Close-up: familieportret van de klarinet
Arno Piters klarinet/bassethoorn
Hein Wiedijk klarinet/bassethoorn
Davide Lattuada basklarinet/bassethoorn
Emily Beynon fluit
Miriam Pastor Burgos hobo
Ronald Karten fagot
Sharon St. Onge hoorn
m.m.v. Femke IJlstra saxofoon
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Derde divertimento in Bes gr.t., KV Anh. 229/3 (1783)
voor drie bassethoorns
Allegro
Menuetto
Adagio
Menuetto
Rondo: Allegro assai
Marius Flothuis 1914-2001
Kwintet, op. 13 (1942)
voor fluit, hobo, klarinet, basklarinet en fagot
Grave sostenuto, non troppo lento
Comodo
Andante (Variazioni)
Perry Goldstein 1952
Mischief (2011)
voor altsaxofoon en basklarinet
pauze
Wolfgang Amadeus Mozart
Tweede divertimento in Bes gr.t.,
KV Anh. 229/2 (1783)
oorspr. voor drie bassethoorns; bewerking voor hobo, klarinet en fagot door Vit Reichel
Allegro
Menuetto
Larghetto
Menuetto
Rondo: Allegro
Leoš Janáček 1854-1928
Suite ‘Mládí’ (‘Jeugd’) (1924)
voor fluit, hobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn
Allegro
Andante sostenuto
Vivace
Allegro animato
Toelichting
familieportret van de klarinet
Het concert van leden van het Koninklijk Concertgebouworkest van vandaag zet de klarinet in de schijnwerpers. Het is een enkelrietinstrument dat behoort tot de , zoals ook de fluit, hobo en . De eerste klarinetten werden omstreeks 1700 vervaardigd door de Duitse instrumentenbouwer Johann Christoph Denner. Het blaasinstrument maakte door de eeuwen heen diverse ontwikkelingen door. Een van de voornaamste was dat rond 1840 het Böhm-kleppensysteem dat eerder met succes op de fluit was geïntroduceerd, ook op de klarinet werd toegepast. Dit werd het meest gangbare systeem.
Zoals bij meer instrumenten het geval is, is de klarinet er in verschillende maten. De hedendaagse klarinettenfamilie omvat van hoog naar laag es-, bes-, a-, alt-, bas- en contrabasinstrumenten. De bes-klarinet is verreweg de meest voorkomende variant. Er bestaat tevens een aantal aanverwante enkelrietinstrumenten, waarvan de bassethoorn het belangrijkste is. In dit ‘Familieportret van de klarinet’ krijgt u uitgebreid de kans de klankrijkdom en veelzijdigheid van deze instrumentengroep te leren kennen.
Wolfgang Amadeus Mozart: 1756-1791
divertimenti
De bassethoorn raakte in Mozarts tijd in zwang, maar verloor aan het begin van de negentiende eeuw aan bekendheid. Een van de virtuozen op de bassethoorn was de bekende klarinettist Anton Stadler, met wie Wolfgang Amadeus Mozart bevriend raakte nadat hij zich in 1781 in Wenen had gevestigd. Mozart zou aan het einde van zijn leven voor Stadler het Klarinetkwintet, KV 581 en het Klarinetconcert, KV 622 componeren.
Het is niet geheel duidelijk wanneer Mozart zijn vijf Divertimenti voor drie bassethoorns in Bes groot, KV Anh. 229 (ook wel bekend als KV 439b) schreef, maar de meeste historici houden het op het jaar 1783. Vermoedelijk componeerde hij ze voor het plezier van Anton Stadler, diens broer Johann en een derde musicus. Deze werken bleven onbekend totdat Mozarts weduwe Constanze in 1800 aan een uitgever schreef dat Anton Stadler nog steeds kopieën van ’s voor bassethoorns van Mozart in zijn bezit had. In 1803 publiceerde Breitkopf & Härtel de werkengroep KV Anh. 229 van 25 delen als ‘een aantal werken voor twee bassethoorns en een ’. In een latere uitgave van Simrock was de groep verdeeld in vijf ‘s’ voor twee klarinetten en een fagot – geheel in lijn met de tanende belangstelling voor de bassethoorn. Elk van de vijf divertimenti bestaat uit vijf delen en de eerste drie hebben als opzet -to- (of Larghetto)-Menuetto- (in Allegro-tempo). Binnen deze charmante divertimenti zijn de langzame delen met hun e ën het meest vermeldenswaardig: ware pareltjes van mozartiaanse kamermuziek.
