Close-up: Eerbetoon aan Pavel Haas (1899-1944)

Musici van het Koninklijk Concertgebouworkest:
Marc Daniel van Biemenviool (Alma Quartet)
Benjamin Peled viool (Alma Quartet)
Arndt Auhagen viool 
Jeroen Woudstra altviool
Edith van Moergastel altviool
Fred Edelen cello
m.m.v. Nitzan Laster cello (Alma Quartet)

Gideon Klein (1919-1945)

Strijktrio (1944)
Allegro 
Variaties op Moravische volksliederen
Molto vivace 

Viktor Ullmann (1898-1944)

Derde strijkkwartet, op. 46 (1943)  
Allegro moderato - Presto - 
   Largo - Allegro vivace e ritmico        

Hans Krása (1899-1944)

Dans (1944)
voor strijktrio      

pauze ± 21.00 uur 

Erwin Schulhoff (1894-1942)

Alla Valse Viennese
Alla Serenata
Alla Czeca
Alla Tarantella
uit ‘Fünf Stücke für Streich-quartett’ (1923) 

Hans Krása

Passacaglia en fuga (1944)
voor strijktrio

Pavel Haas (1899-1944)

Derde strijkkwartet, op. 15  (1937-38)
Allegro moderato
Lento ma non troppo e poco rubato
Thema con variazioni e fuga. Con moto

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Eerbetoon aan Pavel Haas

Door Carine Alders

In welgestelde kringen in Praag en Brno speelden kunst en cultuur een belangrijke rol in het leven van alledag aan het begin van de twintigste eeuw. Dankzij de nauwe banden met Wenen vermengden de nieuwe ideeën van Schönberg zich met de invloed van een Tsjechische held als Janáček. In Europa werd vol bewondering geluisterd naar Debussy en vonden jazzinvloeden hun weg naar de concertzaal.

In deze opwindende tijd werd een nieuwe generatie componisten volwassen. De carrière van leeftijdgenoten Pavel Haas, Viktor Ullmann en Hans Krása kwam net op stoom toen de nazi’s op 15 maart 1939 de jonge republiek binnenmarcheerden. De twintig jaar jongere Gideon Klein studeerde enkele maanden later cum laude af aan het conservatorium. 

Gideon Klein 1919-1945

Strijktrio

Gideon Klein leerde in het Moravische stadje Přerov vanaf zijn zesde pianospelen, net als zijn oudere zusje Eliška. Hij was nog geen twaalf jaar oud toen hij bij zijn zus in Praag introk om aan het conservatorium te studeren. Drie jaar later schreef hij zijn eerste compositie.

Kort nadat hij zich in 1939 inschreef als compositiestudent van de Tsjechische componist en muziekpedagoog Alois Hába maakte de bezetting korte metten met deze plannen. Ook een vertrek naar Londen om daar op uitnodiging aan de Royal Academy of Music te gaan studeren werd hem onmogelijk gemaakt. Eind januari 1940 kwam een eind aan zijn bijzonder korte carrière als pianist.

Noodgedwongen legde Klein zich toe op het componeren en het geven van klandestiene huisconcerten. Het huis van Eliška en Gideon werd een illegaal trefpunt voor kunstenaars en een schuilplaats voor verzetsmensen. Op 4 december 1941 werd Klein naar Theresienstadt gestuurd om het voormalige garnizoensstadje voor te bereiden op de komst van tienduizenden gevangenen.

In het concentratiekamp ontpopte Klein zich tot een van de belangrijkste aanjagers van het culturele leven. Hij componeerde voor de gevangen musici, er was dringend behoefte aan bladmuziek. Het Strijktrio van vanavond componeerde hij voor het Theresienstadt Kwartet, nadat de tweede violist op transport naar Auschwitz was gesteld. Klein verwerkte in het langzame deel een uit zijn geboortestreek Moravië.

