Canto Ostinato voor vier vleugels
Polo de Haas piano
Kees Wieringa piano
Ariëlle Vernède piano
Gerard Bouwhuis piano
Simeon Ten Holt 1923-2012
Canto ostinato (1976-79)
voor vier piano’s
er is geen pauze
Toelichting
Simeon ten Holt
Canto Ostinato
Muziek voor graalzoekers
De muziek van de in november 2012 op negenentachtigjarige leeftijd overleden Bergense componist Simeon ten Holt heeft voor veel luisteraars een haast rituele functie. Van deze muziek gaat een hypnotiserende zuigkracht uit; verschuivende klankperspectieven brengen de luisteraar van het ene coulissenlandschap naar het andere. Constante factor is de tonaliteit, of op zijn minst een sterke herinnering daaraan. Hoe kwam Ten Holt aan deze onvervreemdbare eigen stijl? En hoe komt het dat zoveel luisteraars zo’n sterke band hebben opgebouwd met zijn muziek? Om hier meer over te weten leggen we de loep op de ontvangst en ontstaansgeschiedenis van zijn ‘oerstuk’, Canto , hier uitgevoerd in de oorspronkelijke versie voor vier vleugels.
Talloze canto-varianten
Canto op vier piano’s, Canto op twee piano’s, Canto op één piano. Canto op acht ’s, Canto met marimba, harp, kistorgel of carillon. Canto variërend in lengte van een uur tot een etmaal, Canto met een draaiende derwisj, of met een vj, of een simultaanschilder, of een groep hiphopdansers, of met een smeltend blok ijs op het podium. Canto in concertzalen, kerken, stationshallen, op pleinen en het strand. Canto bij het mediteren, bij het minnekozen en bij het baren. Canto in de tiekamer, bij stervensbegeleidingen, bij uitvaarten en bij rouwverwerking. Wanhopige zielen die dankzij Canto het leven opnieuw omarmen, ongelukkige gehuwden die door Canto besluiten te scheiden. Canto als verklanking van verkeersvraagstukken, Canto als tatoeage op de bovenarm....
Ja, die laatste twee gevallen van bovenstaande uit het leven gegrepen Canto-manifestaties zijn wel heel opmerkelijke toepassingen van Canto ostinato. Beide passeren in de film Over Canto (2011) van documentairemaker Ramón Gieling, waarin negen mensen vertellen over de beslissende invloed van Canto ostinato op hun persoonlijke leven. Eén van hen, een wetenschapper, ontdekte in het organische samenspel van de vier pianisten dezelfde wetmatigheden als bij in- en uitvoegende verkeersdeelnemers op een rotonde. Een ander, een ex-dj, liet een passage uit Canto op zijn bovenarm tatoeëren, ter nagedachtenis aan zijn overleden moeder met wie hij talloze malen naar het stuk had geluisterd.
Heilige graal
Iedereen koestert zo zijn eigen Canto, inclusief de luisteraars die het stuk verwerpen vanwege de toegankelijke – volgens sommigen kitscherige – harmonische taal of de schier eindeloos herhalende secties waarin het soms lijkt alsof de naald in de groef van een grammofoonplaat is blijven hangen. In een interview voor De Wereld Draait Door opperde Ramón Gieling dat het stuk te vergelijken is met een Heilige Graal waar evenveel wegen naartoe leiden als er luisteraars zijn. En zoals het hoort bij een echte graal, blijft de allerlaatste deur naar het mysterie gesloten. Niemand bezit de sleutel van die deur, zelfs Ten Holt niet. In een uitgebreid interview met Wilma de Rek verklaarde de componist meerdere malen dat zijn muziek zich voltrekt volgens haar eigen wetten: ‘Als kunstenaar stel je je dienstbaar op ten opzichte van een proces dat op een goed ogenblik zichzelf dicteert. Waarom is mijn muziek goed: omdat ze niet luistert naar wat ik wil, maar naar wat ze zelf wil.’
