Christopher Maltman zingt Eisler: Hollywood Songbook

Vocaal 2 20.15 uur 

Christopher Maltman bariton
Julius Drake piano

begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 21.50 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

 

Hanns Eisler 1898-1962

Hollywood Songbook (1942-47): 

Der Sohn:
Wenn sie nachts lag und dachte
Mein junger Sohn fragt mich

An den kleinen Radioapparat
In den Weiden
Frühling
Speisekammer 1942
Auf der Flucht
Über den Selbstmord
Die Flucht
Gedenktafel für 4000 Soldaten, die im Krieg gegen Norwegen versenkt wurden
Epitaph auf einen in der Flandernschlacht Gefallenen
Spruch
Ostersonntag
Der Kirschdieb
Hotelzimmer 1942
Die Maske des Bösen
Winterspruch
Panzerschlacht

pauze

Anakreontische Fragmente:

Geselligkeit betreffend
Dir auch wurde Sehnsucht nach der Heimat tödlich
Die Unwürde des Alterns
Später Triumph
In der Frühe

Der Mensch

Zwei Lieder nach Worten von Pascal
Despite these Miseries
The Only Thing which Consoles Us

Erinnerung an Eichendorff und Schumann
Der Schatzgräber

Hölderlin-Fragmente:
An die Hoffnung
Andenken
Elegie 1943
Die Heimat
An eine Stadt
Erinnerung

Hollywood-Elegie Nr. 7
Nightmare
L’automne californien / Kalifornischer Herbst 

Fünf Elegien (‘Hollywood-Elegien’):
Unter den grünen Pfefferbäumen
Die Stadt ist nach den Engeln genannt
Jeden Morgen, mein Brot zu verdienen
Diese Stadt hat mich belehrt
In den Hügeln wird Gold gefunden 

Die letzte Elegie
Vom Sprengen des Gartens
Die Landschaft des Exils
Die Heimkehr

Toelichting

Hanns Eisler 1898-1962

Hollywood Songbook

tekst: Marco Nakken

‘Hollywood songbook’

Nadat hij Duitsland ontvlucht was voor de nazi’s kwam Hanns Eisler na lange omzwervingen in 1938 in de Verenigde Staten aan. Daar werkte hij eerst enige jaren als docent aan de New School for Social Research in New York, maar in 1942 verhuisde hij naar Hollywood, waar hij als componist van filmmuziek aan de slag kon. Bertolt Brecht had zich een jaar eerder reeds in Hollywood gevestigd.

Brecht en Eisler waren overtuigd socialist. Vanaf 1930 hadden ze samengewerkt aan leerstukken en strijdliederen en tussen beiden was een hechte vriendschap ontstaan.

De eerste weken in Hollywood vielen Eisler niet gemakkelijk, zoals blijkt uit een brief die hij kort na zijn aankomst schreef: ‘Ik leef hier in een ondragelijke hitte (en met zeer beperkte financiële middelen) van afspraak naar afspraak en van telefoongesprek naar telefoongesprek als in een vreselijke droom.

Dit is voor mij de hel van de domheid, van de corruptie (werkelijk onbeschrijfelijk) en de verveling. Het enige goede is mijn boekje. “Hollywood Liedboekje” noem ik het.’

Het genoemde ‘Hollywood liedboekje’ was het resultaat van Eislers weerzien met Brecht, die hem als enige tijdens zijn ballingschap in Finland geschreven gedichten ter inzage had gegeven.

Aanvankelijk zette Eisler uitsluitend Brechts ‘Finse gedichten’, zoals hij ze noemde, op muziek, maar later componeerde hij ook liederen op teksten van andere dichters. Zo ontstonden tussen de werkzaamheden voor de filmindustrie door 46 liederen.

Eisler schreef zijn liederen op enkele uitzonderingen na in de vrije (niet dodecafonische) atonale stijl uit zijn leerjaren bij Arnold Schönberg. Voor de geëxalteerde broeierigheid van zijn leermeester is bij Eisler echter geen plaats. De toon is in overeenstemming met Brechts beknoptheid en alledaagse taal, overwegend koel en zakelijk.

Brecht: de Finse gedichten

In An den kleinen Radioapparat, Speisekammer 1942, Auf der Flucht, Die Flucht en ­Hotelzimmer 1942 doet Brecht rechtstreeks verslag van zijn ervaringen als balling.

In In den ­Weiden, Frühling en Ostersonntag beschouwt hij de natuur vanuit zijn maatschappelijke betrokkenheid. De lente maant tot het ‘zware ambacht van de hoop’, de abrikozenboom in Ostersonntag representeert de zwakken die beschermd moeten worden.

In Vom ­Sprengen des Gartens keert hetzelfde terug. An den kleinen Radioapparat is . De draagbare radio wordt teder als een geliefde toegesproken. Gedenktafel, Epitaph en Panzerschlacht hebben betrekking op gebeurtenissen uit de oorlog.

