Close-up: Cellisten van het Concertgebouworkest

Cellisten van het Koninklijk Concertgebouworkest: 

Gregor Horsch
Johan van Iersel
Fred Edelen
Benedikt Enzler
Chris van Balen
Joris van den Berg
Jérôme Fruchart
Christian Hacker
Maartje Maria den Herder
Clément Peigné
Honorine Schaeffer
Fabrizio Scilla (academist)

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)

Variaties voor toetsinstrument, 
SwWV 325, ‘Onder een linde groen’ 
(jaartal onbekend; bewerking voor 
twaalf cello’s door Fred Edelen)

Jean-Baptiste Barrière (1707-1747)

Tiende sonate voor twee cello’s 
in G gr.t. (ca. 1737-40)
Andante
Adagio
Allegro prestissimo

Kaija Saariaho (1952)

Neiges
uit ‘Fleurs de neiges’ (1998) 
voor twee cello’s

Luigi Boccherini (1743-1805)

Sonate voor twee cello’s in C gr.t., 
G17 (ca. 1770)
Allegro
Largo assai
Rondo allegro 

Jean Françaix (1912-1997)

delen uit ‘Scuola di celli’ (1960)
voor tien cello’s
Tranquillo
Larghetto
Vivo
Allegro moderato
Finale 

pauze ± 21.00 uur

Pau Casals i Defilló (Pablo Casals) (1876-1973)

El cant dels ocells (Song of the Birds) 
(ca. 1938) naar een Catalaans volkslied

David Popper (1843-1913)

Tempo di marcia, op. 16a (1876)
voor twee cello’s

Arvo Pärt (1935)

Fratres (1977; versie voor 
vier cello’s, 1982)

Wilhelm Fitzenhagen (1848-1890)

Concert-Walzer, op. 31a  
(jaartal onbekend)
voor vier cello’s

David Funck (1648-1699)

Delen uit Suite in D gr.t. 
uit ‘Stricturae Viola-di Gambicae’ (1677)
voor twaalf cello’s
Amener
Allemand
Courant
Bransle 
Ballo
Gigue 

einde ± 22.15 uur
 
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.

Toelichting

Interview Gregor Horsch & Johan van Iersel

Door Frederike Berntsen

Het gaat misschien wat ver om cellisten tot de gelukkigste musici te rekenen. Maar toch: ze bespelen het enige ­orkestinstrument dat het volledige register van de menselijke stem bestrijkt, ze zitten rechtop en soeverein achter hun , en nemen zowel de baslijn als de voor hun rekening.

Hoe boeiend moet het niet zijn om dit koninklijke instrument en zijn bespelers een heel programma alleen aan het woord te laten. Aanvoerder Gregor Horsch en Johan van Iersel, beiden cellisten van het Concertgebouworkest, laten hun licht schijnen over dit Close-up concert.

‘De changementen vormen de grootste uitdaging’

Horsch: ‘Het aardige van dit programma is dat het publiek kan kennismaken met de cellisten die normaal in een groep spelen. Je hoort ze nu individueel aan het werk, je kunt je iets voorstellen bij hun persoonlijke klank.

We beginnen met z’n allen, in muziek van Sweelinck, en eindigen met z’n allen, in een van Funck. De changementen vormen de grootste uitdaging, de wisselende bezettingen, iedereen soepeltjes op en af laten gaan…’

Van Iersel: ‘Iedere speler heeft een eigen verantwoordelijkheid, we hebben in de samenstelling van het programma bewust geprobeerd om geen enkele ­hiërarchie te laten gelden.’

Horsch: ‘De composities die we spelen zijn bijna allemaal geschreven door cellisten. Op die manier krijg je een mooi beeld van hun spel, waar ze goed in waren, waar ze van hielden.

David Popper was bijvoorbeeld een ware , een rondreizende solist, de Paganini van de cello. Hij bewoog zich met het grootste gemak van boven naar beneden op het instrument, was in alle en thuis en bedacht slimme systemen voor de vingerzetting.

