Canto ostinato met o.a. Polo de Haas en Hannes Minnaar
Polo de Haas piano
Kees Wieringa piano
Hannes Minnaar piano
Arielle Vernède piano
Matthias Havinga Maarschalkerweerdorgel
Simeon ten Holt 1923-2012
Canto ostinato (1976-79)
er is geen pauze
einde ca. 22.15 uur
Canto ostinato
Simeon ten Holts Canto ostinato in februari in Het Concertgebouw: inmiddels is het een mooie traditie. Vanavond is het alweer voor het zesde jaar op rij dat het beroemdste Nederlandse klassieke stuk klinkt in de Grote Zaal. En zo weet de Canto, geschreven in de jaren zeventig, steeds weer nieuw publiek voor zich te winnen.
Met Canto ostinato componeerde Simeon ten Holt een toegankelijk, bijna hypnotiserend werk, dat de luisteraar elke keer opnieuw meeneemt en verrast. Het perfecte werk dus om ieder jaar weer als nieuw te horen.
Polo de Haas, Hannes Minnaar en anderen
Op het podium nemen dit jaar vier pianisten én een organist plaats. Onder de pianisten vinden we Polo de Haas, die inmiddels al meer dan een halve eeuw optreedt in Het Concertgebouw. Maar ook de jonge pianist Hannes Minnaar.
Achter de andere twee vleugels nemen twee door de wol geverfde vertolkers van Ten Holts werk plaats: Arielle Vernède en Kees Wieringa. De orgelpartij is vanavond in handen van Matthias Havinga.
Toelichting
Simeon Ten Holt (1976-79)
Canto Ostinato
Door René van Peer
Het zou in Nederland weleens de meest geliefde naoorlogse compositie kunnen zijn, Simeon ten Holts Canto uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het is niet alleen populair in reguliere concerten. Ook in een context van ontspanning vindt het gretig aftrek, zoals bij yogaconcerten waarin luisteraars met geloken ogen de klanken als aan- en afrollende golven over zich heen laten spoelen.
Eindeloze beweging
Canto ostinato betekende voor Ten Holt een afscheid van de atonaliteit en de seriële compositietechniek die hij sinds het begin van de jaren zestig gehanteerd had. Het is een bezwerend stuk, vol herhalingen. De en golven op en neer in een elegante dans die voortgestuwd wordt door een onregelmatig van vijf tellen in een maat. Daardoor lijkt het alsof de muziek telkens naar voren wil stappen. De hoofdmelodie wordt soms op de hielen gezeten door andere vleugelspelers – het gevolg is dan een duizelingwekkende echo die in de oren werkt als een equivalent van dubbelzien.
De Canto bestaat uit 106 korte secties van uiteenlopend karakter. Sommige hebben gebonden noten, andere worden met een krachtig gespeeld. en binnen een sectie kunnen verschuiven, waardoor het dansante karakter even stokt, waarna vloeiende bewegingen weer de overhand krijgen. Elke sectie kan een aantal keren herhaald worden. De spelers bepalen de overgang naar de volgende sectie door middel van onderlinge signalen.
Met al die herhalingen kunnen spelers een uitvoering van het stuk oprekken zolang ze willen. In de muziek is een soort refrein te horen. Het is een punt van herkenning in die zee van noten, een houvast in een almaar doorgaande beweging. Uiteindelijk komen de almaar voortrollende golven zonder waarschuwing tot een abrupt einde. Het ene moment zit de luisteraar midden in de doorgaande kabbelingen, het volgende moment is het stil. Het is alsof je wakker schrikt uit een diepe slaap.
De indruk van een ononderbroken deinen roept onwillekeurig het beeld op van de zee. Het lijkt voor de hand te liggen dat Ten Holt zich liet inspireren door de Noordzee, waar hij niet ver vandaan woonde (in Bergen). Toch rept hij daar zelf met geen woord over. Wel heeft hij het idee van een beweging waar geen einde aan lijkt te komen vervat in de titel van het stuk, dat hij oorspronkelijk zelfs Perpetuum noemde.
Pas een paar maanden voor de première in 1979 veranderde hij de titel in Canto . Het tweede deel van die naam kan verwijzen naar de herhalingen van de secties, maar ook naar de koppigheid waarmee de motieven en de ritmiek door de hele compositie geweven zijn. Er is niets dat ze kan wegvagen, steeds steken ze de kop weer op.