Marius Flothuis: 1914-2001
Kwintet, op. 13 (1942)
Marius Flothuis drukte als componist, musicoloog, programmeur en auteur een belangrijke stempel op het Nederlandse muziekleven van de vorige eeuw. Hij was lange tijd (al vanaf 1937) verbonden aan het Concertgebouworkest, van 1955 tot 1974 als artistiek leider. Daarna was hij tot 1982 hoogleraar Muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Hij gold als een autoriteit op het terrein van Mozarts muziek. Als componist was Flothuis grotendeels autodidact. Hij streefde naar helderheid en evenwicht, zowel in structuur als in . Kamermuziek en het zijn in zijn oeuvre sterk vertegenwoordigd. In 1942 componeerde hij zijn et voor fluit, hobo, klarinet, basklarinet en . Hij droeg het werk op aan het Concertgebouw-quintet en liet het in 1953 publiceren door Donemus. Het Concertgebouw-quintet had eigenlijk een ietwat andere samenstelling: Hubert Barwahser (fluit), Haakon Stotijn (hobo), Rudolf Gall (klarinet), Jan Bos () en Thom de Klerk (fagot). Het blaaskwintet trad voor het eerst in november 1940 in het openbaar op en had iedere maand een radio-uitzending, waarbij tevens een nieuw Nederlands werk werd uitgevoerd. In de laatste oorlogsjaren zagen de musici zich gedwongen het kwintet op te heffen, maar ze pakten na de oorlog de draad weer op en hadden een grote reputatie in de jaren ’60.
Perry Goldstein: 1952
Mischief (2011)
De Amerikaan Perry Goldstein legt een speciale liefde voor rietinstrumenten aan de dag, in het bijzonder voor de saxofoon. Blow!, in 1993 geschreven voor het Aurelia Saxofoon Kwartet, was zijn eerste van een flink aantal composities voor saxofoon. Zijn levendige, energieke stijl leverde zijn composities karakteriseringen op als ‘an I-dare-you contraption’ (Fanfare Magazine), ‘kinetic, percussive and pummeling’ (The New York Times) en ‘a raw-boned tour-de-force’ (Buffalo News). Ook over zijn Mischief (‘schelmenstreek’ of ‘schalksheid’) uit 2011 zou je iets dergelijks kunnen zeggen. Het was oorspronkelijk geschreven voor , maar de Amerikaanse saxofoniste Jan Berry Baker en klarinettist Kenneth Long vroegen de componist om een nieuwe versie en brachten deze in juni 2012 in première. Mischief is een lichte, beweeglijke, geestige dialoog waarin altsaxofoon en basklarinet nu eens samensmelten, dan weer om elkaar heen dartelen of elkaar aftroeven.
