Close Up: De zeven laatste woorden
Musici van het Concertgebouworkest:
Arndt Auhagen viool
Eke van Spiegel viool
Edith van Moergastel altviool
Boris Nedialkov cello
m.m.v. Florian de Backere spreker
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.
DE ZEVEN LAATSTE WOORDEN
Joseph Haydn (1732-1809)
Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze, Hob. XX: 1B (gepubl. 1787)
Introduzione: Maestoso ed Adagio
‘Pater, dimitte illis, non enim sciunt quid faciunt’
(Lucas 23:34)
Sonata I: Largo
‘Amen dico tibi: Hodie mecum eris in paradiso’
(Lucas 23:43)
Sonata II: Grave e cantabile
‘Mulier, ecce filius tuus ... Ecce mater tua’
(Johannes 19:26-27)
Sonata III: Grave
‘Deus meus, Deus meus, ut quid dereliquisti me?’
(Matteüs 27:46, Marcus 15:34)
Sonata IV: Largo
‘Sitio’
(Johannes 19:28)
Sonata V: Adagio
‘Consummatum est!’
(Johannes 19:30)
Sonata VI: Lento
‘Pater, in manus tuas commendo spiritum meum’
(Lucas 23:46)
Sonata VII: Largo
Il terremoto: Presto e con tutta la forza
er is geen pauze
einde ± 21.10 uur
Toelichting
Joseph Haydn (1732-1809)
De zeven laatste woorden
Door Dirk Luijmes
Halverwege de jaren tachtig van de achttiende eeuw was de ster van Joseph Haydn naar grote hoogten gestegen. De componist mocht dan ergens ver weg in Hongarije zitten, waar hij werkte aan het hof van de familie Eszterházy, zijn naam en faam waren wijd verspreid. In Engeland noemde men hem destijds bijvoorbeeld al de ‘Shakespeare van de muziek’, vanuit Parijs bestelde men symfonieën en ook in Spanje was zijn roem doorgedrongen. Toen een rijke geestelijke uit het Andalusische Cádiz op zoek ging naar een componist die de laatste woorden van Christus aan het kruis zou kunnen toonzetten, wist hij dan ook direct bij wie hij aan moest kloppen.
Haydn nam de opdracht aan en beschreef later onder welke omstandigheden de muziek in Cádiz zou worden uitgevoerd: ‘Het was in die tijd de gewoonte om een in de kathedraal uit te voeren tijdens de lijdenstijd, waarvan de werking door de volgende omstandigheden bijzonder werd onderstreept: muren, ramen en zuilen van de kerk werden helemaal met zwart bekleed. En slechts één lamp ergens in het midden bescheen de duisternis. ’s Middags werden alle deuren gesloten en begon de muziek. Na een passend preludium beklom de bisschop de kansel, sprak een van de zeven woorden en verklaarde die. Voor elk woord beklom de bisschop telkens weer de kansel en na elke uitleg speelde het orkest.’
Met een ‘kruiswoord’ wordt in het religieuze spraakgebruik overigens niet één woord bedoeld, maar een hele zinsnede; in de vier evangeliën van de Bijbel sprak Jezus hangend aan het kruis in totaal zeven verschillende zinnen. De geestelijke opdrachtgever verwachtte van Haydn dus een preludium en zeven verschillende bijdragen. Opvallend is dat het hierbij niet ging om vocale werken waarin de teksten van de kruiswoorden waren verwerkt, maar om puur instrumentale muziek. De componist brak zich aanvankelijk het hoofd over de opdracht: ‘Het probleem om zeven ’s te componeren met een gemiddelde duur van tien minuten, die op elkaar moesten volgen zonder daarbij de toehoorders te vermoeien, was geen gemakkelijke opgave.’ Toch wist hij de klus op een meesterlijke wijze te klaren. Met de introductie erbij schreef hij uiteindelijk acht langzame delen, en de cyclus is allesbehalve vermoeiend. Door elk stuk in een andere te zetten, af te wisselen tussen en , verschillende affecten te gebruiken en een gevarieerde tiek te hanteren – in de beginthema’s klinken de Latijnse woorden ongemerkt door – weet Haydn op geraffineerde wijze acht verschillende sobere, maar dramatische tableaus te schilderen. Later schreef hij aan zijn uitgever: ‘Elke , of elke tekst, wordt slechts uitgedrukt door de mogelijkheden van de instrumentale muziek, op zo’n manier, dat het, bij de niet voorbereide luisteraar, de diepste indruk in de ziel maakt.’
