Chineke! en Jeneba Kanneh-Mason: van Coleridge-Taylor tot Dvořák
Jeneba Kanneh-Mason piano
Chineke! Orchestra
Leslie Suganandarajah dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie Nieuwe Wereldsterren.
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers en Concertgebouw Connects.
Ook interessant:
- Interview met oprichtster Chi-chi Nwanoku van het Chineke! Orchestra
- Zeven zwarte musici in een wit bolwerk
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Ballade in a kl.t., op. 33 (1898)
voor orkest
George Walker (1922-2018)
Lyric for Strings (1946)
Florence Price (1887-1953)
Piano Concerto in One Movement (1934)
pauze ± 20.55 uur
Antonín Dvořák (1841-1904)
Symfonie nr. 9 in e kl.t., op. 95 (1893) ‘Uit de Nieuwe Wereld’
Adagio – Allegro molto
Largo
Scherzo: Molto vivace
Allegro con fuoco
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Ballade
Door Paul Janssen
Of Samuel Coleridge-Taylor Dvořáks beroemde Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’ al gehoord had toen hij in 1898 zijn Ballade in a klein schreef, valt niet met zekerheid te zeggen. Wel is bekend dat de in Londen geboren Coleridge-Taylor, zoon van een arts uit Sierra Leone en een Engelse moeder, Dvořák heel hoog had zitten, en dat hij net als zijn Tsjechische voorbeeld veel inspiratie putte uit Longfellows epische gedicht The Song of Hiawatha uit 1855.
Kort nadat hij in 1898 zijn Ballade voltooid had, begon hij zelfs aan Hiawatha’s Wedding Feast, dat uit zou groeien tot zijn bekendste werk en het begin was van een reeks werken rond de jonge Indiaan uit het gedicht. Dat hij zowel in eigen land als in de Verenigde Staten – waar hij onthaald werd als de ‘Zwarte Mahler’ – succes had als componist, dankte hij aan Edward Elgar. Toen deze een opdracht kreeg om een werk te schrijven voor het Three Choirs Festival in Gloucester in 1898 moest hij wegens grote drukte weigeren. ‘Ik hoop en wens dat jullie Samuel Coleridge-Taylor vragen.
Hij is op zoek naar erkenning en hij is met voorsprong de slimste en meest aansprekende onder de jonge componisten.’ Het bestuur luisterde en de net afgestudeerde Coleridge-Taylor schreef een meeslepend orkestwerk waarin zijn Afrikaanse achtergrond en de laatromantische taal van onder anderen Brahms, Tsjaikovski en natuurlijk Dvořák elkaar vinden in e lijnen en een rijke harmonische stuwing.
George Walker (1922-2018)
Lyric for Strings
Door Paul Janssen
George Walker is van groot belang geweest voor het uitdragen van de erfenis van Dvořák en de acceptatie van Afro-Amerikaanse componisten. In de eerste plaats effende hij de weg doordat hij de eerste Afro-Amerikaan was die afstudeerde aan het Curtis Institute of Music, als pianist soleerde bij The Philadelphia Orchestra én als klap op de vuurpijl in 1996 de Pulitzer Prize voor muziek won.
Daarnaast groeide hij op basis van zijn werken uit tot een zeer gerespecteerd componist. Die carrière begon in 1946 min of meer met het succes van zijn Lyric for Strings. Walker was nog een student aan het Curtis Institute en net begonnen aan zijn Eerste strijkkwartet. Kort voor hij het tweede deel schreef overleed zijn grootmoeder Malvina King, die nog onder het juk van de slavernij had geleden.
Walker schreef een hartverscheurend langzaam deel dat hij vervolgens – geïnspireerd door het succesvolle van Samuel Barber uit 1936 – bewerkte voor strijkorkest. In eerste instantie onder de titel Lament groeide het werk met zijn aan spirituals gerelateerde openingsmelodie, rijke -ën en een hoopvolle tegenmelodie uit tot een zeker in de Verenigde Staten veel gespeeld werk dat Walker later om zou dopen tot Lyric.
Florence Price (1887-1953)
Piano Concerto in One Movement
Door Paul Janssen
Florence Price had aan het begin van haar carrière een nog grotere handicap dan George Walker: ze was niet alleen een Afro-Amerikaanse componist, maar ook nog vrouw. En vrouwen waren zeker in de eerste helft van de twintigste eeuw nog niet algemeen geaccepteerd in het mannenbastion van de klassieke muziek. Haar talent werd aan het begin van de twintigste eeuw onderkend door George Chadwick, directeur van het New England Conservatory in Boston, die haar vervolgens ook privé compositieles gaf.
