Close-up: Eva-Maria Westbroek
Eva-Maria Westbroek sopraan
Julie Moulin fluit
Davide Lattuada klarinet
Sylvia Huang viool
Henriette Luytjes viool
Guus Jeukendrup altviool
Julia Tom cello
Théotime Voisin contrabas
m.m.v. Alexander de Blaeij dirigent
m.m.v. Jeroen Bal piano
m.m.v. Dirk Luijmes harmonium
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
pauze ca. 15.00 uur
einde ca. 16.00 uur
Enrique Granados 1867-1916
Quejas, o La maja y el ruiseñor
oorspronkelijk voor sopraan en piano, bewerking voor sopraan en ensemble (2018) door Wijnand van Klaveren
uit ‘Goyescas’ (Los majos enamorados), op. 5 (1911)
Johann Strauss jr. 1825-1899
Kaiser-Walser, op. 437 (1889)
oorspronkelijk voor orkest, bewerking voor ensemble (1925) door Arnold Schönberg
Alban Berg 1885-1935
Sieben frühe Lieder (1905-08, georkestreerd 1928)
bewerking voor sopraan en ensemble (1985) door Reinbert de Leeuw
Nacht
Schilflied
Die Nachtigall
Traumgekrönt
Im Zimmer
Liebesode
Sommertage
pauze
Franz Schubert 1797-1828
Pianokwintet in A gr.t., D 667 (1819)
‘Forellenkwintet’
Allegro vivace
Andante
Scherzo: Presto
Thema mit Variationen: Andantino
Finale: Allegro giusto
Toelichting
Enrique Granados 1867-1916
Quejas, o La maja y el ruiseñor
Door Dirk Luijmes
Was er lange tijd nauwelijks sprake van een ‘typisch Spaans’ geluid in de kunstmuziek, aan het einde van de negentiende eeuw veranderde dat. Net als elders in Europa begonnen componisten zich in Spanje meer en meer te oriënteren op de (volks)muzikale erfenis van hun land.
Tot de belangrijke voortrekkers behoorde Enrique Granados. De meeste faam verwierf deze Catalaan met zijn Goyescas, een cyclus van zes pianostukken uit 1911 naar een aantal schilderijen van de beroemde Spaanse kunstenaar Francisco Goya (1746-1828).
Naar eigen zeggen werd Granados verliefd op ‘Goya’s psychologie, op zijn palet, op hemzelf, op de hertogin van Alva, op zijn ruzies, zijn modellen, zijn liefdes en vleierijen…’.
De Quejas, o La maja y el ruiseñor (‘Klaagzangen, of Het meisje en de nachtegaal’) is het vierde deel uit de . In het fijnzinnige, dromerige werk – met een volksmelodie uit Valencia – horen we hoe een meisje een nachtegaal toezingt; de vogel zelf laat van zich horen in een virtuoze .
Johann Strauss jr. 1825-1899
Kaiser-Walzer
In 1918 richtte Arnold Schönberg met zijn leerlingen in Wenen de ‘Verein für musikalische Privataufführungen’ op, een besloten vereniging die zich vooral inzette voor de uitvoering van nieuwe composities. Er waren strenge regels: de leden werden geselecteerd en de aanwezigen mochten niet laten merken dat ze iets goed- of afkeurden.
Omdat er regelmatig grote orkestwerken op het programma stonden, maakten Schönberg en de zijnen er kamermuzikale bewerkingen van. Tot 1924 voerden ze binnenskamers werken als Gustav Mahlers Vierde symfonie en Das von der Erde, Anton Bruckners Zevende symfonie en Claude Debussy’s Prélude à l’ après-midi d’un faune uit in salonorkest-bezettingen.
De originele orkestpartijen werden gespeeld door een strijkkwartet met contrabas, een handjevol blazers, een piano en niet zelden een harmonium. Met zijn pupillen Anton Webern en Alban Berg arrangeerde Schönberg ook en van Johann Strauss, waaronder diens Kaiser-Walzer.
