Close-up: Artist in Residence Jean-Yves Thibaudet
Jean-Yves Thibaudet piano
Alma Quartet:
Marc Daniel van Biemen viool
Benjamin Peled viool
Jeroen Woudstra altviool
Nitzan Laster cello
Toshio Hosokawa (1955)
Blossoming (2007)
voor strijkkwartet
Henri Dutilleux (1916-2013)
Ainsi la nuit (1976)
voor strijkkwartet
Nocturne I
Miroir d’espace
Litanies I
Litanies II
Constellations
Nocturne II
Temps suspendu
pauze
Antonín Dvořák (1841-1904)
Tweede pianokwintet in A gr., op.81 (1887)
Allegro, ma non tanto
Dumka: Andante con moto
Scherzo (Furiant): Molto vivace
Finale: Allegro
Toelichting
Toshio Hosokawa (1955)
blossoming
De Japanse componist Toshio Hosokawa werd in 1955 in Hiroshima geboren, studeerde in Berlijn bij de Koreaanse componist Isang Yun en later in Freiburg bij Klaus Huber en Brian Ferneyhough. Je kunt hem een bemiddelaar noemen tussen de Oosterse en Westerse muziek, maar liever geen assimilator: Hosokawa is niet uit op versmelting van de muziek uit beide culturen, die hij beide op waarde weet te schatten. Voor zijn eigen ontwikkeling noemt hij de muziek van het Nō-theater, gagaku, de oudste keizerlijke hofmuziek, en koto-muziek (zijn moeder was een vaardig koto-speelster) van wezenlijk belang. Maar evenzeer voelt hij zich geïnspireerd door de Europese muziek, met name door Beethoven, Schubert, Schumann, de en Nono. Hij is, zoals hij zegt, altijd op zoek naar muziek die hij nog niet kent.
Het strijkkwartet Blossoming is het resultaat van een opdracht van de Kölner Philharmonie voor het Tokyo String Quartet. Het maakt deel uit van een groep composities van Hosokawa die de lotusbloem als hebben: behalve Blossoming ook het pianoconcert Lotus under the Moonlight en Stunden-Blumen voor klarinet, viool, en piano. De lotusbloem is een mysterieuze plant, verklaart de componist zijn fascinatie. ‘Haar wortels halen het voedsel diep uit de modderlaag, de stengel schiet recht omhoog door het water, pakt aan het wateroppervlak het zonlicht van de hemel en brengt een juweel van een bloem tot bloei.’
De bes waarmee het stuk begint – zacht kabbelend – staat voor de rimpelingen op de waterspiegel, de lagere registers symboliseren de onderwaterprocessen en de nog lagere klankregionen de modderbodem van de vijver. Als de bloemknop de oppervlakte bereikt waar de ochtendzon hem verwarmt, klinkt zijn verlangen te bloeien. ‘De bloem en ik vallen hier samen,’ zegt Hosokawa, ‘de bloei staat ook voor mijn innerlijke ontwikkeling.’
Henri Dutilleux (1916-2013)
Ainsi la nuit
Lees vooral niets anekdotisch in de titels, waarschuwt Henri Dutilleux in het voorwoord bij zijn strijkkwartet Ainsi la nuit. De koppen boven de zeven delen fungeren, net als de overkoepelende titel, als poëtische of spirituele sfeeraanduiding.
Voordat hij zich aan de opdracht van de Koussevitzky Foundation voor een strijkkwartet zette – het zou zijn eersteling, maar ook zijn laatste in het genre worden – bestudeerde de Franse componist de strijkkwartetten van Beethoven, Bartók en Webern. Met name Weberns Sechs n drukten hun stempel op het strijkkwartet van Dutilleux, dat tegenwoordig als een van zijn belangrijkste werken te boek staat.
Dutilleux zet in Ainsi la nuit verbindende passages in, zogenoemde parenthèses, als schakels tussen de delen. Zo’n schakel kan vooruitlopen op de volgende sectie, maar ook terugblikken op wat er eerder al klonk. Om die reden wordt het werk geregeld in verband gebracht met het concept ‘herinnering’ in proustiaanse zin, waarbij tijd en herinnering onderling afhankelijk zijn van elkaar.
De componist brengt eenheid in de zeven delen en de vier parenthèses via een procedure die als ‘voortschrijdende groei’ (croissance progressive) is gedefinieerd. Zelf zegt hij daarover: ‘Er is de neiging – bijna intuïtief – om het aan het begin niet in zijn definitieve vorm te presenteren. Er zijn kleine cellen die zich stukje bij beetje ontwikkelen.’ En dat gebeurt op kenmerkende wijze: een gegeven wordt gevarieerd, waarna de variatie opnieuw wordt gevarieerd en opnieuw totdat het oorspronkelijke gegeven diep in de variatie ligt verborgen. Het effect dat dit teweegbrengt is wel omschreven als een onophoudelijke déjà-vu.
Antonín Dvořák (1841-1904)
tweede pianokwintet
Mensen die niet van dit stuk houden wilde hij liever niet kennen, liet een criticus zich eens ontvallen terwijl hij sprak over Antonín Dvořáks Tweede pianokwintet in A groot. De criticus staat niet alleen in zijn bejubeling: collega’s putten zich uit in superlatieven en ook het publiek is doorgaans dol op het werk.
