Cappella Amsterdam Zingt Bachs Johannes-Passion
Oude Meesters in de Grote Zaal 20.15 uur
Orkest van de Achttiende Eeuw
Cappella Amsterdam
Daniel Reuss dirigent
Thomas Walker tenor (Evangelist)
Benoît Arnould bariton (Christus)
Carolyn Sampson sopraan
Daniël Elgersma countertenor
Stuart Jackson tenor
André Morsch bariton
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Johannes-Passion, BWV 245 (1724)
op teksten van B.H. Brockes en anderen
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.45 uur
teksten verkrijgbaar aan de zaal
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Johannes-Passion
tekst: Eddie Vetter
Op 22 mei 1723 verhuisde Johann Sebastian Bach met zijn gezin naar Leipzig. Daar was hij aangesteld als cantor van de Thomasschule en ‘director musices’ van de stad. Hij was nota bene de derde keus van het stadsbestuur, dat eerder de voorkeur had gegeven aan zijn leeftijdsgenoten Georg Philipp Telemann en Christoph Graupner.
Bach zou voortaan onder meer verantwoordelijk zijn voor de muziek in de vier grote kerken en voor de opleiding van de ongeveer vijftig scholieren. Voor elke zondag componeerde hij een .
Pas in de vastentijd kon hij zich concentreren op het eerste grootschalige werk, de Johannes-Passion, die op Goede Vrijdag 7 april 1724 werd uitgevoerd in de Nicolaikirche, het eerste deel vóór en het tweede na de preek.
Het werk moet in weinig tijd gestalte hebben gekregen. Dat was toen niet ongebruikelijk. Johann Mattheson (1681-1764) componeerde een dergelijk bijvoorbeeld in slechts achttien dagen. Een passie-oratorium was destijds een relatief nieuw verschijnsel, nog enigszins controversieel in het kader van de lutherse eredienst.
Dit hing vooral samen met de introductie van ‘wereldse’ vormen ontleend aan de Italiaanse . Zo schijnt een oude adellijke weduwe bij een soortgelijke uitvoering in Dresden ontzet te hebben uitgeroepen: ‘God behoede jullie, kinderen! Het lijkt wel een operakomedie!’
Het is niet bekend of Bach voor de tekst is bijgestaan door een librettist, zoals later door Picander bij de Matthäus-Passion. Meer dan in dat werk vormt het evangelie de leidraad. Het komt tot klinken in de recitatieven van de evangelist en de andere hoofdpersonen en in de ‘turba’-koren van het volk.
Het eerste deel gaat over de gevangenneming van Jezus en het verhoor door de hogepriester (Johannes 18:1-27), het tweede over de confrontatie met Pilatus, de iging en de graflegging (18:28-19:42).
In het evangelie volgens Johannes is Jezus van begin tot eind de Zoon die de opdracht van zijn Vader vervult. Hij is afgedaald naar de aarde en keert terug naar zijn Vader. Zelfs ‘in de grootste nederigheid’ blijft zijn goddelijkheid ongeschonden.
Bij de arrestatie geeft hij zichzelf aan. Hij draagt het kruis zonder de ondersteuning van Simon van Cyrene. Menselijke trekken ontbreken. Aan het kruis drukt Jezus zijn volgelingen wel op het hart voor zijn moeder Maria te zorgen, maar spreekt hij niet de laatste woorden die andere evangelisten hem toeschrijven: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’
Volgens Matthëus voelt Jezus zich op de Olijfberg bedroefd en angstig en bidt hij tot God: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan!’ Bij Lucas is zelfs te lezen: ‘Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond.’
Johannes gaat daarentegen geheel voorbij aan zulke menselijke emoties. Bij hem is Jezus in zijn eenheid met de Vader de schepper en heer van de wereld.
Tekst en muziek
De bovenmenselijkheid van Jezus komt duidelijk tot uiting in het openingskoor, dat als het ware de façade van de Johannes-Passion vormt. De tekst is afgeleid van Psalm 8:2 (‘Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde’). Jezus wordt aangeroepen als de heerser: ‘Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm in allen Landen herrlich ist.’