 ‘De composities die we spelen zijn bijna allemaal geschreven door cellisten’

Popper schreef vele s en methodieken. Zijn muziek is zeer veeleisend, maar perfect geschreven voor het instrument. Alles is speelbaar, en ligt goed voor de linkerhand. Als je de berichtgeving van toen over zijn spel leest: mensen waren weg van zijn toon.

Wilhelm Fitzenhagen was de cellist voor wie Tsjaikovski zijn Rococovariaties schreef. Dat hoor je terug in de cellopartij van Fitzenhagens Concert-Walzer, enorm uitdagend.’

Van Iersel: ‘De speltechniek op de cello is steeds briljanter geworden de afgelopen eeuwen, spelers zijn handiger geworden, maar de basis is nog steeds dezelfde. Al in de tijd werd de duimpositie ontwikkeld. Iets later kwam de pin onder het instrument, die gaf meer stabiliteit tijdens het spelen. Met een cellopunt kun je een krachtiger toon bewerkstelligen, het gewicht van arm en stok is gemakkelijker te gebruiken.’

Horsch: ‘De hedendaagse componisten die we spelen, Kaija Saariaho en Arvo Pärt, zijn vooral op zoek gegaan naar klankeffecten. Ze maken beiden – Pärt in Fratres en Saariaho in Fleurs de neige – veelvuldig gebruik van ten: kunstmatige tonen die je bereikt door de snaar licht aan te raken, een soort fluittonen.

Pärts taal klinkt eenvoudig, maar hij heeft alles zeer knap berekend. Hij maakt gebruik van mathematische principes, spiegelingen in de en, maar je merkt er niets van. Fratres is een heel zacht stuk, met een bijna meditatieve werking, echt bijzonder.

Saariaho, die zich veelal door de natuur laat inspireren, schrijft schitterend voor de , het is een van haar lievelingsinstrumenten. Ze kent het door en door, ook vanwege haar samenwerking met de cellist Anssi Karttunen.

Het zijn vaak de cellisten die bij elkaar kruipen, na een concert of op tournee, om samen nog even iets te spelen. Er bestaat veel werk voor cello-ensemble. De sonoriteit van een cello-ensemble is bijzonder, maar omdat het om een indringende klank gaat, moet je afwisseling aanbrengen als je een heel programma m het instrument bouwt, zoals nu.

‘Wat die violisten kunnen, kunnen wij ook’

De cello heeft een enorm variatievermogen in het register. In de hoogte klinkt hij als een viool, en als je laag speelt, mis je de contrabassen niet. Dat is uniek. Daarom is het instrument zo geliefd bij componisten.’

Van Iersel: ‘En het is heerlijk dat we repertoire kunnen spelen dat meer dan vier eeuwen omspant.’

Horsch: ‘De cello werd oorspronkelijk ingezet als basinstrument. Componist-­cellisten uit de als Luigi Boccherini en Jean-Baptiste Barrière hebben de cello geëmancipeerd, die was toen nog helemaal niet oud – je had de gambafamilie, en de cello heeft zich uit de contrabas ontwikkeld.

Zij dachten: wat die violisten kunnen, kunnen wij ook. Die ontwikkeling is in verschillende landen te zien. Als je naar het cellowerk van Boccherini luistert hoor je veel noten in het hoge register, zeer .’

Van Iersel: ‘Vele instrumenten uit de Barok waren groter dan er nu zijn overgeleverd, ze zijn bijna allemaal verkleind. In het achterblad van mijn cello zaten vroeger twee gaatjes waar een koord doorheen ging, op die manier kon je de cello lopend of staand bespelen. Het instrument werd meegedragen in processies en dergelijke.’

Horsch: ‘Op het programma staat veel dansmuziek, bekende en onbekende. Van iemand als David Funck weten we weinig, behalve dat hij een gambaspeler was. Zijn in D groot uit Stricturae Viola-di Gambicae is een verzameling dansdelen.

De suite vormt een mooie combinatie met Sweelincks Variaties voor toetsinstrument op ‘Onder een linde groen’, het openingswerk: beide stukken lijken in sfeer op elkaar, dansante barokmuziek.

Niet voor niets staat Françaix na Bocche­rini op het programma, hij gebruikt ’s van Boccherini in zijn eigen werk. Je hoort in Scuola di celli een reeks dansen.’

