Close Up: Artist in residence Tabea Zimmermann

Tabea Zimmermann altviool

musici van het Concertgebouworkest:
Alexei Ogrintchouk hobo
Olivier Patey klarinet
Liviu Prunaru viool
Jelena Ristic viool
Santa Vižine altviool
Gregor Horsch cello
Benedikt Enzler cello
Jeroen Bal piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.

De biografieën van de musici van het Concertgebouworkest vindt u op www.concertgebouworkest.nl.

August Klughardt (1847-1902)

Schilflieder, op. 28 (1872)
voor hobo, altviool en piano
Langsam, träumerisch
Leidenschaftlich erregt
Zart, in ruhiger Bewegung
Feurig
Sehr ruhig

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Klarinettrio in Es gr.t., KV 498 (1786)
‘Kegelstatt Trio’
voor klarinet, altviool en piano
Andante
Menuetto - Trio
Rondeaux: Allegretto

pauze ± 21.00 uur

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste strijksextet in Bes gr.t., op. 18 (1860)
Allegro ma non troppo
Andante ma moderato
Scherzo: Allegro molto
Rondo: Poco allegretto e grazioso

einde ± 22.15 uur

Toelichting

August Klughardt 1847-1902

Klughardt: Schilflieder

Door Martijn Voorvelt

De negentiende-eeuwse componist August Klughardt was een man van de praktijk, blijkens een van zijn bekendste werken, Schilflieder voor hobo, en piano. Voor deze vijf e landschapsschilderingen gebaseerd op de gelijknamige gedichtencyclus uit 1832 van Nikolaus von Lenau schreef Klughardt een hobopartij die ook door een violist gespeeld kon worden. Zo kon het werk door veel meer ensembles op het repertoire worden genomen dan alleen ’s met hobo. Toch is het werk als het ware aan de hobo blijven hangen. Het instrument kan hierin namelijk heel veel verschillende kanten van zijn karakter tonen, van verstild en myste­rieus tot woest en stormachtig.

Behalve de Schilflieder en een handvol andere stukken wordt Klughardts muziek zelden gehoord. Dat heeft mogelijk te maken met ’s mans reputatie als en kapelmeester van het theater van Dessau. In die hoedanigheid heeft hij bijna alle ’s van
Richard Wagner voor het voetlicht gebracht. Hij heeft dan ook het stempel gehouden van een Wagner-­epigoon.

  • August Klughardt

Zijn composities zijn echter allesbehalve geënt op Wagner. In de Schilflieder ontwaren we eerder Franz Liszt (aan wie het werk is opgedragen) en Robert Schumann als ­voorbeelden. Daarnaast had Klughardt een heel eigen uze stijl, die het best tot zijn recht komt in de langzame, gedragen hoekdelen.

Lenaus cyclus omvat vijf gedichten, die ieder een deeltje van de muziek inspireerden. Het eerste is langzaam en dromerig en verklankt de zonsondergang. Na een gepassioneerd, stormachtig tweede deel volgt een bedachtzaam middendeel, een vurig vierde deel geïnspireerd door een zomerse storm en een kalm en vredig slotdeel.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Klarinettrio

Door Clemens Romijn

‘Komende woensdag zal ik hier mijn Figaro zien en horen, als ik voor die tijd ten minste niet doof en blind word, maar misschien word ik het pas na de . Uw juffrouw-zuster, Signora Dinimininimi, kus ik honderdduizend maal de hand met het verzoek op haar nieuwe fortepiano goed vlijtig te zijn – maar deze vermaning is onnodig, want ik moet bekennen dat ik nog nooit een leerling heb gehad die zo vlijtig is en zoveel inzet getoond heeft als zij, en ik verheug me werkelijk haar met mijn geringe vaardigheid verder te onderrichten.’

Dat schreef Wolfgang Amadeus Mozart in 1787 vanuit Praag aan zijn goede vriend Gottfried von Jacquin. Zijn zus, de in de brief genoemde Signora Dinimininimi – zo genoemd door Mozart vanwege haar vingervlugheid (de bijnaam was vermoedelijk afgeleid van het woord ‘diminutio’, een stuk met snelle noten), was Franziska von Jacquin (1769–1850), met wie Mozart in huize Jacquin in augustus het jaar daarvoor voor het eerst ‘Ein Terzett für Klavier, Clarinett und Viola’ had uitgevoerd. Daarbij speelde Franziska piano, Mozart en goede vriend en collega Anton Stadler klarinet, een door geen enkele componist ooit eerder ingezette combinatie van instrumenten.


  • Wolfgang Amadeus Mozart

Door een misverstand van uitgever Artaria (of was het pr-beleid?) is Mozarts Klarinettrio in Es groot sinds de uitgave door het leven gegaan als het ‘Kegelstatt’-, het ‘Kegelbaan’-trio. Dat was omdat Mozart twee weken vóór het trio twaalf duo’s had gecomponeerd ‘tijdens het kegelen’.