Leoš Janáček: 1854-1928
Suite ‘Mládí’ (‘Jeugd’) (1924)
Leoš Janáček werd als koorknaap opgeleid aan het Augustijnenklooster in Brno en studeerde later aan de conservatoria van Praag, Leipzig en Wenen. Hij keerde terug naar Brno en werd een gerespecteerde lokale componist. Aan het einde van zijn carrière schreef hij enkele van zijn beste werken, waarmee hij veel internationale bekendheid kreeg. Mládí (‘Jeugd’), Janáčeks luisterrijke voor blaassextet (het standaard blaaskwintet plus een basklarinet), ontstond in juli 1924, de maand waarin de componist zijn zeventigste verjaardag vierde. In die periode haalde hij jeugdherinneringen op voor een aan hem gewijde biografie. Prompt inspireerden de gedachten aan de blauwe uniformen in het klooster van Brno hem tot het schrijven van de van de blauwe jongens. Ook niet verwonderlijk is dat zijn De zaak Makropoulos uit deze periode is gebaseerd op het ‘jeugd’. Maar zoals te verwachten valt van de titel, kregen Janáčeks jeugdherinneringen het duidelijkst hun weerslag in Mládí: jeugdige uitbundigheid in het eerste deel, religieuze plechtigheid in het tweede deel, het hergebruik van zijn Mars van de blauwe jongens in het derde gedeelte en stoutmoedig optimisme in de finale.
Biografie
Arno Piters, klarinet
Arno Piters studeerde klarinet en es-klarinet aan het Maastrichts Conservatorium bij Jan Cober en Willem van der Vuurst en behaalde zijn diploma met onderscheiding. Daarna studeerde hij bij George Pieterson aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij opnieuw zijn diploma met onderscheiding haalde.
Hij was lid van het Nationaal Jeugd Orkest, het Gustav Mahler Jugendorchester en het European Union Youth Orchestra waar hij speelde onder leiding van Pierre Boulez, Bernard Haitink en Vladimir Ashkenazy.
Als solist speelde hij onder meer met het Residentie Orkest, het Limburgs Symfonie Orkest en de Nürnberger Symphoniker. Als kamermusicus speelde hij op festivals in binnen- en buitenland.
Van 2001 tot 2003 was hij verbonden aan het Radio Symfonie Orkest. Daarna werd hij (es)-klarinettist bij het Concertgebouworkest te Amsterdam.
Als docent is hij verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam.
Hein Wiedijk, klarinet
Hein Wiedijk studeerde cum laude af bij George Pieterson aan het Sweelinck conservatorium te Amsterdam. Sinds 1996 maakt hij deel uit van het Koninklijk Concertgebouworkest.
Hij speelde kamermuziek met onder anderen Han de Vries, Anner Bijlsma, Pieter Wispelwey en Gervase de Peyer. Hein was – samen met pianist Frank van de Laar en celliste Larissa Groeneveld – een van de winnaars van het Vriendenkrans Concours in 1987 en won prijzen op diverse internationale kamermuziekconcoursen.
Als mede-oprichter van Camerata RCO geeft hij concerten over de hele wereld (Japan, Taiwan, USA en in Europa). Hij maakte cd's met werken van Beethoven, Brahms, Ravel, Mozart en Mahler.
Davide Lattuada, klarinet
Davide Lattuada speelt klarinet vanaf zijn vijftiende en studeerde aan het conservatorium van Milaan bij Primo Borali. Van 1993 tot 2005 was hij verbonden aan het Orchestra Sinfonica Giuseppe Verdi (thans laVerdi) in Milaan en vanaf 1998 speelde hij regelmatig bij het Orchestra del Teatro alla Scala.
In het seizoen 2005-2006 maakte hij deel uit van het Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia, en in augustus 2006 trad hij als basklarinettist toe tot het Koninklijk Concertgebouworkest.
Davide Lattuada bespeelt een klarinetset van de Franse bouwer Buffet Crampon, geschonken door de Freundeskreis Schweiz van het Koninklijk Concertgebouworkest.
In zijn vrije tijd is Davide Lattuada een fervent schaker.
Miriam Pastor Burgos, hobo
Miriam Pastor Burgos studeerde van 2003 tot 2007 hobo bij Paco Valero aan het conservatorium van Murcia. Ze vervolgde haar studie bij Dominik Wollenweber aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn, waar ze in 2012 afstudeerde.
Orkestervaring deed ze op aan de de orkestacademie van de Berliner Philharmoniker, de Herbert von Karajan Akademie.