Van Iersel: ‘El cant dels ocells van Pablo Casals is bepaald geen dansmuziek, maar wel erg mooi. Je hoort verlangen naar een thuis, de weerslag van een bewogen leven: Casals’ strijd tegen het Spaanse regime, zijn vertrek uit Catalonië. Dit is geen moeilijk of virtuoos stuk, het gaat om het treffen van de juiste sfeer.’

Horsch: ‘Tijdens dit concert leert niet alleen de luisteraar de cellogroep van het Concertgebouworkest kennen, maar komen ook wij, de cellisten, muzikaal weer meer van elkaar te weten. We kennen elkaars toon, elkaars klank vanuit het orkest, maar ensemble­muziek spelen is toch iets anders.’

Biografie

Gregor Horsch, cello

Gregor Horsch werd geboren in Duitsland en opgeleid aan de Musikhochschule van Freiburg bij Christoph Henkel en later aan het Royal Northern College of Music in Manchester bij Ralph Kirshbaum. Sinds hij in 1989 cum laude afstudeerde in Manchester woont Gregor Horsch in Nederland. Na een aantal jaren de groep van het Residentie Orkest in Den Haag aangevoerd te hebben werd hij in 1997 benoemd tot eerste solocellist van het Concertgebouworkest.

Als winnaar van de Pierre Fournier Award in London (1988) gaf hij talrijke s in Engeland en maakte hij verschillende radio-opnamen voor de BBC. Zo speelde hij in de Londense Wigmore Hall en trad hij op tijdens het eerste Internationale Festival in Manchester en tijdens het Schubert-Britten Festival in de Queen Elizabeth Hall. Gregor Horsch won prijzen bij de Scheveningen International Music Competition (1989) en het Concours Gaspar Cassado in Florence (1990).

Gregor bespeelt sinds 2010 een cello gebouwd door Giovanni Battista Rogeri, voorheen bespeeld door en eigendom van solocellist Jean Decroos. Deze cello werd door de Foundation Concertgebouworkest aangekocht en aan Gregor in bruikleen gegeven.

Johan van Iersel, cello

Cellist Johan van Iersel studeerde bij Elias Arizcuren aan het Utrechts Conservatorium, waar hij in 1995 met onderscheiding afstudeerde. Na zijn vervolgstudie bij Philippe Müller aan het Parijse Conservatoire National Supérieur de Musique volgde hij masterclasses bij Siegfried Palm, Mstislav Rostropovich en Heinrich Schiff. Sinds september 1997 is hij plaatsvervangend solocellist bij het Concertgebouworkest.

John van Iersel won prijzen op het Prinses Christina Concours (1990), het Postbank Sweelinck Concours (1992) en het concours van de Stichting Jong Muziektalent Nederland (1991). Samen met pianist Jeroen Bal ontving hij in 1992 de Zilveren Vriendenkrans van de Vereniging Vrienden van het Concertgebouworkest.

Met Jeroen Bal en plaatsvervangend concertmeester Tjeerd Top vormt hij het Vermeer . Van Iersel speelde ook in het Escher Trio en is lid van het Blaeu Strijkkwartet, dat in binnen- en buitenland optreedt. Hij soleert regelmatig bij onder andere bij het Concertgebouworkest, het voormalige Radio Kamerorkest en het Residentie Orkest.

Johan van Iersel bespeelt sinds 2005 een F. Ruggieri (Cremona, 1687), voorheen eigendom van zijn celloleraar. Deze cello werd door de Foundation Concertgebouworkest en een aantal particulieren samen aangekocht en aan Van Iersel in bruikleen verstrekt.

Fred Edelen, cello

De Amerikaanse cellist Fred Edelen groeide op tussen de platen van zijn vader, stapels muziek en een piano, die hij begon te bespelen toen hij zes was. Toen hij op tienjarige leeftijd een opname van Jacqueline du Pré hoorde koos hij echter resoluut voor de . Hij studeerde in Bloomington en met een Fulbright beurs in Den Haag, bij onder anderen Janos Starker, Gary Hoffman en Richte van der Meer.

