedéen, Màtè Szücs, Vladimir Mendelssohn, Julien Quentin, Andreas Ottensammer, Henrik Schwarz en Hauschka.

Marc Daniel van Biemen is aanvoerder van Camerata Concertgebouworkest en primarius van het Alma Quartet. Met het Alma Quartet won hij in 2014 de Prix de Salon, uitgereikt door de zakelijke kring van het Concertgebouworkest.

Jeroen Woudstra, altviool

Altviolist Jeroen Woudstra kreeg als vijfjarige zijn eerste muzieklessen. Aan het Utrechts Conservatorium studeerde hij bij Philip Hirshhorn en Keiko Wataya. Met een beurs vervolgde hij zijn studie aan de Mozart Academy in Krakau, bij onder anderen Chumachenko Szigmundy en Nobuko Imai.

Sinds januari 2000 is Jeroen Woudstra altist in het Concertgebouworkest.

Jeroen Woudstra maakt deel uit van het succesvolle Alma Quartet, samen collega's uit het Concertgebouworkest - de eerste violisten Marc Daniel van Biemen en Benjamin Peled - en cellist Nitzan Laster uit het Nederlands Philharmonisch Orkest. Kamermuziek speelt Woudstra met musici als Emanuel Ax, Kyoko Hashimoto, Charles André Linale, Rainer Moog en Nathaniel Rosen op internationale festivals in Europa, de Verenigde Staten en Azië.

Jeroen Woudstra bespeelt een uit de collectie van de Foundation Concertgebouworkest, gebouwd door Jean Baptiste Lefèbvre in 1767.

Maartje-Maria den Herder, cello

Maartje-Maria den Herder is celliste bij het Concertgebouworkest sinds september 2014.

Ze studeerde ze aan het Utrechts Conservatorium bij Elias Arizcuren en haar broer Jeroen den Herder, en aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze in juni 2007 cum laude afstudeerde bij Dmitri Ferschtman. Masterclasses volgde ze bij o.a. Natalia Gutman, Ivan Monighetti, Heinrich Schiff en Janos Starker.

In het seizoen 2005/2006 nam ze deel aan de Academie van het Concertgebouworkest. Maartje-Maria de Herder won prijzen op het Prinses Christina Concours, het concours van de Stichting Jong Muziektalent Nederland en Centraal. In 2006 won ze op het eerste Nationaal Celloconcours de tweede prijs, de publieksprijs én de prijs voor de beste vertolking van het verplichte werk.

Als soliste trad Maartje-Maria den Herder op met het Radio Symfonie Orkest, Amsterdam Sinfonietta en (in 2010) met het Residentie Orkest in de wereldpremière van het Dubbelconcert van Philip Glass.

Vincent Cortvrint, piccolo

Vincent Cortvrint werd geboren in Etterbeek, België. Op vierjarige leeftijd hoorde hij een plaatopname van de befaamde fluitist Jean-Pierre Rampal en was meteen verkocht. Op zijn zevende kreeg hij eindelijk een fluit.

In 1980 won hij de 16e Nationale Muziekwedstrijd van het Gemeentekrediet van België, waarna hij soleerde met het Vlaams Radio Orkest (nu de Brussels Philharmonic). Vincent Cortvrint studeerde aan de conservatoria van Brussel en Parijs bij Michel Lefebvre, Michel Debost en Maurice Bourgue.

Sinds 1996 is hij fluitist en speler bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarvoor speelde hij bij het Nationaal Orkest van België. Naast zijn werk bij het orkest is Vincent Cortvrint fluitdocent aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij geeft masterclasses en zomercursussen en speelt kamermuziek met gelegenheidsensembles.

Dankzij een gift van de Amerikaanse vriendenkring van het orkest, de RCO Global Friends USA, bespeelt Vincent Cortvrint een gouden fluit van Haynes. Het is een uniek model, speciaal voor hem gebouwd. De piccolo die hij bespeelt is een ebbenhouten instrument, eveneens van Haynes.

Hein Wiedijk, klarinet

Hein Wiedijk studeerde cum laude af bij George Pieterson aan het Sweelinck conservatorium te Amsterdam. Sinds 1996 maakt hij deel uit van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Hij speelde kamermuziek met onder anderen Han de Vries, Anner Bijlsma, Pieter Wispelwey en Gervase de Peyer. Hein was – samen met pianist Frank van de Laar en celliste Larissa Groeneveld – een van de winnaars van het Vriendenkrans Concours in 1987 en won prijzen op diverse internationale kamermuziekconcoursen.

Als mede-oprichter van Camerata RCO geeft hij concerten over de hele wereld (Japan, Taiwan, USA en in Europa). Hij maakte cd's met werken van Beethoven, Brahms, Ravel, Mozart en Mahler.

Frank van de Laar, piano

Frank van de Laar sloot in 1989 zijn studie aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam bij Jan Wijn af met de hoogste onderscheiding. Hij vervolgde zijn studie in Hannover bij Karl-Heinz Kämmerling en in Amsterdam bij Naum Grubert.

In 1987 won hij de derde prijs op het Internationale Brahms Concours te Hamburg en in 1988 debuteerde hij in de van Het Concertgebouw. Sindsdien volgden optredens in binnen- en buitenland elkaar in hoog tempo op.

Zijn repertoire omvat de gehele periode van Bach tot heden, waarbij ook minder bekende meesterwerken een belangrijke rol spelen.

Frank van de Laar is ook actief als kamermusicus, en is als docent verbonden aan de conservatoria van Amsterdam en Zwolle.