Cellist Nicolas Altstaedt: barokke sonates

Nicolas Altstaedt cello
Piroska Baranyay cello
Steven Devine klavecimbel
Thomas Dunford luit

pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.10 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie Spotlight op Nicolas Altstaedt.

 

Giovanni Battista Costanzi 1704-1778

Sinfonia in D gr.t.
Adagio staccato
Allegro
Amoroso
Minuetto amoroso

Jean Barrière 1707-1747

Sonate in G gr.t., boek IV nr. 4 (1733-39)
Andante
Adagio
Allegro prestissimo

Giovanni Battista Costanzi

Sonate in F gr.t.
Adagio
Allegro
Grazioso – Andante – Grazioso – Andante 

Giovanni Benedetto Platti
ca. 1692-1763

Sonate nr. 6 in F gr.t. (1725)
Largho
Allegro
Ciciliana
Presto 

pauze

Giovanni Battista Costanzi

Sinfonia in Bes gr.t.
Adagio
Spiritoso
Sarabanda (amoroso)
Minuet 

Jean Barrière

Sonate in Bes gr.t., boek III nr. 4 (1733-39)
Andante
Allegro
Adagio – Allegro

Antonio Vivaldi 1678-1741

Vijfde sonate in e kl.t., RV 40 (1740)
Largo
Allegro
Largo
Allegro

Giovanni Battista Costanzi

Sonate in g kl.t.
Cantabile
Allegro
Presto

Toelichting

introductie

De opkomst van de violoncello

tekst: Kees Vlaardingerbroek 

De Italiaanse term violoncello – meestal afgekort tot – duikt voor het eerst op in 1665. Violoncello is het verkleinwoord voor violone, ‘grote viola’, een naam die voor uiteenlopende gestreken basinstrumenten werd gebruikt, en betekent dus letterlijk ‘kleine grote viola’.

Ook het woord violoncello kon betrekking hebben op een heel arsenaal aan instrumenten, die onderling sterk van karakter, vorm, stemming en wat het aantal opgespannen snaren (4 of 5) betreft konden verschillen.

Zo bestond er zelfs een klein type violoncello dat als een viool tegen de schouder werd gezet en dat violoncello (of viola) da spalla werd genoemd. Pas in de loop van de achttiende eeuw ontstond de gestandaardiseerde vorm van de , zoals wij die nu nog steeds kennen. 

'In Frankrijk werd de cello (net als de viool) tot ver in de achttiende eeuw gezien als een instrument voor kroegen, bordelen en dansgelegenheden'

Het eerste instructieboek voor de violoncello verscheen in 1741 in Frankrijk. Dat is opmerkelijk, omdat in Frankrijk de violoncello veel later werd geaccepteerd dan in Italië.

In Frankrijk werd de cello (net als de viool) tot ver in de achttiende eeuw gezien als een instrument voor kroegen, bordelen en dansgelegenheden; de viola da gamba gold daarentegen, met haar zachte klank en gracieuze uiterlijk, als passend voor de hogere kringen.

De conservatieve jurist en gambaspeler Hubert Le Blanc gaat zelfs zover de violoncello in een in 1740 verschenen traktaat te omschrijven als ‘een ellendig kankergezwel, een gehate arme duivel’! Maar tegen die tijd was zelfs in Frankrijk het pleit allang ten gunste van de violoncello beslecht. 

Vivaldi

Van Bologna naar Venetië

De vroegste s voor solo of cello met ontstonden in de laatste decennia van de zeventiende eeuw in Bologna, geschreven door componist-musici als Giovanni Battista Degli Antoni en Domenico Gabrielli.

De eerste celloconcerten uit de geschiedenis zijn voor zover bekend van Giuseppe Maria Jacchini. Jacchini’s voorbeeld werd al snel gevolgd en geperfectioneerd door de Venetiaanse priester-componist-violist Antonio Vivaldi, van wie maar liefst 25 concerten voor cello, strijkers en basso continuo compleet zijn overgeleverd.

In Ryoms Vivaldi-catalogus staan er overigens nog meer vermeld, maar sommige concerten zijn zeker niet authentiek en enkele andere zijn onvolledig tot ons gekomen. In diezelfde catalogus komen tien sonates voor, genummerd RV 38 tot RV 47, maar van slechts negen is de muziek bewaard.