Strauss schreef het werk in 1889 ter gelegenheid van de ontmoeting van de Oostenrijkse koning Franz Josef met de Duitse keizer -Wilhelm II. Hij noemde het werk oorspronkelijk ‘Hand in hand’, om de verbondenheid van beide monarchieën te onderstrepen, maar op aanraden van zijn uitgever werd het later omgedoopt tot Kaiser-Walzer.
Alban Berg 1885-1935
Sieben frühe lieder
Een van Schönbergs beroemdste leerlingen was Alban Berg. Op een geheel eigen wijze zou Berg de vooruitstrevende theorieën van zijn leermeester – onder meer die over de twaalftoonstechniek – in zijn eigen oeuvre uitwerken. De Sieben frühe er behoren tot zijn vroege werken.
Ze zijn doordrenkt van een hoog-romantische, Weense fin-de-siècle sfeer. Berg begaf zich in de kleurrijke liederen op het terrein van de ‘zwevende tonaliteit’ en liet zich daarbij sterk beïnvloeden door Schönbergs vroegere werken, terwijl hij ook goed luisterde naar componisten als Mahler, Debussy en Richard Strauss.
De serie begint, met Nacht, in impressionistische tinten. In het gedempte licht van Schilflied horen we volgens filosoof Theodor Adorno al het ‘licht dat als een eeuwige zonsverduistering gloeit’ in Bergs Wozzeck. Het ritmische openingsmotief klinkt het hele door. Is Die Nachtigall een van de meer traditionele liederen, Traumgekrönt – op een dromerige tekst van Rainer Maria Rilke – behoort met zijn interessante k tot de meer vooruitstrevende.
Het korte lied Im Zimmer heeft een lichte en herkenbare toon. De delicate sfeer ervan staat in groot contrast met die van de dramatische Liebesode. Bij het vernieuwende laatste lied begeven we ons weer in de natuur. Berg droeg de liederen – oorspronkelijk geschreven voor sopraan en piano – op aan zijn vrouw Helene.
In 1928 zorgde hij zelf voor een orkestratie van zijn jeugdwerken. Reinbert de Leeuw, gepokt en gemazeld in het repertoire van de , maakte in de geest van Schönbergs Verein een bewerking voor klein ensemble.
Franz Schubert 1797-1828
‘Forellenkwintet’
Algemeen wordt aangenomen dat Franz Schubert in de zomer van 1819 op verzoek van mijndirecteur Silvester Paumgartner zijn Pianokwintet in A groot op papier zette. De bezetting – piano met viool, , en contrabas – was identiek aan die van een et van Johann Nepomuk Hummel, dat destijds tijdens een huisconcert bij de Paumgartners klonk.
Schuberts onbezorgde werk opent met een uitgebreid eerste deel, waarin de componist nogal wat verschillende en aandoet. Ook in het e en het pregnante schijnt volop de zon. In het speelse vierde deel varieert Schubert op zijn eigen Die Forelle uit 1817.
De karakteristieke begeleidingsfiguren die de pianist in het oorspronkelijke laat horen, duiken pas in de laatste variatie op. Een dansant , dat bestaat uit twee vrijwel identieke delen, sluit het ‘spielfreudige’ werk af. Het ‘Forellenkwintet’ werd een jaar na Schuberts dood uitgegeven en groeide uit tot een van zijn populairste kamermuziekwerken.
Bij een van de vele uitvoeringen die zouden volgen zat componist Max Reger aan de piano. Toen hij als dank van een vrouwelijke fan een forel kreeg thuisgestuurd, dreigde hij dat hij de keer daarop Joseph Haydns ‘Ossenmenuet’ uit zou gaan voeren.
Biografie
Alexander de Blaeij, dirigent
Alexander de Blaeij is sinds 2001 eerste violist bij Het Gelders Orkest. Gaandeweg ontpopte hij zich als een opmerkelijk dirigeertalent en in 2008 nodigde Martin Sieghart hem uit om bij hem in Graz directielessen te nemen.
Sinds juni 2008 dirigeerde Alexander de Blaeij meerdere malen Het Gelders Orkest. Zijn debuut als dirigent maakte hij in april 2011 bij het Kameroperahuis in Zwolle.
