Capuçon, Caussé en Hagen: Beethoven en Mozart
Renaud Capuçon viool
Gérard Caussé altviool
Clemens Hagen cello
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijktrio in c kl.t., op. 9 nr. 3 (1797-98)
Allegro con spirito
Adagio con espressione
Scherzo: Allegro molto e vivace
Finale: Presto
pauze
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Trio in Es gr.t., KV 563 (1788) ‘Ein Divertimento... di sei pezzi’
Allegro
Adagio
Menuetto: Allegro
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegro
pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 21.55 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek.
Aftertalk
Na afloop worden Renaud Capuçon, Gérard Caussé en Clemens Hagen geïnterviewd in de Pleinfoyer. Dit interview is gratis toegankelijk voor de bezoekers van het concert.
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Strijktrio
Door Clemens Romijn
‘In deze stad zal men maar weinig huizen vinden, waar niet iedere avond deze of gene familie zich vermaakt met een strijkkwartet, of een klaviersonate.’ Zo stond het in de Wiener Theater Almanach van 1794. En wie vulde zoal de lessenaars?
Ludwig van Beethoven koos voor zijn eerste Weense muziekuitgaven expres kamermuziek. Dat was toen hij tweeëntwintig jaar oud vanuit Bonn in 1792 in Wenen arriveerde en als eerste zijn ’s, 1 publiceerde. Vijf jaar later deed hij met zijn Strijktrio’s, opus 9 opnieuw een gooi naar de wereld van het huiselijk musiceren op hoog niveau.
Zo bereidde hij zich voor op het grote werk, op de symfonie, waarvan Joseph Haydn destijds zijn laatste proeven afleverde. Dacht hij misschien ook aan een symfonie bij het derde van de serie, het Strijktrio in c klein? Dat barst met rusteloze vlagen van een duister c klein haast uit zijn voegen.
Een unisono van vier noten sleurt de muziek het drama binnen en blaast verderop ook de doorwerking ongeduldig in de nek. Na de herhaling van doorwerking en reprise sluit een gespierde het eerste deel af. Over deel twee, con espressione, hangt een sluier van somberheid en melancholie.
Het lijkt of de oude Haydn hier terugkijkt op zijn leven: ‘Hin ist alle meine Kraft, alt und schwach bin ich.’ Klinken hier innerlijke strijd en twijfel en een kreet in de verte? Aan het eind is er rust. In het korte jaagt Beethoven zijn noten zo op dat scherts eerder kramp wordt. Alleen het middengedeelte doet gemoedelijk aan. Opnieuw een gestresste hartenklop drijft het tomeloze slotrondo aan. Het begint als een tijger die zijn prooi bespringt, maar eindigt alsof er niets gebeurd is, zo zacht.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: Trio
Door Clemens Romijn
‘Hier beleefde ik de gelukkigste muzikale uren van mijn leven. Deze kleine man en grote meester gaf twee s ten gehore op een pianoforte met pedaal, zo prachtig! zo prachtig! dat ik helemaal buiten mezelf was. Hij vervlocht de moeilijkste passages met de mooiste ’s. Zijn vrouw sneed ganzenveren bij voor de kopiist, een leerling was aan het componeren, een vierjarig jongetje liep in de tuin en zong recitatieven, kortom, alles m deze schitterende man was muziek!’
Dat schreef de Deense acteur Joachim Preisler na een zondagse visite aan Wolfgang Amadeus Mozart in Wenen in augustus 1788. Twee weken eerder, op 10 augustus, had Mozart de laatste hand gelegd aan een symfonie waarin hij ‘de moeilijkste passages had vervlochten met de mooiste ’s’. Het was de laatste en meest complexe symfonie die hij ooit schreef, de Symfonie nr. 41 in C groot, KV 551, ‘Jupiter’.
In de schaduw van dit werk en te midden van de financiële misère en existentiële twijfel waarin hij toen leefde, schreef Mozart voor zijn belangrijkste geldschieter en mede-vrijmetselaar Michael Puchberg zijn verbluffend mooie in Es groot, KV 563.
