Christian Gerhaher zingt Schubert en Brahms
Christian Gerhaher bariton
James Cheung piano
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.00 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.
Carlo Gesualdo 1561-1613
Moro, lasso, al mio duolo
(1611; arrangement B. Foskett)
Johannes Brahms 1833-1897
Wir wandelten
Meerfahrt
uit ‘Vier Lieder’ (1885)
Verzagen
uit ‘Fünf Gesänge’ (1876-77)
Über die Heide
uit ‘Sechs Lieder’ (1882)
Der Tod, das ist die kühle Nacht
uit ‘Vier Lieder’ (1885)
Benjamin Britten 1913-1976
Songs and Proverbs of William Blake,
op. 74 (1965)
Proverb I, London
Proverb II, The Chimney Sweeper
Proverb III, A Poison Tree
Proverb IV, The Tyger
Proverb V, The Fly
Proverb VI, Ah, Sun-flower!
Proverb VII, Every Night and Every Morn
pauze
Claude Debussy 1862-1918
Trois chansons de France (1904)
Rondel I
La grotte
Rondel II
Trois poèmes de Mallarmé (1913)
Soupir
Placet futile
Éventail
Franz Schubert 1797-1828
Der Atlas
Ihr Bild
Das Fischermädchen
Die Stadt
Am Meer
Der Doppelgänger
uit ‘Schwanengesang’ (1828)
Toelichting
1561-1613
Carlo Gesualdo
tekst: Carine Alders
De muziek van Carlo Gesualdo is net zo buitengewoon als zijn levensverhaal: de brute en gewelddadige moord op zijn overspelige vrouw en haar minnaar spreekt al evenzeer tot de verbeelding als de schurende en in zijn muziek.
De onverwachte samenklanken uit zijn Moro, lasso, al mio duolo wekten de bewondering van componisten uit de twintigste eeuw als Anton Webern en Igor Stravinsky. Liefde, extase, zwelgen in pijn, lijden en dood, en dat met de nodige en ongewone en; de Britse componist Ben Foskett (geboren in 1977) bewerkte Gesualdo’s meerstemmige madrigaal tot een perfecte opening.
1833-1897
Johannes Brahms
Na deze rauwe opening neemt het een onschuldige wending met Wir wandelten van Johannes Brahms. De ik-figuur wandelt in stilte naast zijn geliefde. Hij kan haar gedachten slechts raden, maar in zijn gedachten luiden ‘gouden klokjes’. Het lied maakt deel uit van de Vier Lieder.
Brahms’ oorspronkelijke idee was om vier gedichten van Heinrich Heine op muziek te zetten, maar toen een ervan niet helemaal in de smaak viel voegde hij dit lied op tekst van Georg Friedrich Daumer toe.
In Meerfahrt – het vierde lied uit deze verzameling – wordt de stemming donkerder. Het beeld van twee geliefden in een bootje op het water in de maneschijn lijkt romantisch, maar het schommelen krijgt iets wanhopigs als duidelijk wordt dat het geluk onbereikbaar is.
In Verzagen uit een verzameling die Brahms bijna tien jaar eerder componeerde is zelfs de illusie van liefde verdwenen. De rollende branding biedt geen rust aan een gekweld hart. In Über die Heide is de verloren liefde onontkoombaar. De natuur weerspiegelt de leegheid van het hart.
Brahms vond dat een componist zich moest kunnen inleven in de eren die hij schreef, hij gebruikte regelmatig liedcitaten in zijn correspondentie. Aan een leerling op wie hij verliefd was geworden schreef hij over het slechte weer en illustreerde dit met een citaat uit Über die Heide: de vegetatie is zwart.
Christian Gerhaher sluit zijn Brahms-set af met Der Tod, das ist die kühle Nacht uit de Heine-verzameling waarmee hij begon. Vermoeid van het leven verlangt de ik-figuur naar de nacht en de dood, in een droom keert de liefde terug.