Toch was de aanleiding voor dit pianokwintet uit 1887 een oplapwerk van een stuk dat hij vijftien jaar eerder had geschreven – ook een pianokwintet in A groot. Het was destijds zijn eerste compositie sinds hij zich volledig aan componeren wijdde en zijn altviolistenbaan in het orkest eraan had gegeven. Maar toen hij het stuk bij de première in 1872 hoorde was Dvořák allesbehalve tevreden en verscheurde hij het manuscript. Om vijftien jaar later bij een vriend een kopie te lenen en aan een revisie te beginnen. Nog tijdens dat revisiewerk van zijn eerste pianokwintet sloeg hij plotseling een nieuwe weg in en schreef dit wonder van een Tweede pianokwintet, deze ‘onuitputtelijke bron van melodische inspiratie’, ‘model van een compositie als het gaat om de balans tussen de vijf instrumenten’, in de termen waarmee het nieuwe pianokwintet werd ontvangen.
De vierdelige compositie wordt gekenmerkt door voortdurende contrastwerking: e, nostalgische en sombere episodes worden afgewisseld door tedere, lichtvoetige en uitgelaten frases – meteen al vanaf het eerste deel. Met de termen ‘dumka’ en ‘furiant’ haalt Dvořák in het tweede en derde deel de folklore binnen, maar al te letterlijk voert hij de Boheemse - en dansvormen niet ten tonele, hooguit als Slavisch-nostalgische en ritmische kruiding. Die in het laatste deel wordt gepareerd met een rondborstig, opgewekt dat culmineert in een uitbundig slot.
Joke Dame
Biografie
Jean-Yves Thibaudet, piano
Het repertoire van de uit Lyon afkomstige pianist Jean-Yves Thibaudet reikt van Beethoven tot MacMillan, van jazz tot . Al op zijn twaalfde ging hij studeren aan het conservatorium in Parijs bij Aldo Ciccolini en Lucette Davis. Drie jaar later won hij de Premier Prix du Conservatoire en weer drie jaar later, in 1981, de Young Concert Artists International Auditions in New York.
In korte tijd debuteerde de pianist op de gerenommeerde podia van de Verenigde Staten, Europa en Azië en sindsdien treedt hij wereldwijd op; zowel met de grote orkesten als solo en in kamermuziek. Zijn catalogus van meer dan vijftig cd’s leverde hem onder meer twee Grammy-nominaties, een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or, een Choc du Monde de la Musique, een Edison en meerdere Gramophone Awards op, en zijn pianospel is te horen op de soundtracks van onder meer The French Dispatch, Pride and Prejudice en Atonement.
Jean-Yves Thibaudet is verbonden aan de Colburn School in Los Angeles, en samen met cellist Gautier Capuçon is hij artistiek leider van het Festival Musique & Vin in Clos de Vougeot. In 2001 werd hij benoemd tot Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en in 2012 promoveerde hij tot Officier. Sinds 2010 prijkt zijn naam in de Hollywood Bowl Hall of Fame. De vorige optredens van Jean-Yves Thibaudet in de waren in april (Chatsjatoerjan onder Paavo Järvi) en september (Saint-Saëns onder Klaus Mäkelä) met het Concertgebouworkest, waar hij in 1988 debuteerde en in 2015/2016 artist in residence was.
Alma Quartet, ensemble
Het Alma Quartet wordt gevormd door vier strijkers uit het Concertgebouworkest. Het werd opgericht in 2014 en stond met het debuutalbum Schulhoff Complete String Quartets meteen stevig op de kaart. Ook de recentere Korngold-albums (de strijkkwartetten plus het Pianokwintet met Severin von Eckardstein) worden nationaal en internationaal hoog aangeschreven, en opnames van Dutilleux en Glass verschenen exclusief op vinyl.
Het Alma Quartet was te beluisteren in de Elbphilharmonie in Hamburg, Müpa in Boedapest, het Konzerthaus Berlin, de Tonhalle Düsseldorf en het Süreyya House in Istanboel en in concertzalen in Tianjin, Harbin en Wuhan, maar ook in clubs en theaters als het Jazz Cafe London, de Volksbühne en de Kulturbrauerei in Berlijn, Střecha Lucerny in Praag en het Bimhuis, Paradiso en de Melkweg in Amsterdam. Ook speelde het ensemble op de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam, Down The Rabbit Hole, het ADE, Shoeless, het Schumannfest Düsseldorf, het Pop-Kultur Festival Berlin en het Theater Spektakel Zürich.
Het Alma Quartet zwerkte samen met uiteenlopende artiesten als Jean-Yves Thibaudet, Lisa Batiashvili, Hauschka, Dauwd, Rembrandt Frerichs, New Cool Collective, singer-songwriter Nana Adjoa en technoproducer Henrik Schwarz.
Bij het vorige optreden in de , op 10 februari jongstleden, speelde het Alma Quartet samen met orkestcollega Santa Vižine op en Klaus Mäkelä op .