Evenals de bezetting is ook de opzet van het Klarinettrio in Es groot opvallend. Als eerste deel geen gebruikelijk , maar een wat beschouwelijk en mijmerend . Typisch voor dit deel is ook dat er geen normale reprise is met een herhaling van het begin en het vervolg. Ook van het gebruikelijk langzame middendeel heeft Mozart afgezien. Daarvoor in de plaats is er een to, maar zonder de galante Weense lichtheid; ernstige peinzende dialogen, met name in het Trio, in een van doortrokken boeiend isch lijnenspel. Als slotdeel is er een opgewekt Rondeaux in zeven coupletten (ook dat is ­ongebruikelijk bij Mozart) met een bloemrijke en ­-achtige afloop.

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Eerste strijksextet

Door Agnes van der Horst

Johannes Brahms schreef twee strijksextetten – wat opvallend is, want strijksextetten (voor twee violen, twee altviolen en twee ’s) werden en worden weinig gecomponeerd. Brahms werd componist in een tijd waarin grote meesters als Richard Wagner en Franz Liszt alle aandacht kregen. Zij waren behalve grote talenten ook revolutionairen, die zich losmaakten van de vaste regels en vormen van de muziek uit de .

Voor een beginnend componist als Brahms toen (in 1860) moet dat imponerend zijn geweest. Toch was hij het meest onder de indruk van al overleden genieën als Bach, ­Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert. Brahms bleef trouw aan de klassieke vormen als , strijkkwartet en symfonie, maar hij wilde ze wel componeren in zijn eigen stijl en passend in zijn eigen tijd.

Dat viel hem in eerste instantie niet gemakkelijk. Zo deed hij verschillende (minstens twintig!) pogingen strijkkwartetten te schrijven, maar nooit waren ze in zijn ogen zo goed als die van (vooral) Beethoven. Toen hij na lang aandringen van zijn goede vriend en beroemd violist Joseph Joachim toch voor viool ging componeren, koos hij voor het strijksextet, daar voelde hij zich vrijer in.


Die vrijheid en zekerheid is te horen in de directheid van het Eerste strijksextet, dat al snel een succes werd. De heeft een belangrijke rol, waardoor de hele compositie een warme vriendelijke klank heeft. Dat geldt vooral voor het eerste en laatste (vierde) deel. Die delen lijken wel wat op elkaar. Ze beginnen allebei met een vergelijkbaar zangerig hoofdthema in de cello’s. De kopdelen eindigen ook beide met passages.

BrahmsEerste strijksextet ging in 1860 in première in een uitvoering van een strijkersgroep onder leiding van Joseph Joachim. Het succes van het werk droeg bij aan de erkenning van Brahms als componist.

Biografie

Tabea Zimmermann, altviool

Tabea Zimmermann, opgeleid bij Ulrich Koch en Sándor Végh, soleert bij de grootste orkesten ter wereld. Bij de International Classical ­Music Awards 2017 werd de Duitse alt­violiste uitgeroepen tot Artist of the Year.

Residencies bekleedde ze onder meer bij de Berliner Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, en ook bij het Concert­gebouworkest (seizoen 2020/2021), waar ze al in 1988 debuteerde.

In 2022 was Tabea Zimmermann artistiek partner van het Saint Paul Chamber Orchestra en afgelopen zomer verzorgde ze meerdere concerten voor de Schwetzinger SWR Festspiele. Een speerpunt voor haar is hedendaagse muziek. In april 1994 bracht ze ­Ligeti’s voor haar geschreven voor in wereldpremière.

In recente jaren presenteerde ze opdrachtcomposities van Heinz Holliger, Wolfgang Rihm, Georges Lentz, Enno Poppe en Bruno Mantovani. Op het gebied van kamermuziek nam haar Arcanto Quartett (2004-2016) een speciale plaats in. Naast haar podiumcarrière is Tabea Zimmermann voorzitter van het Beethoven-Haus Bonn en van de Hindemith-Stiftung; van deze componist nam ze ook het verzamelde werk voor altviool op. Met haar eigen David-Shallon-Stiftung ondersteunt ze bijzondere muzikale projecten. In 2023 werd ze voorzitter van de Ernst von Siemens Musikstiftung, waarvan ze in 2020 zelf laureaat was, en erelid van de Deutscher Musikrat. Lesgeven doet Tabea Zimmermann aan de Musikhochschule van Frankfurt en aan de Kronberg Academy.

In de was er in februari 2006 een Weekend met Tabea Zimmermann, en haar laatste (Brahms, Hindemith, Clarke en Sjostakovitsj) was op 12 november 2022 met pianist Kirill Gerstein. Met pianist Javier Perianes bracht Tabea Zimmermann het album Cantilena uit, vol muziek uit Spanje en Latijns-Amerika.