Miriam Pastor Burgos was ïste bij de Komische Oper en het Konzerthausorchester in Berlijn. Ook speelde ze bij onder meer de Berliner Philharmoniker, de Bamberger Symphoniker en het Deutsches Symphonie Orchester Berlin.
Nadat ze een paar keer als remplaçant had meegespeeld met het Koninklijk Concertgebouworkest, kwam ze er in september 2012 in dienst. Op 17 mei 2016 stond Miriam Pastor Burgos centraal tijdens een Close-up portretconcert in de . Sinds 1 december 2015 is ze gastdocent althobo aan het Conservatorium van Amsterdam.
Emily Beynon, fluit
Emily Beynon is solofluitiste van het Concertgebouworkest sinds 1995. Ze studeerde aan de Royal Academy of Music in Londen bij William Bennett en bij Alain Marion in Parijs. Als solist trad ze op met onder meer het Concertgebouworkest, het Philharmonia Orchestra, de orkesten van de BBC, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en de Academy of St. Martin-in-the-Fields.
Kamermuziek speelt ze vaak met haar zus, harpiste Catherine Beynon, en pianist Andrew West. Ook werkte ze samen met bijvoorbeeld het Nash Ensemble, het Škampa Kwartet, Steven Isserlis, Felicity Lott, Jean-Yves Thibaudet en het Brodsky Quartet. Emily Beynon speelt graag hedendaagse muziek.
Onder anderen John Woolrich, Sally Beamish, Jonathan Dove, Errollyn Wallen en Roxanna Panufnik schreven nieuw werk voor haar. In 2008 bracht Universal Edition het boek Flute Project: new pieces for flute solo uit, waarvoor Emily Beynon samenwerkte met Matthieu Dufour, Kazushi Saito en Emmanuel Pahud. Ze nam elf cd’s op, waarvan Flute & Friends tot stand kwam dankzij de Prix de Salon, uitgekeerd door de business club van het Concertgebouworkest.
Emily Beynon is sinds 1992 gastdocent aan de Royal Academy of Music en gaf ook les aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam. In 2009 richtte ze samen met Suzanne Wolff de Nederlandse Fluit Academie (Neflac) op, die cursussen en concerten voor Nederlands jong talent en jonge internationale professionals organiseert.
Roland Karten, fagot
Ronald Karten is sinds 1998 als solofagottist verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij maakte vele jaren deel uit van het Nederlands Blazers Ensemble en het Fodor et.
Ronald Karten gaf diverse masterclasses in binnen- en buitenland. Als solist trad hij op met alle grote Nederlandse orkesten inclusief het Koninklijk Concertgebouworkest.
Met Amsterdam Sinfonietta maakte hij als eerste Nederlandse tist een CD opname van het Fagotconcert en de Symfonie Concertante van Mozart .
Hij is als hoofdvakdocent verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam.
Sharon St. Onge, hoorn
De Amerikaanse iste Sharon St. Onge studeerde bij Charles Kavalovski aan de Boston University School of Music en bij Adriaan van Woudenberg aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Sinds januari 1982 is zij lid van het Koninklijk Concertgebouworkest.
Sharon St. Onge was enkele jaren coördinator van de orkestacademie. Ze maakt deel uit van het Koper van het Koninklijk Concertgebouworkest, en in de kamermuziekserie van het orkest trad ze regelmatig op met mede-orkestleden. Met een kwartet nam ze ook een cd op.
In 1995 werd St. Onge uitgenodigd om onder leiding van Sir Georg Solti te spelen in het World Orchestra for Peace, ter ere van het vijftigjarig bestaan van de Verenigde Naties.Sharon St. Onge bespeelt diverse hoorns uit de collectie van de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest, waarvan er één kon worden aangekocht door een van de leden van de Freundeskreis Schweiz, de Zwitserse Vriendenvereniging.