Het koor zingt ‘Herr’ driemaal in pregnante bloken gescheiden door rusten, zoals in de rooms-katholieke liturgie de drie personen van God van oudsher in de mis worden geëerd met een drievoudige aanroep: ‘Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.’
In de instrumentale inleiding van dit openingskoor zijn drie lagen te onderscheiden, die wel worden geassocieerd met deze Drie-eenheid. De rustige en gestage beweging van de continuo zou staan voor de Vader, de gespannen en langer gerekte tonen van de blazers voor de Zoon, en de snelle figuraties van de strijkers voor de vleugelslagen van de duif, het symbool van de Heilige Geest. Daarna nemen de instrumenten de motieven van elkaar over en voegen de koorstemmen zich in het ingenieus gesponnen web.
In het daaropvolgende is goed te horen met hoeveel zorg en aandacht voor dramatisch detail Bach de woorden van de evangelist heeft gezet. ‘Jesus ging mit seinen Jüngern’ begint met een dalende kleine drieklank. Als Judas meteen erna ter sprake komt (‘Judas aber, der ihn verriet’), wordt de dalende drieklank herhaald, maar dan een lager en in de vorm van een verminderde drieklank, die een tritonus omvat.
'Diabolus in musica'
Deze toonafstand werd in Bachs tijd (en niet reeds in de Middeleeuwen, zoals vaak ten onrechte wordt beweerd) de ‘diabolus in musica’ genoemd, de ‘duivel in de muziek’. Het zal ook nu nog in de meeste oren verraderlijker aandoen dan een harmonische toonafstand. Het wordt niet voor niets in sirenes gebruikt om mensen te alarmeren.
In twee recitatieven wijkt Bach af van Johannes’ woorden en volgt hij Mattheüs. Deze schrijft dat na Jezus’ dood het voorhangsel van de tempel in tweeën scheurt, de aarde beeft en de rotsen splijten, dat de graven opengaan en de lichamen van vele gestorven heiligen tot leven worden gewekt.
Bach schildert het tafereel in de opgewonden tonen van de evangelist en in de plastische continuopartij, die scheurt en beeft met de tekst. In de andere passage uit Mattheüs’ evangelie leidt de wroeging van Petrus, nadat hij Jezus driemaal heeft verloochend, tot een langgerekte jammerklacht op de woorden ‘und weinete bitterlich’. Bij Johannes was er geen plaats voor zulke emotionele uitingen.
’s en arioso’s hebben in de Johannes een minder prominente positie dan in de Matthäus. De teksten van de meeste aria’s zijn met enige dichterlijke vrijheid ontleend aan Der für die Sünde der Welt gemarterte und sterbende Jesus van de Hamburgse senator Brockes, een libretto dat destijds op muziek is gezet door minstens tien componisten, onder wie ook Händel en Telemann. De niet aan de Bijbel gebonden poëzie geeft ruim baan aan gevoelens en overpeinzingen.
Ook het aantal koralen uit de zestiende en zeventiende eeuw is beperkt. Samen met de Bijbelvertaling vormen ze de band met de lutherse traditie, om de gelovige te onderrichten in het zondebesef. Na het berustende koor ‘Ruht wohl’ eindigt de Johannes-Passion met het ‘Ach Herr, lass dein lieb Engelein’, waarin Jezus net zoals in het openingskoor als heerser wordt aangeroepen.
Biografie
Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest
Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.
De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziekensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem op.
Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.
Cappella Amsterdam, koor
Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek.
Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.
Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.
Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.
Daniel Reuss, dirigent
Daniel Reuss was aan het Conservatorium van Rotterdam leerling van Barend Schuurman en richtte op zijn 21ste het Oude Muziek Koor Arnhem op. Als ‘overtuigd niet-specialist’ dirigeert hij repertoire dat vele stijlen bestrijkt, van rond het jaar 1200 tot de meest actuele muziek.
Sinds 1990 is hij artistiek leider en chef- van Cappella Amsterdam, waarin hij al jarenlang zong toen hij die positie verwierf.