Tijd wordt ruimte
Canto , geschreven met gebruikmaking van traditionele drieklanken, speelt een beproefd spel met de harmonische wetten van spanning en ontspanning. Tot zo ver is er niets nieuws onder de zon. Karakteristiek voor Canto is de open vorm die de musici de vrijheid geeft om de afzonderlijke cyclische secties zo vaak te herhalen als ze zelf willen. Door het oprekken van de tijd vinden er binnen de secties boeiende psycho-akoestische metamorfoses plaats. Onverwachte en en lijnen komen aan de oppervlakte, naar oplossing hunkerende ën transformeren tot op zichzelf staande en in zichzelf berustende klankobjecten. Of zoals Ten Holt zegt: ‘Tijd wordt ruimte waarin het muzikale object gaat zweven.’ Dit is geen tonale muziek in de traditionele zin, dit is, in de woorden van Ten Holt, ‘tonaliteit na de dood van de tonaliteit.’ De dichter H.C. ten Berge, ten tijde van het ontstaan van Canto een goede vriend van en klankbord voor Ten Holt, vraagt zich af in zijn indringende Negen opmerkingen over Canto ostinato: ‘Ligt het aan de traditionele oorsprong van de tonale, harmoniërende en en melodische motieven, die de luisteraar – moe geworden van een eeuw vol experimenten, stijlbreuken, klanken zonder geschiedenis, zwevende ideeën, constellaties zonder kern – doen opveren alsof hier een in ons verborgen en vergeten snaar getroffen wordt?’
Ademhaling
Waar was Ten Holt toen de tonaliteit dood was verklaard? Als min of meer autodidact componist – in zijn jonge jaren had hij les bij de Bergense componist Jakob van Domselaer, na de oorlog volgde hij in Parijs enkele groepslessen bij Arthur Honegger en Darius Milhaud – zocht Ten Holt langs een grillig traject naar zijn eigen muzikale waarheden. Beïnvloed door het naoorlogse boog hij zich over muziek-mathematische materie in het Utrechtse Instituut voor Sonologie. ‘Als ik in de spiegel keek, zag ik de tevreden grimas van een man die wilde onderzoeken hoe het was om met eendimensionaliteit te leven (...)’, zo zegt hij in zijn autobiografie over die Utrechtse periode. Maar het zou niet lang duren of de spiegel vertoonde barsten onder druk van andere dimensies, mede veroorzaakt door het spanningsveld tussen zijn kluizenaarlijke levensstijl en het muzisch vrouwvolk dat zich dan weer nabij, dan weer ‘aan de horizon’ bevond.
Achteraf kenschetste Ten Holt zijn atonale fase tussen pakweg 1963 en 1973 als ‘de vriesnacht, de artistieke winter’ die noodzakelijk was voor zijn ontwikkeling als mens en componist. Met de eerste Canto-schetsen deden intuïtie en sensualiteit hun intrede in zijn muziek. Dat bracht een muzikale ademhaling op gang die voort zou duren in zijn latere composities met een vergelijkbare opzet, zoals Horizon, Lemniscaat, Incantatie en Palimpsest. Deze muzikale ademhaling blijkt bij velen een snaar te raken. De vele dieppersoonlijke dankbetuigingen die Ten Holt van luisteraars ontving, leveren hiervoor het bewijs. Zelf bleef hij er – althans uiterlijk – tamelijk nuchter onder: ‘Ik kwam eens een jongen tegen, hier in het dorp, met een kind op zijn schouder. En die zei: “Dit kind hebben we gemaakt op Canto ostinato.” Dat vind ik dan wel aardig.’
Saskia Törnqvist
Biografie
Polo de Haas, piano
Polo de Haas studeerde aan het conservatorium van zijn geboortestad Amsterdam cum laude af bij Jan Odé en zette zijn studie voort bij Jacques Février in Parijs en bij Eduardo del Pueyo in Brussel.
Na het winnen van een aantal belangrijke concoursen soleerde hij bij vrijwel alle bekende Nederlandse orkesten, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink. s gaf hij in diverse Europese landen, maar ook in Japan, Cuba, Korea, Canada en de Verenigde Staten.
Polo de Haas is een voorvechter van eigentijdse muziek; hij componeert zelf, tal van componisten droegen werk aan hem op en hij presenteert geregeld eigenzinnige concerten. Zijn opname van Simeon ten Holts Canto in duo met Kees Wieringa werd met goud bekroond.
Preludium publiceerde in februari 2017 een interview met Polo de Haas ter gelegenheid van zijn 55-jarige podiumjubileum. Die maand speelde hij Canto ostinato in de in een versie voor vijf concertvleugels met Kees Wieringa, Hannes Minnaar, Arielle Vernède en Gerard Bouwhuis.
In februari 2018 volgde een uitvoering op vier vleugels en het Maarschalkerweerd-, samen met Kees Wieringa, Arielle Vernède en Hannes Minnaar en organist Matthias Havinga.