Brahms zal er geen bezwaar tegen gehad hebben dat liederen uit verschillende verzamelingen hier samengevoegd worden tot een nieuw verhaal. Aan zijn uitgever Fritz Simrock schreef hij: ‘Niet de liedverzameling is een eenheid, maar het lied op zich.’
1913-1976
Benjamin Britten
Het laatste van Brahms, over leven en dood, is de opmaat naar de kern van dit : Songs and Proverbs of William Blake van de Britse componist Benjamin Britten. Zijn partner, de tenor Peter Pears, koos uit het werk van Blake (1757-1827) een aantal liederen en aforismen die tisch met elkaar verbonden zijn.
Zonder onderbreking verbinden deze – vaak cynische – aforismen liederen die verder borduren op het thema. Blake stelt de hypocrisie in geïnstitutionaliseerde religie aan de kaak, beschrijft de wrede realiteit van het leven en de nietigheid van een mens in de eeuwigheid.
Britten zette in zijn loopbaan gedichten van zo’n 150 verschillende dichters op muziek, maar Blake was wel een van zijn favorieten. Songs and Proverbs componeerde hij in het voorjaar van 1965, voor zijn goede vriend Dietrich Fischer-Dieskau. De donkere, dramatische stem van deze legendarische bariton inspireerde hem bij het muzikaal illustreren van Blakes vaak bittere woorden.
Op het manuscript schreef hij ‘For Dieter: the past and the future’. Fischer-Dieskau bracht de Songs and Proverbs die zomer in première tijdens Brittens eigen Aldeburgh Festival, met de componist aan de piano. Britten vond zichzelf echt een gelegenheidscomponist, hij schreef voor bepaalde musici, voor een bepaalde gelegenheid.
Wat hem betreft moesten mensen moeite doen om zijn muziek te ervaren: sparen voor een kaartje, naar de plek reizen. Opnames vond hij niet de meest ideale manier om de muziek te horen. Toch nam hij deze ideeën niet al te zwaar, want zes maanden later nam hij het werk met Fischer-Dieskau op.
De aforismen worden in een reciterende stijl gezongen en keren steeds terug als een , gebruikmakend van dezelfde noten. De eren zelf zijn uzer, maar doorspekt van fatalisme.
1862-1918
Claude Debussy
Claude Debussy greep voor zijn Trois chansons de France terug op gedichten van Charles d’Orleans uit de vijftiende eeuw en een gedicht van Tristan Lhermite uit de zeventiende eeuw. In de muziek roept hij het verleden op door terug te grijpen op de oude tonaliteit.
Debussy droeg de eren op aan zijn gelliefde Emma Bardac, voor wie hij zijn vrouw zou verlaten. In het eerste lied verdrijft de zon kou en duisternis, in het tweede lied spelen golven met kiezeltjes en schaduw met licht. Maar in het derde lied zijn we terug bij het smartelijk lijden in schoonheid: ‘Plaisance est morte’.
Debussy behoorde tot de kring van kunstenaars die op dinsdag bij elkaar kwamen in de salon van dichter Stéphane Mallarmé – Les Mardistes. Muziek vonden ze de hoogste kunstvorm, de meest directe vorm om menselijke emotie uit te drukken.
Toen Debussy Mallarmé om toestemming vroeg om zijn gedicht Prélude à l’après midi d’un faune op muziek te zetten reageerde de dichter verbaasd: ‘Maar dat heb ik toch al gedaan?’
Toen na Mallarmé’s dood zijn verzamelde werk verscheen in 1913, zette Debussy daaruit drie gedichten op muziek.
Het zijn drie kleine schilderijtjes: in Soupir wordt het gezicht van een geliefde met de natuur vergeleken, in Placet futile verliest de ik-figuur zich in de schoonheid van een glimlach en in Éventail wordt de waaier beschreven die mooie lippen verhult.