Alexei Ogrintchouk, hobo

Alexei Ogrintchouk is solo­hoboïst van het Concertgebouw­orkest sinds augustus 2005. De hoboïst studeerde aan de Gnessin School in Moskou en soleerde al op zijn dertiende in Rusland, Europa en Japan. Aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs studeerde hij af met eerste prijzen voor hobo en kamermuziek.

Zijn docenten waren onder meer Maurice Bourgue, Jacques Tys en Jean-Louis Capezzali. Hij won het CIEM-Concours van Genève, twee Victoires de la Musique, de Triumph Prijs in Rusland en een Borletti-Buitoni Trust Award. Van 1999 tot 2005 was Alexei Ogrintchouk eerste solohoboïst van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Als solist werkte hij onder meer met de orkesten van het Mariinski Theater en het Bolsjoj Theater, het Nationaal Orkest van Rusland, de orkesten van de BBC (waar hij New Generation Artist 2005 was), het Boedapest Festival Orkest en het Concertgebouworkest.

Kamermuziek speelde hij met musici als Gidon Kremer, Leif Ove Andsnes, Radu Lupu en Thomas Quasthoff. Alexei Ogrintchouk doceert onder meer in Londen en aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, en volgde in 2011 zijn voormalige docent Maurice Bourgue op aan de Haute École de Musique de Genève.

Ook geeft hij masterclasses aan bijvoorbeeld de Pablo Casals Chamber Music Academy in Prades en de Mahler Academy in Ferrara. Alexei ­Ogrintchouk bespeelt een hobo van de Parijse bouwer Marigaux uit de collectie van Foundation Concertgebouworkest.

Olivier Patey, klarinet

Olivier Patey is sinds augustus 2013 soloklarinettist van het Concertgebouworkest; afgelopen februari verzorgde hij bij zijn orkest uitvoeringen van het Klarinetconcert van Mozart op een bijzondere bassetklarinet.

De klarinettist studeerde aan de conservatoria in zijn geboortestad Lille en in Rueil-Malmaison en vervolgde zijn opleiding bij Michel Arrignon aan het Conservatoire Supérieur de Paris.

Hij speelde regelmatig in de Opéra de Paris en het Orchestre Philharmonique de Radio France en was prijswinnaar van het ARD Concours en de Carl Nielsen International Music Competition.

Olivier Patey soleerde onder meer bij het Sym­phonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Münchener Kammerorchester, het Praags Filharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta. Van 2005 tot 2013 speelde hij bij het Mahler Chamber Orchestra, waar hij in 2009 ­aanvoerder werd. Ook maakte hij deel uit van het Lucerne Festival Orchestra en was hij in seizoen 2012/2013 soloklarinettist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Naast zijn orkestbaan is Olivier Patey een actief kamermusicus en is hij verbonden aan het Artie’s Festival in Mumbai.

Liviu Prunaru, viool

Liviu Prunaru studeerde bij Alberto Lysy aan de beroemde Menuhin Music Academy in Gstaad en bij Dorothy DeLay in New York. Sinds het najaar van 2006 is hij concertmeester van het Concertgebouworkest. Tussen 2010 en 2012 was hij bovendien artistiek directeur van de Menuhin Music Academy.

In 1993 won hij de Prijs Eugène Ysaÿe, de publieksprijs én de tweede prijs van het Koningin Elisabeth Concours. Het winnen van de Juilliard Mendelssohn Concours in 1999 leidde tot zijn solodebuut in Lincoln Center in New York met de Juilliard Symphony. Liviu Prunaru trad sindsdien als solist op met het Royal Philharmonic Orchestra en het London Symphony Orchestra en gaf s over de hele wereld.

In mei 2008 soleerde hij voor het eerst met het Concertgebouworkest in een uitvoering van Saint-Saëns Derde vioolconcert. In december 2012 was hij de solist in Dvořáks Vioolconcert, en in juni 2014 in Piazzolla's Las cuatro estaciones Porteñas (Vier seizoenen van Buenos es). In september 2017 was soleerde hij met het Concertgebouworkest in Caprice Roumain van zijn landgenoot George Enescu. 

Liviu Prunaru bespeelt de 'Paschoud' van Stradivari uit 1694, eigendom van Instituut Gak. Deze stichting heeft de viool aan de Stichting Concertgebouworkest in bruikleen gegeven. In het najaar van 2021 heeft hij bovendien van de Foundation Concertgebouworkest een bijzondere Tourte strijkstok tot zijn beschikking gekregen.

Jelena Ristic, viool

De Servische violiste Jelena Ristic maakt sinds april 2013 deel uit van de eerste violengroep van het Concertgebouworkest.