Viktor Ullmann 1898-1944

Derde strijkkwartet

Viktor Ullmann is in zekere zin een buitenstaander in dit programma. Hij studeerde in Wenen, de geboortestad van zijn ouders. Ullmann componeerde van jongs af aan onder de meest ongunstige omstandigheden. Zelfs aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog componeerde hij meer dan twintig werken, terwijl hij zich verdiepte in de van Arnold Schönberg. Na zijn diensttijd nam hij deel aan de compositiecursus van Schönberg.

De componist zou altijd een grote invloed blijven, hoewel Ullmann diens twaalftoonsmuziek minder kon waarderen. In 1919 trok hij naar Praag om bij Alexander Zemlinsky directielessen te volgen. Hoewel hij geen woord Tsjechisch sprak – de reden dat hij nooit het Tsjechisch staatsburgerschap kreeg – beschouwde hij zichzelf als Duits-Boheems componist. In de jaren 1920 en 1930 was hij in Praag actief als promotor van nieuwe muziek en werden zijn werken regelmatig uitgevoerd. 

Toen Ullmann tien maanden na de eerste opbouwploegen in september 1942 in Theresienstadt aankwam, was het culturele leven goed georganiseerd. Meteen na aankomst ging hij verder met componeren.

Zijn Derde strijkkwartet schreef hij in januari 1943. Hij droeg het op aan Prof. Emil Utitz, die hem in de provisorische bibliotheek tussen de boeken een rustig plekje bood om te werken. Tussen de boeken zou Ullmann later ook zijn manuscripten verbergen, waardoor deze de oorlog overleefd hebben. Ook in dit strijkkwartet is de invloed van Schönberg merkbaar: de structuur van het werk (waarbij vier delen zonder onderbreking in elkaar overgaan) volgt de indeling van diens Kammersinfonie.

Hans Krása 1899-1944

Dans en Passacaglia en fuga

Hans Krása behoorde in alle opzichten tot een minderheid in Praag. Hij was een Duitstalige Tsjechische jood en kwam uit een welgesteld gezin. Op zijn tiende kreeg hij een Amati-viool voor zijn verjaardag. Op elfjarige leeftijd schreef hij zijn eerste orkestwerk en zijn vader regelde tijdens een vakantie in Salzburg dat het Kurorkest het jeugdwerk uitvoerde.

Tot 1942 woonde hij in een appartement in het grote ouderlijk huis. Zijn muziek werd regelmatig uitgevoerd en zijn Verlobung im Traum, naar een boek van Fjodor Dostojevski, kreeg in binnen- en buitenland goede kritieken. Krása hield van Mahler, Franse muziek en jazz.

Hij bediende zich van een neoklassieke stijl en deinsde ook niet terug voor populaire ­dansvormen als tango. In de zomer van 1944 componeert Krása twee werken voor strijktrio, enkele maanden voor zijn deportatie. Beide ’s zijn nauw aan elkaar verwant.

In de Passacaglia klinkt een steeds opnieuw afwisselend in de en de en vervolgens speelt de altviool het thema uit Dans, begeleidt door ’s in de viool. Er is geen bewijs – zoals een bewaard gebleven programma – en niemand kan zich herinneren of deze werken uitgevoerd zijn in het kamp, maar aantekeningen op de manuscripten doen vermoeden dat de muziek in ieder geval gespeeld is. 

Fünf Stücke für Streichquartett

Erwin Schulhoff was nog geen dertig toen hij zijn Fünf Stücke für Streichquartett schreef en toch had hij al een heel leven ­achter zich. Als wonderkind werd hij in Praag goedgekeurd door Dvořák, hij studeerde compositie in Leipzig en Keulen, in Parijs nam hij lessen bij Debussy, tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte hij aan het front in Hongarije en Italië gewond en in Berlijn organiseerde hij dadaïstische soirees.

In 1918 schreef hij in zijn dagboek: ‘Ik begin het eeuwige troosteloze bestaan van Ahasveros!’, verwijzend naar de legende van de Wandelende Jood. Als Tsjechisch staatsburger vestigde hij zich in de herfst van 1923 weer in Praag, moe om overal ongewenst vreemdeling te zijn. Twee maanden later schreef hij zijn Fünf Stücke. De muziek klinkt als een bladzijde uit het muzikale dagboek van die tijd.