Geen minimal
Vanwege de herhalingen, het ‘tonale’ karakter en de gemiddelde duur van een uitvoering werd ‘de Canto’ al snel ingedeeld bij de minimal music. Dat zag Ten Holt zelf ook in, getuige de inleiding die hij bij de schreef. ‘Canto ostinato heeft geen haast en met het wezen van de zogenaamde minimal music heeft het gemeen dat er niet over tijdsduur gesproken kan worden.’ Een vergelijking met Terry Riley’s baanbrekende compositie In C uit 1964 is al gauw gemaakt.
Riley werkte met cellen van motieven als bouwstenen, die in volgorde gespeeld moesten worden, met herhalingen waar de musici ter plekke over kunnen beslissen. Maar waar Riley de bezetting volkomen vrij laat, verwacht Ten Holt dat zijn compositie op toetsinstrumenten gespeeld wordt. In C heeft bovendien een onveranderlijke puls, terwijl Canto ostinato door de wisselende en ritmisch opener klinkt.
Bovendien zijn de akkoordenschema’s die Ten Holt schreef soms bijna schaamteloos romantisch
Ten Holt gebruikte in de Canto geen van de technieken die de pioniers van de minimal music toepasten. Dus geen faseverschuivingen zoals bij Steve Reich, en geen verschuivende metrums of snelle opeenvolgingen van gebroken en waaraan de muziek van Philip Glass te herkennen is. Het is geen afstandelijke muziek die een van tevoren bepaald proces doorloopt.
De Canto wijkt juist van de vroege minimal music af doordat er een duidelijke progressie in de muziek doorklinkt. Bovendien zijn de akkoordenschema’s die Ten Holt schreef soms bijna schaamteloos romantisch. Onverwachte momenten van frictie in de samenklanken lossen al snel weer op naar meer conventionele ën. Dat komt de toegankelijkheid, en daarmee de populariteit, ontegenzeggelijk ten goede.
Extra
Vier vleugels op het podium betekent extra werk voor pianostemmer Ehud Loudar. Bekijk hoe hij te werk gaat:
Biografie
Polo de Haas, piano
Polo de Haas studeerde aan het conservatorium van zijn geboortestad Amsterdam cum laude af bij Jan Odé en zette zijn studie voort bij Jacques Février in Parijs en bij Eduardo del Pueyo in Brussel.
Na het winnen van een aantal belangrijke concoursen soleerde hij bij vrijwel alle bekende Nederlandse orkesten, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink. s gaf hij in diverse Europese landen, maar ook in Japan, Cuba, Korea, Canada en de Verenigde Staten.
Polo de Haas is een voorvechter van eigentijdse muziek; hij componeert zelf, tal van componisten droegen werk aan hem op en hij presenteert geregeld eigenzinnige concerten. Zijn opname van Simeon ten Holts Canto in duo met Kees Wieringa werd met goud bekroond.
Preludium publiceerde in februari 2017 een interview met Polo de Haas ter gelegenheid van zijn 55-jarige podiumjubileum. Die maand speelde hij Canto ostinato in de in een versie voor vijf concertvleugels met Kees Wieringa, Hannes Minnaar, Arielle Vernède en Gerard Bouwhuis.
In februari 2018 volgde een uitvoering op vier vleugels en het Maarschalkerweerd-, samen met Kees Wieringa, Arielle Vernède en Hannes Minnaar en organist Matthias Havinga.
Lees hier het interview met Polo de Haas over zijn 55-jarige podiumjubileum in februari 2017.
Kees Wieringa, piano
Kees Wieringa studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en was leerling van onder anderen Willem Brons en Gerben Makkes. Hij was in 1988 winnaar van het Berlage Concours en ontwikkelde een drukke concertpraktijk. Als solist werd Kees Wieringa uitgenodigd door onder meer het Residentie Orkest en het Noord Nederlands Orkest.
Naast vele optredens in Nederland concerteerde de pianist tijdens internationale tournees op podia in Groot-Brittannië, Turkije, India, Indonesië, Japan en Rusland. Ook trad hij op in Carnegie Hall in New York. Verscheidene componisten hebben composities aan hem opgedragen.
Kees Wieringa nam werken op van bijvoorbeeld Simeon ten Holt, Morton Feldman, Jakob van Domselaer en Daniël Ruyneman en maakte bovendien de cd-serie Nederlandse sonatines voor piano, een overzicht van de Nederlandse pianomuziek in de twintigste eeuw.