Lees hier het interview met Polo de Haas over zijn 55-jarige podiumjubileum in februari 2017.
Kees Wieringa, piano
Kees Wieringa studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en was leerling van onder anderen Willem Brons en Gerben Makkes. Hij was in 1988 winnaar van het Berlage Concours en ontwikkelde een drukke concertpraktijk. Als solist werd Kees Wieringa uitgenodigd door onder meer het Residentie Orkest en het Noord Nederlands Orkest.
Naast vele optredens in Nederland concerteerde de pianist tijdens internationale tournees op podia in Groot-Brittannië, Turkije, India, Indonesië, Japan en Rusland. Ook trad hij op in Carnegie Hall in New York. Verscheidene componisten hebben composities aan hem opgedragen.
Kees Wieringa nam werken op van bijvoorbeeld Simeon ten Holt, Morton Feldman, Jakob van Domselaer en Daniël Ruyneman en maakte bovendien de cd-serie Nederlandse sonatines voor piano, een overzicht van de Nederlandse pianomuziek in de twintigste eeuw.
Naast zijn carrière als pianist componeert Kees Wieringa en was hij directeur van cultureel centrum YXIE in Alkmaar (2008-2012) en van de culturele buitenplaats Kranenburgh in Bergen (2012-2016). Sinds oktober 2016 is hij algemeen directeur van het Sheikh Faisal Bin Qassim Al Thani Museum in Qatar. Sinds februari 2011 is Kees Wieringa min of meer jaarlijks een van de pianisten in de Canto -avonden in Het Concertgebouw.
Arielle Vernède, piano
Arielle Vernède studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Geoffrey Madge, vervolgde haar opleiding in Parijs bij Claude Helffer en volgde in Luzern lessen bij Mieczysław Horzowski. De pianiste was onder de prijswinnaars van de Robert Casadesus International Piano Competition in Cleveland en het Arnold Schönberg Concours in Rotterdam.
In 1984 won ze de Zilveren Vriendenkrans van de Vereniging Vrienden van Het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest. Arielle Vernède trad regelmatig op met orkest en werkte zo met en als Lucas Vis, Heinz Wallberg en Kent Nagano. In de programmering van haar solorecitals zoekt ze geregeld naar een combinatie van bekend en minder bekend repertoire.
Simeon ten Holts Canto nam ze in 2014 op cd op in een versie voor piano solo, nadat ze dat werk kort na haar afstuderen al had opgenomen met Gerard Bouwhuis, Gene Carl en Cees van Zeeland.
Ook nam Arielle Vernède muziek op van Debussy, Szymanowski en Granados en bracht ze opnames uit van de Fantasie-stücke en Kreisleriana van Robert Schumann. Sinds 2011 nam de pianiste bijna jaarlijks deel aan Canto ostinato-uitvoeringen door bezettingen m Polo de Haas in Het Concertgebouw.
Gerard Bouwhuis, piano
Gerard Bouwhuis profileerde zich na zijn conservatoriumopleiding in Den Haag – waar hij tegenwoordig zelf lesgeeft – vooral als vertolker van nieuwe muziek. Onder anderen Louis Andriessen, Guus Janssen, Rob Zuidam, Martijn Padding en Cornelis de Bondt schreven nieuw werk voor hem en voor zijn bijzondere inzet voor de hedendaagse Nederlandse muziek ontving hij in 2003 de Theo Bruinsprijs.
De pianist is een veelgevraagde gast van toonaangevende Nederlandse muziekgezelschappen als Asko|Schönberg, het Nederlands Blazers Ensemble en de Ebony Band en werkte mee aan producties van het Nationale Ballet, het Nederlands Dans Theater en Dansgroep Krisztina de Châtel.
Hij maakte deel uit van Hoketus, het Xenakis Ensemble en de groep LOOS. Met Cees van Zeeland vormde hij in 1978 Het Pianoduo, dat internationale tournees maakte naar Groot--Brittannië, Canada, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten.
Gerard Bouwhuis werkte veelvuldig met Reinbert de Leeuw, Oliver Knussen en Peter Eötvös en richtte in 2005 met violiste Heleen Hulst het ensemble Nieuw Amsterdams Peil op. In de Canto -uitvoeringen in Het Concertgebouw speelde hij eerder mee in 2011, 2013, 2015 en 2017.



