Close-up: Artist in Residence Martin Fröst
Martin Fröst klarinet
musici van het Concertgebouworkest:
Tjeerd Top viool
Marijn Mijnders viool
Santa Vižine altviool
Tatjana Vassiljeva cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.
De biografieën van de musici van het Concertgebouworkest zijn te vinden op concertgebouworkest.nl.
Ook interessant:
- Interview Martin Fröst: ‘Ik probeer veel dingen die buiten mijn comfortzone liggen’ (december 2022)
John Adams (1947)
Dolce pianissimo (2022)
voor klarinet solo
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-179)
Kwintet voor klarinet en strijkers in A gr.t., KV 581 (1789)
Allegro
Larghetto
Menuetto
Allegretto con variazioni
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Klarinetkwintet in fis kl.t., op. 10 (1895)
Allegro energico
Larghetto affettuoso
Scherzo. Allegro leggiero
Finale. Allegro agitato – Poco più moderato – Vivace
er is geen pauze
einde ± 21.20 uur
Toelichting
John Adams (1947)
Dolce pianissimo
Door Martijn Voorvelt
Hedendaagse muziek: moeilijk? Impopulair? Lang niet altijd! Neem nou John Adams. Harmonielehre, Shaker Loops en Short Ride in a Fast Machine zijn standaardrepertoire bij orkesten over de hele wereld. Adams’ ’s, waaronder Nixon in China en The Death of Klinghoffer, worden regelmatig hernomen, en de adembenemende Batter My Heart uit Doctor Atomic is een moderne klassieker.
Maar niet alles wat uit zijn handen komt is groots en meeslepend – wie goed zoekt vindt in het oeuvre van de Amerikaan ook subtiele pareltjes. Afgelopen zomer hield Martin Fröst er een ten doop tijdens het Zwitserse Verbier Festival: Dolce pianissimo voor klarinet solo. Het is niet de eerste keer dat Adams een werk aan de klarinet wijdde. Het was zijn eerste instrument, en als jongen adoreerde hij jazzklarinettist Benny Goodman. Adams’ knotsgekke klarinetconcert Gnarly Buttons wordt regelmatig uitgevoerd. Dat de wereldpremière van Dolce pianissimo ietwat stilletjes voorbijging – het is na de première ook niet meer gespeeld – is niet zo gek. De titel betekent niet voor niets ‘zoet en heel zacht’. Voor zowel Adams als klarinetvirtuoos Fröst is zo’n bescheiden werkje een verrassende move. Toch is ook hier spektakel te vinden – broeiend onder de oppervlakte, in de vorm van onmogelijk zachte klarinetklanken en magische s.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-179)
Klarinetkwintet in A groot
Door Agnes van der Horst
Wolfgang Amadeus Mozart maakte kennis met de klarinet toen hij eind jaren 1780 in Mannheim vertoefde. De keurvorst van de Duitse stadstaat was een groot muziekliefhebber. In zijn hoforkest speelden de beste instrumentalisten van Europa. Bovendien had het – waarschijnlijk als eerste orkest – klarinetten, die werden bespeeld door een paar fantastische musici: de gebroeders Johann en Anton Stadler. Geen wonder dat Mozart in Mannheim (waar hij ook nog verliefd werd op zijn latere bruid Constanze Weber) een aanstelling probeerde te krijgen. Dat lukte niet. Hij moest van zijn vader verder op zijn Europese reis.
Toen Wolfgang een paar jaar later met zijn Constanze in Wenen woonde, kwam hij daar – ongetwijfeld tot zijn grote plezier – Anton Stadler weer tegen. De klarinettist, inmiddels gepromoveerd tot lid van het keizerlijke hoforkest, was altijd op zoek naar verbeteringen aan zijn instrument. Hij bouwde de vroege klarinet (de chalumeau) uit tot een instrument dat wel wat wegheeft van de nu veel gebruikte a-klarinet. Voor dit instrument en zijn virtuoze bespeler componeerde Mozart zijn Klarinetkwintet in A groot en het net zo beroemde Klarinetconcert.
Het Klarinetkwintet werd gecomponeerd in september 1789 en uitgevoerd tijdens een kerstconcert in Wenen op 22 december van dat jaar. Is het vanwege deze gelegenheid dat de muziek van het kwintet zo eenvoudig, en zo weergaloos ‘schoon’ klinkt, of is die vloeiende zangerigheid van het werk ontstaan doordat Mozart in diezelfde periode werkte aan zijn Così fan tutte? Er klinkt zonnige tederheid en serene blijmoedigheid uit alle delen van dit werk.
