Close-up: Bachs Die Kunst der Fuge
Musici en academisten van het Concertgebouworkest:
Maria Victoria Muñoz Zaragozá hobo (Academie 2022/2023)
Gustavo Núñez fagot
Justin Cherry fagot (Academie 2023/2024)
Nienke van Rijn viool
Caspar Horsch viool
Roland Krämer altviool
Maartje-Maria den Herder cello
Georgina Poad contrabas
m.m.v. Juan Esteban Mendoza Bisogni hobo
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.
Lees de biografieën van de orkestleden en academisten op concertgebouworkest.nl of in het gratis programmaboekje dat aan de zaal wordt verstrekt.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Die Kunst der Fuge, BWV 1080 (ca. 1740-50)
in de bewerking voor strijkkwintet, 2 hobo’s en 2 fagotten door Rob Visser en Henk Knöps (1985)
Contrapunctus I (1)
Contrapunctus II (3)
Contrapunctus III (2)
Contrapunctus IV (4)
Canon alla ottava (15)
Contrapunctus V (5)
Contrapunctus VI (6), in stylo francese
Contrapunctus VII (7), per augmentationem et diminutionem
Canon alla decima, in contrapunto alla terza (16)
Contrapunctus VIII (12) ‘rectus’
Contrapunctus VIII (12) ‘inversus’
Contrapunctus IX (13) ‘rectus’
Contrapunctus IX (13) ‘inversus’
pauze ± 21.00 uur
Contrapunctus X (9)
Contrapunctus XI (10)
Canon alla duodecima, in contrapunto alla quinta (17)
Contrapunctus XII (8)
Contrapunctus XIII (11)
Canon per augmentationem in contrario motu (14)
Contrapunctus XIV (18)
Koraal ‘Vor deinen Thron tret’ ich hiermit’
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Bach: Die Kunst der Fuge
Door Frits Vliegenthart
Raadsels
Johann Sebastian Bachs Die Kunst der Fuge is omgeven door raadsels. Deze verzameling van ’s – Contrapunctus 1 tot en met 14 – en vier s werd zijn zwanenzang. De stukken zijn niet alleen uiterst kunstig, maar ook rijk aan expressie. Zo toonde Bach de nieuwe generatie componisten van de lichtere, galante stijl wat er met ‘ouderwetse’ allemaal mogelijk was. Bach hechtte veel belang aan de publicatie ervan en stuurde het nog niet complete manuscript alvast naar de drukker. Maar complicaties na een oogoperatie maakten de componist blind en vervolgens kwam hij voortijdig te overlijden.
Onvoltooid
De slotfuga is fragmentarisch overgeleverd. Zoon Carl Philipp Emanuel tekende in het handschrift aan: ‘Über dieser Fuge, wo der Nahme BACH im Contrasubject angebracht worden, ist der Verfasser gestorben.’ Sommige auteurs betogen met getallensymboliek – op zich boeiend en vaak van toepassing op Bachs werken – dat Bach bewust was gestopt na een zeker aantal maten en noten omdat hij langs kabbalistische weg zijn eigen sterfdatum had berekend! Mooi verhaal, maar psychologisch klopt het niet bij iemand die zo doelbewust te werk ging; Bach had nog één koperen printplaat gereserveerd voor de voltooiing van deze quadrupelfuga (wat neerkomt op circa 32 maten). Het is zeer aannemelijk dat een combinatie van de vier ’s in ‘rectus’ (reguliere vorm) en ‘inversus’ (omkering: de op z’n kop gezet) het einde van de laatste fuga en de bekroning van het hele werk zou hebben betekend. Volgens Bach-expert Christoph Wolff is er een door Bach zelf nog voltooide versie zoekgeraakt – we zullen het waarschijnlijk nooit weten. Ter compensatie werd in de postume druk de Vor deinen Thron tret’ ich hiermit opgenomen – misschien op wens van de componist, in ieder geval passend in diens diepgelovige geest.
Bezetting
Een tweede mysterie is de bezetting, als we de optie van een puur theoretische bestemming als leergang buiten beschouwing laten. Een gevarieerde combinatie van strijkers en blazers is zeer effectief gebleken. In het concert van vandaag baseren de musici zich op de uitvoeringen door de Amsterdamse Bach Solisten – een ensemble dat grotendeels bestond uit leden van het Concertgebouworkest en actief was van 1984 tot 2002; in het Bach-jaar 1985 presenteerden zij Die Kunst der Fuge in een bewerking van hoboïst Rob Visser met medewerking van hoboïst Henk Knöps.
Volgorde
De derde kwestie is de juiste volgorde van de delen in een integrale uitvoering. Een rangschikking naar categorie is artistiek niet het meest bevredigend. Natuurlijk wordt Bach nooit saai, maar Die Kunst der Fuge is gebaat met een afwisseling van ritmiek, en van ’s met het in oerversie (‘rectus’) en in omkering (‘inversus’). Na uitgebreide studie kwamen de Amsterdamse Bach Solisten destijds tot de opzet die ook vanavond te horen is. De Romeinse cijfers zijn die in de ABS-versie, de Arabische cijfers tussen haakjes volgen de nummering van de Bärenreiter-editie.
Analyse
Het eenvoudige thema in d klein levert een sterk fundament voor machtige contrapuntische constructies. De cyclus begint met een groep van vier fuga’s; in de Bärenreiter-nummers (1) en (2) heeft het thema zijn oorspronkelijke gedaante, in (3) en (4) verschijnt het in de omkering, met in (3) toevoegingen.
De fuga’s (5) tot en met (7) maken gebruik van het gevarieerde thema in omkering [stijgende len worden dalend, dalende worden stijgend]. Ze onderscheiden zich bovendien doordat de stemmen elkaar als het ware in de rede vallen, voordat het hele thema is gespeeld (‘stretto’). Nummer (6), ‘in stylo francese’, ontleent zijn gepuncteerde ritmiek aan de statige Franse ouverture. Bij (7) staat vermeld ‘per augmentationem et diminutionem’, wat wil zeggen dat Bach de notenwaarden van het thema respectievelijk vergrootte en verkleinde.
Had hij zich tot zover beperkt tot het uitwerken van het hoofdthema, in de fuga’s (8) tot en met (11) voert Bach neventhema’s in, die hij met een variant van het hoofdthema combineert. In deze groep zijn de nummers (9) en (10) dubbelfuga’s met één neventhema, de nummers (8) en (11) tripelfuga’s met twee neventhema’s.
Mogelijk was Bach vanaf dit punt niet meer in staat de ordening zelf aan te geven, want vanaf (12) wordt het minder overzichtelijk. Er volgen vier tweestemmige s, gebaseerd op variaties van het hoofdthema: in het (15), in vergroting en in tegenbeweging (14), in het decime met contrapunt in de terts (16) en in het duodecime met contrapunt in de (17). Spectaculair zijn de paren spiegelfuga’s (12) en (13), waarbinnen wordt gespeeld met de stemmen in hun oorspronkelijke gedaante (‘rectus’) en in hun omkering (‘inversus’).
In de imposante, onvoltooide quadrupelfuga (18) duiken drie nieuwe thema’s op, waaronder het fameuze BACH-thema – naar de Duitse namen voor de noten bes-a-c-b – als schitterende muzikale handtekening. Het snijdt de luisteraar door de ziel wanneer Contrapunctus XIV abrupt ophoudt.