Zes ervan werden in 1740, een jaar voor Vivaldi’s dood, in Parijs gedrukt en waren zo succesvol dat acht jaar later een herdruk nodig was. De Vijfde in e klein uit deze bundel valt vooral op door de melancholie van de twee langzame delen.

In de meesterlijke film Barry Lyndon gebruikt regisseur Stanley Kubrick meermalen het tweede Largo om de depressieve Lady Lyndon te karakteriseren.

Constanzi en Barrière

Rome naar Parijs

De componist en cellist Giovanni Battista Costanzi is tegenwoordig vrijwel vergeten, maar was in zijn tijd een van de beroemdste musici in Rome. Bijna twintig jaar lang was hij de leider van het orkest van de prachtlievende kardinaal Pietro Ottoboni, die in zijn paleis beschikte over een eigen theater.

Na de dood van Ottoboni in 1740 trad hij in dienst bij andere vooraanstaande kardinalen en was hij als kapelmeester verbonden aan verscheidene kerken, waaronder de Sint-Pieter. In deze periode componeerde de ‘dikke Giovannino’, zoals Costanzi ook wel bekendstond, vrijwel uitsluitend oratoria en liturgische werken.

Ook als virtuoos was hij vermaard, maar zijn oeuvre voor het instrument is beperkt: twee concerten, vijf ‘sinfonie’ met cello solo, twee s voor cello en en één sonate voor twee cello’s.

In speeltechnische zin stelt Costanzi veel hogere eisen dan Vivaldi. Het wekt dan ook geen verbazing dat de bekendste cellist uit de achttiende eeuw, Luigi Boccherini, bij Costanzi in de leer ging. 

In onze tijd is Giovanni Benedetto Platti iets bekender dan Costanzi. In zijn vroege werken is Platti’s stijl nauwelijks te onderscheiden van die van Vivaldi, bij wie hij mogelijk heeft gestudeerd. Zijn latere werken klinken persoonlijker en zijn door sommige musicologen zelfs omschreven als voorlopers van de .

Vanaf 1722 is hij als muzikaal manusje van alles – zanger, violist, cellist, hoboïst, fluitist, klavecinist, componist – verbonden aan het kleine, maar uiterst verfijnde hof van de prins-aartsbisschop van Würzburg. Hier werkt Platti tot zijn dood in 1763.  

De Franse componist en cellist Jean Barrière, afkomstig uit Bordeaux, was lid van het orkest van de Parijse en verbleef drie jaar in Rome, waar hij tal van uitstekende cellisten (onder wie Costanzi) aan het werk kon zien.

Met name zijn derde en vierde boek met sonates vereisen een buitengewoon hoog ontwikkelde speeltechniek. Zo introduceerde hij zeer hoog liggende passages, die alleen gespeeld kunnen worden door de duim van de linkerhand op de a-snaar te plaatsen, een toen in Frankrijk nog onbekende techniek.

Een tijdgenoot schreef over hem na zijn vroege dood op veertigjarige leeftijd: ‘De beroemde Barrière bezat alles wat men zich wensen kon… er was geen betere uitvoering [op de cello] denkbaar dan de zijne’. 

Biografie

Nicolas Altstaedt, cello

De afgelopen seizoenen maakte de Duits-Franse cellist Nicolas Altstaedt solodebuten bij het Na­tional Symphony Orchestra in Washington, de orkesten van Seattle en Sydney, het London Philharmonic Orchestra, Philharmonia, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Staatskapelle Berlin en de Seoul Philharmonic en was hij in residence bij het NDR Elbphilharmonie Orchester, het SWR Symphonieorchester en het Barcelona Symphony Orchestra.

Afgelopen november debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met een nieuw werk van Liza Lim, en eerder werd hij uitgenodigd door de Wiener en de Münchner Philharmoniker, het Orchestre National de France, alle BBC-orkesten en het NHK Symphony Orchestra, Tokyo.

Met de componist zelf op de bok gaf hij de Finse première van Esa-Pekka Salonens concert. Nicolas Altstaedt werkte recent ook met oudemuziekgezelschappen als Arcangelo en het Orchestre des Champs-Elysées.

Als heeft hij een nauwe band met het Scottish Chamber Orchestra, het Münchner Kammerorchester en het Orchestre Philharmonique de Radio France, en stond hij ook voor het Budapest Festival Orchestra, het Kyoto Symphony Orchestra en het Orkest van de Achttiende Eeuw. In 2012 volgde hij Gidon Kremer op als artistiek leider van het Kammermusikfestival Lockenhaus.

