Canto ostinato op vier vleugels met o.a. Jeroen en Sandra van Veen

Jeroen van Veen piano
Sandra van Veen piano
Slava Poprugin piano
Alexei Lubimov piano

Simeon ten Holt (1923-2012)

Canto ostinato (1976-79)

er is geen pauze
einde ± 22.00 uur

Toelichting

Simeon ten Holt 1923-2012

Eindeloze beweging

Door René van Peer

Het zou in Nederland weleens de meest geliefde naoorlogse compositie kunnen zijn, ­Simeon ten Holts Canto uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Doorgaans gespeeld op een aantal vleugels is het stuk elk jaar wel een aantal keren te horen. Het is niet alleen populair in reguliere concerten. Ook in een context van ontspanning vindt het gretig aftrek, zoals bij yoga-concerten waarin luisteraars met geloken ogen de klanken als aan- en afrollende golven over zich heen laten spoelen.

Canto ostinato betekende voor Ten Holt een afscheid van de seriële compositietechniek die hij sinds het begin van de jaren zestig gehanteerd had. Het is een bezwerend stuk, vol herhalingen. De en golven op en neer in een elegante dans die voortgestuwd wordt door een onregelmatig van vijf tellen in een maat. Daardoor lijkt het alsof de muziek telkens naar voren wil stappen. De hoofd­ wordt soms op de hielen gezeten door vleugel­spelers op de andere instrumenten – het gevolg is een duizelingwekkende echo die in de oren werkt als een ­equivalent van dubbelzien.

De Canto bestaat uit 106 korte secties van uiteenlopend karak­ter. Sommige hebben gebonden noten, andere worden met een krachtig gespeeld. en binnen een sectie kunnen verschuiven, waardoor het dansante karakter even stokt, waarna vloeiende bewegingen weer de overhand krijgen. Elke sectie kan een aantal keren herhaald worden. De spelers bepalen de overgang naar de volgende sectie door middel van onderlinge signalen.

Met al die herhalingen kunnen spelers een uitvoering van het stuk ­oprekken zolang ze willen. Zo nu en dan is er een soort refrein te horen. Het is een punt van herkenning in die zee van noten, een houvast in een almaar doorgaande beweging. Uiteindelijk komen de almaar voortrollende golven zonder waarschuwing tot een abrupt einde. Het ene moment zit de luisteraar midden in de doorgaande kabbelingen, het volgende moment is het alsof je wakker schrikt uit een diepe slaap.

  • Simeon ten Holt

De indruk van een ononderbroken deinen roept onwillekeurig het beeld op van de zee. Het lijkt voor de hand te liggen dat Ten Holt zich liet inspireren door de Noordzee, waar hij niet ver vandaan woonde (in Bergen). Toch rept hij daar zelf met geen woord over. Wel heeft hij het idee van een beweging waar geen einde aan lijkt te komen vervat in de titel van het stuk, dat hij oorspronkelijk zelfs Perpetuum noemde. Pas een paar maanden voor de première in 1979 veranderde hij de titel in Canto . Het tweede deel van die naam kan verwijzen naar de herhalingen van de secties, maar ook naar de koppigheid waarmee de motieven en de ritmiek door de hele compositie geweven zijn. Er is niets dat ze kan wegvagen, steeds steken ze de kop weer op.

Niet minimaal

Vanwege de herhalingen, het ‘tonale’ karakter en de duur van de uitvoering werd de Canto al snel ingedeeld bij de minimal music. Dat zag Ten Holt zelf ook in, getuige de inleiding die hij bij de schreef. ‘Canto ostinato heeft geen haast en met het wezen van de zogenaamde minimal music heeft het gemeen dat er niet over tijdsduur gesproken kan worden.’

Een vergelijking met Terry Riley’s baanbrekende compositie In C uit 1964 is al gauw gemaakt. Riley werkte met cellen van motieven als bouwstenen, die in volgorde gespeeld moesten worden, met herhalingen waar de musici ter plekke over kunnen beslissen. Maar waar Riley de bezetting volkomen vrij laat, verwacht Ten Holt dat zijn compositie op toetsinstrumenten gespeeld wordt. In C heeft bovendien een onveranderlijke puls, terwijl Canto ostinato door de wisselende en ritmisch opener klinkt.