De vorm van een ke danssuite getuigt van het populaire ­; Schulhoff droeg het werk op aan componist Darius Milhaud. Het eerste deel parodieert een Weense , na de licht absurdistische Alla Serenata klinkt in het Alla Czeca Tsjechische volksmuziek. Een tango komt voorbij in het vierde deel (vanavond niet gespeeld). De ritmisch virtuoze sluit af met een opwindende tarantella.

Pavel Haas 1899-1944

Derde strijkkwartet

Pianoles maakte deel uit van de opvoeding in het Tsjechisch-­joodse gezin Haas in Brno. Al snel bleek zoon Pavel uitzonderlijk getalenteerd. Nadat hij zijn dienstplicht in de Eerste Wereldoorlog vervuld had begon hij in 1919 een studie compositie in Brno aan het conservatorium en volgde hij lessen bij Leoš Janáček.

Zijn broer Hugo, een succesvol acteur in Praag, haalde hem vervolgens over om filmmuziek te componeren – een welkome inkomstenbron. Naast muziek voor verschillende films schreef Haas strijkkwartetten, eren, kamermuziek en een , Charlatan. In 1937 begint hij aan zijn Derde strijkkwartet. In het eerste deel maakt hij voor het hoofdthema gebruik van een uit Charlatan. Het werk vordert echter langzaam.

Terwijl zijn vrouw hoogzwanger is, wordt Haas in het ziekenhuis opgenomen met een maagzweer. Als hij in maart 1938 aan het tweede deel begint annexeert Duitsland Oostenrijk. Haas verwerkt nu verwijzingen naar het Wenceslas-, een Tsjechische uit de Middeleeuwen. Net voor de Tsjechische mobilisatie in mei is het tweede deel klaar, een klaagzang met scherpe en.

In deze angstige tijd zoekt Haas troost en afleiding in de Moravische volksmuziek en maakt hij bewerkingen voor de radio. Pas na een grote nationalistische manifestatie heeft hij weer voldoende vertrouwen in de toekomst om verder te werken aan zijn strijkkwartet. In het van het laatste deel is de invloed van de volksmuziek duidelijk hoorbaar en het kwartet sluit af met een hoopvol koraal. De oorlog verhinderde de geplande première in de Club van Moravische componisten. 

Haas werd begin december 1941 naar concentratiekamp Theresienstadt gestuurd. Na drie jaar doorcomponeren onder erbarmelijke omstandigheden werd hij – evenals zijn collega’s en kampgenoten Klein, Ullmann en Krása – op 16 oktober 1944 op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij een dag later overleed. Op 23 januari 1946 bracht het Moravisch Strijkkwartet Haas’ Derde strijkkwartet alsnog in première in Brno.  

Biografie

Alma Quartet, ensemble

Het Alma Quartet wordt gevormd door vier strijkers uit het Concertgebouworkest. Het werd opgericht in 2014 en stond met het debuutalbum Schulhoff Complete String Quartets meteen stevig op de kaart. Ook de recentere Korngold-albums (de strijkkwartetten plus het Pianokwintet met Severin von Eckardstein) worden nationaal en internationaal hoog aangeschreven, en opnames van Dutilleux en Glass verschenen exclusief op vinyl. 

Het Alma Quartet was te beluisteren in de Elbphilharmonie in Hamburg, Müpa in Boedapest, het Konzerthaus Berlin, de Tonhalle Düsseldorf en het Süreyya House in Istanboel en in concertzalen in Tianjin, Harbin en W­uhan, maar ook in clubs en theaters als het Jazz Cafe London, de Volksbühne en de Kulturbrauerei in Berlijn, Střecha Lucerny in Praag en het Bimhuis, Paradiso en de Melkweg in Amsterdam. Ook speelde het ensemble op de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam, Down The Rabbit Hole, het ADE, Shoeless, het Schumannfest Düsseldorf, het Pop-Kultur Festival Berlin en het Theater Spektakel Zürich.