In seizoen 2017/2018 had Nicolas Altstaedt een Spotlightserie in de , en zijn laatste optreden daar was op 20 december j.l. met pianist Maxim Emelyanychev en violist Aylen Pritchin.

Steven Devine, klavecimbel

Sinds 2007 is Steven Devine de vaste klavecinist van London Baroque, naast zijn positie als toetsenist bij het Orchestra of the Age of Enlightenment. Hij is ook verbonden aan The Gonzaga Band, Apollo and Pan en The Classical Company en treedt in heel Europa op als gast bij ensembles en orkesten.

Naast meer dan dertig albums met uiteenlopende groepen nam Steven Devine inmiddels zes solo-cd’s op. Met name voor Bachs Goldberg-variaties en de eerste twee delen van zijn Rameau-reeks werd hij zeer geprezen, en zijn recente opname van Bachs Italiaanse concert werd door Classic FM uitgeroepen tot Connoisseur’s Choice.

Als maakte Steven Devine zijn debuut in 2002 in de Royal Albert Hall in Londen. Het Mozart Festival Orchestra leidde hij op de belangrijkste podia van het Verenigd Koninkrijk en in Zwitserland.

Steven Devine is chef-dirigent van de New Chamber in Oxford, waar hij repertoire uitvoert van Cavalli tot Rossini. Bij Dartington Festival Opera dirigeerde hij Händels Orlando en Purcells Dido and Aeneas.

Thomas Dunford, luit

Thomas Dunford werd op zijn negende op het spoor van de luit gezet door zijn eerste docent, Claire Antonini. In 2006 studeerde hij in zijn geboortestad af aan het Conservatoire de Paris bij Charles-Edouard Fantin en in 2009 aan de Schola Cantorum in Bazel bij Hopkinson Smith. Masterclasses volgde hij van onder anderen Rolf Lislevand, Julian Bream en Paul O’Dette.

Zijn eerste podiumervaring deed Thomas Dunford op toen hij in de periode 2003-05 de rol van luitist speelde in Shakespeares Twelfth Night aan de Comédie Française.

s gaf hij sindsdien van Carnegie Hall en de Frick Collection in New York tot Wigmore Hall in Londen en het Palau de la Musica in Barcelona. Ook maakte hij zijn opwachting op de festivals van Ambronay, Nantes, Saintes en Utrecht en trad hij op in Brazilië, Colombia, Chili, Mexico, Israël, China, Japan en India. Naar aanleiding van zijn debuut-cd Lachrimae (2012) noemde BBC Magazine hem de ‘Eric Clapton van de luit’.

Naast zijn solocarrière bespeelt Thomas Dunford verschillende authentieke tokkelinstrumenten in ensembles als Les Arts Florissants, Arcangelo, La Cappella Mediterranea, Stravagante, Le Concert Spirituel, Le Concert d’Astrée, The English Concert, Les Musiciens du Louvre, Pygmalion en Les Siècles. Kamermuziek speelde hij met collega’s als Paul Agnew, Nicola Benedetti, Keyvan Chemirani, Christophe Coin, Iestyn Davies, Isabelle Faust, Bobby McFerrin, Patricia Petibon, Trevor Pinnock en Jean Rondeau. In de van Het Concertgebouw was hij eerder te beluisteren met cellist Nicolas Altstaedt (oktober 2017), violist Théotime Langlois de Swarte (oktober 2022) en blokfluitiste Lucie Horsch (juni 2023).

Piroska Baranyay, cello

Piroska Baranyay studeerde in haar geboortestad Boedapest aan de Ferenc Liszt Muziek­academie bij Ferenc Rados en Csaba Onczay. Haar grote belangstelling voor de oude muziek bracht haar vervolgens naar een vervolgopleiding op de cello aan de Universität der Künste in Berlijn en de Royal Academy of Music in Londen.

In 2008 was ze finalist in het Bach Concours van Leipzig. Piroska Baranyay was -aanvoerder bij The English Baroque Soloists en maakte deel uit van The English Concert.

Daarnaast is ze een bevlogen kamermusicus, treedt ze op met haar eigen Ensemble Artemisia, bespeelt ze ook de viola da gamba en is ze regelmatig te gast bij bekende oudemuziekgezelschappen als de Hofkapelle Esterhazy, de Haydn Philharmonie, de Akademie für Alte Musik Berlin, het Gabrieli Consort & Players en het Amsterdam Baroque Orchestra.