Ten Holt gebruikte in de Canto geen van de technieken die de pioniers van de minimal music toepasten. Dus geen faseverschuivingen, zoals bij Steve Reich. Geen verschuivende metrums en snelle opeenvolgingen van gebroken en, waaraan de muziek van Philip Glass te herkennen is. Het is geen afstandelijke muziek die een van tevoren bepaald proces doorloopt. De Canto wijkt juist van de vroege minimal music af doordat er een duidelijke progressie in de muziek doorklinkt. Bovendien zijn de ­akkoordenschema’s die Ten Holt schreef soms bijna schaamteloos romantisch. Onverwachte momenten van frictie in de samenklanken lossen al snel weer op naar meer conventionele ën. Dat komt de toegankelijkheid, en daarmee de populariteit, ontegenzeggelijk ten goede.

Biografie

Sandra en Jeroen van Veen, piano

Sandra en Jeroen van Veen leerden elkaar kennen in 1987, in hun studietijd aan het conservatorium in Utrecht. Een gedeelde passie voor de muziek bracht hen op bekende podia in tal van ­Europese landen, maar ook in Rusland, Canada en de Verenigde Staten. Ze hebben beiden een solocarrière, en vormen daarnaast sinds 1995 een pianoduo, dat zich specialiseerde in minimal music en vooral bekend werd als groot promotor van het werk van Simeon ten Holt. Ze wijdden hun eerste gezamenlijke cd aan diens Canto en deze opname werd door de componist zelf tot de beste vertolking bestempeld. Ze zijn mede-oprichter van de Simeon ten Holt Foundation.

Andere muziek voor pianoduo spelen ze ook van bijvoorbeeld Erik Satie en Douwe Eisenga. Sandra van Veen studeerde in 1992 af bij Håkon Austbö en is naast haar podiumcarrière een geliefd pianodocent. Ze maakt ook theaterconcerten naar verschillende the­ma’s, zoals een componistenleven of de geschiedenis van de piano. Jeroen van Veen studeerde bij Alwin Bär en Håkon Austbö. Naast zijn activiteiten als uitvoerend musicus is hij actief als componist en als organisator van diverse concert­series en festivals; ook neemt hij graag zitting in concoursjury’s.

In Het Concertgebouw gaf het pianoduo al meermaals uitvoeringen van Canto , bijvoorbeeld tijdens ligconcerten in de zomers van 2014 en 2015 en voor het laatst in januari vorig jaar in een kwartet samen met het Servische LP Duo.

Slava Poprugin, piano

Slava Poprugin werd geboren in het Russische ­Khabarovsk en kreeg daar vanaf zijn zesde zijn eerste pianolessen. Later studeerde hij aan het Gnessin Muziekinstituut in Moskou. Zelf ging hij lesgeven aan het Tsjaikovski Staatsconservatorium in Moskou (1999-2015), en sinds 2018 is hij verbonden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

De pianist gaf vele concerten en maakte tal van internationale tournees, en deelde ruim vijftien jaar geregeld het podium met celliste Natalia Gutman. Kamermuziek speelde hij ook met Yuri Bashmet, Martin Fröst en Liza Ferschtman, en in muziek voor pianoduo trad hij op met collega’s als Alexei Lubimov en Alexander ­Melnikov.

Slava Poprugin werkt bovendien als ­geluidstechnicus: in 2016 opende hij in de Betuwe de Steppenwolf Studio, waar musici in alle rust kunnen werken aan hun cd-opnames. Het Concertgebouwdebuut van Slava Poprugin was in de zomer van 2019 in een uitvoering van Simeon ten Holts Canto osti­nato met onder anderen Jeroen en Sandra van Veen, en in januari 2020 en januari 2024 keerde de pianist voor datzelfde werk terug in de . In de maakt Slava Poprugin zijn debuut.

Alexei Lubimov, piano

Alexei Lubimov studeerde in zijn geboortestad Moskou bij Heinrich Neuhaus en Lev Naumov. Na zich een tijdlang te hebben geconcentreerd op het werk van componisten als Boulez, Stockhausen en Ligeti specialiseerde hij zich ook in de historische uitvoeringswijze van muziek, al speelt hij ook graag repertoire uit de en de .

Alexei Lubimov geeft wereldwijd solorecitals en werkt met oudemuziekgezelschappen als het Orchestra of the Age of Enlightenment. Ook soleerde hij recentelijk bij het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Tonkünstler-Orchester Zürich en het Russisch Nationaal Orkest.

De discografie van de pianist omvat vertolkingen van hedendaagse en twintigste-eeuwse muziek, maar ook van muziek van bijvoorbeeld Liszt, Chopin, Schubert en Beethoven en – met het SWR Symphonieorchester – het Lamentate van Pärt.

In Het Concertgebouw was Alexei Lubimov eerder te beluisteren als solist bij het Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta, maar ook in een uitvoering van Simeon ten Holts Canto met onder anderen Jeroen en Sandra van Veen tijdens de Robeco SummerNights 2018.