Fred Edelen was drie jaar solocellist bij het San Antonio Symphony Orchestra en lid van het Houston Symphony Orchestra. Sinds augustus 2003 maakt Edelen als plaatsvervangend solocellist deel uit van het Concertgebouworkest.

Met zijn vrouw, klaveciniste Christina Edelen, vormt hij het Duo Edelen. Bij het Museum of Fine Arts in Houston initieerden ze een kamermuziekserie, waar ze nog regelmatig optreden. Fred Edelen musiceert ook met het Egmont Kwartet en het Concertgebouw Kamerorkest.

Fred Edelen heeft sinds 2005 een van J.B. Rogeri in bruikleen, in gezamenlijk eigendom van een particuliere musicus en de Foundation Concertgebouworkest.

Benedikt Enzler, cello

De Duitse cellist Benedikt Enzler studeerde bij Anja Lechner en vervolgde zijn opleiding met een masterstudie en kamermuziek bij Helmar Stiehler en Christoph Poppen aan de Münchner Hochschule für Musik und Theater. Masterclasses volgde hij bij Martin Ostertag, Wolfgang Boettcher, Philippe Muller en Hatto Beyerle.

Orkestervaring deed hij op bij het Schleswig Holstein Musik Festival Orchester, de Bayerische Kammerphilharmonie en als deelnemer aan de orkestacademie van de Münchner Philharmoniker.

Benedikt Enzler speelde regelmatig met de Münchner Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. In 2007 werd hij aangenomen bij het Concertgebouworkest, waar hij sinds 2008 de functie van plaatsvervangend solocellist vervult.

Naast zijn werk bij het orkest geeft Benedikt Enzler regelmatig solorecitals en treedt hij als actief kamermusicus met diverse ensembles op in heel Europa, Azië en Amerika. Ook werkte hij mee aan een groot aantal kamermuziekopnamen voor cd en radio.

Chris van Balen, cello

Chris van Balen begon met les op vijftienjarige leeftijd en studeerde aan de conservatoria in Utrecht en Amsterdam bij Lenian Benjamins, Jean Decroos en Melissa Phelps. Masterclasses volgde hij bij onder anderen ­Mstislav Rostropovitsj, Daniël Shafran, Bernard Greenhouse, Wolfgang Böttcher, Tsuyoshi Tsutsumi, Colin Carr, Ivan Monighetti, Anner Bijlsma, William Pleeth, Steven Isserlis, Marti Roussi en Dmitri Ferschtman.

Zijn aanstelling bij het Concertgebouworkest in 1998 op 25-jarige leeftijd betrof zijn eerste auditie. In datzelfde jaar won hij de eerste prijs van het Postbank Sweelinck Concours, de voorganger van het tegenwoordige Biënnale Concours. Chris van Balen was als solist te horen in de celloconcerten van o.a. Schumann, Dvořák, Haydn, Boccherini, Tsjaikovski, Elgar, Saint-Saëns en Sjostakovitsj. Ook speelt hij kamermuziek in verschillende formaties, zoals het Concertgebouw Kamerorkest en Camerata Concertgebouworkest.

Tijdens en na tournees met het Concertgebouworkest speelde hij solorecitals en kamermuziek in Japan, de Verenigde Staten en diverse landen in Zuid-Amerika en Europa. Op dit moment bespeelt Chris van Balen de Miremont cello uit de collectie van Concertgebouworkest Foundation die voorheen werd bespeeld door - inmiddels gepensioneerd - solocellist Godfried Hoogeveen.

Joris van den Berg, cello

De Nederlandse cellist Joris van den Berg trad op 1 oktober 2017 toe tot de groep van het Concertgebouworkest. Hij studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Quirine Viersen en Godfried Hoogeveen, aan het Royal Northern College of Music in Manchester bij Ralph Kirshbaum en Gary Hoffman en aan de Keulse Hochschule für Musik und Tanz bij Frans Helmerson.

Na het winnen van de Nationale Cello Competitie in 2006 debuteerde hij in Het Concertgebouw met Amsterdam Sinfonietta onder leiding van David Geringas. Samen met zijn vaste pianist Martijn Willers was hij prijswinnaar tijdens de Johannes Brahms Wettbewerb 2008 in Oostenrijk.