De Introduzione is majestueus en vol dynamische contrasten; de zachtmoedige Sonata 1 (‘Vader vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen’) bevat soms smartelijke . Sonata 2 (‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn’) kleurt van een tragisch begin in c klein naar een verblijd majeurgedeelte. Sonata 3 (‘Dat is uw zoon! Dat is je moeder!’) staat in E groot en bevat zowel rustige als meer angstige passages. Sonata 4 (‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’) staat als dramatisch hoogtepunt centraal in het werk en doet soms aan Pergolesi’s Stabat mater denken. Sonata 5 (‘Ik heb dorst!’) begint vrij lichtvoetig met ’s, maar halverwege slaat de vertwijfeling toe. Sonata 6 (‘Het is volbracht’) begint unisono met vijf tonen (zoals de Latijnse woorden ‘Consummatum est’ vijf lettergrepen tellen) waarna een bijna symfonisch deel volgt. Sonata 7 (‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest’) is de meest berustende; Haydn schrijft s voor en de muziek lijkt van de aarde los te komen. Na deze acht langzame delen laat de componist verrassend genoeg nog een kort volgen: Il terremoto, ‘De aardbeving’. Dit heftige slot – waarin Haydn verwijst naar de aardbeving die kwam nadat Jezus was gestorven – fungeert hier als uitlaatklep voor de intense spanning die de componist in de voorgaande delen wist op te bouwen.
In Cádiz klonk de oorspronkelijke orkestversie van Haydns zeven kruiswoorden voor het eerst op Goede Vrijdag 1787. De Spaanse opdrachtgever was zeer tevreden en bereidde voor de componist een niet alledaagse beloning: een chocoladecake met gouden munten erin. Al snel daarna werd het werk uitgegeven, tegelijk met de veel intiemere strijkkwartetversie die Haydn zelf verzorgde. Haydns instrumentale oratorium werd bijzonder populair en werd in 1793 ook al in Amerika uitgevoerd. In 1792 maakte de cantor van de Dom in Passau, Joseph Friebert, een versie voor solisten, koor en orkest. Haydn was daar niet erg tevreden over en schreef uiteindelijk in 1797 zelf een nieuwe koorversie. De bewerking voor piano solo werd niet door Haydn zelf gemaakt, maar naar verluidt wel goedgekeurd.
Biografie
Florian de Backere, Spreker
Florian de Backere is schrijver, acteur en musicus. Hij studeerde compositie bij Daan Manneke, volgde spellessen bij onder anderen Bart Kiene en deed lessen scenario-schrijven bij Willem Jan Otten.
Florian de Backere werkte als acteur en componist samen met theatermaker Ilay den Boer. Sinds 2015 werkt hij veelvuldig samen met diverse ensembles. Zo ontwikkelde hij met LUDWIG de theatrale concertprogramma’s Brainwave #01 en El amor brujo, met het Rosa Ensemble Akasha en The Fall of Chris Coubergh, en met Asko|Schönberg Salaam en Words & Music.
De stem van Florian de Backere is te horen in alle Duits- en Nederlandstalige audiotours van het ‘Grootste Museum van Nederland’, een grote hoeveelheid gebedshuizen door het hele land. In nauwe samenwerking met componist Floris van Bergeijk en het Rosa Ensemble bedacht, schreef en speelde hij het theaterhoorspel De Deense detective, dat op NPO Radio 1 te horen was en in 2019 bij de VPRO als podcast verscheen.