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Klarinetkwintet in fis klein
Door Martijn Voorvelt
Samuel Coleridge-Taylor groeide op in een eenoudergezin in Londen. Zijn moeder was Engels, zijn vader kwam uit Sierra Leone en keerde vlak na Samuels geboorte voorgoed terug naar Afrika. Samuel toonde zich al vroeg een muzikaal talent en kreeg vioolles. Op zijn vijftiende werd hij aangenomen op het Royal College of Music en nog datzelfde jaar (1890) componeerde hij een opvallend volwassen Te Deum: het begin van een veelzijdig oeuvre.
Twee jaar later koos hij voor compositie als hoofdvak, bij Charles Villiers Stanford. Diens opmerking dat niemand na Brahms’ Klarinetkwintet ooit nog een dergelijk werk zou kunnen schrijven zonder als Brahms te klinken, vatte Coleridge-Taylor op als een uitdaging. Hij componeerde terstond een eigen klarinetkwintet. Villiers Stanfords reactie: ‘You’ve done it, me boy!’
Voor zover het Klarinetkwintet de invloed van andere componisten laat zien, is het vooral die van Antonín Dvořák. Het is een geïnspireerd en inventief werk, met diverse tische verbanden tussen de delen. In het energieke eerste deel is meteen duidelijk dat de strijkers niet slechts begeleiders zijn van een virtuoze klarinetpartij – de instrumenten werken voortdurend samen binnen een hecht ritmisch en motivisch vlechtwerk. Het tweede thema krijgt pas helemaal aan het eind – als het herhaald wordt in de recapitulatie – een klarinet-invulling.
Het wijds ademende tweede deel heeft het karakter van een gestileerde volksmelodie. Tegen het eind mag de klarinet van zich laten horen in een -achtige passage. De voorkeur voor asymmetrische frasen verraadt zich in dit deel, maar ook in het met zijn afwisseling van 3/4 en 9/8 maten en zijn stuiterende spel met twee-tegen-drie-s. In de Finale laat Coleridge-Taylor zien hoe bedreven hij was in het variëren op een eenvoudig ritmisch je, waarbij hij brutale harmonische wendingen niet schuwt.
Een New Yorkse criticus gaf hem de bijnaam ‘Black Mahler’
Charles Villiers Stanford liet het werk in Berlijn zien aan Brahms’ vriend, de beroemde violist Joseph Joachim, die eveneens enthousiast was en het werk aanprees bij muziekuitgever Breitkopf & Härtel. Die gaf het uit in 1906, maar verdere interesse uit Duitsland bleef uit. Wel trok Coleridge-Taylor de aandacht in de Verenigde Staten. Hij verdiepte zich in Afrikaanse en Afro-Amerikaanse muziek, en was zijn tijd ver vooruit met werken als African Romances (1897) en de trilogie The Song of Hiawatha (1898-1900).
Tot drie keer toe ondernam hij zeer succesvolle tournees in de Verenigde Staten; een New Yorkse criticus gaf hem de bijnaam ‘Black Mahler’. In 1912 was daar eindelijk de zo gehoopte uitnodiging uit Duitsland: hij zou er in 1913 zijn Vioolconcert dirigeren. Maar voor het zover kwam overleed Samuel Coleridge-Taylor, twee weken na zijn 37ste verjaardag, aan een longontsteking.
Biografie
Martin Fröst, klarinet
De Zweedse klarinettist Martin Fröst bouwde een grote carrière op als kamermusicus, solist en .
Hij soleerde bij orkesten als de New York Philharmonic, de Los Angeles Philharmonic, het Gewandhausorchester Leipzig, de Münchner Philharmoniker en het NDR Elbphilharmonie Orchester.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2014. Dit seizoen soleert hij bij het orkest als artist in residence in onder meer premières van Anna Clyne en Sally Beamish en speelt hij kamermuziek met orkestleden (afgelopen maart in de serie Bijlmer Klassiek en op 11 april in de ).
Martin Fröst staat bekend als iemand die de wereld van de klassieke muziek graag uitdaagt en opschudt. Hij ontwikkelde innovatieve presentaties van nieuw en bestaand repertoire in combinatie met bijvoorbeeld dans, beeld, spraak en koorzang. Componisten als Kalevi Aho, Anders Hillborg, Krzysztof Penderecki, Karin Rehnqvist en Bent Sørensen schreven nieuwe werken voor hem; op zijn repertoire staat ook muziek van Mozart, Brahms, Nielsen, Copland en Messiaen.
Als leidde Martin Fröst onder meer het Oslo Filharmonisch Orkest en het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm; sinds 2019 is hij chef-dirigent van het Swedish Chamber Orchestra. Martin Fröst was artistiek leider van kamermuziekfestivals in Zweden (Vinterfest) en Noorwegen (Internationaal Kamermuziekfestival Stavanger).