Het duo bracht in 2013 een cd uit, Dialogo, met werken van Prokofjev, Lutoslawski en Britten. In 2014 won Joris van den Berg de Dutch Classical Talent Award. Joris van den Berg werkte samen met musici als Liza Ferschtman, Philippe Graffin en Daniel Hope en soleerde met onder andere het Residentie Orkest, Manchester Camerata en het van Vlaanderen.

Hij speelt op een uit 1703, gebouwd door Giovanni Grancino, met een stok van N.L. Tourte 'L’Ainé', beide aan hem ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

Jérôme Fruchart, cello

Cellist Jérôme Fruchart begon zijn studie aan het Conservatoire National de Région de Paris bij Marcel Bardon. Van 1999 tot 2003 studeerde hij bij Jean-Marie Gamard en Jean Mouillère aan het Conservatoire Supérieur de Musique et de Danse in Parijs.

Tijdens zijn studie in Parijs nam hij in 2002 deel aan een uitwisseling in het kader van het Erasmus-programma waardoor hij lessen kon volgen bij Valentin Erben aan de Universität für Musik und Darstellende Kunst in Wenen. In 2004 vervolgde hij zijn opleiding bij Arto Noras aan de Sibeliusacademie in Helsinki.

Jérôme Fruchart maakte deel uit van het kamerorkest Les Dissonances en speelde in het seizoen 2007/2008 bij het Sinfonieorchester Basel. Van 2008 tot 2010 was hij tutti-cellist van het Opéra National de Paris. Sinds 2010 maakt de Fransman deel uit van de groep van het Concertgebouworkest. Hij remplaceerde regelmatig bij het Chamber Orchestra of Europe.

In 2012 werd voor Jérôme Fruchart een cello van Jean-Baptiste Vuillaume uit 1866 aangekocht door de Foundation Concertgebouworkest en aan hem in bruikleen verstrekt.

Christian Hacker, cello

De Duitse cellist Christian Hacker studeerde aan het conservatorium in Essen bij Christoph Richter en aan de Juilliard School of Music in New York bij David Soyer, de legendarische cellist van het Guarneri Kwartet. Orkestervaring deed hij op bij het Gustav Mahler Jugendorchester en de Duisburger Philharmoniker.

Christian Hacker is sinds augustus 2006 cellist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarnaast is hij regelmatig met collega' s te beluisteren in kamermuziek.

In 2015 kon de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest tijdens een veiling de hand leggen op een van Gaetano Sgarabotto (Milaan, 1910) voor Christian Hacker.

Maartje-Maria den Herder, cello

Maartje-Maria den Herder is celliste bij het Concertgebouworkest sinds september 2014.

Ze studeerde ze aan het Utrechts Conservatorium bij Elias Arizcuren en haar broer Jeroen den Herder, en aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze in juni 2007 cum laude afstudeerde bij Dmitri Ferschtman. Masterclasses volgde ze bij o.a. Natalia Gutman, Ivan Monighetti, Heinrich Schiff en Janos Starker.

In het seizoen 2005/2006 nam ze deel aan de Academie van het Concertgebouworkest. Maartje-Maria de Herder won prijzen op het Prinses Christina Concours, het concours van de Stichting Jong Muziektalent Nederland en Centraal. In 2006 won ze op het eerste Nationaal Celloconcours de tweede prijs, de publieksprijs én de prijs voor de beste vertolking van het verplichte werk.

Als soliste trad Maartje-Maria den Herder op met het Radio Symfonie Orkest, Amsterdam Sinfonietta en (in 2010) met het Residentie Orkest in de wereldpremière van het Dubbelconcert van Philip Glass.

Honorine Schaeffer, cello

Honorine Schaeffer, geboren in een kunstenaarsfamilie, begon op zesjarige leeftijd haar studie aan het conservatorium van haar geboortestad Avignon. Na haar studie bij Cyrille Tricoire aan het Conservatoire de Montpellier begon ze haar opleiding aan het Conservatoire National Supérieur in Parijs, waar ze studeerde bij Michel Strauss en Marc Coppey. Ze rondde haar masterstudie af met de hoogste onderscheiding. In 2007 won ze de prijs voor jong talent van de Carl Flesch Akademie, in 2012 de eerste prijs tijdens de Lions European Musical Competition.