Als gastdirigent musiceert Daniel Reuss met gezelschappen in heel Europa, waaronder de Akademie für Alte Musik Berlin, MusikFabrik, Vocal Consort Berlin, Collegium Vocale Gent en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij is chef- geweest van onder andere het RIAS Kammerchor in Berlijn, het Ests Philharmonisch Kamerkoor en het Ensemble Vocal Lausanne, waaraan hij nog verbonden is als vaste gastdirigent.
In 2016 werd Daniel Reuss voor zijn uitzonderlijke verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam samen leidde de dirigent in Het Concertgebouw bijvoorbeeld ook in mei 2018 in Brahms’ Ein deutsches Requiem (een tournee die werd bekroond met de VSCD Klassieke Muziekprijs), in april 2019 in Bachs Johannes-Passion en in mei 2023 in Beethovens Negende symfonie.
Thomas Walker, tenor
Thomas Walker, geboren in Glasgow, begon na zijn afstuderen als tubaspeler aan het Royal Conservatoire of Scotland aan een zangstudie bij Ryland Davies aan het Royal College of Music in Londen. Recente highlights uit zijn agenda zijn Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea met het Boedapest Festival Orkest onder leiding van Iván Fischer én aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, Mozarts Mis in c klein in Bozar in Brussel met Riccardo Minasi, concerten in Londen en Cambridge met de Academy of Ancient Music en een Bach-programma in Wigmore Hall met het Gabrieli Consort en Paul McCreesh.
Met Daniel Reuss en het Ensemble Vocal de Lausanne maakte de tenor opnames van Beethovens Missa solemnis en Honeggers Le roi David. vertolkte Thomas Walker in theaters als de Staatsoper Stuttgart, het Theater an der Wien, De Munt in Brussel, de Opéra National de Paris en het Royal Opera House Covent Garden in Londen. Voor oratoria werd hij uitgenodigd door de Innsbrucker Festwochen der Alten Musik, de Gulbenkian Foundation in Lissabon, de BBC Proms en de Ruhr Triennale.
Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw soleerde hij eerder als Evangelist in Bachs Johannes-Passion (2017) en afgelopen oktober – onder meer in Het Concertgebouw – in het Requiem van Mozart.
Benoît Arnould, bariton
De Franse zanger Benoît Arnould studeerde aan de conservatoria van Metz en Nancy, waar hij zanglessen volgde bij onder anderen Christiane Stutzmann. Hij voltooide zijn opleiding in 2007 met onderscheiding.
Het begin van zijn muzikale carrière speelde zich af in Zwitserland. Hier debuteerde hij met rollen in ’s van Charpentier en Lully, uitgevoerd door Le Concert Spirituel onder leiding van Hervé Niquet. Later was hij ook te gast in de theaters van onder meer Avignon, Bordeaux en Stuttgart.
In het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs stond hij in Charpentiers Médée onder leiding van Emmanuelle Haïm, een productie die ook in Lille op de planken kwam. Benoît Arnould zingt ook graag de solopartijen in oratoria en musiceerde zodoende met en als Ton Koopman, Christophe Rousset, Marc Minkowski en Philippe Herreweghe.
De zanger werkte onder andere mee aan een cd met muziek van Samuel Capricornus die werd bekroond met een Diapason d’Or.
Carolyn Sampson, sopraan
Carolyn Sampson soleerde bij het Freiburger Barockorchester, The English Concert, The Sixteen, het Hallé Orchestra, Britten , het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Mozarteumorchester Salzburg en de orkesten van San Francisco, Boston, Cincinnati, Philadelphia en Detroit.
Het Concertgebouworkest vroeg haar sinds 2002 meermaals voor Bachs Passionen, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam voor de Johannes-Passion, Mozarts Requiem, Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem en het Bach Collegium Japan voor Mozarts Mis in c klein.