Afgezien van de folkloristische galante ten ontstijgt dit zesdelige werk het onderhoudende -genre. Zoals in het eerste deel met zijn labyrint van tische thema-inzetten of in het nobele, diepzinnige en zelfs smartelijke langzame deel, dat het goed had kunnen doen in Symfonie nr. 39 in dezelfde . En dat alles voor slechts drie strijkers!
Biografie
Renaud Capuçon, viool
Geboren in de Franse plaats Chambéry werd Renaud Capuçon op veertienjarige leeftijd toegelaten tot het conservatorium in Parijs. Vervolgens studeerde hij in Berlijn, waar Thomas Brandis en Isaac Stern zijn docenten waren.
In 1997 nodigde Claudio Abbado de jonge violist uit om concertmeester te worden van het Gustav Mahler Jugendorchester. In deze jaren musiceerde Renaud Capuçon onder leiding van maestro’s als Pierre Boulez, Seiji Ozawa en Claudio Abbado. Ondertussen werkte hij aan een carrière als solist en maakte hij debuten bij orkesten als het Boston Symphony Orchestra, de Berliner Philharmoniker en het Orchestre de Paris.
In zijn agenda staan momenteel optredens met bijvoorbeeld het London Symphony Orchestra en het Chamber Orchestra of Europe. Als kamermusicus werkte Renaud Capuçon met vele beroemde collega’s, onder wie Yuri Bashmet, Martha Argerich, Vadim Repin en Maria João Pires.
Ook treedt hij graag op met zijn broer, cellist Gautier Capuçon. Renaud bespeelt de Guarneri del Gesù ‘Panette’ (1737) waar eerder Isaac Stern op speelde.
Gérard Caussé, altviool
Gérard Caussé verwierf bekendheid in de jaren 1970, toen hij medeoprichter en altviolist was van Pierre Boulez’ Ensemble intercontemporain. De Fransman is nog altijd een bevlogen vertolker van hedendaagse muziek: hij bracht werken in première van onder anderen Henri Dutilleux, Philippe Hersant, Pascal Dusapin en Wolfgang Rihm.
Van 2002 tot 2004 was Gérard Caussé artistiek leider van het Orchestre National du Capitole de Toulouse en trad hij veelvuldig op met dit gezelschap, als solist en als . In recente seizoenen was hij te gast bij bijvoorbeeld het Orchestre National de France, het Orchestre de la Suisse Romande, de Philharmonie Luxembourg en het van São Paulo.
Zijn discografie omvat meer dan zestig titels. Masterclasses geeft de altist wereldwijd, en hij is als docent verbonden aan de conservatoria van Parijs en Madrid. Gérard Caussé bespeelt een instrument van Gasparo da Salo uit 1560. Hij betreedt regelmatig het kamermuziekpodium in wisselende bezettingen met de broers Capuçon, zoals bijvoorbeeld ook in de van Het Concertgebouw in januari en februari 2016.
Clemens Hagen, cello
Clemens Hagen groeide op in Salzburg, als zoon van musici van het Mozarteumorchester. Op zijn achtste werd hij toegelaten tot het Mozarteum en later studeerde hij aan de Musikhochschule in Basel; onder zijn leraren waren Wilfried Tachezi en Heinrich Schiff.
In 1983 beloonde de Wiener Philharmoniker de jonge cellist met twee verschillende prijzen.
Vervolgens maakte hij solodebuten bij onder meer de Wiener Symphoniker, de Berliner Philharmoniker, de Camerata Salzburg, het Chamber Orchestra of Europe, The Cleveland Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo en het Concertgebouworkest (1997, onder leiding van Nikolaus Harnoncourt).
Clemens Hagen vormde ruim veertig jaar geleden met zijn zus Veronika en zijn broer Lukas het Hagen Quartett (Concertgebouw Prijs 2018), zit sinds 2018/2019 in het Vienna Piano Trio, maakte Beethovenopnames met Paul Gulda en Schumannopnames met Stefan Vladar en speelde kamermuziek met collega’s als Leonidas Kavakos en Yuja Wang ( 2018), Gidon Kremer, Maxim Vengerov, Hélène Grimaud en Leif Ove Andsnes. Sinds 1988 geeft hij les aan het Mozarteum en sinds 2003 maakt hij deel uit van het Lucerne Festival Orchestra.
De cellist bespeelt een instrument van Antonio Stradivari (1698).