Arndt Auhagen, viool
Arndt Auhagen maakt sinds 2000 deel uit van de tweede violengroep van het Concertgebouworkest. Op zesjarige leeftijd begon hij met vioolspelen; aan de Clara Schumann Musikschule in zijn geboortestad Düsseldorf kreeg hij les van Erika Daams.
Ook kreeg hij les van Alexi Burduli, een voormalige leerling van David Oistrach.
Vervolgens studeerde Arndt Auhagen viool bij Mark Lubotsky aan de Hochschule für Musik und Theater in Hamburg. Ook nam hij lessen bij Charles-André Linale, de toenmalige primarius van het Orpheus Kwartet. Masterclasses volgde hij bij onder anderen Yfrah Neaman, Felix Andrievski, Liane Issakadze, Emile Cantor en leden van het Amadeus Quartet en het Borodin Kwartet.
De violist won prijzen op verschillende concoursen, zoals Jugend musiziert, de Hausmann Musikwettbewerb en de wedstrijd van de Elise-Meyer-Stiftung.
Arndt Auhagen treedt regelmatig op als solist en kamermusicus in verschillende bezettingen. Zo was hij primarius van het Egmont Kwartet, dat bestond uit leden van het Concertgebouworkest.
Eke van Spiegel, viool
Eke van Spiegel studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht bij Joyce Tan en vanaf 1997 aan het Conservatorium van Amsterdam bij Lex Korff de Gidts, waar zij in 2001 haar eerste fase examen behaalde. Bij Vesko Eschkenazy sloot zij in 2003 haar tweede fase af.
In 2000 studeerde Eke van Spiegel enige tijd met een Erasmusbeurs aan de Universität für Musik und Darstellende Kunst in Wenen bij Ernst Kovacic. Ze volgde masterclasses bij onder anderen Joseph Silverstein, Sylvia Rosenberg en Thomas Brandis.
Eke van Spiegel won prijzen bij het Prinses Christina Concours, het Charles Hennen concours en het kamermuziekconcours van het Aberdeen International Youth Festival.
Sinds 2006 is Eke van Spiegel tweede violiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarnaast speelt zij in kamermuziekensembles, waaronder Ensemble Lumaka, dat in 2009 in het kader van de concertserie Het Debuut in de grootste Nederlandse concertzalen speelde. Aansluitend ontving het ensemble de publieksprijs voor het beste debuterende ensemble. In hetzelfde jaar voltooide Eke van Spiegel aan de Universiteit van Amsterdam haar masterstudie Informatierecht.
Sinds 2008 heeft Eke van Spiegel een viool in bruikleen die de Foundation Concertgebouworkest in 2008 voor haar uit de nalatenschap van Oskar Back kocht. De viool wordt toegeschreven aan Nicolo Gagliano en is gebouwd in Napels in 1763.
Edith van Moergastel, altviool
Edith van Moergastel studeerde bij Jürgen Kussmaul, Marjolein Dispa en Ervin Schiffer. Zij won diverse prijzen waaronder de eerste prijs van het Nationaal Concours van de stichting Jong Muziektalent, het Vriendenkrans Concours (met het Reinaert ensemble) en de Schot & Co Prize tijdens het Tertis Concours. Masterclasses volgde zij bij onder anderen Fiodor Drushinin, Yuri Bahsmet en Emile Cantor.
Edith van Moergastel werkte mee aan cd-opnames van onder meer het Matangi Kwartet, Thies Roorda, Marianne Boer en Peter Masseurs.
Sinds 2000 is Edith van Moergastel lid van het Concertgebouworkest. Daarnaast is zij regelmatig in verschillende kamermuziekbezettingen te horen.