De Britse sopraan werd ook geëngageerd door de bekende huizen en door het Glyndebourne Opera Festival, de BBC Proms, de Salzburger Festspiele, het Mostly Mozart Festival in New York en het Boston Early Music Festival. s geeft ze graag tijdens de festivals van Oxford, Leeds, Saintes en Aldeburgh en op de bekende podia als Wigmore Hall in Londen, het Wiener Konzerthaus, de Alte Oper Frankfurt, deSingel in Antwerpen, Carnegie Hall in New York en de Pierre Boulez Saal in Berlijn.
Haar meest recente recital in de was in december 2022 met pianist Joseph Middleton, haar vorige optreden in de was in november 2024 met PRJCT Amsterdam en Maarten Engeltjes (Vivaldi en Pergolesi).
Daniël Elgersma, countertenor
Daniël Elgersma zong vanaf zijn zesde als jongenssopraan in het Martini Jongenskoor in Sneek, dat destijds onder leiding stond van Bouwe Dijkstra.
Na zijn stembreuk ging hij verder als en hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tijdens zijn masteropleiding specialiseerde de zanger zich hier in zeventiende-eeuwse Engelse muziek.
Heden ten dage is Daniël Elgersma een veelgevraagd solist. Hij werkte met bekende en als Jos van Veldhoven, Masaaki Suzuki en Lars Ulrik Mortensen en was betrokken bij diverse projecten van gezelschappen als Vox Luminis, Cappella Mariana en het Gesualdo Consort Amsterdam. In zijn agenda staan tevens samenwerkingen met Concerto Copenhagen en Sette Voci.
In Het Concertgebouw was Daniël Elgersma één keer eerder te beluisteren, in april 2017 in Bachs Johannes-Passion door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss.
Stuart Jackson, tenor
Stuart Jackson studeerde biologie in Oxford en maakte in die stad deel uit van het beroemde Christ Church Cathedral Choir. Zijn zangstudie rondde hij in 2013 af bij Ryland Davies aan de Royal Academy of Music in Londen.
Hij won prijzen op de Wigmore Hall/Kohn Foundation International Song Competition en de International Hugo Wolf Competition in Stuttgart.
Sindsdien heeft hij opgetreden voor de BBC, in Wigmore Hall en tijdens het Oxford International Song Festival en de Schubertiade in Schwarzenberg.
Als zanger vertolkte hij onlangs de rol van Jupiter in Händels Semele onder leiding van Emmanuelle Haïm bij de Opéra de Lille, de Komische Oper Berlin en tijdens het Glyndebourne Festival. Zijn concertrepertoire reikt van Bach via Mozart en Beethoven naar moderner werk.
Stuart Jackson, die tijdens het Mahler Festival voor het eerst in de is te horen, maakte zijn Concertgebouwdebuut in 2012 in een Vivaldi-programma met de Academy of Ancient Music in de .
André Morsch, bariton
De Duitse bariton André Morsch studeerde bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en is een voormalig lid van William Christie’s Le Jardin des Voix. Hij is winnaar van de Internationale Wettbewerb fur kunst Stuttgart en van de Prix Bernac van de Académie Ravel in Saint-Jean-de-Luz.
Van 2011 tot 2018 maakte de zanger deel uit van het ensemble van de Staatsoper Stuttgart. zong hij ook in de theaters van Basel, Zürich, Genève, Dijon, Nancy, Versailles en Parijs.
Bij De Nationale stond hij in Puccini’s La fanciulla del West, Schrekers Der Schatzgräber en Die Gezeichneten en Enescu’s Oedipe. Als concertzanger musiceerde André Morsch met onder meer het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerkoor, Les Arts Florissants, Les Talens Lyriques, Le Poème Harmonique, het Gewandhausorchester Leipzig, het Beethovenorchester Bonn, het Balthasar Neumann Ensemble, de Akademie für Alte Musik Berlin en het Kioi Hall Chamber Orchestra.
In de gaf hij verschillende keren een , voor het laatst in oktober 2018 met Rosanne van Sandwijk en Julius Drake. In de was hij te beluisteren in Bachs Johannes-Passion (2017), Brahms’ Ein deutsches Requiem (2018) en Mozarts Don Giovanni (2019), telkens met het Orkest van de Achttiende Eeuw.