Opmerkelijk is het B-A-C-H- (bes-a-c-b in Nederlandse notennamen) dat in Gedenktafel bij de woorden ‘gedenke unser’ en in Epitaph bij ‘Dass er [Hitler] verrekke’ wordt geciteerd. Pfanzer­schlacht wordt met zijn aan Schuberts Erlkönig herinnerende, hamerende len als rit naar de hel gekarakteriseerd.

Über den Selbstmord, Winterspruch en Die ­Maske des Bösen maken geen deel uit van de Finse gedichten. In het angstig gefluisterde Über den Selbstmord met zijn ‘dass ist gefährlich’-refrein citeert Eisler bij de woorden ‘und die ganze Winterzeit’ de van de regel ‘Fremd bin ich eingezogen’ uit het eerste lied (Gute Nacht) van Schuberts Winterreise.

Anakreon verminkt 

De vijf Anakreontische Fragmente werden in 1943 geschreven. Eisler heeft de teksten samengesteld uit de vrije en dichterlijke vertalingen van Eduard Mörike. In zijn gesprekken met Hans Bunge verklaart Eisler zich nader: ‘Anakreon [zesde eeuw v. Chr., red.] staat algemeen bekend als de dichter die de genoegens van het dagelijkse leven beschrijft.

Ik heb uit de overigens voortreffelijke vertalingen van Mörike díe gedichten uitgezocht die daar volstrekt niets mee te maken hebben. Ik heb kleine wijzigingen aangebracht en Anakreon ten tonele gevoerd in een kwaadaardige verminking die iedere leraar Grieks met afgrijzen zou vervullen. Ze behoren tot de meest bittere liederen die ik heb geschreven.’

Dat ‘kleine wijzigingen’ verstrekkende gevolgen kunnen hebben, blijkt uit Geselligkeit betreffend waar Eislers ingreep in de tekst de betekenis volledig op zijn kop heeft gezet.

Anakreons ‘Ik wens mij geen gezelschap dat over ruzie en de onzalige oorlog spreekt’ luidt bij Eisler: ‘Ik wens mij geen gezelschap dat niet over strijd en niet over de onzalige oorlog spreekt’. Het tweemaal toegevoegde ‘nicht’ wordt er door de herhaling van het openingsmotief onverbiddelijk ingehamerd. 

Hölderlin gerestaureerd

Friedrich Hölderlin (1770-1843) was door de nazi’s als nationalistische dichter op een voetstuk geplaatst, maar Eisler beschouwde hem als een aanhanger van de Franse Revolutie. In de Hölderlin-Fragmente doet hij een poging om de eerder vermanende dan blind vererende vaderlandsliefde in het juiste daglicht te plaatsen.

De gedichten uit de Anakreontische ­Fragmente zijn daadwerkelijk als fragmenten over­geleverd, maar in de Hölderlin-Fragmente heeft Eisler de fragmentatie zelf ter hand genomen. Hij laat strofen weg en vereenvoudigt soms de zinsopbouw. Van het bij Hölderlin vijf strofen tellende An die Hoffnung heeft Eisler bijvoorbeeld alleen de eerste twee, enigszins ingekort, op muziek gezet.

De Hölderlin-eren zijn minder sober en strak dan de Brecht-liederen. Niet alleen de vrije atonaliteit, maar ook de motivische dichtheid herinnert aan Schönberg. In An die Hoffnung is het ‘O Hoffnung’- vrijwel alomtegenwoordig en in Andenken worden de pendelende noten bij ‘wo am scharfen Ufer’ door de piano overgenomen om de gang van de vrouwen en de wiegende winden te ­illustreren.

"een domme componist zou er een sentimenteel zooitje van gemaakt hebben" 

1943 is een drastisch ingekorte versie van Hölderlins gedicht Der Frieden. Eisler laat de laatste vijf strofen, waarin de dichter de goddelijke, kosmische vrede aanroept weg; wat overblijft is een schildering van het ­menselijk tekort.

Over An eine Stadt (‘Heidelberg’ luidt de titel bij Hölderlin) vertelt Eisler bij Bunge het volgende: ‘Toen ik in 1919 uit de Eerste Wereldoorlog kwam had ik een gedicht als An eine Stadt nooit op muziek kunnen zetten, omdat het patriottisme me de strot uithing.

De ­emigratie heeft mijn blik gescherpt voor de kunst van het herinneren. Herinneren is grote kunst. Als je na veertien jaar emigratie terugdenkt aan dit vervloekte Duitsland is je blik veranderd. Je kijkt terug zonder sentimentaliteit.

Een domme componist zou er een sentimenteel zooitje van gemaakt hebben [van Hölderlin]. Mijn herinnering is koel, hoffelijk en teder. Ik lees Hölderin anders dan een kleinburger.’