Het hielp. In de jaren twintig won ze vele prijzen en had ze succes met haar symfonieën en eren, waarvan ze er zo’n honderd zou schrijven, inclusief arrangementen van volksliederen en spirituals. Het Pianoconcert in één deel ging in 1934 in Chicago in première, met Price zelf als solist. Het werk werd daarna nog één keer uitgevoerd, maar verdween uit het zicht omdat het niet gepubliceerd werd. Pas in 2011 kreeg componist Trevor Weston van het Center for Black Music Research de opdracht het werk te reconstrueren op basis van een versie voor piano solo, met een reductie van de orkestpartij en twee arrangementen voor twee en drie piano’s.
Er zijn drie secties te onderscheiden, analoog aan het standaard snel-langzaam-snel concertmodel. Een langzame introductie wordt gevolgd door een sneller gedeelte waarvan de ën beïnvloed zijn door volksmuziek en populaire genres. Na een prachtig langzaam gedeelte volgt het snelle slot gebaseerd op een juba, een volksdans die zich laat omschrijven als een voorloper van de ragtime en die populair was in de jaren vóór de Burgeroorlog.
Antonín Dvořák (1841-1904)
‘Uit de Nieuwe Wereld’
Door Paul Janssen
Antonin Dvořák, de componist die mede beroemd was geworden omdat hij de Tsjechische volksmuziek een plek gaf in de laatromantische Europese stijl, stimuleerde Amerikaanse componisten om hetzelfde te doen met hun rijke volkstradities, in plaats van Europeanen te imiteren. In een ingezonden brief in de New York Herald van 28 mei 1893 schreef hij: ‘Ik ben er van overtuigd dat de toekomstige muziek van dit land gebaseerd moet worden op wat genoemd wordt de negerën. Deze moeten werkelijk de basis zijn van de enige serieuze en originele compositieschool die ontwikkeld moet worden in de Verenigde Staten (…) Slechts op deze wijze kan de kunstenaar zijn ware gevoel en het karakter van zijn volk tot uitdrukking brengen.’
Op wat voor manier Dvořák met zijn Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’ bijdroeg aan de te bewandelen weg, zou sinds de première in New York op 16 december 1893 een gespreksonderwerp blijven. De symfonie was een groot succes en de kranten raakten niet uitgepraat over de originele Amerikaanse volksliederen die Dvořák gebruikt zou hebben. ‘Onzin’, zo betitelde de componist deze artikelen. ‘Ik heb alleen getracht in de geest van de Amerikaanse volksliederen te schrijven.’
Dvořák bleef daarnaast dicht bij zijn Tsjechische inborst, want de Negende symfonie verschilt qua toon niet veel van de Zevende en Achtste symfonie. Wel schreef de componist met succes zijn eigen ‘negro spiritual’: de schitterende -solo van het tweede deel. De melodie werd later werkelijk tot Amerikaanse hymne gebombardeerd nadat een student van Dvořák er een tekst bij geschreven had. Goin’ Home, zoals de titel van deze hymne luidt, werd zelfs officieel verheven tot het volkslied van de staat Iowa. Vandaar dat de meeste Amerikanen er nog steeds vanuit gaan dat Dvořák hier een oorspronkelijke volksmelodie heeft gebruikt.
Het voert misschien wat ver, maar de bewering dat veel twintigste-eeuwse Amerikaanse muziek ontstaan is dankzij Antonín Dvořák en dat de waardering voor Afro-Amerikaanse componisten nu kan groeien door zijn pionierswerk is geen onzin. Van 1892 tot 1895 predikte hij als directeur van het kort daarvoor door Jeanette Thurber gestichte National Conservatory in New York het belang van een nationale Amerikaanse muziek: een muziek geïnspireerd op de tradities van de oorspronkelijke indiaanse bewoners en de Afro-Amerikanen wier voorouders als slaven het land waren binnengebracht. Dvořáks pleidooi vond later gehoor bij onder anderen George Walker en Florence Price.
Biografie
Chineke! Orchestra, orkest
Het Chineke! Orchestra werd in het leven geroepen door contrabassiste Chi-chi Nwanoku en maakt deel uit van de Chineke! Foundation. Deze stichting creëert carrièrekansen voor musici van verschillende etnische achtergronden – ‘black and ethnically diverse musicians’, zoals ze het zelf formuleren – in Groot-Brittannië en Europa. Het Chineke! Orchestra debuteerde, met werken van Britse componisten van kleur, in september 2015 in de Queen Elizabeth Hall in Londen.