Alexander de Blaeij leidde diverse spraakmakende producties met HGO Rebels. In juli 2014 baarde hij opzien bij de internationale jury van het prestigieuze Wiener Musik Seminar.
In januari 2016 debuteerde Alexander de Blaeij als van een ensemble met leden van het Koninklijk Concertgebouworkest binnen het AAA Festival met als Angst.
Dirk Luijmes, harmonium
Dirk Luijmes won prijzen bij (inter)nationale concoursen. Hij profileert zich vooral als harmoniumspeler en liet tal van componisten nieuwe muziek voor zijn instrument schrijven.
Dirk Luijmes concerteerde met onder meer Cappella Amsterdam, het RIAS Kammerchor en het Nederlands Kamerkoor en nam deel aan bijzondere producties zoals de wereldpremière van de 1919-versie van Stravinsky’s Les noces in onder meer Paleis Noordeinde.
In 2010 verzorgde hij in Carnegie Hall in New York de Amerikaanse première van Martijn Paddings First Harmonium Concerto met Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw; voor zijn opname van dat werk ontving hij een Edison.
Dirk Luijmes nam diverse cd’s op, maakt radioprogramma’s en werkt als tekstschrijver voor onder andere Preludium en voor de serie Het Zondagochtend Concert.
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Eva-Maria Westbroek studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en onder haar docenten waren James McCray en Iris Adami Corradetti. Nog voor haar afstuderen, in 1994, debuteerde ze in Poulencs Dialogues des Carmélites op het Aldeburgh Festival. Van 2001 tot 2006 maakte de sopraan deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper Stuttgart, waar ze de titel Kammersängerin kreeg.
In 2006 debuteerde ze in de Verenigde Staten, met een optreden bij het Chicago Symphony Orchestra. Het debuut van Eva-Maria Westbroek bij De Nederlandse , in Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk met het Koninklijk Concertgebouworkest in juni 2006, werd op dvd uitgebracht, en haar titelrol werd door de VSCD uitgeroepen tot ‘meest indrukwekkende individuele prestatie’.
Eva-Maria Westbroek wordt uitgenodigd door van tal van grote huizen, waaronder het Londense Royal Opera House Covent Garden, La Scala in Milaan, de Bayerische Staatsoper in München, de Opéra National de Paris, de Wiener Staatsoper, de Deutsche Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Metropolitan Opera in New York. Ook trad ze op op de Bayreuther Festspiele en het festival van Aix-en-Provence.
De laatste keer dat Eva-Maria Westbroek in Het Concertgebouw te beluisteren was, was in juni 2019 in de Veertiende symfonie van Sjostakovitsj met Amsterdam Sinfonietta en bas Mikhail Petrenko.
Jeroen Bal, piano
Op 25 januari 2026 overleed Jeroen Bal op 52-jarige leeftijd.
Jeroen Bal was sinds januari 2019 in dienst van het Concertgebouworkest, als eerste pianist ooit in de geschiedenis van het orkest. Daarvoor remplaceerde hij al jarenlang op zeer regelmatige basis bij het Concertgebouworkest en diverse andere Nederlandse orkesten, en bij orkesten als het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij Stravinsky’s Petroesjka uitvoerde onder leiding van Pierre Boulez. Ook met het Concertgebouworkest speelde hij dit werk diverse malen.
Jeroen Bal vergezelde het orkest onder meer op tournees door Japan en de Verenigde Staten. Met orkestleden treedt hij veel op in kamermuziekverband. Zo nam hij in 2016 een cd op met Camerata RCO en vormt hij met violist Tjeerd Top en cellist Johan van Iersel het Vermeer . In december 2017 maakte Jeroen samen met solotrompettist Omar Tomasoni een tournee van een maand door Japan.
Jeroen Bal studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij was finalist op het Prinses Christina Concours, won de ‘Vriendenkrans’ van Het Concertgebouw en bereikte in 1996 de halve finale van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht.