Franz Schubert 1797-1828
Franz Schubert
Voor het laatste deel van zijn koos Christian Gerhaher zes eren op tekst van Heinrich Heine uit de laatste verzameling van Schubert, door zijn uitgever voorzien van de titel Schwanengesang. Met deze liederen verwees Schubert naar Beethoven, die niet lang daarvoor gestorven was.
Het waarmee Der Atlas opent is sterk verwant aan Beethovens laatste pianosonate en komt terug in alle Heine-eren. Precies een jaar na Beethovens dood, op 27 maart 1828, was een besloten concert met deze liederen gepland. Het overkoepelende is ‘verloren liefde’.
Zo compact als Heine dichtte, zo spaarzaam was Schubert met zijn noten; zelden gebruikt hij meer dan een noot voor een lettergreep. Ihr Bild speelt zich volledig af in de verbeelding van de dichter. Wanneer het schilderij tot leven komt verkleurt de muziek naar .
Das Fischermädchen is het meest lichtvoetige, volksmuziekachtige lied in deze selectie, een sterk contrast met de overige liederen. Die Stadt is van begin tot eind grauw, geluk is onbereikbaar.
Ook in Am Meer vloeien de tranen rijkelijk, een korte opleving in majeur maakt het verdriet alleen maar pijnlijker. In Der Doppelgänger beziet de ik-figuur een man verzonken in liefdesleed, tot zijn ontsteltenis ontdekt hij dat hij het zelf is.
Biografie
Christian Gerhaher, bariton
Christian Gerhaher doorliep de klas van de Hochschule für Musik und Theater in München en volgde – tijdens het voltooien van zijn medische opleiding – masterclasses bij Dietrich Fischer-Dieskau, Elisabeth Schwarzkopf en Inge Borkh.
Samen met zijn vaste duopartner Gerold Huber volgde hij lessen bij Friedemann Berger, en hun liedinterpretaties worden algemeen beschouwd als normbepalend. De eerste cd van hun Schumann-cyclus werd in 2018 bekroond met zowel een Gramophone Award als een Opus Klassik. Opernwelt benoemde de bariton twee keer tot Sänger des Jahres. Binnen het repertoire van Christian Gerhaher, zich uitstrekkend van Monteverdi tot Henze, is Wolfram in Wagners Tannhäuser een terugkerende favoriet in de operahuizen van Berlijn, Wenen, Londen en thuisbasis München. Voor concertrepertoire wordt hij geëngageerd door onder meer de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het London Symphony Orchestra.
Bij het Concertgebouworkest is hij een regelmatige gast sinds zijn debuut in Dvořaks Biblische Lieder in oktober 2004. Het laatste gezamenlijke optreden was in december 2019, in Schumanns Szenen aus Goethes Faust onder John Eliot Gardiner. Van een eerdere uitvoering, met Nikolaus Harnoncourt in 2008, verscheen een cd op RCO Live.
James Cheung, piano
James Cheung begon zijn opleiding aan de Royal Academy of Music in Londen en studeerde vervolgens twee jaar lang aan het conservatorium in Moskou. De uit de Engelse stad Hemel Hempstead afkomstige musicus concerteerde aan het begin van zijn carrière veelvuldig met zijn succesvolle Agon.
Een belangrijk moment in zijn loopbaan was zijn deelname aan een masterclass van bariton Christian Gerhaher en diens duopartner Gerold Huber; beide musici zijn tot op heden mentor van James Cheung. In de afgelopen jaren gaf de pianist s met zangers als Ian Bostridge, Elizabeth Watts en Katherine Broderick.
In de Londense Wigmore Hall musiceerde hij met Benjamin Appl, Jonathan McGovern en Anna Huntley. Met sopraan Alison Rose gaf hij acte de presence tijdens het Oxford er Festival en was hij te gast in het Royal House Covent Garden in Londen. In Het Concertgebouw maakt James Cheung zijn debuut.