De afgelopen tien jaar heeft het orkest een vaste plek verworven in de Britse muziekscene met ongeveer veertig concerten per jaar, waaronder optredens tijdens de BBC Proms, in concertreeksen in Basingstoke en Birmingham en op festivals in onder andere Aldeburgh, Brighton en Cheltenham.
Het orkest is verbonden aan het Southbank Centre in Londen, met regelmatige optredens in de Queen Elizabeth Hall en de Royal Festival Hall. Het gezelschap heeft inmiddels drie grote tournees door Europa gemaakt, nam diverse cd’s op en maakte in maart 2023 zijn debuut in het Lincoln Center in New York tijdens een tournee door Noord-Amerika. Het Concertgebouw-debuut vond plaats in november 2019 (onder leiding van Kevin John Edusei) en het orkest keerde terug in november 2022 (met Leslie Suganandarajah en pianiste Jeneba Kanneh-Mason).
Het Chineke! Junior Orchestra debuteerde bovendien in de tijdens de VriendenLoterij ZomerConcerten 2022. De orkestnaam is ontleend aan het Igbo (een van de drie officiële talen van Nigeria) en betekent zoveel als ‘grote schepper van alle goede dingen’.
Leslie Suganandarajah, dirigent
Leslie Suganandarajah werd geboren op Sri Lanka; toen hij twee was vluchtte zijn familie vanwege de burgeroorlog naar Duitsland. Al snel kreeg hij daar muziekles en hij ontwikkelde een grote liefde voor de piano, de fluit en het .
Hij begon zijn beroepsopleiding aan de Hochschule für Musik und Theater in Hannover en de Musikhochschule in Lübeck. Leslie Suganandarajah vervolgde zijn studie aan de Musikhochschule Franz Liszt in Weimar.
Na de Hermann-Hildebrandt-beurs voor jonge en te hebben gewonnen werd hij in het seizoen 2014/2015 assistent-dirigent bij de Dresdner Philharmoniker. Een vijfjarige aanstelling aan het Theater Koblenz volgde, en van 2017 tot 2020 was hij Kapellmeister aan het Landestheater Linz. In het seizoen 2019/2020 begon hij in zijn functie als chef-dirigent van het Salzburger Landestheater met een nieuwe productie van Wagners Lohengrin in het Festspielhaus. Daarna leidde hij er onder meer Macbeth van Verdi, Angels in America van Peter Eötvös en Der Rosenkavalier van Richard Strauss; zijn Salzburgse debuut had hij in 2018 gemaakt met Prokofjevs Cinderella.
Als gastdirigent trad Leslie Suganandarajah aan bij bijvoorbeeld het Konzerthausorchester Berlin, het BBC Philharmonic Orchestra, het MDR Sinfonieorchester, het Sinfonieorchester Wuppertal, het Brucknerorchester Linz, de London Mozart Players en North. Bij het Chineke! Orchestra debuteerde hij vorig seizoen in het South Bank Centre in Londen.
Jeneba Kanneh-Mason, piano
Jeneba Kanneh-Mason maakt haar debuut in Het Concertgebouw; ze is daarmee – na broer Sheku () en zus Isata (piano) – de derde telg van het Britse gezin Kanneh-Mason die zich hier presenteert als solist.
Op de BBC Proms 2021 debuteerde ze bij het Chineke! Orchestra, met een enthousiast ontvangen vertolking van het Piano Concerto in One Movement van Florence Price. Jeneba Kanneh-Mason werd in 2013 verkozen tot Nottingham Young Musician, won in 2014 de prijs van de stichting Les mûrs du son op het pianoconcours in Lagny-sur-Marne en was finalist bij de BBC Young Musician 2018.
Op de jongtalentafdeling van de Royal Academy of Music in Londen had ze eerder al de Iris Dyer Piano Prize op haar naam geschreven. Onder de hoogtepunten in de agenda van de jonge pianiste zijn (debuut-)optredens met Philharmonia, het Royal Liverpool Philharmonic Youth Orchestra, de BBC Philharmonic en Sinfonia Viva.
Eerder dit jaar ondernam ze met haar broers en zussen – er zijn in totaal zeven musicerende Kanneh-Masons – tournees naar Australië, de Verenigde Staten, Antigua en Barbuda. Ze maakte opnames met het Wiener Radio Sinfonieorchester en speelde solorecitals in de Tonhalle Zürich, Wigmore Hall in Londen en op de festivals van Rheingau, Cheltenham, Bradfield en Lamberhurst. Jeneba Kanneh-Mason studeert momenteel nog bij Vanessa Latarche aan het Royal College of Music en speelt ook op hoog niveau .