Schaeffer continueerde haar studie in 2013 bij Leonid Gorokhov aan de Hochschule für Musik in Hannover, waar ze in 2019 afstudeerde met een solistendiploma op het hoogste niveau.

De celliste, die altijd al veel interesse in symfonische muziek had, nam deel aan de Académie de l'Orchestre de Paris (2008) en de Académie de l'Orchestre Philharmonique de Radio France (2009). In het seizoen 2012/2-13 nam ze deel aan de Academie van het Concertgebouworkest, en het seizoen daarop aan de Karajan Akademie van de Berliner Philharmoniker. Op 22-jarige leeftijd werd ze aangenomen bij het Concertgebouworkest, waar ze sinds augustus 2014 deel uitmaakt van de groep .

Datzelfde jaar vormde ze met drie orkestcollega’s het GoYa Quartet. In 2015 won het kwartet de Prix de Salon, de jaarlijks door de businessclub van het orkest aan een orkestlid toegekende prijs. Met het GoYa Quartet dan wel als soliste musiceerde Schaeffer op prestigieuze muziekpodia in Nederland, België, Frankrijk en de Baltische staten.

Honorine Schaeffer bespeelt een cello gebouwd in 1866 door Bernardel Père; haar strijkstok is vervaardigd is door haar vader, Christophe Schaeffer.

Clément Peigné, cello

Clément Peigné begon zijn studie aan het conservatorium van Tours en zette deze voort bij Xavier Gagnepain en Hortense Cartier-Bresson aan het conservatorium van Boulogne-Billancourt, waar hij prijzen won voor cello en kamermuziek. Met een beurs van de Indiana University Bloomington kon hij lessen volgen bij Janos Starker.

Vervolgens studeerde hij bij Marc Coppey aan het Conservatoire National de Musique et de Danse in Parijs, waar hij in juni 2017 zijn mastertitel behaalde. Bij het European Union Youth Orchestra deed hij orkestervaring op. Ook studeerde hij bij Nicolas Altstaedt aan de Hochschule für Musik und Tanz in Keulen.

In het seizoen 2017/2018 nam hij deel aan de Academie van het Concertgebouworkest.

Tijdens de Lucerne Festival Academy 2014 werkte Clément Peigné onder leiding van Matthias Pintscher met componisten als Heinz Holliger, Krzysztof Penderecki en Gérard Pesson. Hij bekwaamde zich verder in het hedendaagse repertoire tijdens workshops bij de Diplômes d'Artistes Interprètes en concerten met Ensemble intercontemporain. In 2015 richtte hij met Eun-Joo Lee en Vladimir Prcevic het Sacher op, dat zich richt op muziek van de twintigste en eenentwintigste eeuw en veel samenwerkt met jonge componisten.

Clément maakt sinds januari 2019 deel uit van de groep van het Concertgebouworkest.

Fabrizio Scilla, cello

De Italiaanse cellist speelde hij bij het Chamber Orchestra of the Accademia Musicale dell'Annunciata (Abbiategrasso), LaFil (Milaan), het Milano Chamber Orchestra, Orchestra Antonio Vivaldi (Como), Camerata Ducale en de ­Philarmonie Salzburg onder leiding van en als Daniele Gatti en Gianandrea Noseda. In 2019 kreeg hij een tijdelijke aanstelling bij het Mozarteum Orchester in Salzburg.

Fabrizio Scilla won de Francesco Geminiani-prijs en was prijswinnaar op bijvoorbeeld het concours van Giussano en de international concoursen van Stresa en Treviso. In 2014 werd hem de Micheli-beurs voor jonge musici toegekend, het jaar daarop werd hij benoemd tot beste student van het conservatorium in Milaan, en in 2018 won hij de derde prijs tijdens het internationale concours Enrico Mainardi in Salzburg.

Dit seizoen neemt Fabrizio Scilla deel aan de Academie van het Concertgebouworkest.