Het Alma Quartet zwerkte samen met uiteenlopende artiesten als Jean-Yves Thibaudet, Lisa Batiashvili, Hauschka, Dauwd, Rembrandt Frerichs, New Cool Collective, singer-songwriter Nana Adjoa en technoproducer Henrik Schwarz.

Bij het vorige optreden in de , op 10 februari jongstleden, speelde het Alma Quartet samen met orkestcollega Santa Vižine op en Klaus Mäkelä op

Arndt Auhagen, viool

Arndt Auhagen maakt sinds 2000 deel uit van de tweede violengroep van het Concertgebouworkest. Op zesjarige leeftijd begon hij met vioolspelen; aan de Clara Schumann Musikschule in zijn geboortestad Düsseldorf kreeg hij les van Erika Daams.

Ook kreeg hij les van Alexi Burduli, een voormalige leerling van David Oistrach.

Vervolgens studeerde Arndt Auhagen viool bij Mark Lubotsky aan de Hochschule für Musik und Theater in Hamburg. Ook nam hij lessen bij Charles-André Linale, de toenmalige primarius van het Orpheus Kwartet. Masterclasses volgde hij bij onder anderen Yfrah Neaman, Felix Andrievski, Liane Issakadze, Emile Cantor en leden van het Amadeus Quartet en het Borodin Kwartet. 

De violist won prijzen op verschillende concoursen, zoals Jugend musiziert, de Hausmann Musikwettbewerb en de wedstrijd van de Elise-Meyer-Stiftung.  

Arndt Auhagen treedt regelmatig op als solist en kamermusicus in verschillende bezettingen. Zo was hij primarius van het Egmont Kwartet, dat bestond uit leden van het Concertgebouworkest

Edith van Moergastel, altviool

Edith van Moergastel studeerde bij Jürgen Kussmaul, Marjolein Dispa en Ervin Schiffer. Zij won diverse prijzen waaronder de eerste prijs van het Nationaal Concours van de stichting Jong Muziektalent, het Vriendenkrans Concours (met het Reinaert ensemble) en de Schot & Co Prize tijdens het Tertis Concours. Masterclasses volgde zij bij onder anderen Fiodor Drushinin, Yuri Bahsmet en Emile Cantor. 

Edith van Moergastel werkte mee aan cd-opnames van onder meer het Matangi Kwartet, Thies Roorda, Marianne Boer en Peter Masseurs.

Sinds 2000 is Edith van Moergastel lid van het Concertgebouworkest. Daarnaast is zij regelmatig in verschillende kamermuziekbezettingen te horen.

Fred Edelen, cello

De Amerikaanse cellist Fred Edelen groeide op tussen de platen van zijn vader, stapels muziek en een piano, die hij begon te bespelen toen hij zes was. Toen hij op tienjarige leeftijd een opname van Jacqueline du Pré hoorde koos hij echter resoluut voor de . Hij studeerde in Bloomington en met een Fulbright beurs in Den Haag, bij onder anderen Janos Starker, Gary Hoffman en Richte van der Meer.

Fred Edelen was drie jaar solocellist bij het San Antonio Symphony Orchestra en lid van het Houston Symphony Orchestra. Sinds augustus 2003 maakt Edelen als plaatsvervangend solocellist deel uit van het Concertgebouworkest.

Met zijn vrouw, klaveciniste Christina Edelen, vormt hij het Duo Edelen. Bij het Museum of Fine Arts in Houston initieerden ze een kamermuziekserie, waar ze nog regelmatig optreden. Fred Edelen musiceert ook met het Egmont Kwartet en het Concertgebouw Kamerorkest.

Fred Edelen heeft sinds 2005 een van J.B. Rogeri in bruikleen, in gezamenlijk eigendom van een particuliere musicus en de Foundation Concertgebouworkest.