Jelena Ristic studeerde af aan de Kunstacademie van Novi Sad in de klas van Dejan Mihailović, en studeerde vervolgens in Amsterdam bij Ilya Grubert.

Tussen 2005 en 2007 soleerde ze bij het van Niš, het orkest van de Academie voor Schone Kunsten te Novi Sad en Het Gelders Orkest. In 2008 werd Jelena Ristic concertmeester van Het Gelders Orkest. Ze vervulde die functie ook bij enkele orkesten in Denemarken en was assistent-concertmeester bij Het Brabants Orkest en Holland Symfonia.

Jelena Ristic speelt op een viool van J.B. Vuillaume viool (ca. 1845) die voorheen door Tony Rous werd bespeeld tot zijn pensioen. Het instrument is eigendom van de Foundation Concertgebouworkest.

Benedikt Enzler, cello

De Duitse cellist Benedikt Enzler studeerde bij Anja Lechner en vervolgde zijn opleiding met een masterstudie en kamermuziek bij Helmar Stiehler en Christoph Poppen aan de Münchner Hochschule für Musik und Theater. Masterclasses volgde hij bij Martin Ostertag, Wolfgang Boettcher, Philippe Muller en Hatto Beyerle.

Orkestervaring deed hij op bij het Schleswig Holstein Musik Festival Orchester, de Bayerische Kammerphilharmonie en als deelnemer aan de orkestacademie van de Münchner Philharmoniker.

Benedikt Enzler speelde regelmatig met de Münchner Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. In 2007 werd hij aangenomen bij het Concertgebouworkest, waar hij sinds 2008 de functie van plaatsvervangend solocellist vervult.

Naast zijn werk bij het orkest geeft Benedikt Enzler regelmatig solorecitals en treedt hij als actief kamermusicus met diverse ensembles op in heel Europa, Azië en Amerika. Ook werkte hij mee aan een groot aantal kamermuziekopnamen voor cd en radio.

Jeroen Bal, piano

Op 25 januari 2026 overleed Jeroen Bal op 52-jarige leeftijd.

Jeroen Bal was sinds januari 2019 in dienst van het Concertgebouworkest, als eerste pianist ooit in de geschiedenis van het orkest. Daarvoor remplaceerde hij al jarenlang op zeer regelmatige basis bij het Concertgebouworkest en diverse andere Nederlandse orkesten, en bij orkesten als het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij Stravinsky’s Petroesjka uitvoerde onder leiding van Pierre Boulez. Ook met het Concertgebouworkest speelde hij dit werk diverse malen.

Jeroen Bal vergezelde het orkest onder meer op tournees door Japan en de Verenigde Staten. Met orkestleden treedt hij veel op in kamermuziekverband. Zo nam hij in 2016 een cd op met Camerata RCO en vormt hij met violist Tjeerd Top en cellist Johan van Iersel het Vermeer . In december 2017 maakte Jeroen samen met solotrompettist Omar Tomasoni een tournee van een maand door Japan.

Jeroen Bal studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij was finalist op het Prinses Christina Concours, won de ‘Vriendenkrans’ van Het Concertgebouw en bereikte in 1996 de halve finale van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht.

Santa Vižine, altviool

Santa Vižine maakt sinds december 2017 deel uit van de groep van het Concertgebouworkest en is sinds 1 januari 2022 eerste aanvoerder. Ze studeerde aan de Jāzeps Vītols Letse Muziekacademie bij Arigo Strals.

In 2005 won ze de Letse Staatsprijs en in 2008 de speciale juryprijs tijdens het Hedendaagse Kamermuziekfestival Krzysztof Penderecki. Van 2009 tot 2017 was ze aanvoerder van de altviolen bij het kamerorkest Kremerata Baltica.

In die hoedanigheid werkte ze met solisten als Martha Argerich, Mikhail Pletnev, Daniil Trifonov, Lisa Batiashvili, Patricia Kopatchinskaja, Didier Lockwood en Mischa Maisky en speelde ze in zalen als Carnegie Hall in New York, de Musikverein in Wenen, de Royal Albert Hall in Londen, Suntory Hall in Tokio, het Sydney House en de Elbphilharmonie in Hamburg.

Santa Vižine soleerde met Concertante en Kremerata Baltica, maar ook bijvoorbeeld met het Lets Nationaal , het Gustav Mahler Jugendorchester, het Göteborg Symfonieorkest en het kamerorkest Sinfonietta Riga. In het seizoen 2012/2013 nam ze deel aan de Academie van het Concertgebouworkest.

Santa Vižine bespeelt een Grancino uit ca. 1680. Het instrument werd in 2011 door de Foundation Concertgebouworkest aangekocht voor voormalig altaanvoerder Ken Hakii, die er tot zijn pensioen op speelde.