Naast zijn carrière als pianist componeert Kees Wieringa en was hij directeur van cultureel centrum YXIE in Alkmaar (2008-2012) en van de culturele buitenplaats Kranenburgh in Bergen (2012-2016). Sinds oktober 2016 is hij algemeen directeur van het Sheikh Faisal Bin Qassim Al Thani Museum in Qatar. Sinds februari 2011 is Kees Wieringa min of meer jaarlijks een van de pianisten in de Canto -avonden in Het Concertgebouw.
Hannes Minnaar, piano
Hannes Minnaar werd internationaal bekend door zijn tweede prijs op het Concours de Genève (2008) en de derde prijs van het Koningin Elisabeth Concours (2010). In 2011 werd hij Borletti-Buitoni Trust Fellow, in 2012 won hij een Edison voor zijn debuut-cd (Rachmaninoff en Ravel) en in 2016 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs.
Naast zijn pianostudie bij Jan Wijn en Ferenc Rados en masterclasses van Menahem Pressler was zijn studie bij Jacques van Oortmerssen van bepalende invloed.
Hannes Minnaar soleerde bij welhaast alle Nederlandse orkesten. In mei 2013 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met het Vierde pianoconcert van Beethoven onder leiding van Herbert Blomstedt.
In de coronaperiode bracht de pianist Nox uit, met de gelijknamige nieuwe cyclus van Rob Zuidam en werken van Schumann en Ravel. Ook ging hij op tournee met Bachs Goldberg-variaties; de opname daarvan kreeg onder meer een Diapason d’Or. Onder de hoogtepunten van seizoen 2022/2023 waren uitvoeringen en cd-opnames van de 24 Preludes en ’s van Sjostakovitsj, en van seizoen 2023/2024 de wereldpremière van het Concert voor luthéal en orkest van Jan-Peter de Graaff in de NTR ZaterdagMatinee.
Solorecitals verzorgt Hannes Minnaar wereldwijd en in 2019 deed hij dat voor het eerst in de . Zijn vorige solo-optreden in de was een Chopin op 13 juli 2023. Het Van Baerle Trio – in 2004 opgericht met violiste Maria Milstein en cellist Gideon den Herder – is voor de pianist een wezenlijk onderdeel van zijn muzikale bestaan.
Arielle Vernède, piano
Arielle Vernède studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Geoffrey Madge, vervolgde haar opleiding in Parijs bij Claude Helffer en volgde in Luzern lessen bij Mieczysław Horzowski. De pianiste was onder de prijswinnaars van de Robert Casadesus International Piano Competition in Cleveland en het Arnold Schönberg Concours in Rotterdam.
In 1984 won ze de Zilveren Vriendenkrans van de Vereniging Vrienden van Het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest. Arielle Vernède trad regelmatig op met orkest en werkte zo met en als Lucas Vis, Heinz Wallberg en Kent Nagano. In de programmering van haar solorecitals zoekt ze geregeld naar een combinatie van bekend en minder bekend repertoire.
Simeon ten Holts Canto nam ze in 2014 op cd op in een versie voor piano solo, nadat ze dat werk kort na haar afstuderen al had opgenomen met Gerard Bouwhuis, Gene Carl en Cees van Zeeland.
Ook nam Arielle Vernède muziek op van Debussy, Szymanowski en Granados en bracht ze opnames uit van de Fantasie-stücke en Kreisleriana van Robert Schumann. Sinds 2011 nam de pianiste bijna jaarlijks deel aan Canto ostinato-uitvoeringen door bezettingen m Polo de Haas in Het Concertgebouw.
Matthias Havinga, orgel
Matthias Havinga is concertorganist en pianist. Hij studeerde summa cum laude af bij Jacques van Oortmerssen aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij ook zijn pianodiploma behaalde bij Marcel Baudet. Aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde hij kerkmuziek bij Jos van der Kooy en Theo Goedhart.
Sinds 2017 is hij hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Amsterdam. Prijzen won hij op verschillende internationale orgelconcoursen en hij concerteerde in talloze Europese landen, Rusland, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.
In Nederland werkte hij onder meer met het Nederlands Kamerkoor en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
Matthias Havinga is organist-titulaire van het driemanuaals Bätz- uit 1830 in de Koepelkerk of Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam, en organist van de Oude Kerk in Amsterdam, waar hij het Vater/Müller-orgel (1726/1738) en het Ahrend-orgel (1965) bespeelt.
Daarnaast vormt hij een duo met blokfluitiste Hester Groenleer. Naast een opname van Bachs Italiaanse concerten bracht hij de albums Passacaglia en Dutch Delight – met muziek uit de Gouden Eeuw – uit.