Hollywoodkritiek

De door Brecht in Hollywood geschreven Fünf Elegien en Die letzte Elegie waren expliciet bedoeld om door Eisler op muziek gezet te worden. Beiden hadden het gevoel dat zij zich met hun werk voor de droomfabriek van Hollywood prostitueerden.

‘Dit is het klassieke oord voor elegieën. Men kan niet straffeloos in Hollywood vertoeven. Dat moet je beschrijven,’ had Eisler tegenover Brecht opgemerkt. In Unter den grünen ­Pfefferbäumen gaan de dichter en de musicus (Dante en Bach, de laatste ook met noten­namen genoemd) op stap. De enigszins jazz-­achtige begeleiding zorgt voor couleur locale.

Hetzelfde geldt voor de tweede elegie, waarin de zwoele ën zowel associaties met Richard Wagner als met een nachtclub oproepen. In de vijfde elegie (In den Hügeln wird Gold gefunden) citeert Eisler bij het woord ‘Träume’ het gelijknamige lied uit WagnerWesendonck-liederen.

Overige liederen

Der Mensch (gebaseerd op Job 14:1, Exodus 12:7 en 23), de Zwei Lieder nach Worten von Pascal en de Hollywood-Elegie nr. 7 hebben de menselijke zwakheid om de werkelijkheid onder ogen te zien als : een offer om de dood te ontwijken in Der Mensch, vergetelheid in amusement bij Pascal (de oorspronkelijke titel luide ‘twee opschriften voor arbeiderskroegen’), of heroïne in de door Brecht voor de verslaafde acteur Peter ­Lorre geschreven Elegie. De valse, bijna ­duivelse opgewektheid van het lied illustreert de ‘ghastly blissful smile’ van de verslaafde. 

Nightmare, met zijn obsessief hamerende secunden in de begeleiding, had als oorspronkelijke titel The Hearing. De tekst is van Eisler zelf. 

Der Schatzgräber op een gedicht van Goethe is met zijn tonale en strofische zetting (dezelfde muziek voor vier strofen) het meest conventionele lied van het Hollywood Songbook. De moraal dat eerlijke arbeid meer loont dan bedrog en toverkunsten sluit naadloos aan op de kritiek op Hollywood als fabriek van dromen en illusies.

Erinnerung an Eichendorff und Schumann is een zetting van de eerste strofe van het gedicht In der Fremde van Joseph Eichendorff. Robert Schumann had het gedicht in zijn geheel op muziek gezet (Liederkreis, 39).

In Die Landschaft des Exils, een wiegende , geeft Brecht uiting aan de dankbaarheid en vreugde die hij ervoer tijdens de bootreis van Vladivostok naar Los Angeles. De in Die Heimkehr beschreven ­toekomstige terugkeer naar het verwoeste vaderland ­vervult hem daarentegen met angstige voorgevoelens.

Kalifornische Herbst (op een tekst van de net als Eisler in ballingschap levende Oostenrijkse dichter en regisseur Berthold Viertel) spreekt de hoop uit dat het eeuwig ­zonnige klimaat van Californië spoedig met een louterende winter in het verloren vaderland ­verwisseld kan worden.

Biografie

Christopher Maltman, bariton

Christopher Maltman won vroeg in zijn carrière, in 1997, de er Prize van de Cardiff Singer of the World Competition. Sindsdien is hij veelvuldig te gast in concertzalen en -theaters. Een van zijn favoriete rollen is die van Don Giovanni in de gelijknamige opera van Mozart.

Deze partij zong hij bij onder meer de Bayerische Staatsoper in München, De Nationale Opera in Amsterdam en de Royal Opera Covent Garden in Londen. Dit theater is een van de vaste speelplekken van de bariton; in 2016 maakte hij hier zijn rol-debuut als Il Conte di Luna in Verdi’s Il trovatore en in 2017/18 vertolkte hij er de partij van Enrico in Donizetti’s Lucia di Lammermoor.

Andere engagementen brachten de Britse bariton bij bijvoorbeeld de Opéra National de Paris, de Staatsoper Berlin en de Metropolitan in New York. Christopher Maltman werd recentelijk geëngageerd door orkesten als het London Symphony Orchestra, de Staatskapelle Dresden, The Cleveland Orchestra en de New York Philharmonic.

Hij maakte tal van cd’s en speelde in 2010 de hoofdrol in Juan, een film van regisseur Kasper Holten. Na zijn debuut in de in 2000 gaf hij daar meerdere s, voor het laatst op 16 mei 2017 met het complete Hollywood Songbook van Hanns Eisler met pianist Julius Drake. In de was Christopher Maltman de afgelopen jaren te gast bij de Academy of Ancient Music, het Radio Filharmonisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Julius Drake, piano

Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.

Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.

In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.

Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.

Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.